Hoofdstuk 9 t/m 16

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 2902 woorden
  • 7 januari 2004
  • 49 keer beoordeeld
Cijfer 5.1
49 keer beoordeeld

Samenvatting m&o hoofdstuk 9: 9.2 balans: dit is een overzicht van de bezittingen, de schulden en het EV van een onderneming op één bepaald moment
activa of kapitaalgoederen: zo noemt men de dingen op de debetzijde (links) van de
balans
delen we in drie groepen in: - vaste activa: deze producten gaan meer dan één productieproces mee - vlottende activa: deze producten gaan maar één productieproces mee - liquide middelen: middelen waarmee betaald kan worden passiva of schulden - vermogen : zo noemt men de dingen die op de creditzijde (rechts) van de balans staan
liquide middelen: de onderneming kan alleen maar betalen met kasgeld en banktegoeden die middelen noemen we dus liquide middelen

dingen op de balans: debetzijde: - inventaris: hulpmiddelen in de onderneming: meubilaire, computers, kassa’s - debiteuren: klanten die de gekochte goederen niet direct betalen, staat aan de debetzijde omdat de onderneming een vordering op hen heeft, er is sprake van een ‘verstrekt leverancierskrediet’ - machines: kapitaalgoederen waarmee de producten voortgebracht kunnen worden
creditzijde: - 8 % hypothecaire lening: elk jaar moet 8% interest betaald worden, meestal achteraf betaald, als onderpand het gebouw - te betalen belastingen: vb. onroerend zakenbelasting voor het gebouw, de BTW die zijn bij klanten in rekening brengen moet ze doorgeven aan de belastingdienst - te betalen interest: dit rekenen we uit d.m.v. de interestformule (per jaar) I = K x P X T C - crediteuren: hiermee worden de leveranciers bedoelt die nog geld moeten ontvangen voor de geleverde goederen, er is sprake van ‘ontvangen leverancierskrediet ’ - rekening courant krediet: het bedrag dat je rood staan op je bank rekening
o kredietplafond: max. bedrag dat je rood mag staan
de balans (debet – en creditzijde) moeten altijd in evenwicht zijn 9.3 doornemen wat en hoe iets veranderd op de balans 9.4 resultatenrekening of winst – en verliesrekening: alle kosten en opbrengsten op een overzichtelijke en afzonderlijke manier weergegeven, gaat over een bepaalde periode is dus geen moment opname
paginavorm: de opbrengsten en kosten boven elkaar weergegeven
scontrovorm: de opbrengsten en kosten naast elkaar weergeven 9.5 bij de balans, voorraadgrootheden: de balansposten die op een bepaald moment een situatie weergeven

bij de v/w, stroomgrootheden: zo noem je de posten op een resultatenrekening, omdat ze betrekking hebben op een bepaalde periode Samenvatting m&o hoofdstuk10: 10.1 transitorische posten: dingen zoals vooruit betaalde bedragen e.d op de balans en resultatenrekening 10.2 permanentie: hiervan spreken we als een onderneming meerdere malen per jaar een balans en resultatenrekening opstelt, de onderneming is dan namelijk permanent op de hoogte van de stand van zaken
4kenmerkende balansposten op de balans: debet balans credit vooruitbetaalde bedragen l vooruit ontvangen bedragen
nog te ontvangen bedragen l nog te betalen bedragen l
dit zijn dus de 4transitorische posten die we kunnen vertellen in twee groepen: - uitstelposten: hiervan spreken we als de kosten (opbrengsten) vooruit worden betaald (ontvangen), de kosten worden dus uitgesteld dus de vooruitbetaalde bedragen & vooruitontvangen bedragen - anticipatieposten: hiervan spreken we als de kosten (opbrengsten) achteraf worden betaald (ontvangen), bij boekingen wordt dus vooruit gelopen op de latere betaling, de betaling vind plaats nadat de periode afgelopen is, dus bij nog te betalen bedragen & nog te ontvangen bedragen
toelichting: - vooruitbetaalde bedragen: uitstelpost, betaling vooraf gaat aan de boeking van de kosten - vooruit ontvangen bedragen: uitstelpost, ontvangst vooraf aan de boeking van de opbrengst - nog te betalen bedragen: anticipatiepost, betaling vind plaats nadat de kosten geboekt zijn - nog te ontvangen bedragen: anticipatiepost, ontvangst plaatsvindt nadat de opbrengst geboekt is
10.3 de voorbeelden van de uitstelpost goed oefenen 10.4 de voorbeelden van de anticipatieposten goed oefenen
de interest wordt meestal één of twee keer er jaar betaald worden
B> Samenvatting m&o hoofdstuk 11: Nee - verkopen aan klanten -> kost je klanten
Voorraadrisico’s: - diefstal – brand - bederf - prijsdaling - uit de mode raken van artikelen
over welke voorraad loopt een onderneming prijsrisico? - technische voorraad: werkelijk in bedrijf aanwezig & d.m.v. tellen te bepalen - economische voorraad: voorraad waarover onderneming prijsrisico loopt
prijsrisico: loopt vanaf dat een onderneming de goederen gekocht heeft

