Hoofdstuk 2: de eenmanszaak

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1388 woorden
  • 3 december 2014
  • nog niet beoordeeld
Cijfer
nog niet beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview

2.2 De start

 

Zaken die je moet afhandelen om een bedrijf te beginnen:

 

1. Vergunningen

 

Omgevingsvergunning:

  • Om iets verbouwen aan het bedrijfspand
  • Om gevelreclame plaatsen
  • Of je het bedrijf mag vestigen op de plaats waar jij dat wilt

 

Warenwet: staat in aan welke eisen voedingsmiddelen en andere producten voor consumenten moeten voldoen.

 

Milieuwetten

 

Hinderwet: wet omtrent bedrijfsactiviteiten die hinderlijk, gevaarlijk en/of schadelijk zijn voor de omgeving of het leefmilieu.

 

Brandveiligheidsvoorschriften

 

 

2. Inschrijvingen in het Handelsregister

 

De naam van elk bedrijf wordt bij de Kamer van Koophandel ingeschreven in het Handelsregister. Bij die inschrijving wordt gekeken of het publiek niet wordt misleid door de gekozen handelsnaam en of de naam niet hetzelfde is als de naam van een bestaand bedrijf.

 

 

3. De administratie

 

Volgens het Wetboek van Koophandel is ieder bedrijf verplicht om administratie (boekhouding) te voeren, dat daaruit altijd alle rechten en verplichtingen blijken. Elk jaar moet een bedrijf een balans opmaken en alle papieren moet zij zeven jaar bewaren.

 

4. De vestigingsplaats

 

Staatsgarantie = Als je je hypotheekverplichtingen niet meer na kunt komen, draait de staat voor alles op. (Bedrag dat je aan het begin betaalt, een soort verzekering)

Door staatsgarantie is de bank bereid om een hogere hypotheeklening te verstrekken.

 

Zaken die van belang zijn bij de keuze van een vestigingsplaats (van een meubelzaak):

  • Dichtbij klanten
  • Bereikbaarheid voor klanten en leverancier
  • Plaats van concurrentie

 

 

5. De investeringsbegroting

 

Op een investeringsbegroting staan alle zaken die je moet aanschaffen om een bedrijf te beginnen (=activa). De investeringsbegroting is dus een schatting van de financieringsbehoefte.

 

 

6. De resultatenbegroting

 

In een resultatenbegroting staat hoe hoog je opbrengsten en kosten zullen zijn in een toekomstige periode.

 

Winst = opbrengsten – kosten

De winst kun je gebruiken om zelf van te leven.

 

Zo’n schatting van de verwachte opbrengsten en kosten (/de resultatenbegroting) is nodig om te bepalen of je je hoofd boven water kunt houden.

 

De opbrengsten en kosten zijn exclusief btw.

 

 

7. De liquiteitsbegroting

 

In de liquiteitsbegroting komen alle betalingen en ontvangsten te staan die je in een toekomstige periode moet doen. Deze begroting geeft aan of je genoeg middelen hebt in de kas en op de bank. De betalingen en ontvangsten zijn inclusief btw.

 

8. De rechtsvorm (=eenmanszaak)

 

De rechtsvorm = de juridische vorm waarin een bedrijf gedreven wordt.

De rechtsvorm bepalend voor:

  • Hoe je belasting moet betalen
  • Hoe je aansprakelijkheid is geregeld
  • Wie overeenkomsten mag sluiten

 

Belangrijkste kenmerken van de rechtsvorm eenmanszaak:

  • 1 eigenaar
  • De eigenaar geeft de leiding
  • Eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden met het privé vermogen
  • Geen scheiding tussen privé en zakelijk vermogen

 

Uitgebreider:

 

Aansprakelijkheid:

De ondernemer is aansprakelijk voor alle schulden. De schulden kunnen betaald worden uit het privé- en het zakelijk vermogen.

Vermogen = alle bezittingen – de schulden van iemand op een bepaald tijdstip.

Getrouwd in gemeenschap van goederen: echtgenoot kan ook opdraaien voor de schulden.

Getrouwd onder huwelijkse voorwaarden: echtgenoot kan niet opdraaien voor de schulden.

 

De eigenaar van de eenmanszaak is ook directeur. Hij neemt de beslissingen en sluit overeenkomsten af met leveranciers en klanten.

 

Besluiten kunnen snel worden genomen, omdat een eenmanszaak door een persoon wordt geleid. Nadeel: je kunt niet overleggen.

 

Nadeel: banken zijn niet scheutig met het verlenen van krediet, omdat maar één persoon geld heeft gestoken in de zaak. Het is moeilijk om aan geld te komen.

 

Bij ziekte komt de continuïteit ernstig in gevaar en bij overlijden houdt de eenmanszaak zelfs op met bestaan.

 

9. Verzekeringen

 

Je kunt je als bedrijf niet verzekeren tegen het maken van verlies.

 

WA-verzekering = Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering: tegen schade die je toebrengt aan anderen.

 

Opstalverzekering: voor het pand, VB: brand/waterschade.

