Muziek

Termen en Begrippen

Module 1 Schakelen en Herhalen


♫ Motief
Het kortste melodisch en/of ritmisch gegeven, dat als bouwsteen dient voor een muzikale zin of voor een compositie. Het is open, niet afgerond en meestal goed herkenbaar.
♫ Motiefverwerking
Motieven kunnen worden herhaald, bijvoorbeeld op andere toonhoogten; motieven kunnen worden veranderd, bijvoorbeeld door variatie, motiefsplitsing, motiefkoppeling, verkorting en uitbreiding, vergroting en verkleining van het ritme, kreeftengang en omkering.
♫ Sequens
De onmiddellijke herhaling van een muzikaal gegeven op een hogere of lagere toon.

♫ Muzikale zin
Een muzikale eenheid van vaak acht maten, meestal te ontleden in voorzin en nazin met aan het eind een muzikale ontspanning (cadens, slot). Een muzikale zin wordt ook wel aangeduid als periode of volzin.
♫ Periodieke zinsbouw
Het samenstellen van muzikale zinnen door contrasterende motieven in een symmetrische structuur, bijvoorbeeld vier maten stijgend, vier maten dalend; voorzin met drieklanktonen, nazin in secondes.
♫ Liedvorm
Compositie opgebouwd uit muzikale zinnen.
Bijvoorbeeld: ééndelige liedvorm: A
tweedelige liedvorm: AB of AA
driedelige liedvorm: ABA of AAB of ABC enz.
De term heeft niet alleen betrekking op liederen, maar op alle overeenkomstig gebouwde vocale en instrumentale vormen.
Onderverdelingen worden aangegeven met a,b,c enz. Veranderde herhalingen met A' en B' enz.
♫ Samengestelde liedvorm
Composities waarin grotere delen zelf weer kleinere, afgeronde structuren vertonen.
♫ Bolero
Van oorsprong Spaanse dans in matig tempo en driekwartsmaat; vaak met zestienden in triolen.

♫ Song
Engels woord voor lied, meestal gebruikt in d betekenis van amusementslied. Kenmerken: vaak 32 maten, vaak AABA-vorm.
♫ Chorus
1. Refrein, na een voorafgaand verse.
2. Het akkoordenschema in zijn geheel.
3. Solo (op een akkoordenschema).
♫ Verse
Synoniem voor couplet; in lichte muziek ook aanduiding voor wat aan een chorus voorafgaat.
♫ Intro

♫ Bridge
Een combinatie van tekst en muziek in een song, anders dan een couplet en refrein, die maar één keer voorkomt.
♫ Ballad

♫ Fade-out

♫ Arrangement
Het herschrijven van een bepaalde compositie voor een andere dan de oorspronkelijke bezetting.
♫ Coverversie
Een bestaande song uitgevoerd in een andere sound.

♫ Refrein
Telkens herhaald hoofdthema dat minstens drie keer terug komt.
♫ Couplet
Gedeelte tussen het steeds terugkerende hoofdthema (refrein).
♫ Frans rondo
Rondo met als vorm: ABACADAE enzovoort (de lengte van deze reeks is niet relevant).
♫ Weens rondo
Rondo met als vorm: ABACABA
♫ Bourdon
Een begeleidingsfiguur bestaande uiteen lang aangehouden samenklank van een kwint (tonica en dominant) in de bas.
♫ Pizzicato
Getokkeld.
♫ Arco
Gestreken.
♫ Coda
Afsluitend gedeelte van een compositie.
♫ Da capo al fine
Vanaf het begin tot aan fine.
♫ Dal segno al fine
Vanaf het teken tot aan fine.

