Examenkandidaten gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

Hoofdstuk 5

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1523 woorden
  • 5 november 2003
  • 12 keer beoordeeld
Cijfer 7.7
12 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
"Hij was echt die meester die iedereen voor de klas wil hebben"

Pabo-student Melle wil graag leraar worden. Wij spreken hem over zijn rolmodel en hoe het is om stage te lopen. Wil je meer weten over hoe het is om voor de klas te staan en hoe je zelf leraar kunt worden? Check onze pagina over ‘leraar worden’! 

Naar de pagina
Het aandelenkapitaal Aandelenkapitaal: Permanent vermogen. Je kunt je aandeel wel verkopen aan een andere aandeelhouder, maar niet aan het bedrijf waar het aandeel van is. Emiteren: Het uitgeven van aandelen. Aandeel: Een bewijs van deelname in het aandleenkapitaal (aandelenvermogen) van een NV. Aandeel bestaat uit twee delen: Mantel: Het eigenlijke aandeel. Hierop staan de belangrijkste gegevens vermeld, zoals: naam van de NV
de nominale waarde van het aandeel

de plaats van vestiging
het maatschappelijk aandelenkapitaal
het nummer van het aandeel
Dividendblad: Als een bedrijf winst heeft gemaakt, ontvangen de eigenaren (de aandeelhouders) een deel daarvan. Het gedeelte van de winst dat aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd, noemen we dividend. De aandeelhouder kan nu een dividendbewijs van zijn dividendblad afknippen en dit inleveren bij de NV, of, wat gebruikelijker is, bij zijn bank. Hij krijgt dan het bedrag waar hij recht op heeft in contanten uitgekeerd. Nominale waarde: De nominale waarde is het bedrag dat op het aandeel vermeld staat. Deze nominale waarde is normaal niet het bedrag wat je voor het aandeel betaald. Koerswaarde: De koerswaarde is het bedrag dat voor een aandeel moet worden betaald als men het wil kopen. Dividend: Het gedeelte van de winst dat aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd, noemen we dividend. Emissie: Wanneer een onderneming het aandelenkapitaal wil uitbreiden, komt er een emissie van aandelen. Emissiekoers: De prijs (koers) waartegen het publiek of de institutionele beleggers een bepaald aandeel kunnen kopen. Bij een NV kennen we twee begrippen wat het aandelenkapitaal betreft: 1. het maatschappelijk aandleenkapitaal
2. het geplaatst aandelenkapitaal
Het maatschappelijk aandelenkapitaal: Het totaalbedrag dat men aan nominaal aandelenkapitaal nodig denkt te hebben. In de statuten moet dit maximumbedrag worden vermeld. Wenst men later toch meer aandelen uit te geven, dan moeten de statuten worden gewijzigd. Het geplaatst aandelenkapitaal:Het maatschappelijk aandelenkapitaal verminderd met het bedrag van de niet-uitgegeven aandelen (aandelenin portefeuille). Het geplaatst aandelenkapitaal is dus het nominale bedrag van de werkelijk uitgegeven aandelen. Zie het voorbeeld op pag. 71 in het boek Hypothecaire leningen Hypothecaire lening: Geldlening op onderpand van onroerend goed (grond en gebouwen). 3 soorten hypotheken: lineaire hypotheek
spaarhypotheek
annuïteitenhypotheek De lineaire hypotheek Zie de verschillende voordelen op pag. 72 t/m 76 in het boek. Bij deze soort lening wordt het geleende bedrag ieder jaar kleiner, en daarom ook het interestbedrag (rente). Lasten per maand: Je vind de lasten per maand door het aflossingsbedrag te vermeerderen met het deel van de interest dat voor jouw rekening komt, en vervolgens natuurlijk te delen door twaalf. Aflossing: Het bedrag wat je moet terugbetalen om de lening te betalen. Progressieve inkomstenbelasting: Naarmate het inkomen hoger is, betaalt men procentueel meer belasting. Over de top van een hoog inkomen betaal je 60 % belasting. Voordelen lineaire hypotheek: de interestkosten worden steeds lager
de schuld wordt steeds kleiner