welke prijs voor de goederen op de balans?! - fifo – systeem: firs in, first out (zie 11.3) - lifo - systeem: last in, first out (zie 11.4) - vaste verrekenprijs: schatting van de gem. inkoopprijs voor een komende periode
inkoopkosten: alle kosten die gemaakt zijn voordat het artikel binnen is
duurzame productiemiddelen: activa die meerdere jaren gebruikt kunnen worden, ze zijn gericht op de toekomst
nadelen: - interest kosten - onderhoudskosten - risico v prijsdaling - veroudering
installatiekosten: kosten die je maakt als je bijv. een computernetwerk aanschaft
overdrachtskosten: kosten die je maakt als je bijv een winkel overneemt -> overdrachtsbelastingen, kosten vd makelaar, notaris & kadaster (bijgehouden wie de eigenaar vd grond/ gebouw is) aanschafprijs: aanschafprijs + bijkomende kosten
afschrijven: in de boekhouding tot uitdrukking brengen vd waardevermindering van duurzame productiemiddelen

grootte vd afschrijvingen afhankelijk van: - waarde vh duurzame productiemiddel - levensduur - restwaarde - gebruik
restwaarde: geschatte verwachte opbrengst vh duurzame productiemiddel bij verkoop aan het einde vd levensduur
afschrijving per periode: A – R : n
A: aanschafprijs n: periode
R: restwaarde (lees alles ook nog goed!!!!) Samenvatting m&o hoofdstuk 12: verkoopprijs brutowinst verkoopprijs
inkoopprijs - alle kosten - kostprijs – brutowinst nettowinst nettowinst
omzetbelasting: BTW à belasting op de toegevoegde waarde
toegevoegde waarde: waarde die een bedrijf toevoegt aan de reeds bestaande waarde
BTW in Nederland: 17,5%, horeca & levensmiddelen 6%, export 0% Conclusies m.b.t BTW: · BTW bij inkoop à teruggevorderd vd belastingdienst · BTW bij verkoop à afgedragen aan de belastingdienst · BTW berekent over verkoopprijs à verminder met evt. kortingen · Consument betaald uiteindelijk omzetbelasting
verkoopprijs m.b.v. brutowinstopslag methode: inkoopprijs a