♫ Imitatie
Een compositietechniek waarbij ritmes, motieven of melodische fragmenten van de ene stem vrij kort daarna (of zelfs overlappend) in andere stemmen terugkomen.
♫ Canon
Meerstemmige compositie waarin de leidende stem door de andere stem(men) notengetrouw wordt geïmiteerd; meestal wordt een canon eenstemmig genoteerd, voorzien van den aanduiding hoe achtereenvolgens te beginnen. Die ‘regel’ voor het imiteren geeft de letterlijke betekenis van het woord canon aan.
♫ Fuga
1. Meerstemmige imitatorische compositietechniek waarbij een thema achtereenvolgens in de verschillende stemmen terugkeet volgens vaste tonale ordeningspatronen (tonica-dominant-tonica-dominant) in de zogenaamde expositie. Tijdens de doorwerking ondergaat het thema dan allerlei andere polyfone bewerkingen.
Het kan gedeeltelijk herhaald worden, al dan niet verkleind of vergroot, of moduleren naar verwanten toonsoorten. In het slotgedeelte van een fuga treft men vaak een orgelpunt aan en een stretto (een overlappende themaherhaling in de verschillende stemmen).
2. Compositie op basis van de techniek als in 1 beschreven.
♫ Thema
Een afgerond melodisch gegeven dat als bouwsteen dient voor een compositie. Het is langer dan een motief, bijvoorbeeld acht maten en meestal melodisch opvallend. Een thema kan uit meerdere zinnen bestaan. Een thema eindigt meestal met een cadens.
♫ Orgelpunt
Een begeleidingsfiguur bestaande uit een lang aangehouden of steeds herhaalde toon in de bas.
♫ Scat vocal
Een manier van instrumentaal zingen op betekenisloze lettergrepen.


Module 2 Muziek en Dans

♫ Estampie
Dans(lied), heeft vaak een refrein.
♫ Pavane
Statig geschreden dans uit de 16e eeuw met tweedelig ritme en matig snel tempo.
♫ Gaillarde
Levendige springdans uit de 16e eeuw met driedelig ritme en snel tempo. Volgt vaak op Pavane met dezelfde melodie.
♫ Instrumentale kwartetten
Combinatie met vier instrumenten (Sopraan, Alt, Tenor, Bas).
♫ Articulatie
De manier waarop elkaar opeenvolgende tonen val dan niet verbonden worden.
♫ Frasering
Het door middel van articulatie doen uitkomen van de muzikale zinnen of zinsdelen.
♫ Staccato
Kort, alle tonen los van elkaar, aangegeven met een punt onder of boven de noot.
♫ Legato
Gebonden, aangegeven met een boog onder of boven de noten.
♫ Portato
Bijna gebonden, aangegeven met een streepje onder of boven de noot of met een boog en een punt.

♫ Suite
Compositie bestaande uit tenminste vier korte, instrumentale stukken. Drie soorten:
1. De Baroksuite: vooral dansen
2. De Romantische suite: vooral korte, programmatische stukken
3. De suite samengesteld uit ballet-, film- of toneelmuziek
♫ Allemande
Van oorsprong Duitse, rustig geschreden dans met matig tempo in twee- of vierkwartsmaat. Vaak met en gevoelige, beweeglijke melodie. De allemande was de openingsdans van de 17e en 18e eeuwse suite.
♫ Courante