Nadelen lineaire hypotheek: doordat de interestkosten steeds lager worden, neemt ook het belastingvoordele snel af. De uitgaven wegens interest en aflossing zijn in de eerste jaren ht hoogst, terwijl het inkomen dan meestal nog lang niet het hoogste hiveau heeft bereikt. De spaarhypotheek Zie de verschillende voorbeelden op pag. 77 en 78 in het boek. Kenmerk: Je lost, gedurende de looptijd, niet af. Je betaalt elke maand een spaarpremie. Die premie wordt belegd, en na 10 jaar heb je, als het goed is, het geld om je hypotheek af te lossen. Voordelen spaarhypotheek: groot fiscaal voordeel (elk jaar maximale belastingaftrek) over de interest van het spaarbedrag hoeft geen belasting te worden betaald
de maandlasten blijvem op het laatste jaar na, elk jaar even groot. Je weet zodoende precies waar je aan toe bent. Nadelen spaarhypotheek: de hoge interestlasten (je betaalt elk jaar interest over het geleende bedrag) het percentage interest dat je over het spaarbedrag vergoed krijgt, is vaak lager dan het percentage dat je zelf moet betalen De annuïteitenhypotheek Zie de verschillende voorbeelden op pag. 79 en 80 in het boek. Annuïteit: Een periodiek (gelijkblijvend bedrag aan interest en aflossing samen. Kenmerk: Bij deze hypotheeksoort los je elk jaar een gelijk bedrag af, waardoor het interestbedrag van jaar tot jaar lager wordt en het aflossingsbedrag van jaar tot jaar hoger. De maandelijkse lasten in het eerste jaar zijn als volgt te berekenen: Aflossing + interest (na aftrek 50 % belasting) / 12
Bij het vergelijken van de drie mogelijke hypotheekvormen kun je de volgende conclusies trekken: Annuïteitenhypotheek: Vooral interessant voor jongeren, want de maandlasten zijn de eerste jaren nog vrij laag. Als je jong bent kun je nog de nodige loonsstijgingen verwachten, waar je de stijging mee kunt opvangen. Lineaire hypotheek: In het begin hoge bedragen, die in de loop der jaren afnemen. Dit is vooral interessant voor ouderen die in de VUT zitten en daardoor hun inkomen zien dalen. Bij de spaarhypotheek zit je tussen de andere twee in. 5.7 De obligatielening Obligatielening: Een geldlening die in kleine bedragen is opgesplitst. Obligatie: En bewijs van deelneming in een geldlening. Bestaat uit twee gedeelten: Mantel: Hierop staan de belangrijkste gegevens vermeld. Couponblaf: Bestaat uit een aantal coupons en een talon. De coupons dienen voor de interestbetaling. De houder van een obligatie kan jaarlijks een coupon inleveren, waardoor hij dan interest ontvangt. De coupon vermeldt de datum waarop hij de interest kan gaan innen, en het bedrag wara hij recht op heeft. Talon: Wanneer alle coupons verbruikt zijn, kan je de talon opsturen naar de instelling die de obligatie heeft uitgegeven. Je ontvangt vervolgens een nieuw couponblad. Aflossen van een obligatielening: Drie manieren: Aflossing in een keer aan het einde van de looptijd van de lening. Aflossing gedurende een aantal jaren door middel van uitloting. Het inkopen van de eigen obligaties. Wat moet er in een prospectus vermeldt staan? verhouding tussen eigen/vreemd vermogen
resultaten van de afgelopen jaren, verwachting voor de toekomst