brutowinstopslag ….% van a b + verkoopprijs excl. omzetbelasting c
BTW 17,5% van c d + verkoopprijs incl. omzetbelasting e
verkoopprijs = inkoopprijs + (bijv. 40%) brutowinstopslag inkoopkosten
kosten v een onderneming: overheadkosten verkoopkosten algemene kosten
verkoopprijs m.b.v nettowinstopslag methode: geschatte inkoopprijs a
opslag voor inkoopkosten b + vaste verrekenprijs c
opslag voor overheadkosten …% van c d + kostprijs e
nettowinstopslag … % van e f + verkoopprijs excl. omzetbelasting g
omzetbelasting 17,5 % van g h + verkoopprijs incl. omzetbelasting
kostprijs: inkoopprijs + opslag voor overheadkosten
gerealiseerde verkoopresultaat: verschil tussen verkoopprijs (excl. omzetbelasting) en kostprijs
twee manieren gerealiseerde nettowinst te berekenen: 1. gerealiseerd verkoopresultaat +/- resultaten op inkopen, inkoopkosten & overheadkosten

2. omzet – werkelijke inkoopwaarde – werkelijke inkoopkosten – werkelijke overheadkosten
opslagpercentage inkoopkosten: verwachte kosten = …… aantal artikelen … berekenen als % vd inkoopprijs samenvatting m&o hoofdstuk 13: voorcalculatie: berust volledig op schattingen, je kunt aan de hand hiervan nagaan of er gedurende die periode of er grote afwijkingen ontstaan t.o.v de voorcalculatie à zo nodig kun je die oplossen
nacalculatie: werkelijkheid, verschil tussen voor – en nacalculatie kun je op die manier opsporen à rekening houden nieuwe voorcalculatie
omzet = afzet x verkoopprijs
afzet = aantal producten (zie schema blz. 202) brutowinstopslag methode bij nettowinst: (blz. 205) verwachte omzet verwachte brutowinst
verwachte inkoopw. vd omzet verwachte interestopbrengst + verwachte brutowinst “getal, uitkomst” verwachte bedrijfskosten – verwachte nettowinst
gerealiseerde budgetresultaat: resultaat op inkopen, inkoopkosten en overheadkosten
voor – en nacalculatie nettowinst bij nettowinstopslag methode: zie schema’s blz. 208 & 209

variabelle kosten: reageren ogenblikkelijk wanneer de afzet veranderd
variabelle kosten zijn recht evenredig als: de omzet in dezelfde mate als de afzet veranderd
constante kosten: reageren niet als de afzet veranderd, ze zullen veranderen als bv. de lonen stijgen o.i.d
omzet: afzet X verkoopprijs
inkoopwaarde: afzet X inkoopprijs – brutowinst
break – even afzet: aantal stuk waarbij er géén winst noch verlies gemaakt word
break – even omzet: break even afzet in guldens uitgedrukt
break – even omzet = break-even afzet X verkoopprijs
ingrediënten voor de break – even afzet: à verkoopprijs p stuk à variabelle kosten p stuk à totale constante kosten p periode
dekkingsbijdrage: verschil tussen verkoopprijs en variabelle grootheden

CK – lijn: constante kosten lijn
TK – lijn: totale kosten lijn
TO – lijn: totale opbrengsten lijn (voorbeeldopgave 13.14 & het schema op blz. 220) verkoopplan: hierin staan doelstellingen voor het komende jaar
bevat verwachte afzet en omzet vd verschillende producten vd onderneming Samenvatting m&o hoofdstuk 14: Interne balans: balans die enkel binnen een onderneming gebruikt wordt
Doelstelling is gewenste info zodat juiste beslissingen genomen kunnen worden
Externe balans: balans die bedoelt is voor bijv. de aandeelhouders
Doelstelling is aandeelhouders gerust stellen, sommige info verhullen
Fiscale balans: volledig afgestemd op de belastingdienst
Interne verslaggeving: activa & passiva staan onder elkaar à ze passen niet naast elkaar door de verdeling per kant, enkele toelichtingen: - materiële vaste activa: duurzame productiemiddelen: machines, inventaris, computers - immateriële vaste activa: bijv. goodwill: bedrag dat je bij t overnemen v een onderneming extra moet betalen boven de waarde die op de balans staat - financiële vaste activa: bijv. deelneming: aandelenbezit geeft zeggenschap in die onderneming aan terreinen: deze behoren tot vaste activa, maar staan er niet op. Op vaste activa wordt ‘af’ geschreven en op terreinen niet eerder ‘bij’ geschreven - vlottende activa: productiemiddelen die binnen één productieproces óf één productiejaar omgezet kunnen worden in liquide middelen (voorraden) - overlopende activa: transitorische posten die aan de debetzijde vd balans kunnen voorkomen onder de naam: Nog te betalen bedragen & vooruitbetaalde bedragen - liquide middelen: middelen waarmee je kunt betalen: Kas & Bank

