Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

Hoofdstuk 1

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 780 woorden
  • 2 november 2003
  • 118 keer beoordeeld
Cijfer 6
118 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Nieuw seizoen Studententijd de podcast!

Studenten Joes, Tess en Annemoon zijn terug en bespreken alles wat jij wilt weten over het studentenleven. Ze hebben het onder andere over lentekriebels, studeren, backpacken, porno kijken, datediners, overthinken, break-ups en nog veel meer. Vanaf nu te luisteren via Spotify en andere podcast-apps! 

Luister nu
Hoofdstuk 1: Druk 1.1 Druk = ergens tegen duwen
Verband = grootheid die met andere grootheden samenhangt. 1.2 Afmetingen werden vroeger vergeleken met het menselijke lichaam (el, duim, voet) Grootheid = kun je meten (d.m.v. eenheden) V.b. als de grootheid massa is, dan is de eenheid kg. De 7 grondeenheden
grootheid symbool eenheid symbool
massa m kilogram kg
tijd t seconde s
temperatuur T kelvin K
stroomsterkte I ampère A

hoeveelheid stof n mol mol
lengte l meter m
lichtsterkte I candela cd
Voorvoegsels
naam symbool factor
tera T 10^12
giga G 10^9
mega M 10^6
kilo k 10^3 (hecto h 10^2) (deci d 10^-1) (centi c 10^-2) milli m 10^-3
micro µ 10^-6
nano n 10^-9
pico p 10^12 1.3 Veerkracht: De kracht van een veer op een voorwerp
In formule: Fv ~ u of Fv/u = c
Hierin is: Fv =Veerkracht in N
u =De vervorming van de veer in m
c =Veerconstante ~ = “recht evenredig met” c hangt af van de veer (groter c = stugger veer) Zwaartekracht(Fz): de kracht die de aarde op een voorwerp uitoefent. In formule: Fz ~ m of Fz/m = g
Hierin is: Fz =Zwaartekracht van een voorwerp in N

m =Massa van een voorwerp in kg
g =De zwaartekrachtconstante (In Nederland is g =9,81 N) Steilheid: De eenheid van steilheid is [ΔY] / [ΔX] = [Y] / [X] Tips ij het bepalen van steilheid: -Kies één zijde zo groot dat deze gemakkelijk af te lezen is. -Kies een grote driehoek. De steilheid is dan nauwkeuriger te bepalen. -Bij een recht evenredig verband kun je één hoekpunt van de driehoek in de oorsprong leggen. Voor de steilheid kun je dan schrijven Y/X. 1.4 Formule van dichtheid (grootte van massa per m3) m~V of ρ = m/V
m:Massa in kg
V: Volume in m3 ρ:Dichtheid in kg/m3, een constante die afhangt van de soort stof De uitkomst van een meting is een benadering v.d. werkelijke waarde van een grootheid. Onzekerheid = Verschil tussen werkelijke waarde en meting. Significante cijfers: de cijfers bij en berekening zo opschrijven dat de onzekerheid zo klein mogelijk is. Vuistregel bij het opschrijven van significante cijfers: Als een grootheid door vermenigvuldigen en/of delen berekend wordt uit uitkomsten van metingen, dan is het aantal significante cijfers in de uitkomst gelijk aan het kleinste getal in de berekening. 1.5 De kracht die een voorwerp op zijn ondersteuning of ophanging uitoefent, heet de gewichtskracht Fgew. Als een voorwerp stil ligt op een horizontaal vlak of hangt aan een touw, is Fgew. Even groot als Fz. Druk: onder druk verstaan we de kracht per eenheid van oppervlakte. De druk op een voorwerp bepaalt de vervorming van het voorwerp. Door het contactoppervlak te vergroten (of te verkleinen) kun je bij gelijkblijvende kracht de druk verkleinen (of vergroten). Kwalitatieve beschrijvingen: uitspraken waarbij geen getal wordt genoemd. Kwantitatieve beschrijvingen: uitspraken waarbij een getal en een eenheid wordt genoemd. In formule: p = F/A
Hierin is: p: de druk (‘pressure’) in Pa (pascal) F: de kracht in N

A: de oppervlakte in m2 . 1.6 Om de aarde zit de dampkring, in de dampkring zit lucht, dat oefent kracht uit op de aarde: luchtdruk. Luchtdruk wordt vaak gemeten met een metaalbarometer: de buitenluchtdruk wordt dan gemeten in mbar (millibar). 1 mbar = 100 Pa. In formule
F = p • A
F =Kracht in Newton
p = luchtdruk
A = De oppervlakte in m2
Eerlijk vergelijken ook wel Ceteris Paribus: als je bij het berekenen van
bijv. een Formule A •B = X
dan mag A alleen veranderen als B gelijk blijft en andersom. Het gebruikt van oplosschema’s is belangrijk om gegevens te ordenen. Bij de luchtdruk buiten mag men hier vanuit gaan: 1, 03 • 105 1.7 Hypothese: Veronderstelling die je kunt toetsen met een experiment. Extrapoleren: na het ontdekken van een regelmaat in een reeks cijfers kun je de reeks verder opmaken uit de gemeten cijfers. Absolute nulpunt: -273°C of 0° Kelvin
Absolute temperatuur: temperatuur in Kelvin gemeten. De wet van Gay-Lussac

De druk in een afgesloten ruimte is recht evenredig met de absolute temperatuur T in K. In symbolen p ~ T
In formule: p/T = c of p = c • T. (waarin c een constante is) De evenredigheid geldt alleen als het volume van het gas en de hoeveelheid gas niet veranderen. De constante c is de steilheid in het p, T-diagram. Als er verband zit tussen druk en temperatuur in 2 situaties, dan kun je dat opschrijven als: p1/T1 = p2/T2 1.8 Omgekeerd evenredig: als A drie keer zo klein wordt en B drie keer zo groot is dit omgeked evenredig, de grafiek die je dan krijgt is een hyperbool. De wet van Boyle
De druk van een gas is omgekeerd evenredig met het volume van het gas. In symbolen: p ~ (1/V) In formule p= c • (1/V) of p • V= c (c is een constante)

REACTIES

A.

A.

mooie smaenvatting, bedankt!!

13 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.