ADVERTENTIE
Voorkom examenstress! Stress?! De examens staan bijna voor de deur, gelukkig helpt Examenbundel jou met meer dan alleen oefenen. Volg reporter Marvin van Examenbundel.nl voor meer examentips! Wil je nog flink oefenen? Bestel dan de bundel en onze nieuwe flashcards! #geenexamenstress

Meer info!

Hoofdstuk 7: Jazz

Inleiding:

Jazzmuziek is een mengeling van twee muziekculturen, de blanke cultuur komt mee uit Europa en de zwarte komt mee door de slaven uit Afrika. Je hebt veel verschillende soorten jazz, maar er zijn een aantal kenmerken die al deze soorten bevatten:

  • Swing: Jazz is dansmuziek en moet dus swingen. Om dit

te creëren spelen de muzikanten achtste noten niet even lang.

Om het nog meer swing te maken gebruiken ze veel syncopen.

  • Improvisatie: Er is maar een deel op papier neergezet, de rest wordt bedacht. Daardoor is een jazznummer nooit twee keer hetzelfde.
  • Jazz instrumentarium: Jazz  heeft bepaalde instrumenten in de band zitten. Een ritmesectie en solo-instrumenten. Dit zijn: de drums, een (akoestische) bas voor de ritmesectie waaraan nog eventueel piano en gitaar kan worden toegevoegd. De solo-instrumenten bestaan meestal uit een trompet of saxofoon.

7.1 Jazz: blues en ragtime

Blues is een uitlaatklep voor de slaven in zuid-Amerika. Blues is een somber van toon, de zanger vertelt met zijn gitaar over zijn ellendige leven door middel van call-and-response. Vaak wordt er in blues met een valse toon gezongen, deze heet een blue note. Deze stijl van zingen wordt dirty intonation genoemd. Hij zit dan tussen een grote en kleine terts.

Ragtime is ook belangrijk voor deze muziek, het zorgt voor een swingend ritme op de piano. De linkerhand speelt zware akkoorden en bastonen terwijl de rechterhand een opgewerkte melodie speelt die steeds na de tel van de akkoorden worden gespeeld. Dit ontwikkelt dan de ‘verscheurde tijd´, wat ragtime betekent. Ragtime is een succesvolle mix van Afrikaanse en Europese muziek.

Afrikaans: Polyritmiek: dit wil zeggen dat er sprake is van verschillende ritmische lagen die los van elkaar staan.

Europees: Het gebruik van rijke akkoorden en het vormbesef, het is echt een liedje met vorm.

7.2 Jazz: New Orleans en Chicago

Jazz is geboren in New Orleans. Er wonen allerlei culturen daar en ze gaan goed samen. Er zijn veel bandjes op straat te vinden. Vaak zijn het zwarte of creoolse bandjes die de volgende bezetting hebben: Klarinet, trompet, trombone, akoestische bas en drums. Hier kreeg dus de jazzinstrumentatie al vorm. In de muziek van deze bandjes zitten al veel syncopische ritmes van ragtime en swing. Ook blues is hier terug te vinden want alle blaasinstrumenten spelen tegelijk een improvisatie, dit wordt collectieve improvisatie genoemd. Het klinkt als een rommeltje maar dat betekent ‘jazz’ ook. Deze oudste jazzstijl heet New Orleansjazz.

Rond 1920 komt jazz aan in Chicago. Daar valt voor de muzikanten uit New Orleans meer te verdienen. Het grote verschil met de New Orleansjazz is dat hier er geen sprake meer is van collectieve improvisatie maar dat er één solist is die improviseert. De solist krijgt dus de hoofdrol. De manier van improviseren gaat verder dan de polyritmiek van de oude jazzmuziek. Er worden veel antimetrische figuren gespeeld (triolen, kwintolen etc.). Louis Armstrong introduceert ook het scatzingen, dit is eigenlijk onzin zingen dingen als Doobahdoo.

7.3 Jazz: swing

Jazz breekt ook commercieel door in de jaren ’30. Een bigband bestaat uit drie secties:

De muziek is bedoelt om te dansen, en is uitgeschreven voor zo’n grote groep. Natuurlijk zijn er nog wel solisten maar dit is dan meestal de beste uit de band. De begeleiding wordt vaak strak begeleid door de pianist. Omdat het bedoeld is om te dansen wordt het swing genoemd.