permanent vermogen: EV van NV & BV, zij voorzien dit d.m.v uitgifte v aandelen
hebben ze nieuwe EV nodig dan gaan ze over tot plaatsing of emissie v aandelen à wil men meer info hierover weten dan kunnen ze de prospectus ophalen bij de bank
info in prospectus: - doel vd emissie à waar is t voor nodig - overzicht bedrijfsresultaten nú en in de toekomst - winstverdeling zoals de statuten - koers waartegen ze geplaatst worden - datum waarop stukken eigendom aandeelhouder en waarneer deze moet betalen
voordat onderneming aandelen kan uitgeven moeten deze gecreëerd worden, de kosten die daaraan verbonden zitten heten: emissiekosten
waarneer de onderneming ze bij t publiek gaat plaatsen zijn er drie mogelijkheden: 1. à pari: aandelen worden tegen de nom. waarde geplaatst, staat op aandeel vermeldt
2. boven pari: aandelen worden voor meer dan de nom. waarde geplaatst, toekomst vd onderneming ziet er rooskleurig uit
3. beneden pari: is in de wet VERBODEN, het mag ALLEEN wanneer de onderneming de aandelen aan de bank overdraagt min. koers is 94% LET OP: een balans is een momentopname à de balans is altijd in evenwicht
Het EV van een NV & BV bestaat ook uit: reserves en een winstsaldo

Reserve onderverdeeld naar bestaanswijze: (creditzijde vd balans) - winstreserve: ontstaan door inhouden winsten - agioreserve: ontstaan door t uitgeven v aandelen boven pari - herwaarderingsreserve: ontstaan door t opwaarderen v activa
winstreserves: - tantièmes: het overige deel vd winst gaan naar de directieleden, commissarissen - vennootschapsbelasting: 35% à 40% gaat naar de staat voor die belasting - dividend: aandeelhouders ontvangen een deel vd winst - winstreserve: overige deel wordt bewaard voor in de onderneming
o algemene reserves: kan voor verschillende doeleinde gebruikt worden
o wettelijke en statutaire reserve
o bestemmingsreserve: dit wordt achter de hand gehouden voor bijv. nieuwbouw
herwaarderingsreserve: ( debetzijde) de waardestijging van bijv. het gebouw gaat op rekening à balans
motieven voor reservevorming: - weerstandvermogen vergroten: om in tijden v verlies toch te blijven bestaan - vervangen Vreemd Vermogen door EV: wanneer een onderneming bedragen uit de winst reserveert en daarmee VV aflost, wordt VV EV à interestkosten dalen - dividend stabilisatie: als er winst is niet alles uitkeren, maar reserveren voor tijden dat er minder of geen winst gemaakt wordt, dan kan hij ook in die tijden dividend uitkeren - uitbreiding (al besproken) verdwijnen reserves: - geleden verliezen worden afgeboekte ten laste vd reserve - na een waardedaling worden activa geherwaardeerd - dividendreserve wordt te klein om alle dividenden uit te betalen - bonusaandelen: gratis aandelen voor de aandeelhouders
intrinsieke waarde: de waarde van de onderneming volgens balansgegevens

berekening op twee manieren: bezittingen intrinsieke waarde = eigen vermogen
schulden – intrinsieke waarde
balans
bezittingen I Eigen Vermogen I Schulden (vreemd vermogen) Eigen vermogen NV of BV bestaat uit deze bestandsdelen: Geplaatste aandelenkapitaal €…. Alle reserves €…. Winstsaldo €….. + Eigen Vermogen €……. Intrinsieke waarde kan je ook per aandeel bepalen Eigen Vermogen
Intrinsieke waarde per aandeel = aantal geplaatste aandelen
Koersvorming: hierbij speelt niet alleen de intrinsieke waarde per aandeel een rol, maar ook toekomstverwachtingen (nationaal en internationaal) Intrinsieke waarde bepaalt door balansgegevens
Beurskoers bepaalt door vraag naar en aanbod van aandelen vd betrokken NV Samenvatting m&o hoofdstuk 15: obligatielening: hiervan spreken we als we een lening opsplitsen in kleinere bedragen

vorm v Vreemd Vermogen
obligatie: bewijs van deelneming in een langlopende geldlening à staat NIET op naam
toegepast als het te lenen bedrag erg groot is
vaste interestvergoeding: net als bij een aflossing heeft de houder v een obligatie hier rechtop, het is een vast percentage per jaar
obligatie bestaat uit: - mantel: naam vd instelling die obligatie uitgegeven heeft, grootte vd obligatielening, nom. waarde vd obligatie - couponblad: 1 coupon vermeld internetbedrag, dag waarop interest betaald wordt
o tegen inlevering coupon ontvangt men interest à achteraf v een periode - talon: bevindt zich onderaan couponblad, tegen inlevering ontvang je nieuw couponblad
hoe kan men obligatielening aflossen: à in 1 keer aan t einde vd looptijd à in gedeeltes: per jaar een stukje, vind via een loting plaats à eigen obligaties inkopen
serie – obligatie: als de obligatielening in 13 termijnen afgelost wordt, wordt elk deel benoemd met een letter (A t/m M), mocht B dan geloot worden dan wordt vanaf dat moment over dat deel geen interest meer uitgekeerd. De houders laten m verzilveren. Instelling zal eerst beleggend publiek bereiken, deze vertrouwen niet alleen op advertentie zij kunnen prospectus opvragen deze bevat deze informatie: - verhouding EV & VV - resultaten verleden en verwachting toekomst - doel en grootte vd lening - datum koers bekent gemaakt (bijv. via advertenties) - wijze en data van aflossing (en) - tijdstip voor inschrijvingen - tijdstip obligaties opgehaald & betaald moeten worden

tendersysteem: bieders bepalen voor een groot deel zelf de prijs (koers) voor de obligatie, deze uitgiftekoers wordt door t Ministerie v Financiën vastgesteld. Dit is i.v.m evt. veel vraag naar een obligatie
toonbankuitgifte: als na de eerste dag v uitgifte de plaatsing nog voortgezet worden
interestpercentage obligatielening hoger dan op dat moment à obligaties hoger geplaatst hoger dan nom. waarde
vervroegde aflossing: mocht een onderneming tussentijds over veel geld beschikken waarvoor ze géén bestemming heeft kan zij dit geld gebruiken om obligaties vervroegd af te lossen à houders wil hoger rentepercentage omdat de zekerheid minder is, vaak in de vorm van premie: aantal procenten vd nom. waarde
andere reden is de rentevoet. Als de onderneming er eerst eentje voor 9% en nu eentje voor 7% af kan sluiten gaat de voorkeur naar 7% verschillen aandelen en obligaties
aandelen obligaties * bewijs v mede eigendom NV / BV schuldbewijs * deel vh EV is permanent/ niet afgelost deel vh VV na aantal jaren afgelost * medezeggenschap geen zeggenschap * risico bij slechte resultaten minder risico * koers onstabiel, afhankelijk v winstverw . stabielere koers, afh. V rentestand * dividend als beloning vast interestpercentage overeenkomsten: effecten en effectenbeurs (lees blz. 247) voorzieningen: vorm v reserve à het staat vast dat de uitgave in werkelijk zullen komen à de schilders/ loodgieters moeten bijv. betaald worden. Alleen wanneer en hoeveel? * voorziening behoort tot vreemd vermogen à geldt voor voorzienbare verplichtingen à voorzieningen voor gebouwen gaat over langere periode: lang vermogen à garantievoorzieningen gaat over kortere periode: kort vermogen