doel van de lening, grootte van het te lenen bedrag
datum waarop de koers bekend wordt gemaakt
de wijze van aflossen en de data waarop wordt afgelost
het tijdstip waarop moet worden ingeschreven
het tijdstip waarop de obligaties kunnen worden afgehaald en moeten worden betaald
Als er te veel vraag is kan er worden ‘geloot’: Zie rekensom op pag. 82 in het boek. Temdersysteem: Aan de hand van het aantal inschrijvingen wordt de uitgiftekoers bepaald (staatsobligaties). Toonbankuitgifte: Na de eerste dag van uitgifte wordt de plaatsing van obligaties nog enige tijd doorgezet. Vervroegde aflossing: Geschied vaak als een onderneming gedurende de looptijd van de obligaties over genoeg gelden beschikt om (een deel van) de obligaties terug te betalen. Overeenkomsten aandelen en obligaties: Voor de onderneming zijn beide manieren om aan vreemd vermogen te komen. Voor de belegger zijn beide alternatieve beleggingspapieren. Je kunt beide via de effectenbeurs kopen en verkopen. Verschillen tussen aandelen en obligaties in het schema op pag. 84 in het boek. De onderhandse lening Onderhandse lening: Een lening op lange termijn die door éé geldgever is verstrekt. Geldgever en geldnemer treden rechtstreeks met elkaar in contact. Vooral afgesloten door institutionele beleggers, bv. levensverzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. Voordelen voor geldgever en geldnemer: er kan onderhandeld worden over de leningsvoorwaarden
er zijn geen emissiekosten
er zijn lagere administratiekosten tov. bijvoorbeeld de obligatielening Leasing Leasing: Het huren van bedrijfsuitrusting in plaats van deze te kopen. Er is dan geen vermogen nodig om deze productiemiddelen aan te schaffen. Andere variant: huur van zeer gespecialiseerde apparatuur. Daalt zeer snel in waarde. Echter, risico voor verhuurder. Deze houdt daar rekening mee is zijn verhuurprijs (hoger). Twee varianten: Operational leasing: Kenmerken: De lease-overeenkomst kan tussentijds worden opgezegd (vrij korte loeasetermijn). Risico van veroudering is voor de verhuurder. Verhuurder draagt zorg voor onderhoud en verzekering. Dit komt ook tot uitdrukking in de huurprijs. Financial leasing: Kenmerken: Huurovereenkomst kan niet worden opgezegd. Risico economische veroudering is voor de huurder. Vrij lange leasetermijn. Onderhoud en verzekering voor rekening van de huurder. Sale and lease back: Voorbeeld hiervan: Onderneming Bals beschikt over een pand met een waarde van € 300.000,--. De onderneming wil geld hebben pm een neiuw machinepark aan te kunnen schaffen. Ze kunnen, om dit geld in bezit te krijgen, een hypotheek op het gebouw afsluiten. het pand verkopen en het vervolgens gelijk weer terug leasen. (sale and lease back) Belangrijk motief om te leasen: Gehele huurprijs voor fiscus aftrekbaar, want hoort tot de kosten van de onderneming.
Financiering van non for profit-organisaties Belangrijkste vormen van financiering voor niet-commerciële organisaties: budgetfinanciering
lumpsum
subsidies
leningen, contributies en giften Budgetfinanciering Komt voor bij zeer veel overheidsinstellingen, bv. waterschappen (instelling die zich bezighoudt met de regeling van de waterstand in bv. een polder) De instelling maakt een begroting en legt deze, indien het een overheidsinstelling is, voor aan de overheid, die deze dan ken goedkeuren. Vaak worden nog enkele wijzigingen aangebracht, zodat de overheid minder geld hoeft te betalen. Lumpsum Financiering dmv. een som geld die afhankelijk is van het aantal gebruikers (school). Subsidies De overheid subsidieert bijvoorbeeld een deel van de kosten om een squasher deel te laten nemen aan de Olympische Spelen. De organisatie moet zelf ook nog wat bijdragen. Leningen, contributies en giften Leningen: Een instelling kan een bedrag lenen om bv. een verbouwing mogelijk te maken. Contributies: Als je lid bent van een vereniging, moet je contributie betalen. Giften: Ben je lid van een kerkgenootschap, dan word je geacht door middel van giften de kerk in stand te helpen houden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.