Duke Ellington introduceert dempers, glissando. Dit wordt ook in de partituur opgeschreven. Hij voegt ook meer tonen toe aan akkoorden zodat het mogelijk is meer te variëren.

7.4 Jazz in musical en concertzaal

Door het commerciële succes van de voorgaande bigbands komt er een jazz-rage. Jazzorkesten halen de ruige randjes van de muziek en leggen meer de nadruk op de zanger(es). Er wordt bijna niet meer geïmproviseerd. Frank Sinatra is een bekende zanger op dit front.

Ook de musicalindustrie ziet hier winst uit te halen en zij nemen allemaal jazzmuziek over in hun shows. Deze goede songs worden jazzstandards genoemd: uitgangspunt voor bewerkingen en improvisaties.

7.5 Jazz: moderne jazz

Swing is na de tweede wereldoorlog een beetje afgezwakt qua populariteit. Terwijl de grote bigbands nog steeds licht swingende jazz spelen in grote zalen vinden jonge zwarte jazzmuzikanten dat het ‘nepjazz’ is want jazz moet wild en vernieuwend zijn. Zij spelen een nieuwe soort jazz. Bebop deze soort bevat de bezetting van de oude jazzbandjes in Chicago. Het is een razendsnelle jazzstijl die weer uitpuilt van de improvisaties. Beboppers spelen in plaats van swing en syncopen een onafgebroken lijn van achtste noren met rusten, accenten of watervlugge loopjes er tussen door.

Het verschil tussen bebop en swing is de begeleiding. De ritmesectie verandert, het basisritme wordt gespeeld op de bekken in plaats van de bass drum. Hierdoor wordt de drummer vrijer. De bassist speelt niet meer alleen bastonen maar een doorgaande baslijn in kwartnoten die bijdraagt aan het karakter van de muziek. Dit wordt een lopende bas genoemd. De pianist of gitarist speelt complexe akkoorden met her en der wat toevoegingen. De vorm van een liedje is erg eenvoudig, eerst spelen zij een bestaand stuk waarnaar iedere solist een stukje improviseert.

Bebop heeft een hoog energieniveau dat jazz weer vernieuwend maakt. In de jaren ’50 worden er weer allerlei variaties gevonden op bebop. Er is geen hoofd hoofdlijn meer, jazz is vertakt in allemaal kleine stroompjes. MilesDaves vond cooljazz uit. Deze stroom is minder druk dan bebop, maar  mooi verzorgd en relaxed. Freejazz ontstaat nadat er gelijkheid en vrijheid ontstaat in de VS. Vrijheid is voor de zwarte bevolking ontiegelijk belangrijk, deze stroom is niet los te zien van zijn politieke afkomst. Bij deze stroom zijn er geen regels. Helemaal vrij dus.

7.6 Jazz: fusion en latinjazz

Om jazz weer een beetje populair te maken gaan mensen proberen het te mengen met rockmuziek. Deze stijl heet fusion. In de jaren ’70 slagen ze hierin en wordt het weer razend populair. Alle jazz fusion is een mengeling van Afrikaans en Europees. Het grootste verschil is dat het meer elektrisch is, zoals elektrische gitaar en bas, maar ook elektrische piano en synthesizers. Het oude swingritme is ingewisseld voor strakke achtste noten, zoals in rock.

Latinjazz is jazz met een toevoeging vanuit Zuid-Amerika, dansen zoals de samba, de mambo en de salsa. ‘Afro-cubaanse muziek’ wordt het genoemd door de Cubaanse muzikanten. Vooral het slagwerk wordt enorm uitgebreid met conga’s, koebel, claves, macaras en marima.

7.7 Jazz nu

Hedendaagse jazz heeft nog steeds veel stromingen, bands die jazz zoals de eerste stijl spelen bijvoorbeeld. De oude jazzstukken zijn vooral inspiratie voor de hedendaagse jazzmuzikanten. Maar tegenwoordig is de jazz geen jazz meer want er is geen swingritme meer en geen improvisatie. Jazz is gemengd met funk, dance en hiphop dit is eigenlijk ook een fusion dus.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.