Hoofdstuk 4

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 1266 woorden
  • 30 oktober 2016
  • 25 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 25 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Natuurkunde H4 Energie



Paragraaf 1



-          Verschillende energiesoorten : elektrische energie, chemische energie, warmte, geluid, licht



-          Bewegingsenergie : energie die elk bewegend voorwerp heeft, ook wel kinetische energie



-          Zwaarte-energie : energie die elk voorwerp heeft die zich bevindt boven of onder nulniveau, ook wel hoogte- of potentiële energie



-          Stralingsenergie : energie in straling zoals zichtbaar licht, IR- en UV-straling



-          Energie wordt geleverd door energiebron, opslagplaats van energie (zon, fossiele brandstoffen, batterij, wind)



-          Energie pas merkbaar als het wordt omgezet van ene soort naar andere, door een energieomzetter



-          Bij energieomzetter een energiestroomdiagram tekenen : welke soorten en hun aandeel

»  Wet van behoud van massa : totale hoeveelheid voor en na omzetting gelijk



-          Vele energieomzettingen verliezen waardevolle soorten energie -> krijgen soorten waar je niet verder mee kunt : kwaliteit is gedaald



-          Om energiebronnen en energiesoorten te vergelijken wordt alles gemeten in joule (J)



Paragraaf 2



-          Meestal voor energie de eenheid kWh gebruikt, maar je kunt het ook meten in joule



» Formule E = P x t gebruiken



-          Elektrische energie onder andere gebruikt voor verwarmen van water

» Hoeveel warmte er nodig is kun je meten met een warmtemeter (calorimeter)



-          Goed geïsoleerd bakje, waarin je het water verwarmt met een elektrisch verwarmingselement



-          Uit proeven is gebleken dat 4,2 J warmte nodig is om 1 g water 1 C te laten stijgen

» Hoeveelheid warmte die nodig is om 1 g 1 C te laten stijgen : soortelijke warmte (c)

» Q = c x m x Δt ( J = J/g x gram x graden C)



-          Soortelijke warmte is een stofeigenschap, elke stof een eigen soortelijke warmte



-          Als je er vanuit kan gaan dat bij het verwarmen van stoffen alle warmte uit verwarmingsapparaat in de stof gaan zitten -> formule gebruiken



Paragraaf 3



-          Handig te weten hoeveel warmte een hoeveelheid brandstof levert : verbrandingswarmte



-          In de verwarmingsketel van een cv-installatie wordt aardgas verbrand -> verbrandingsgassen stromen langs buizen waar water doorheen stroomt : warmtewisselaar en staan een deel van de warmte af aan het water, de rest verdwijnt met rookgassen naar buiten



-          85% wordt nuttig gebruikt, het heeft een rendement van 85

» Rendement =  x 100%

» η =  x 100%



-          Eop : in het geval van verwarmingsketel de warmte die vrijkomt bij verbranding van aardgas



-          Enut : het deel van de warmte dat door het water wordt opgenomen



-          Om rendement van geiser te bepalen :

» Op gasmeter aflezen hoeveel m3 aardgas is verbrand

» Op schaalverdeling van het bekerglas aflezen hoeveel L water is opgewarmd

» Op thermometer meten hoeveel C het water stijgt door temperatuurstijging van water te meten



Paragraaf 4



-          Energie dat thuis wordt gebruikt, opgewekt in elektriciteitscentrale (energieomzetter)

» Benodigde chemische energie geleverd door fossiele brandstoffen (raken op)



-          1) Branders verbranden brandstof, vrijkomende warmte verwarmt water in ketel -> stoom ontstaat met temperatuur van 500 C bij hoge druk



-          2) Stoom spuit hard tegen schoepen van turbine -> as van turbine gaat draaien



-          3) Aan de as is een generator gekoppeld, als de as draait, wekt de generator stroom op



-          4) Stoom (met lagere temperatuur en druk) gaat naar de condensor -> stoom condenseert (door koelwater) en water gaat terug naar de ketel

» Koelwater dat opnieuw wordt gebruikt gaat na afloop in koeltorens



-          Meeste centrales een rendement van 40% (elektriciteit), 60% is afvalwarmte



-          Afvalwarmte soms voor stadsverwarming of om iets te verwarmen om elektriciteit zelf op te wekken (warmtekrachtkoppeling)



» Door stadsverwarming en warmtekrachtkopping kan het rendement 2x zoveel worden



-          In Nederland worden allerlei energiebronnen gebruikt voor opwekken van elektriciteit, belangrijkst zijn fossiele brandstoffen, grote energiedichtheid : hoeveel energie die een energiedrager per kilogram kan leveren



-          In kerncentrale soms uranium gebruikt, bij hun kernreacties ontstaat warmte die gebruikt wordt om stroom te maken

» Kernafval radioactief : zendt straling uit die gevaarlijk is voor organismen, lang en veilig worden opgeslagen



-          Wind, waterkracht en zon zijn duurzaam : raken niet op en de energie is meteen beschikbaar

» Wel duur om om te zetten in elektrische energie, nu is aandeel nog maar een paar %



-          Bewegingsenergie in windmolen draait een generator, samen wekken alle windmolens maar 230 MW, in centrales elke meer dan 1200 MW



-          Waterkrachtcentrale gebruikt zwaarte-energie van water, water van hoog naar laag -> brengt waterturbines in beweging -> drijven op hun beurt generatoren aan

» Opgewekte vermogen hangt af van verval (hoogteverschil) en debiet (hoeveelheid water die per seconde door de centrale stroomt), centrales samen in NL 37 MW



-          Meest gebruikte zonnepaneel bestaat uit twee lagen silicium



-          Zonlicht op paneel, wordt door cellen omgezet in elektrische energie (elektronen steken van de ene laag naar de andere over) -> spanning ontstaat tussen boven en onder : fotovoltaïsche omzetting



Paragraaf 5



-          Om het lichaam steeds voldoende warmte te produceren, verbrandt het voedingsstoffen : chemische energie wordt omgezet in warmte



-          Verschil lichaam en kachel : verbranding in je lichaam verloopt langzaam en zonder vlammen



-          Op veel levensmiddelen staat energiewaarde, hoeveel energie 100 g of 100 ml kan leveren



 » Vergelijkbaar met verbrandingswarmte, Light-versies van producten hebben lagere energiewaarde



-          Ook chemische energie nodig om te kunnen bewegen, spieren gebruiken energie als ze samentrekken



-          Meisje van 14 jaar ongeveer 9,8 miljoen joule per dag, jongen van 14 jaar ongeveer 12,6 miljoen joule per dag

» Voedsel moet genoeg energie leveren om aan energiebehoefte te voldoen



-          Er vormt vet als je voedsel meer chemische energie bevat dat je verbruikt


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.