Examenkandidaten gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

Hoofdstuk 9 en 10

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 3470 woorden
  • 14 december 2009
  • 62 keer beoordeeld
Cijfer 6.6
62 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
"Hij was echt die meester die iedereen voor de klas wil hebben"

Pabo-student Melle wil graag leraar worden. Wij spreken hem over zijn rolmodel en hoe het is om stage te lopen. Wil je meer weten over hoe het is om voor de klas te staan en hoe je zelf leraar kunt worden? Check onze pagina over ‘leraar worden’! 

Naar de pagina

Rechtsvorm: wettelijke vorm van de organisatie

Het verschil tussen rechtspersonen en natuurlijke personen is dat natuurlijke personen levende mensen zijn en rechtspersonen organisaties die rechten en plichten hebben.

Rechtspersoonlijkheid: organisatie neem zelfstandig deel aan het rechtsverkeer.
de organisatie kan bezittingen hebben, mensen in dienst nemen, geld lenen &
koopcontracten afsluiten.
- besloten vennootschap
- naamloze vennootschap

- vereniging
- stichting

Geen rechtspersoonlijkheid: de eigenaar is zelf aansprakelijk voor de schulden van de organisatie.
- eenmanszaak
- vennootschap onder firma

Zakelijk vermogen: het geld & goederen die de eigenaar in de zaak heeft zitten.
Eigenvermogen: zelf ingebrachte geld
Vreemd vermogen: geleend van bijvoorbeeld familie of Bank.

Eenmanszaak.
Eenmanszaak is een ondernemingsvorm:
- heeft geen rechtspersoonlijkheid.
- heeft maar één eigenaar.
- Je moet je bedrijf in laten schrijven bij de Kamer van Koophandel.
- eigenaar heeft het eigenvermogen ingebracht en is verantwoordelijk voor de
schulden v.d. eenmanszaak zowel met zaakvermogen en privévermogen

De keuze van een rechtsvorm heeft niet alleen gevolgen voor de aansprakelijkheid, maar heeft ook consequenties op het gebied van sociale zekerheid, belastingen en continuïteit.

De voordelen zijn als volgt:
- De beslissingen kunnen snel worden genomen.

- De eigenaar ontvangt de volledige winst van de onderneming.

De nadelen zijn als volgt:
- Het voortbestaan van de onderneming hangt uitsluitend af van de eigenaar.
- Uitbreiding is moeilijk: zelf financieren is riskant, lening verkrijgen is moeilijk.
- De eigenaar is ook met zijn privébezittingen aansprakelijk.

Het einde van een eenmanszaak: faillissement, uitverkoop (niemand bereid de zaak voort te zetten) of door een uitspraak van de rechter in verband met activiteiten die in strijd met de wet zijn.

Vennootschap Onder Firma.
De kenmerken van een VOF
- geen rechtspersoonlijkheid
- 2 of meer vennoten zijn aansprakelijk, de eigenaren
- elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk: schulden verhalen op elke vennoot
afzonderlijk.

* Vaak ontstaat een VOF doordat een eigenaar van een eenmanszaak wil uitbreiden.
hij haalt er dan nieuwe eigenaren bij, bijvoorbeeld zijn eigen zoon.

De voordelen zijn als volgt:
- Door meerdere vennoten kan een groter vermogen bijeen worden gebracht.
- Er is een arbeidsverdeling tussen de eigenaars mogelijk.


De nadelen zijn als volgt:
- De hoofdelijke aansprakelijkheid maakt het hele verhaal erg riskant.
- De mogelijkheden tot uitbreiding zijn beperkt: dit door beperkt vermogen van
vennoten.
- Meer vennoten betekent meer onenigheid bij het nemen van beslissingen.
- Bij het wegvallen van een vennoot is het voortbestaan van de onderneming zeer
onzeker.