 

Verzekering voor het inventaris (inboedel) en de voorraden tegen schade door bijv. brand, storm of diefstal.

 

Overlijdensrisicoverzekering

 

Bedrijfsschadeverzekering: vergoedt de schade als gevolg van het niet kunnen doordraaien van een bedrijf door bijv. brand of storm.

 

 

10. De financiering

 

Waar moet je het geld, dat je nodig hebt, vandaan halen en hoeveel geld steek je zelf in je bedrijf?

 

 

11. Diversen

 

Voorbeelden:

  • Het openen van een bankrekening
  • Het zoeken naar leveranciers
  • Het plaatsen van een advertentie
  • Een openingsactie verzinnen (van een winkel)
  • enz.

 

 

 

2.3 De btw

 

btw = Belasting op de Toegevoegde Waarde // omzetbelasting

 

Toegevoegde Waarde = verkoopprijs excl. btw – inkoopprijs excl. btw

 

btw in verkoopprijs => bedrijf draagt de btw af aan de belastingdienst

 

De btw maakt de goederen en diensten voor consumenten duurder = prijsverhogende belasting

 

3 btw-tarieven:

  •   6%    - noodzakelijke levensbehoeften
  • 21%    - luxe goederen
  •   0%    - goederen en diensten die geëxporteerd worden,
  •               bepaalde goederen en diensten, zoals onderwijs en bepaalde diensten              in de gezondheidszorg.

 

Bij verkoop: ondernemer int btw van de consument of van een andere ondernemer => afdragen aan de fiscus (belastingdienst)

Bij inkoop: ondernemer (= in dit geval afnemer) betaalt btw aan de leverancier => krijgt hij terug van de fiscus

Verschil hiertussen => afdragen aan de belastingdienst

 

verkoopprijs exclusief btw =          100%

btw =                                                   21% +

verkoopprijs inclusief btw =          121%

 

De btw behoort niet tot de kosten of opbrengsten van een onderneming en heeft dus geen invloed op de winst of het verlies van een onderneming.

2.4 De investeringsbegroting

 

Op een investeringsbegroting staan alle zaken die je moet aanschaffen om een bedrijf te beginnen (=activa). De investeringsbegroting is dus een schatting van de financieringsbehoefte.

 

Theorie: de investeringen kunnen worden ingedeeld in drie posten:

 

De vaste activa /vast kapitaal

  • Langer dan een jaar
  • Goederen die je nodig hebt om te produceren
  • VB: gebouw, bedrijfsauto
  • Afschrijvingskosten = het bedrag van de waardevermindering van vaste activa. Dit bedrag moet je reserveren, zodat je de vaste activa kan vervangen, als het stuk/versleten is.

 

 

De vlottende activa /vlottend kapitaal

Minder dan een jaar

 

A. Voorraden /(handels)goederen

Om op korte termijn te verkopen

 

B. Debiteuren

Afnemers/klanten van wie een bedrijf nog geld tegoed heeft

Vorderingen van een bedrijf op afnemers/klanten, die wel iets gekocht hebben, maar nog niet betaalt.

Mensen hebben op rekening gekocht

Ondernemer = leverancier en verstrekt krediet aan zijn klanten. Debiteuren = verstrekt leverancierskrediet.

 

C. Nog te ontvangen bedragen

Onderneming moet nog geld krijgen van anderen dan klanten

 

D. Vooruitbetaalde bedragen

VB: huur. Als je de huur voor een jaar zou vooruitbetalen: na elke maand huur neemt de vordering op de verhuurder af totdat op het eind van het jaar de vordering nihil is.

 

E. Te vorderen btw

Bij een inkoop betaalt de ondernemer btw aan zijn leverancier, deze betaalde btw kan hij terugvorderen van de fiscus. Omdat de btw één keer in het kwartaal wordt afgerekend, ontstaat er een vordering op de fiscus die je ‘te vorderen btw’ of ‘te vorderen omzetbelasting’ noemt.

 

 

Liquide activa /liquide middelen/liquide kapitaal

Geldmiddelen die je nodig hebt om dagelijkse betalingen te doen

Liquide = vloeibaar

Kas & bankrekening

2.5 De financiering

 

De totale investering geeft de totale financieringsbehoefte aan.

 

Activa:

Wordt in eerste instantie gefinancierd met:

Kan ook gefinancierd worden met:

Vaste activa

Eigen vermogen

Lang vreemd vermogen

Vlottende activa

Kort vreemd vermogen

Eigen vermogen

Lang vreemd vermogen

Liquide activa

Kort vreemd vermogen

Eigen vermogen

Lang vreemd vermogen

 

 

Lang vreemd vermogen:

A. De hypotheeklening of hypothecaire lening

Krijg je op onderpand van onroerend goed

Bij niet nakomen van de aflossings- en renteverplichtingen wordt het onroerend goed op de veiling verkocht (excuteren). Uit de opbrengst van de verkoop wordt eerst de lening van de bank afgelost. Deze opbrengst is meestal minder dan bij vrijwillig verkoop: meer tijd en onderhandeling mogelijk. (zie ook hoofdstuk 1)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.