Van oorsprong Franse, matig snelle dans, vaak afwisselend in drietweeden- en zeskwartsmaat; tweede dans van de baroksuite.
♫ Sarabande
Van oorsprong Spaanse dans, in langzaam tempo; driedelige maatsoort; vaak met lange noot op de tweede tel; derde dans van de baroksuite.
♫ Gique
Van oorsprong Ierse dans; snel tot zeer snel tempo; zesachstenmaat; vaak imitatorisch; laatste deel van de baroksuite.
♫ Gavotte
Van oorsprong Bretonse, niet te snelle dans in tweetweedenmaat meteen opmaat van twee kwarten; komt vaak voor in de baroksuite.
♫ Bourree
Van oorsprong een snelle reidans uit de Auvergne met een tweedelige maatsoort; komt vaak voor in de baroksuite.
♫ Italiaanse ouverture
Instrumentaal openingsstuk van cantate, oratorium, opera of suite. Later ook: zelfstandige compositie, bestaande uit drie delen met als temposchema: snel, langzaam, snel.
♫ Franse ouverture
Als Italiaanse ouverture, maar met temposchema: langzaam, snel, langzaam.
♫ Largo
Breed
♫ Adagio
Langzaam, behoedzaam
♫ Lento
Langzaam
♫ Grave
Ernstig, zwaar
♫ Andante
Gaande
♫ Moderato
Matig
♫ Allegro
Snel
♫ Presto
Zeer snel
♫ Homofonie
Meerstemmigheid, waarbij één van de stemmen de melodie voert, terwijl de andere een begeleidende, opvullende functie hebben.
♫ Polyfonie
Meerstemmigheid, waarbij alle stemmen een zelfstandige melodische betekenis hebben.
♫ Triosonate
Een compositie met drie instrumenten (2 + 1 begeleidende)
♫ Menuet
Van oorsprong Franse reidans; matig tempo; driekwartsmaat; karakteristiek zijn het zware accent op de eerste tel en de slepende tweede en derde tel.
♫ Trio
Combinatie van drie instrumenten.
♫ Strijkorkest
Een orkest van strijkinstrumenten.
♫ Mazurka
Van oorsprong Poolse springdans in matig tot zeer snel tempo en driedelige maatsoort; vaak gepuncteerd ritme en accenten op een andere dan de eerste tel.
♫ Polonaise
Van oorsprong Poolse dans met langzaam tempo; sinds de zestiende eeuw in tweekwartsmaat, vanaf de achttiende eeuw driekwartsmaat. Het ritme is afwisselend in zestienden en groepen achtsten.
♫ Wals
Van Oorsprong Oostenrijkse draaidans met snel tempo; driekwartsmaat; karakteristiek zijn het zware accent op de eerste tel en de slepende tweede en derde tel.
♫ Fermate
Een verlenging van een noot of een rust, naar keuze van de uitvoerenden.
♫ Tutti
Allen
♫ pp
Pianissimo = zeer zacht
♫ p
Piano = zacht
♫ mp
Mezzo piano = matig zacht
♫ mf
Mezzo forte = matig sterk
♫ f
Forte = sterk
♫ ff
Fortissimo = zeer sterk
♫ sf
Sforzando = sterk inzetten en onmiddellijk daarna zachter worden.
♫ Tango
Van oorsprong Argentijnse dans vol plotselinge bewegingen. Langzaam tempo; tweedelige maatsoort; veel lichte syncopen.
♫ Rumba
Van oorsprong Cubaanse dans; matig snel tempo; tweedelige maatsoort; veel sterk syncopische ritmes; vooral door accenten op de eerste, vierde en zevende achtste van een vierkwartsmaat.
♫ Blue note
Te laag geïntoneerde toon, meestal de terts.