Ten opzichte van een eenmanszaak heeft de VOF enkele belangrijke voordelen:
- Door meerdere eigenaren kunnen de firmanten de taken binnen de VOF verdelen
op basis van ieders kwaliteiten (specialisatie mogelijk)
- Op het gebied van financiering heeft de VOF ruimere mogelijkheden, door meer
vermogen en de hoofdelijke aansprakelijkheid verstrekken banken gemakkelijker
een lening.
- Ook is de continuïteit beter gewaarborgd, het voortbestaan is nl. niet afhankelijk van
één persoon.


Meerdere eigenaren betekend wel dat er steeds overleg tussen de vennoten moet plaatsvinden.

Notariële akte: in deze akte worden zaken als vermogensinbreng, de bevoegdheden en de winstverdeling geregeld.

Winstverdeling.
als de firmanten over de winstverdeling geen afspraken hebben gemaakt, gelden de wettelijke regels. De winst word in deze situatie verdeeld naar evenredigheid van het ingebrachte vermogen, indien een firmant geen eigenvermogen heeft ingebracht , ontvangt hij evenveel als je firmant met het laagste ingebrachte vermogen.

De VOF is een persoonlijke onderneming, De behaalde winst behoort tot het inkomen van de vennoten. Zij betalen over hun winstaandeel inkomstenbelasting.

VOF gaat verdwijnen, via wetswijziging gaat de VOF over in een rechtsvorm die openbare vennootschap word genoemd. Hierbij zijn 2 varianten mogelijk; met of zonder rechtspersoonlijkheid.
OVR: openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid.
De eigenaar word zelf eigenaar wordt van het vennootschappelijk vermogen.

OV: openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid

Besloten vennootschap en naamloze vennootschap.
De privéaansprakelijkheid van een eenmanszaak en VOF schrikt sommige mensen af om een eigen bedrijf te beginnen. Er bestaat dan een risico om alles kwijt te raken. Om dit te voorkomen kunnen ze als rechtsvorm een besloten vennootschap (bv) of naamloze vennootschap (nv) kiezen.
Het eigenvermogen is bij deze vennootschappen verdeeld in aandelen.


Aandeel: een deel van het eigenvermogen in de bv of nv.

Aandeelhouder: dat is de eigenaar van een aandeel, aandelen kunnen uitgegeven worden op naam of aan toonder.

Aandeel op naam: de aandelen van een bv staan altijd op naam. De bv houd de namen van alle aandeelhouders in een aandeelhoudersregister bij.

Aandeelhouders van een bv mogen hun aandelen niet zomaar aan iedereen verkopen of schenken. De aandelen zijn slechts overdraag baar aan andere aandeelhouders en een beperkte groep familieleden. In overige gevallen moet de bv eerst toestemming verlenen.
Bij een bv is in het algemeen de directeur ook aandeelhouder.

Aandeel aan toonder: ook nv’s kunnen aandelen op naam uitgeven. De meeste nv’s doen dat echter niet. Als de namen van de aandeelhouders van de nv onbekend zijn, spreken we van aandeel aan toonder. Iemand die een dergelijk aandeel ‘toont’, word geacht de eigenaar te zijn.

Certificaten van aandelen: een nv kan bijvoorbeeld certificaten van aandelen uitgeven. Dit zijn aandelen zonder stemrecht in de aandeelhoudersvergadering, met deze maatregel kan de nv tegengaan dat zij in ‘verkeerde handen’ terechtkomt.

Algemene Vergadering van Aandeelhouders: De aandeelhouders zijn de eigenaren van een bv en een nv. Zij kunnen invloed op het beleid van de vennootschap uitoefenen op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA= moest minstens 1x per jaar worden georganiseerd).


Binnen de vennootschap is de AVA het hoogste orgaan. De vergadering kan een directie benoemen, statuten wijzigen, besluiten om nieuwe aandelen uit te geven, e winstverdeling en de jaarrekening vaststellen.