bij berekeningen wordt lang vreemd vermogen afgesproken tenzij anders beschreven * reserve behoort tot eigen vermogen à geldt voor onvoorzienbare verplichtingen
bankkrediet: (korte) rekening courant krediet à gebruikt voor dagelijkse betalingen & ontvangsten
hypothecaire lening oftewel onderhandse lening: bank verleent krediet op langer termijn eerstehands vermogensmarkt
vermogensmarkt: tweedehands vermogensmarkt à eerstehands vermogensmarkt: onderneming ontvangen vermogen rechtstreeks v publiek bijv. emissie v aandelen & obligaties, bankwezen vervult geen/ kleine rol à tweedehands vermogensmarkt: ondernemingen lenen vd bank, leent op haar beurt weer vh publiek (zie schema blz. 250) rekening courant krediet is duur. Bank moet interest vergoeding geven aan t publiek waarvan ze leent & kosten vd bank moeten gedekt worden & leen – en uitleentermijn overeenstemmen niet met elkaar
kredietplafond: max. bedrag dat t publiek rood mag staan bij een bank
dispositieruimte: ruimte om nog geld op te nemen, als men niet rood staat
ondanks dat rekening courant krediet duur is toch soms zinvol omdat: - kleinere bedrijven minder vermogen én geen toegang tot eerstehands vermogensmarkt - wanneer een onderneming in een bepaalde periode meer krediet nodig heeft dan in een andere periode - anticipatiekrediet: krediet loopt vooruit op plaatsing aandelen óf obligaties (uitleg blz. 252) samenvatting m&o hoofdstuk 16: resultatenrekening: overzicht v opbrengsten en kosten v een onderneming, bep. periode
overheadkosten: o.a alg. kosten, afschrijvingskosten en verkoopkosten

bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsoefening: winstsaldo
vb. opstelling: omzet
inkoopwaarde vd omzet – brutowinst
inkoopkosten + overheadkosten – bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsoefeningen
bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsoefeningen: brutowinst – kosten
liquiditeitsbegroting: een begroting waaruit blijkt over hoeveel liquide middelen een onderneming kan beschikken voor een aantal toekomstige perioden * verwachte ontvangsten en uitgave worden tegenover elkaar gesteld per kas & bank
verschil tussen ontvangsten & opbrengsten t.o.v uitgave & kosten is belangrijk: à ontvangsten en uitgaven: invloed op liquide middelen vd onderneming à kosten en opbrengsten: invloed op resultaat vd onderneming

belangrijke aandachtspunten om verschil duidelijk te zien (blz. 265/ 266) * opbrengst die géén ontvangst is * ontvangst die géén opbrengt is * kosten die óók uitgaven zijn: zijn de meeste kosten * kosten die géén uitgave zijn: afschrijvingskosten * uitgave die géén kosten zijn: gevolgen liquiditeitsbegroting niet voor de winst (resultatenrekening) vb. investeringen in kap. Goed. aflossingen v een lening of betalingen aan crediteuren
winstuitkeringen: vennootschapsbel, dividend, tantièmes
onderneming wordt illiquide: te weinig liquide middelen om aan alle betalingsverplichtingen te kunnen voldoen, is dit van tijdelijk aard à men sluit rekening courant krediet
maatregelen om liquiditeit te verbeteren: - uitstellen v inkopen - meer leverancierskrediet bedingen - betaling v investeringen uitstellen - winst niet in constanten uitkeren, maar reserveren - debiteuren korting aanbieden voor contante betaling
mocht dit niet werken: men kan EV vergroten óf vreemd lang vermogen aan trekken

REACTIES

M.

M.

Heel goeie site !!!

16 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.