Hoofdstuk 1 lesbrief Stichting en Vereniging

Beoordeling 7.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1026 woorden
  • 25 november 2009
  • 74 keer beoordeeld
Cijfer 7.8
74 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview
Samenvatting Management & Organisatie H1

Een commerciële organisatie oftewel een onderneming is een organisatie met als doel het maken van winst. Een niet commerciële organisatie (non-profit organisatie) heeft een ideeën doel, het realiseren van hun doel.
Deze organisaties hebben een rechtsvorm. Daarmee bedoelt men de juridische vorm van de organisatie waarin bepaalde regels worden vastgesteld:
- wie de leiding heeft

- wie er aansprakelijk is voor de schulden van de organisatie
- hoe er besluiten worden genomen
- of er belasting betaald moet worden over de winst
- hoe de organisatie wordt opgericht
- hoe de organisatie beëindigd wordt.

Rechtsvorm Commercieel of niet commercieel Rechtspersoon of geen rechtspersoon
Vereniging Niet- commercieel Rechtspersoon
Stichting Niet- commercieel Rechtspersoon
Eenmanszaak Commercieel Geen rechtspersoon
Besloten vennootschap Commercieel Rechtspersoon
Naamloze vennootschap Commercieel Rechtspersoon

Rechtspersonen zijn geen mensen van vlees en bloed, maar organisaties met rechtspersoonlijkheid. Dat betekend dat je mensen in dienst kunt nemen, leningen kunt aangaan en koopcontracten kunt afsluiten. Er is geen aanspraak op privé-bezit mogelijk. Bij de eenmanszaak is de eigenaar wel aansprakelijk voor eventuele schulden van de organisatie.

De Stichting streeft een ideëel doel na en is niet gericht op het maken van winst. De stichting heeft alleen een bestuur maar geen leden. In het begin benoemt het bestuur zichzelf, dat noem je coöptatie.

De oprichting van een stichting vindt plaats bij de notariële akte. Daarin staat: - de naam van de stichting
- het doel van de stichting
- de wijze van benoeming en ontslag van bestuursleden
- de gemeente waar de stichting zit
- de bestemming van de stichting in geval van ontbinding
De stichting moet daarbij ook ingeschreven worden bij de Kamer van Koophandel. Zolang dat niet gebeurd is, is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden. Dat betekend dat de schuldeiser een willekeurig persoon aansprakelijk kan stellen.

Taken van het bestuur van de Stichting:

- alle besluiten nemen
- alles te doen wat kan bijdragen aan het realiseren van het doel
- een boekhouding bijhouden
- de stichting naar buiten toe vertegenwoordigen

Een Vereniging heeft als kenmerk dat de leden deelnemen aan de besluitvorming in de vereniging. De vereniging heeft een bestuur dat is gekozen door de leden van de vereniging. De Algemene Ledenvergadering (ALV) is de hoogste besluitsvorm van de vereniging.
Bij een vereniging wordt een onderscheid gemaakt tussen formele en informele verenigingen. Formele verenigingen hebben volledige rechtsbevoegdheid (VVR). Dat betekend dat de vereniging statuten bij de notariële akte heeft. (Dezelfde statuten als bij de stichting). Ook moet de VVR zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Bij de VVR zijn de bestuurders niet hoofdelijk aansprakelijk voor schulden. Een informele vereniging heeft beperkte rechtsbevoegdheid (VBR). Dat betekend dat deze vereniging geen notariële akte heeft. Hierbij zijn de bestuurders wel hoofdelijk aansprakelijk.


Taken van het bestuur van de vereniging:
- de financiële kant van de vereniging; boekhouding bijhouden
- vertegenwoordigen van de stichting naar buiten toe; contracten sluiten
- het uitvoeren van de besluiten van de ALV

Taken van de Algemene Ledenvergadering:
- tijdens de jaarvergadering haar jaarverslag laten goedkeuren door de leden
- het benoemen, ontslaan en schorsen van bestuursleden
- het nemen van besluiten tot wijziging van de statuten
- het ontbinden van de vereniging

Overeenkomsten tussen Stichting en Vereniging:
- Niet commerciële ondernemingsvorm
- Ze hebben een ideëel doel
- Ze hebben een bestuur

- Ze hebben rechtspersoonlijkheid

Verschillen tussen Stichting en Vereniging:
- Je kunt niet lid worden van een stichting, wel van een vereniging
- Het bestuur is het hoogste orgaan van een stichting, de ALV van een vereniging
- Het bestuur van een stichting benoemt zichzelf (coöptatie), de ALV benoemt het bestuur van een vereniging

Stichtingen en Verenigingen krijgen hun ontvangsten door middel van:
- contributies van leden (alleen vereniging)
- giften van sympathisanten
- bijdragen van de overheid (subsidie)
- sponsors
- extra geld uit commerciële activiteiten

Ter ondersteuning en ter stimulering geeft de overheid (het Rijk) een subsidie. Scholen bijv. zijn helemaal afhankelijk van subsidies. Er zijn verschillende soorten subsidies.
Inputfinanciering: Hierbij kijkt men naar wat er nodig is en vervolgens wordt hier geld voor beschikbaar gesteld. (vb. een financiering op declaratiebasis). In dit systeem was het niet zinvol om een uitgave niet te doen: geen uitgave betekende geen geld. (een lange tijd werden scholen zo ‘vergoed’).

Outputfinanciering: Hierbij krijgen niet-commerciële een vergoeding op de prestaties (output) die zij leveren. De lumpsumfinanciering en budgetfinanciering zijn hier voorbeelden van.
Lumpsumfinanciering: Bij deze financiering krijgen scholen een bepaald bedrag op basis van het aantal leerlingen, dat ze opleiden (= prestatienorm). Hoe de school het geld besteedt mag de school zelf weten. Als de school in een bepaald jaar de vooraf gestelde doelen bereikt heeft kan je zeggen dat de school effectief gewerkt heeft.
Budgetfinanciering: Bij deze financiering stelt de overheid vooraf af welk bedrag de instelling krijgt en welke prestaties hier tegenover moeten staan. Een voorbeeld hiervan is een ziekenhuis. Kenmerken van de budgetfinanciering zijn:
- de maximumsubsidie staat van te voren vast
- tegenover de subsidie staat een prestatie die geleverd moet worden
- de wijze waarop de prestatie geleverd wordt maakt niet uit
- overschotten mogen naar eigen inzicht worden besteed
- tekort moet de instelling zelf aanvullen.

Leasen is het huren van een product voor een bepaalde tijd. Het voordeel van leasen is dat je zelf geen geld in het productiemiddel hoeft te steken. Over het algemeen kan gesteld worden dat leasen duurder is dan het zelf beheren van een product. Toch kan het aantrekkelijk zijn want organisaties met te weinig geld kunnen toch de benodigde middelen aanschaffen. Onderstaande leasevormen zijn populair want de kosten kunnen in mindering worden gebracht op de winst. Leasen is dus een vorm van financiering met vreemd vermogen.
Operational lease: Het gelease object blijft eigendom van de lessor (verhuurder). De lessee (huurder) kan het contract tussentijds opzeggen. De verhuurder zorgt voor het onderhoud van het verhuurde object. Omdat het risico van veroudering ligt bij de lessor kan het contract tussentijds opgezegd worden. De kosten zijn doorberekend in de huur.

Financial lease: Hierbij is het contract tussentijds niet opzegbaar en meestal heeft het een lange looptijd. De lessee heeft alle verantwoordelijkheid, maar de lessor blijft de juridische eigenaar van het product. Na afloop kan van het contract kan de lesse:
- het product van de lessor kopen
- het leasecontract voortzetten
- het object teruggeven aan de lessor.



REACTIES

D.

D.

Thanks ouwe!
Ik was mijn boek vergeten maar dankzij jou kan ik toch nog wat leren voor de toets van morgen!

12 jaar geleden

R.

R.

lol die ik heb ook een toets morgen zit jij misschien op Martinus College?

12 jaar geleden

N.

N.

dit vind ik wel een geinig stukkie hoor. STUK IN JE BROEK

5 jaar geleden

G.

G.

leuk stukkie hoor

5 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.