Directie / Raad van Bestuur: heeft de dagelijkse leiding in de bv en nv. Zij houdt zich bezig met het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van het ondernemingsbeleid. Voor belangrijke beslissingen is wel toestemming van de AVA of de Raad van Commissarissen nodig.
De Raad van Commissarissen: Naast de directie word er bij een bv en nv eventueel ook een Raad van Commissarissen (RvC) door de AVA benoemd, de RvC houd toezicht op de werkzaamheden van de directie en voorziet de directie van advies.

Continuïteit: ook het voortbestaan (continuïteit) is bij een bv/nv beter gewaarborgd dan bij een eenmanszaak of VOF. Als een aandeelhouder of directeur wegvalt, blijft de vennootschap als rechtspersoon toch gewoon bestaan.

Jaarrekening.
Eenmaal per jaar moeten de bv’s / nv’s hun financiële situatie openbaar maken. Zij voldoen daaraan door hun jaarrekening te deponeren bij de KVK.
Een jaarrekening bevat de belangrijkste financiële stukken van een vennootschap; de balans, winst- & verliesrekening, en de toelichting hiervan.

Het doel van die publicatie plicht is dat belanghebbende zoals leveranciers en kredietverschaffers inzicht kunnen krijgen in de financiële stand van zaken van de onderneming.
Voorschriften publicatie:

De voorschriften met betrekking tot de publicatie van de jaarrekening zijn niet voor alle bv’s en nv’s hetzelfde. Middelgrote en grote moeten meer financiële gegevens openbaar maken dan de kleinere.

Registeraccountant: controleert verplicht de jaarrekening van nv/bv. De registeraccountant onderzoekt of de jaarrekening van de vennootschap aan de wettelijke voorwaarde voldoet.

Vereniging.
Vereniging: is een samenwerkingsvorm tussen 2 of meer personen die een bepaald doel willen verwezenlijken.

Doel.
Het doel mag niet in strijd zijn met de wet. Dat ze geen winst mogen nastreven betekend niet dat het verboden is winst te maken. De winst mag niet worden verdeeld onder de leden maar moet ten goede komen aan het gemeenschappelijk doel.

Grote verenigingen: ANWB, Consumentenbond.

Bij verenigingen maken we onderscheid tussen formele en informele vereningingen:
Formele verenigingen. (vereniging met volledige rcehtsbevoegdheid)
De oprichter is hierbij notarieel vastgelegd. In de notariële akte moeten de statuten v.d. vereniging worden opgenomen. De statuten vermelden de naam en de doelstelling van de vereniging. Ook leg je hierin vast wat de belangrijkste onderlinge afspraken zijn, zoals hoe het bestuur word benoemd of ontslagen.

Informele vereniging. (vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid)
Bestuurders van deze vereniging lopen een financieel risico. Als de vereniging in betalingsproblemen komt, zijn de bestuursleden hoofdelijk aansprakelijk; elke bestuurder kan dan persoonlijk worden aangesproken tot betaling van alle schulden.


Algemene leden vergadering: Bij een vereniging bezit de algemene leden vergadering de hoogste macht, ieder lid heeft recht op tijdens de vergadering zijn stem uit te brengen.

Bestuursleden: de ledenvergadering benoemt bestuursleden. In de regel bestaat het bestuur ui ten minste 3 personen: een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De bestuurders geven leiding aan de vereniging en vertegenwoordigen deze naar buiten. Zij voeren en beleid uit.

Minstens 1x per jaar moet het bestuur een algemene ledenvergadering uitschrijven om verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid.
Het bestuur legt op de vergadering het jaarverslag ter goedkeuring voor aan de leden. In dit jaarverslag brengt het bestuur verslag uit van de verenigingsactiviteiten. Een belangrijk onderdeel hiervan is het overzicht van inkomsten en uitgaven.

In een vereniging let de penningmeester op de uitgaven.
Een vereniging kan worden opgeheven als:
- er geen leden meer zijn
- de vereniging haar doelstelling heeft bereikt.

Stichting.
Stichting: is een rechtspersoon zonder leden die met behulp van vermogen een bepaald doel willen bereiken.

Idealen: het doel van een stichting is het streven naar idealen.

Een stichting mag niet naar winst streven of uitkeringen doen aan de oprichters of de bestuurder.

Bestuur: een stichting kent wel een bestuur maar geen leden. Het bestuur houdt zich bezig met het realiseren van de doelstelling en vertegenwoordigt naar buiten toe de stichting.
Directie houd zich bezig met de dagelijkse gang van zaken.


Stichting is een Rechtspersoon met eigen rechten en plichten. Hierdoor zijn de bestuurders bij wanbeheer persoonlijk aansprakelijk.

Een stichting is geen democratische organisatie. Het bestuur hoeft geen rekening en verantwoording aan andere af te leggen. Er is geen gecontroleerd orgaan zoals een ledenvergadering of aandeelhoudersvergadering, als bestuurders wegvallen, benoemt het bestuur zelf zijn opvolgers (coöptatie)

Stichting heeft voor haar activiteiten geld nodig. Doordat een stichting geen leden heeft, zijn er geen contributie-inkomsten en is de stichting afhankelijk van andere geldbronnen zoals donaties, subsidies en leningen.

Stichtingen kunnen ook opgeheven worden.
Het bestuur kan bijvoorbeeld besluiten de stichting op te heffen omdat
- de doelstelling is bereikt
- er onvoldoende vermogen beschikbaar is om het doel te verwezenlijken.

Financieringen van niet-commerciële organisaties.
We bespreken de volgende belangrijkste vormen van financiering voor niet-commerciële organisaties:
- budgetfinanciering
- lumpsumfinanciering subsidies
- leningen, contributies en giften.

Budgetfinanciering
Jij maakt een plan, en de overheid betaald dit om het te verwezenlijken.

Lumpsumfinanciering
School krijgt ieder jaar een som geld van de overheid na aanleiding van de hoeveelheid leerlingen.
In de besteding hiervan heeft de school een redelijk grote vrijheid;

- € voor doncenten aan te stellen
- € onderhoud school
- € inrichting van het gebouw (1/3)

Leningen, contributie en giften.
Ze komen rond van leningen, contributie aan leden vragen of giften.

H10.
Aan de vraagkant van de vermogensmarkt: *
- Consumenten: Als consumenten niet genoeg gespaard hebben maar wel grote uitgaven willen doen, kunnen zij besluiten geld te lenen.

- De overheid: De jaarlijkse uitgaven van de centrale overheid (het rijk/de staat) zijn vaak groter dan de jaarlijkse inkomsten. Dit financieringstekort wordt gedekt door geld te lenen: het rijk geeft staatleningen uit.

- Ondernemingen: Voor de financiering van kapitaalgoederen zoals gebouwen, machines en voorraden zijn ondernemingen aangewezen op eigen vermogen én vreemd vermogen (schulden).

Financieringskosten: Alle kosten die verbonden zijn aan het lenen van geld (bijvoorbeeld. Rentekosten, afsluitprovisie, etc.).


Staatlening of Staatsobligatie: Een grote lening die is opgesplitst in delen (obligaties).

Begrotingsoverschot: De jaarlijkse inkomsten van het rijk zijn groter dan de jaarlijkse uitgaven.

Reserveren: Van de winst die een onderneming maakt, word een deel niet uitgekeerd aan de eigenaar(s), maar in de onderneming gehouden.

Emissiefonds: Een onderneming waarvan de aandelen zijn genoteerd aan de effectenbeurs.

Zekerheid: Meer eigen vermogen van een onderneming biedt de verschaffers van het vreemd vermogen meer zekerheid.

Bij een lagere marktrente » meer bereidheid voor het kopen van obligaties.
Bij een hogere marktrente » minder bereidheid voor het kopen van obligaties.

Dispositieruimte:
Hoeveel je nog rood kan staan. Bijvoorbeeld je mag 1000 rood staan je staat al 600 rood dan mag je nog 400 rood staan.

