Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Hoofdstuk 2

Beoordeling 6.4
Foto van F.
  • Samenvatting door F.
  • 2e klas havo | 652 woorden
  • 5 oktober 2019
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 5 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Samenvatting NASK Rep H2



Paragaaf 1: stoffen in huis



Stofeigenschappen zijn eigenschappen waaraan je een stof kan herkennen. Voorbeelden zijn:




  • Geur; alcohol heeft een andere geur dan terpentine

  • Kleur; koper is oranje- rood, goud is geel, lood is grijs

  • Smaak; suiker smaakt zout, keukenzout smaakt zout

  • Brandbaarheid; benzine is brandbaar, water niet



Stoffen kunnen gevaarlijk zijn als je ze bijvoorbeeld:




  • Inademt

  • Inslikt

  • Op je kleren, op je huid of in je ogen krijgt

  • Bij vuur houdt

  • Met een andere stof mengt



Als je veilig aan een stof wil ruiken, wuif je voorzichtig met je hand boven het flesje.



Als je stoffen opbergt, kun je ze niet zomaar allemaal bij elkaar zetten. Je verdeelt ze in groepen zoals; voedingsmiddelen, medicijnen, schoonmaakmiddelen en brandstoffen.



Gevarensymbolen zijn pictogrammen die op een verpakking staan (zie afbeelding).





Paragaaf 2: zuivere stoffen en mengsels



De meeste stoffen die je thuis hebt zijn mengsels. Soms zijn de ingrediënten zelf ook weer mengsels.



Stoffen die geen mengsel zijn noem je zuivere stoffen (voorbeeld is: kristalsuiker, zit alleen suiker in).



Stoffen bestaan uit hele kleine deeltjes, die deeltjes worden moleculen genoemd. Een zuivere stof bestaat uit 1 soort molecuul.



Als je suiker in de thee doet lost het opgegeven moment op. Het mengsel wat je dan krijgt noem je een oplossing. Water is hier het oplosmiddel, en de suiker de opgeloste stof. De moleculen van het oplosmiddel verspreidt zich in de moleculen van het oplosmiddel.         



Verf bijv. is geen oplossing, maar een suspensie: een vloeistof waarin fijnverdeeld poeder zweeft. Als er op de verpakking ‘schudden voor gebruik’ of ‘roeren voor gebruikt’ staat, is het waarschijnlijk een suspensie. 



Je gebruikt heet water om de geur- en smaakstoffen uit bijv. koffie te halen. Dit noem je extraheren. Om het koffiedik (‘koffieprut’) te verwijderen, gebruik je een filter. De koffie noem je het filtraat en het koffiedik het residu.



Paragaaf 3: massa en volume



Met weegschaal kun je de massa berekenen van een hoeveelheid stof. De massa is een maat voor de hoeveelheid stof: 2x zoveel massa is 2 zoveel stof enz. De eenheid van de massa is kg. Je zegt dat de grootheid van de massa wordt gemeten in de eenheid kg.



Belangrijk:




  • 1 t = 1000 kg

  • 1 kg = 1000 g

  • 1 g = 1000 mg



Met een maatcilinder kun je het volume van een hoeveelheid stof bepalen. Je vindt het volume meestal in ml.





Belangrijk:




  • 1L = 1 dm³

  • 1ml = 1cm³

  • 1 m² = 1000 dm³ = 1000 L

  • 1 dm³ = 1000 cm³ = 1L

  • 1 cm³ = 1 ml



Volume van rechthoekig voorwerp= lengte x breedte x hoogte (V = l x b x h)



Volume van cilinder = pi x straal x straal x hoogte (V = π x r² x h)



Volume van voorwerpen met onregelmatige vorm kun je bepalen met de onderdompelmethode die werkt zo:




  1. Vul een maatcilinder tot een bepaalde hoogte met water

  2. Lees de stand van het water af. Dit noem je de beginstand.

  3. Laat het voorwerp voorzichtig in het water zakken. Het voorwerp moet helemaal onder water komen.

  4. Lees opnieuw de stand van het water af. Dit noem je de eindstand.

  5. Reken uit: eindstand – beginstand. Dit is het volume van het voorwerp.





Paragaaf 4: dichtheid



Om aan te geven hoe zwaar een stof is gebruik je het begrip dichtheid. De dichtheid van een stof is het aantal gram per cm? van die stof. Dichtheid is een stofeigenschap: elke stof heeft zijn eigen dichtheid.



In plaats van dat je zegt: staal is zwaarder dan aluminium zeg je staal heeft een grotere dichtheid dan aluminium.



Hoe bepaal je de dichtheid van een stof?




  1. Neem een voorwerp of een hoeveelheid van die stof

  2. Bepaal de massa en het volume

  3. Deel de massa van het volume

  4. Je hebt dan de hoeveelheid gram per cm?

  5. Denk bij je antwoord aan de eenheid

  6. Je kunt de dichtheid van een stof berekenen door:



Dichtheid is massa : volume (p = m : v) 


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.