De komende twee weken zijn 'seksweken' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


ADVERTENTIE
Geslaagd? Doneer je verslagen We zijn heel trots op je, supergoed gedaan. Waarschijnlijk ga je Scholieren.com nu voorgoed verlaten. Wil je ons nog bedanken voor 4, 5 of 6 jaar trouwe dienst? Upload dan nu al je verslagen en samenvattingen voor de generaties scholieren die na jou strijden voor dat diploma.

Nu uploaden

Samenvatting (Natuur/Scheikunde) - Banas H.11 - 'alkanen' - havo/vwo 3

11.1B

  • Koolstofverbindingen zijn opgebouwd uit moleculen met koolstofatomen.

Voorbeelden: suiker, alcohol, aardgas, wasbenzine etc.

Andere atoomsoorten die in koolstofverbindingen voorkomen: waterstof, chloor, zwavel etc.

  • Koolstofverbindingen worden toegepast in:
    • Brandstoffen: bijv. aardgas, hout, benzine etc.
    • Oplosmiddelen: hydrofoob (lossen niet op in water), vloeibare hydrofobe koolstofver- bindingen worden gebruikt als oplosmiddel voor hydrofobe stoffen, bijv. verf lost op in terpentine.
    • Kunststoffen.
    • Koolwaterstoffen: opgebouwd uit moleculen met alleen koolstofatomen en waterstofatomen.

Alle koolwaterstoffen > opgebouwd uit terpentine > formule: moleculeformule.

  • Enkelvoudige atoombindingen: één streepje als verbinding.
  • Structuurformule: geeft aan hoe de atomen in een molecuul aan elkaar zitten.
  • Verbindingen opgebouwd uit moleculen met alleen enkelvoudige atoombindingen > verzadigd.
  • Dubbele atoombinding: twee streepjes als verbinding.
  • Verbindingen op gebouwd uit moleculen met dubbele atoombinding > onverzadigd.
  • Koolstofketen: de hoofdketen is de langste keten en de zijketen is de tak aan de hoofdketen.

11.2B

  • Aardolie: mengsel van vooral koolwaterstoffen, maar er komen ook koolstofverbindingen voor met zwavel, stikstof en zuurstof.
    • Ontstaan: resten planten en dieren in zeeën en oceanen.
    • Aardolie wordt uit de grond gehaald door boortorens, de verwerking vindt plaats in een raffinaderij.
    • Aardolie: slecht voor het milieu. (Winning verstoort het milieu; Bij transport kan er aardolie in het milieu komen; Bij verbranding ontstaan schadelijke stoffen).
    • Verwerking aardolie:
      • Destillatie: verhitting tot ong. 350°C. Mengsel wordt in een destillatiekom gebracht. Hierin zijn verschillende ‘schotels’. Op grotere hoogte in de kolom is de temperatuur lager. Daar condenseren de stoffen met langere kookpunten.
      • Vloeistoffen schotels worden apart opgevangen: fracties. Elke fractie is een mengsel en heeft een kooktraject.

-       Kookpunt boven 300°C: beneden in de kolom: smeerolie, stookolie, asfalt.

  • Stoffen met een hoger kookpunt zijn opgebouwd uit grotere moleculen.

11.3B

  • Alkanen: verzadigde koolwaterstoffen. Elk koolstofatoom is gebonden aan 4 atomen.

Bijv. methaan, ethaan en propaan.

Moleculen: alleen enkelvoudige atoombindingen.

Algemene molecuulformule: CnH2n+2

Methaan = CH4

Ethaan = C2H6

Propaan = C3H8

Butaan = C4H10

Pentaan = C5H12

Hexaan = C6H14

  • Halogeenalkanen: bevatten halogeenatomen.

Bijv. fluor, chloor, broom en jodium.

Schadelijk voor het milieu.

 

11.4B

  • De naam v.d. hoofdketen is gelijk aan de naam v.d. onvertakte alkaan met hetzelfde aantal koolstofatomen.
  • Naam zijketen = afgeleid van de naam van de onvertakte alkaan met hetzelfde aantal koolstofatomen.
  • alkaan + 1 koolstofatoom = methaan

zijketen + 1 koolstofatoom = methyl

  • Halogeenatoom = zijketen. Deze krijgt de naam van het halogeen.
  • Vinden naam van de verbinding:
  1. Naam van de hoofdketen (bijv. 5 = pentaan)
  2. Naam/Namen zijketen (bijv. 1 zijketen met 1 koolstofatoom = methyl).
  3. Hoe vaak komt de zijketen voor (bijv. twee chlooratomen = dichloor)

              I.        mono

             II.        di

            III.        tri

           IV.        tetra

 

  1. Plaats van de zijketen, kies de kortste!
  2. Noteer de naam (bijv. 2,4-dichloor-2,-methylpropaan).
  • Isomeer: verbindingen met dezelfde moleculeformule maar een verschillende structuurformule.

11.5B

  • Volledige verbranding: ontstaan koolstofdioxide en water.
  • Onvolledige verbranding: ontstaan koolstofmonooxide en koolstof.
  • Bij het kraken van alkanen ontstaan koolwaterstoffen met kleinere moleculen.
  • Moleculen van bijv. C16H34 gaan kapot. Uit één molecuul C16H34 ontstaan bijv. één alkaanmolecuul met veertien koolstofatomen, en één molecuul met twee koolstofatomen. Een alkaanmolecuul met 14 koolstofatomen heeft 2 x 14 + 2 = 30 waterstofatomen, dus C14H30 De molecuulformule is met twee koolstofatomen heeft dan 34 - 30 = 4 waterstofatomen. De molecuulformule C2H4. Dus een mogelijke reactievergelijking:

C16H34 > C14H30 + C­2H4

Ook bij het kraken van alkanen ontstaan dus niet alleen alkanen.

11.6B

  • In het alkeen C2H4 komt een dubbele atoombinding voor, daarom is het een onverzadigde verbinding.
  • Alkenen: koolwaterstoffen die zijn opgebouwd uit moleculen met een dubbele atoombinding.
  • Algemene molecuulformule: CnH2n

Etheen = C2H4

Propeen = C3H6 etc. etc.

  • volledige verbranding: koolstofdioxide + water ontstaan.
  • onvolledige verbranding: koolstofmonooxide + koolstof + water + koolstofdioxide ontstaan.
  • additie: de waterstof wordt aan het alkeen toegevoegd.
  • broomwater is een reagens voor onverzadigde verbrandingen.
  • macromolecuul: grote moleculen.
  • polymeer: stof opgebouwd uit macromoleculen (bijv. eiwitten en kunststoffen).

voorbeelden: polyetheen (pe) + polypropeen (pp) + polyvinylchloride (pvc).

  • monomeer: stof waaruit een polymeer kan ontstaan (bijv. vinylchloride en etheen).
  • polymerisatie: reactie waarbij een polymeer ontstaat uit een monomeer.
  • het aantal monomeermoleculen geef je aan met ‘n’ (bijv. nC2H4 >> (C2H4)n).

De samenvatting gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

voorbeelden: polyetheen (pe) + polypropeen (pp) + polyvinylchloride (pvc).

  • monomeer: stof waaruit een polymeer kan ontstaan (bijv. vinylchloride en etheen).
  • polymerisatie: reactie waarbij een polymeer ontstaat uit een monomeer.
  • het aantal monomeermoleculen geef je aan met ‘n’ (bijv. nC2H4 >> (C2H4)n).

11.7:

  • 2 soorten kunststoffen: *thermoplasten   *thermoharders
  • de meeste kunststoffen: *nauwelijks aangetast door andere stoffen   *goedkoop   *kleine dichtheid *sterk   *gemakkelijke verwerking   *slechte warmtegeleiders   *slechte geleiders elektrische stroom
  • thermoplast: wordt zacht bij verwarmen en kan vervormd worden (polyetheen, polypropeen etc.).
  • thermoharder: ontleed bij verwarmen en kan niet vervormd worden (bakeliet etc.).
  • een thermoharder heeft dwarsverbindingen tussen de koolstofketens.
  • een thermoplast heeft geen dwarsverbindingen tussen de koolstofketens.
  • vulkaniseren: natuurrubber reageert met zwavel, hierbij ontstaan dwarsverbindingen tussen de koolstofketens.
  • veel hergebruik van kunststoffen omdat ze niet-afbreekbaar zijn, alleen mogelijk met thermoplasten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.