Aan de aanbodkant van de vermogensmarkt: *
-
Institutionele beleggers: Institutionele beleggers zijn instellingen die grote bedragen te beleggen hebben als uitvloeisel van hun hoofdtaak (Bijvoorbeeld: Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen). Omdat bij Institutionele beleggers meestal vele jaren liggen tussen de premiebetaling en het moment van uitkering, beleggen Institutionele beleggers in de tussentijd de ontvangen premies met de bedoeling dat ze op deze beleggingen winst maken. (Bijvoorbeeld in: Onroerende zaken, aandelen, obligaties).

- Spaarders: Kleine spaarders zetten in het algemeen hun geld op een spaarrekening. Particulieren met een hoog inkomen of een groot vermogen kunnen meer risico lopen dan kleine spaarders (zij kunnen het zich verloven ‘ondernemend’ te sparen en/of beleggen). Het is verstandig om geld te beleggen in meerdere nv’s, vanwege het wisselende dividend (= vergoeding voor aandeelhouders in vorm van liquide middelen)
- Beleggingsfondsen: Particulieren die in aandelen en obligaties willen beleggen, kunnen gebruik maken van de diensten van beleggingsfondsen (Bijvoorbeeld: Robeco). Een beleggingsfonds heeft deskundigen in dienst die het door het beleggingsfonds beheerde vermogen in aandelen van veel verschillende ondernemingen beleggen.

- Ondernemingen: Het komt regelmatig voor dat ondernemingen over geld beschikken dat tijdelijk ‘over’ is. Dit geld dat de onderneming tijdelijk niet nodig heeft kan zij tijdelijk beleggen door met dit geld aandelen en/of obligaties te kopen van andere ondernemingen of instellingen.

- De overheid: Als de overheidsinkomsten groter zijn dan de overheidsuitgaven, houdt de overheid (tijdelijk) geld over dat zij kan beleggen.

Pensioenfonds: Een organisatie die vanaf de pensioengerechtigde leeftijd het pensioen uit keert dat een aanvulling vormt op de AOW-uitkering.


Levensverzekeringsmaatschappij: Een verzekeringsmaatschappij waar je je tegen betaling van premie kunt laten verzekeren. De verzekering kan er uit bestaan dat je vanaf een bepaalde leeftijd periodiek een bepaalde uitkering krijgt.

Onderhandse leningen: Bij deze leningen treden de geldgever en de geldnemer rechtstreeks met elkaar in contact (Bijvoorbeeld bij hypothecaire leningen).

Kostenvoordelen: Onderhandse leningen brengen 3 kostenvoordelen met zich mee.
- er wordt geen gebruik gemaakt van de bank,
- er kan over de leningsvoorwaarden worden onderhandeld
- de betaling van rente en aflossing gaan aanzienlijk sneller (en goedkoper).

Voor de geldgever is er nog een voordeel => het rentepercentage bij een onderhandse lening is over het algemeen iets lager dan het rentepercentage van een obligatielening.

Dividend: De vergoeding voor de aandeelhouders (een deel van de gemaakte winst van een nv (of bv)).

Koerswinst: Een aandeelhouder maakt koerswinst wanneer de verkoopprijs van de aandelen hoger is dan de prijs waarvoor de belegger ze destijds kocht.


Participaties: Een belegger kan een participatie in een beleggingsfonds kopen. Hij is dan voor een (klein) deel eigenaar van de aandelenportefeuille van het fonds.

Investeren: We spreken van ‘investeren’ als een onderneming productiemiddelen zoals gebouwen, machines en voorraden aanschaft.

Beleggen: We spreken van beleggen als een particulier of een onderneming geld ‘over’ heeft waarvoor bijvoorbeeld aandelen of obligaties gekocht worden in de verwachting dat uit deze belegging een opbrengst wordt verkregen (Bijvoorbeeld: Rente, dividend of koersstijging).
Lagere overheid: Lagere overheden zijn: gemeenten, waterschappen en sociale fondsen.

Vermogensmarkt: De vermogensmarkt is het geheel van de vraag naar en het aanbod van vermogen.

