§ 1: Overal is NaSK

Verschil tussen natuur- en scheikunde: Natuurkunde gaat over de dingen om je heen begrijpen, en bij scheikunde onderzoek je verschillende stoffen en materialen en kijk je hoe deze stoffen veranderen kunnen.                                                                                                                                        Onderwerpen uit de natuur- en scheikunde: Licht, geluid, elektriciteit, bewegingen, warmte, kracht, materiaaleigenschappen, straling, verbranding en stoffen.

§ 2: Ontdekkingen

Bekende natuur- en scheikundigen zijn: Isaac Newton, Albert Einstein, Dmitri Mendelejev en Alfred Nobel.                                                                                                                                                                               Verband natuur- en scheikundigen en techniek: Natuur- en scheikundigen doen ontdekkingen en zoeken daarvoor een verklaring. Bij techniek worden aan de hand van die ontdekkingen uitvindingen gedaan. Bijvoorbeeld: de natuurkundigen onderzoeken de werking van elektriciteit. De techniek maakt met deze elektriciteit weer allemaal elektrische producten en machines.                                                                                                                       Verschil natuur- en scheikundigen vroeger en nu: vroeger gebruikten natuur- en scheikundigen geen theorieën of experimenten, om de werking van hun uitvindingen te begrijpen, ze merkten gewoon dat het werkte, maar zochten niet naar een logische verklaring. Nu is het belangrijk dat de theorieën kloppen met de metingen en experimenten die uitgevoerd zijn.

§ 3: Meten is weten

Grootheid*

Afkorting grootheid

Standaardeenheid

Afkorting eenheid

Lengte

l [el]

Meter

m

Massa

m

Kilogram

kg

Temperatuur

T

Kelvin (voor ons Celsius)

K  (°C)

Tijd

t

Seconde

s

Stroomsterkte

I [ie]

Ampère

A

Een lengte kun je schatten, maar wanneer je precies wilt weten hoelang iets is, moet je meten met een meetinstrument (liniaal, rolmaat, micrometer…). Er zijn afspraken gemaakt over maten die gebruikt worden, die noem je de standaardeenheden.                                  

*Grootheid is: eigenschap die je kunt meten (lengte, gewicht, tijd…)

Je hebt digitale en analoge meetinstrumenten. Digitaal heeft een display met cijfers, en analoog een schaalverdeling (reeks getallen bij streepjes) met een pijltje.                                                                         Het schaaldeel van een meetinstrument is de kleinste waarde die je erop kan aflezen. Het bereik van een meetinstrument is hoever de schaalverdeling loopt. Bijv. bij een liniaal is dit meestal 0 tot 30 cm.                                                                                                                                 Verschil nauwkeurigheid bij NaSK en Wiskunde: Bij wiskunde is alles nauwkeurig. Schrijf je op dat iets 2,0 centimeter is, betekent dit ook echt 2,000 centimeter. Bij NaSK kan 2,0 centimeter tussen de 1,9995 en de 2,0005 liggen. Metingen zijn namelijk bijna nooit helemaal precies. Bij iedere meting is er meetnauwkeurigheid. Onnauwkeurigheden werken door in het eindresultaat. Nauwkeuriger dan geodriehoek zijn bijv. een schuifmaat (0,01 mm nauwkeurig), of een micrometer (0,001 mm nauwkeurig).

§ 4: Experimenteren en onderzoeken

Verschijnsel waarnemen = Als je iets opvalt, waarvan je de werking wilt weten

Vraag stellen = Je stelt vragen over het verschijnsel

Onderzoek doen=je gaat experimenteren om de werking te vinden

Antwoord vastleggen=Je trekt een conclusie uit wat je hebt onderzocht

Experiment uitwerken:

  1. Algemene gegevens (naam, klas, titel proef…)
  2. Inleiding en onderzoeksvraag
  3. Materialen en opstelling
  4. Werkwijze
  5. Resultaten
  6. Conclusie

Veiligheidsregels voor experimenten:

  1. Labjas aan en bril op tegen vloeistoffen en vuur
  2. Haren in staart, kettingen of sjaals af tegen hangen in vloeistof
  3. Nette, opgeruimde werkplek. Geknoeid? Meteen opruimen
  4. Netjes, rustig en veilig werken dus niet door klas rennen
  5. Docent of TOA waarschuwen als het misgaat of je twijfelt of het goed gaat

Grafiek tekenen

  1. Teken assenstelsel
  2. Zet bij assen wat je meet, en met pijltje in welke richting het toeneemt
  3. Maak regelmatige schaalverdeling (max. 6 getallen per as!)
  4. Zet de gegevens uit tabel in het diagram (met puntjes)

Verschil met wiskunde: Bij wiskunde moet de lijn precies door alle punten heen gaan, omdat het is berekend. Bij natuurkunde hoeft dit niet precies, omdat het is gemete

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Kimm

Kimm

Het is afstand. Dus geen lengte. Het is dan als grootheid s. Van het Engelse space. Voor de rest is ie wel goed

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Je bent hypothese vergeten bij onderzoeksverslag maar verder was het heel kort en krachtig

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

ik had deze samenvatting nodig want alle teksten in mn boek zijn te lang thnx ps een hele fijne samenvatting om te lezen super goed gedaan

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Heeej ik vind het een top samenvatting maar klopt dat schematje nou wel of niet?

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Selma

Selma

SUPER HANDIG! Precies de info die ik nodig ben! :)

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Goeie samenvatting maar als je ook een paar opdrachten deed was ie perfecto!

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

E.

E.

Het klopt niet dat 2,0 1,9995 tot 2,005 is, dat moet 1,95 en 2,05 zijn. En het is een samenvatting van de opdrachten niet van de tekst.

3 jaar geleden

Antwoorden

A.

A.

echt niet. Hij heeft het gewoon goed. Ik weet niet ik welke wereld jij leeft, maar hij heeft et goed

3 jaar geleden

gast

gast

K.

K.

super goed!

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast