Samenvatting M&O



10.1

Als een onderneming de financiering van activa rond wil krijgen moet zij hiervoor vermogen aanschaffen. Als het met EV wordt gefinancierd dan hoeft het niet terug betaald te worden. Het vreemde vermogen moet echter wel op tijd worden afgelost. Daarbovenop moet zij interest betalen. Er zijn dus betalingsverplichtingen wanneer ze vreemd vermogen aantrekt.

Vreemd vermogen kan pas worden afgelost als er liquide middelen zijn. De activa zullen dan een minder groot beslag op het vermogen moeten leggen.

Verschil vlottende en vaste op vermogen:



• Vaste activa leggen voor een lange periode beslag op het vermogen. Dit komt gedeeltelijk vrij via afschrijving van deze activa (vaak doorberekend in de producten).

• Vlottende activa hebben een kortere doorlooptijd. Het vermogen dat hierin is geïnvesteerd kan binnen enkele maanden weer vrijvallen. Voorraden verminderen door de verkoop, de verkoopt levert een vordering op de debiteuren en zodra de debiteuren betalen beschikt de onderneming over contant geld.

Vreemd vermogen kan pas worden afgelost als er geen beslag meer op wordt gelegd. Er moet niet teveel met KVV worden geïnvesteerd.

Om betalingsproblemen te voorkomen moet een onderneming bij investeringen rekening houden met de verschillende omlooptijden van de activa. Hoe langer het duurt voor de activa vrijkomt, des te langer moet er vermogen beschikbaar zijn.

De mate van liquiditeit geeft aan of een bedrijf in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Ze kan het toetsen met behulp van de current en de quikratio.

Hoe meer vreemd vermogen het bedrijf op korte termijn moet betalen en hoe minder activa vrijkomen of al vrijgekomen zijn, des te slechter is de liquiditeit. Deze verhouding komt terug in de currentratio:

Currentratio = (vlottende activa + liquide middelen) / KVV

Quikratio = (debiteuren (klanten) + liquide middelen) / KVV



Vaak worden alleen de vlottende activa en liquide middelen beschouwt, de naderende aflossingen van leningen moeten er echter ook bij worden betrokken.



10.2

Bij een besluit over de samenstelling van het vermogen moeten een onderneming niet alleen een beslissing nemen over de hoeveelheid eigen en vreemd vermogen maar ook of zij lang of kort vreemd vermogen neemt. Bij deze laatste spelen de consequenties voor de liquiditeit een rol.

De verschillende vermogensvormen beschikken over hun eigen looptijd. EV staat permanent tot de beschikking. Bij een onderneming zonder rechtspersoon is de eigenaar echter wel privé aansprakelijk over dit vermogen. Bij ondernemingen met eigen rechtspersoon kan het geld worden verhaald op de aandeelhouders.

De looptijd van vreemd vermogen verschilt nagelang het type vreemd vermogen. Obligatieleningen, hypothecaire leningen en onderhandse leningen rekent met tot LVV. Ze hebben een looptijd van enkele jaren. KVV zoals leverancierskrediet en rekening-courantkredet heeft een looptijd die korter is dan 1 jaar. Hier kan een dringende noodzaak tot afbetaling in voorkomen.

Als een onderneming wil zorgen dat er geen betalingsproblemen komen moet zij zorgen dat de periode dat het vermogen aangetrokken wordt langer is dan de duur van het vermogensbeslag van de activa. Activa met een lange doorlooptijd kunnen daarom het beste met LVV of EV gefinancierd worden. Activa met een korte doorloopsnelheid moeten met KVV gefinancierd worden. Het hangt daarnaast ook van de interestvoet af.

Zie nog tekst bij voorbeeld blz327 en 328



10.3

Een onderneming kan inzicht krijgen in de liquiditeit door de currentratio te bepalen. Dit geeft echter maar een beperkt beeld omdat het een moment opname laat zien. Een beter beeld om te kijken hoe het er in de toekomst uit gaan zien is een liquiditeitsbegroting maken. Hierin gaat een bedrijf na hoeveel ontvangsten en betalingen in het komende jaar verwacht, verdeelt over de maanden of de kwartalen. De leiding van een bedrijf is vroeg op de hoogte van tekorten aan vermogen die zij eventueel verwachten kan. Oplossingen kunnen dan gezocht worden.

De meeste ontvangsten en uitgaven lopen via de bank. Voor een bedrijf is het kasgeld dan vaak ook niet zo belangrijk. Er zal voor de zekerheid meestal wel iets in kas zijn, maar het wordt toch altijd weer op de bankrekening gestort.

Bedrag rekening-courant:

• Positief (het bedrijf heeft geld tegoed van de bank),  debet op de balans van liquide middelen.

Zolang het positief blijf is de RC een overzicht van de verwachte stand van liquide middelen. Het begint met de stand van liquide middelen aan het begin van de periode, het saldo geeft de verwachte stand van liquide middelen aan het einde van de periode aan.

• Negatief (het bedrijf leent geld v/d bank),  credit bij het kort vreemde vermogen.

Als ze rood staat, geeft de RC een beter beeld over de toe en afname van de schuld bij de bank. Een verbetering leidt tot een vermindering van de schuld.

De begroting geeft dus eigenlijk een voorspelling van de ontwikkeling van het saldo op de rekening-courant.

Het is belangrijk dat de verdeling van de periode niet te klein wordt genomen. Daarbij kosten kleine berekeningen veel werk en het komt toch nooit precies uit. De begroting wordt meestal per maand opgesteld. Als blijkt dat er na opstellen onverwachte gebeurtenissen plaatsvinden dan moet de begroting worden aangepast.

Door deze rekening wordt er dus een duidelijk beeld gecreëerd omtrent de ontwikkeling. Bij een klein tekort kunnen betalingen worden uitgesteld of de voorraad iets in te krimpen. Bij een groot tekort kan er een maximumbedrag aan krediet worden afgesproken of een bedrijf gaat over op een lening.

Bij eventuele (grote) overschotten, kan een bedrijf beslissen dit geld tegen een interestvergoeding weg te zetten.



Hoe de liquiditeitsbegroting eruit ziet, het wordt meestal postgewijs opgesteld:

Ontvangstenkant:

• contante verkopen, geeft een schatting van verkopen die afnemers meteen zullen betalen.

• ontvangsten van debiteuren, verwachte ontvangsten van afnemers die op rekening hebben gekocht.

• verkoop van vaste activa. Af en toe al een gebouw of machine wordt verkocht.

Betalingskant:

• contante inkopen

• betalingen aan crediteuren

• rente en aflossing

de financiële leiding zal bij het plannen van haar liquiditeiten rekening moeten houden met de risico’s die zij loopt. Voor de zekerheids kunnen de ontvangsten daarom beter lager ingeschat worden of achter de hand gehouden worden.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.