Marktmechanisme.
Het tot stand komen v.e. prijs waartegen het vermogen ter beschikking word gesteld.
- De vraag naar vermogen is groter » het rentepercentage stijgt.
- Het aanbod van vermogen is groter » Het rentepercentage daalt.

De vermogensmarkt valt uiteen in 2 grote delen ;
- De geldmarkt: Hierop wordt het kortstondig tijdelijk vermogen verhandeld
(looptijd maximaal een jaar).

- De kapitaalmarkt: Hierop worden permanent vermogen (aandelenvermogen) en
langdurig tijdelijk vermogen (leningen met een langere looptijd dan een jaar)
verhandeld.

Middellang krediet ; Een krediet met een looptijd van 1 tot 10 jaar).

Belangrijkste aanbieders op de geldmarkt: De banken.
Belangrijkste vragers op de geldmarkt: De consumenten, de ondernemingen, de overheid en de banken.

Voor ondernemingen zijn voorbeelden van kredieten van de geldmarkt ;
- Rekening-courantkrediet.
- Leverancierskrediet – De verkoper levert eerst de goederen of diensten en pas
enige tijd later betaalt de koper.
- Afnemerskrediet – De koper betaalt eerst en pas daarna voldoet de verkoper aan
zijn verplichtingen.

Belangrijkste aanbieders op kapitaalmarkt: zijn de banken, institutionele beleggers.

Belangrijkste vragers zijn: consumenten, de onderneming, overheid & banken.

Onderhandse kapitaalmarkt is Niet voor iedereen toegankelijk (Bijvoorbeeld: Een onderhandse lening).
Openbare kapitaalmarkt: Voor iedereen toegankelijk (Bijvoorbeeld: Een obligatielening).

Vermogenmarkt
= Geldmarkt
= Kapitaalmarkt = Openbare kapitaalmarkt & Onderhandse kapitaalmarkt
Onderhandse lening ;
- Er is 1 geldgever voor het gehele bedrag.
- De geldgever en de geldnemer hebben rechtstreeks contact met elkaar, waardoor
voor beide partijen kostenvoordelen ontstaan.
- Over de leningsvoorwaarden (rente en aflossing) kan onderhandeld worden.
- Het rentepercentage van een onderhandse lening is in het algemeen lager dan dat
van een obligatielening (voordeel voor de geldnemer).
- Doordat er slechts 1 geldgever is, gaat de betaling van rente en aflossing veel
eenvoudiger en goedkoper dan bij een obligatielening.

- De verstrekker van een onderhandse lening kan zijn geld niet eerder terugkrijgen
dan na het verstrijken van de afgelopen looptijd.

Obligatielening: (= schuldbekentenis van de overheid aan de koper v.d. obligatie)
- Er zijn talrijke geldgevers (elk voor een deel van de lening). Iedereen kan op de
obligatielening inschrijven.
- Er is geen rechtstreeks contact: de obligaties worden geplaatst via de effectenbeurs
en er wordt gebruikgemaakt van banken, wat kosten met zich mee brengt.
- Het rentepercentage en de wijze van aflossen zijn vooraf bekend.
- De geldgever krijgt de jaarlijkse rente via de bank. Ook bij aflossing van de lening
wordt de bank ingeschakeld.
- Een obligatiehouder kan zijn uitgeleende geld terugkrijgen door zijn obligatie via de
effectenbeurs te verkopen aan een andere belegger. Is het rentepercentage op de
kapitaalmarkt lager dan het percentage van de obligatie die de obligatiehouders te

koop aanbiedt, dan maakt de obligatiehouder koerswinst.
(- je kan hem net als een aandeel via de bank verkopen)

Waardepapieren: Effecten zijn waardepapieren die kunnen worden gekocht en verkocht. Voorbeelden zijn aandelen, obligaties en aandelenparticipaties in beleggingsfondsen.

» Alleen leden van de Vereniging van de Effectenhandel kunnen op de effectenbeurs handelen in effecten. Leden zijn banken en commissionairs.

Provisie: Wanneer een bank een opdracht voor een belegger uitvoert vraagt de bank hiervoor provisie.

Een belegger kan 2 soorten orders geven:
- Limietorder: Bij deze order geeft de belegger de bank of commissionair een maximale koopprijs of een maximale verkoopprijs op. In dit geval is de kans aanwezig dat de opdracht niet uitgevoerd wordt omdat de prijs niet binnen de limiet valt.

- Market order of bestenorder: Een order om effecten te kopen of te verkopen zonder limiet, dus zonder een maximumprijs voor een kooporder of zonder een maximumprijs voor een verkooporder. Er is dus altijd zekerheid dat de opdracht wordt uitgevoerd.

Emissiehuis: Een emissie van aandelen (uitgifte van nieuwe aandelen op de effectenbeurs) van een onderneming wordt begeleid door een bank: we spreken van een ‘emissiehuis’. Een emissiehuis benadert institutionele beleggers om de komende emissie toe te lichten.


Beursgang ; Een manier om een groter publiek te bereiken.

Een onderneming gaat naar de beurs om de volgende redenen ;
- Een nv van wie de aandelen op de beurs genoteerd worden, krijgt een grotere
naamsbekendheid en status.
- De aandelen van een beursgenoteerde nv zijn gemakkelijk verhandelbaar.
- De eigenaren van een onderneming die naar de beurs gaat, kunnen hieraan flink
verdienen. De aandelen die de eigenaren in bezit hebben, kunnen, als de
beursgang een succes wordt, veel opbrengen. We spreken in dit verband wel van
‘cashen’.

Prospectus: Hierin staan onder meer gegevens over de onderneming (zoals de winstverwachtingen) en de aanstaande introductie van aandelen (zoals het doel van de emissie).

Koerswijzigingen: De koersen van aandelen van beursgenoteerde ondernemingen wijzigen vaak en soms zijn die wijzigingen groot.

Verwachte resultaten: Als een onderneming het goed doet en goede resultaten verwacht, neemt de vraag naar de aandelen van de nv toe, waardoor de prijs (koers) van de aandelen stijgt. Als er slechte vooruitzichten zijn, bestaat de kans dat de aandelenkoers daalt omdat veel beleggers de aandelen van deze nv liever verkopen.


Fusie: Samenvoeging van een aantal ondernemingen. Dit kan van invloed zijn op de koers van de aandelen.

Economische ontwikkelingen: Soms zijn er ook economische ontwikkelingen of geruchten die de koers doen stijgen of dalen. Zo kan bijvoorbeeld een sterke prijsstijging van de olieprijs een negatieve invloed hebben op de koersontwikkeling van aandelen en kan het aantrekken van de Duitse economie van positieve invloed zijn op de koersontwikkeling van de Nederlandse aandelen.

Rentestand: Door een daling van de rentestand is het voor beleggers minder aantrekkelijk te beleggen in (obligatie)leningen, omdat de renteopbrengst dan afneemt. Bij een daling van de rentestand gaan meer beleggers in aandelen beleggen waardoor de aandelenkoersen stijgen.

Index: Het koersverloop van een voor een bepaalde beurs representatieve groep effecten wordt weergegeven in een index. Een index geeft een beeld van de gezamenlijke prestaties van deze fondsen. Vaak gebruikt men de index om weer te geven hoe de prestaties van (een deel van) de markt zijn en hoe de stemming is op de beurs (die bepaalt of koersen stijgen of dalen).
De bekendste Nederlandse index » de AEX-index.
De eerste aandelenindex » DowJones-index.



REACTIES

A.

A.

VEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEL te lang

12 jaar geleden

H.

H.

nice samenvatting, beetje lang maar dat is juist goed :P
Bedankt.

12 jaar geleden

D.

D.

veel spelfouten?

12 jaar geleden

K.

K.

totaal niet volledig

10 jaar geleden

G.

G.

Dat is ongeveer evenlang leren als in het boek het geval zou zijn

9 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.