Module 3
Muziek bij een verhaal


♫ Mis
De voornaamste handeling van de Katholieke eredienst, daar zij de herhaling en herdenking is van het Kruisoffer, volgens Christus' gebod en voorbeeld in het Laatste Avondmaal. In de gezongen Mis vormt de muziek een belangrijk onderdeel.
♫ Ordinarium
De vaste gezangen van een mis. Deze teksten komen in iedere mis voor: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus (met Benedictus) en Agnus Dei.
♫ Proprium
De wisselende gezangen van een mis. Iedere dag en ieder kerkelijk feest heeft eigen teksten voor Introitus, Graduale, Tractus, Alleluja, Offertorium en Communio.
♫ Requiem
Dodenmis in de katholieke eredienst. De naam is ontleend aan de openingswoorden van het Introitus: 'Requiem aeternam dona eis, Domine' (Heer, geef hun eeuwige rust).
♫ A capella
Vocale uitvoering zonder begeleiding.
♫ Close harmony
Een samenklankopbouw waarbij de tonen zo dicht mogelijk bij elkaar liggen.
♫ Crescendo
Geleidelijk sterker worden.
♫ Decrescendo
Geleidelijk zachter worden.
♫ Diminuendo
Geleidelijk zachter worden.

♫ Opera
Muzikaal drama voor zangstemmen en orkest; de muziek vervult een rol bij het schetsen van het verloop van de handeling en het weergeven van stemmingen en emoties die daarmee samenhangen.
Onderdelen: de ouverture(sinfonia), recitatieven, aria's, koren, balletten, instrumentale intermezzi, duetten, terzetten enz.
De opera is bedoeld voor scenische uitvoeringen.
♫ Operette
Lichte opera uit de tweede helft van de negentiende eeuw; vooral gesproken dialogen en veel modieuze dansen (cancan, wals, polka, galop) en marsen; in een operette loopt het verhaal voor de hoofdpersonen meestal gelukkig af.
♫ Oratorium
Grote, meerdelige vocaal-instrumentale compositie op een meestal religieuze tekst. Onderdelen: ouverture(sinfonia), recitatieven, aria's, koren en instrumenten.
♫ Cantate
Meerdelige, vocaal-instrumentale compositie, minder lang dan een oratorium. Meestal is de tekst religieus. Onderdelen: sinfonia's, recitatieven, aria's, koralen en koren.
♫ Passie
Grote, meerdelige vocaal-instrumentale compositie met als tekst het lijdensverhaal van Jezus. Bij de onderdelen komen ook koralen voor.
♫ Recitatief
Een onderdeel van grotere vocale vormen waarin de solist een verhaal vertelt. De muziek is syllabische en de melodie is sober, met weinig toonverschillen en veel kleine intervallen. De begeleiding bestaat slechts uit ondersteunende harmonieën op de belangrijkste woorden.
♫ Recitatief secco
Recitatief met als begeleiding slechts een continuo; sobere uitwerking in enkele akkoorden.
♫ Recitatief accompagnato
Recitatief op basis van een rijker uitgewerkte begeleiding die door orkest gespeeld wordt. Meestal heeft de muziek ook een grotere melodische zelfstandigheid.
♫ Aria
Een onderdeel van grotere vocale vormen voor solostem met orkestbegeleiding; vaak melodische zeer rijk, melismatische en virtuoos. De tekst bevat veel herhalingen en is ondergeschikt aan de muziek.
Komt ook voor als zelfstandige compositie.
♫ Obligaat
Verplicht.
♫ Sopraan
Hoogste vrouwenstem.
♫ Mezzosopraan
Middelhoge vrouwenstem (zit tussen sopraan en alt in).
♫ Alt
Laagste vrouwenstem.
♫ Tenor
Hoogste mannenstem.
♫ Bariton
Middelhoge mannenstem (zit tussen tenor en bas in).
♫ Bas
Laagste mannenstem.
♫ Unisono
Eenstemmig: alle desbetreffende instrumenten spelen tegelijk dezelfde melodie.

♫ Musical
Muziekdramatische werk uit de twintigste eeuw op Engelse tekst, bedoeld als amusement, soms enigszins geëngageerd. Veelal op basis van populaire dansritmen.
♫ Soundtrack
Muziek van de geluidsband van een film.

♫ Volkslied
Muziek op een tekst in de volkstaal, vaak mondeling overgeleverd en derhalve met veel varianten, door amateurs te zingen. Veel volksliederen wortelen in de historie van een volk en ontstonden en/of functioneerden in een gemeenschap. Kenmerken: eenvoudige structuur, kleine omvang, gemakkelijk te onthouden, per zin gemakkelijk te zingen, ritmisch en melodisch eenvoudig.
♫ Protestlied
Liederen waarin de onvrede met bestaande (wan)toestanden tot uitdrukking gebracht wordt.
♫ Blues
Liederen van Amerikaanse negers, vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. De inhoud is meestal droevig berustend, later ook protesterend; gezongen met gitaarbegeleiding op een vast, meestal twaalfmatig bluesschema.
♫ Danslied
Een lied waar goed op gedanst kan worden.
♫ Hymne
Loflied, gecomponeerd op een metrische, meestal rijmende religieuze tekst.
♫ Coupletlied
Lied dat voor ieder vers dezelfde muziek heeft.
♫ Gevarieerd coupletlied
Lied waarvan de coupletten variaties bevatten op het eerste couplet.
♫ Doorgecomponeerd lied
Lied waarvan ieder couplet nieuwe muziek laat horen.
♫ Orkestlied
Lied met orkestbegeleiding.

♫ Interpretatie
De manier waarop de kunstenaar gestalte geeft aan de uitvoering van een kunstwerk.

♫ Meno
Minder.
♫ Piu
Een beetje.
♫ Poco
Een beetje.
♫ Mosso
Beweeglijk.
♫ Accelerando
Versnellen.
♫ Ritenuto
Plotseling vertragen.
♫ Generale pauze
Algemene pauze; voor het gehele orkest.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Wilma, prachtige samenvatting, mar, heb je ook een samenvatting van de termen en begrippen van hoofdstuk 4 en 5 van Muziek op Maat?

ik zou het eruhg fijn vinden als je het ff mailde.

alvast bedankt,

rups

15 jaar geleden

Antwoorden

B.

B.

nee

4 jaar geleden

gast

gast

M.

M.

héél goed, ik heb morgen een toets muziek over module 1 en ik heb er heel aan.. dank je!!!!

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

hallo wilma!
Dank je wel voor je samenvatting! Het bespaarde me heel veel werk!
x
Mendel

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast