Domein B, Hoofdstuk 4 t/m 6

Beoordeling 7.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1024 woorden
  • 24 december 2009
  • 19 keer beoordeeld
Cijfer 7.9
19 keer beoordeeld

Management & Organisatie
Hoofdstuk 4 t/m 6
Domein B


H4;
Scientific management:
*Taylor (Wie)
*Technische productieproblemen (Uitgangspunt)
*Prestatieverbeteringen (Doel)
*Juiste persoon op juiste plek (Hoe)
*Objectieve productienormen (Extra)

Algemene managementtheorie:
*Fayol (Wie)
*Organisatie als geheel (Uitganspunt)
*Betere manier van leiden van bovenaf (Doel)
*5 essentiële elementen van leidinggeven (Hoe)
*Vooruitzien en plannen, organiseren, eenheid v. bevel, coördineren, controleren (Extra)


Human Relations (HR)-beweging:
*Mayo (Wie)
*Prestaties van werknemers hangen niet alleen af van technische middelen (Uitgangspunt)
*Meer aandacht voor werknemer, minder voor productiemethoden (Doel)
*Invloed aantonen van technische en menselijke factoren op prestaties (Hoe)

Revisionisme:
*Blake/Mouton & Likert (Wie)
*Veranderen van maatschappelijke opvattingen (Uitgangspunt)
*Organisatiestructuren en stijlen van leidinggevende aanpassen (Doel)
*Managerial Grid & Linking pin-model (Hoe)

Systeemtheorie:
*Organisatie als open geheel (Uitgangspunt)
*Wisselwerkingen van omgeving accepteren (Doel)
*Meer aandacht voor externe omgeving (Hoe)

Contingentie benadering:
*Geen standaard organisatiestructuren en managenmentopvattingen (Uitgangspunt)
*Goede afstemming op in- en externe omgeving (Doel)

*Organisatie en leiding aanpassen aan situatie (Hoe)

Linking pin-model:
Het koppelen van verschillende hiërarchische lagen in de organisatie, door een overlegvorm te creëren waarbij één functionaris uit een groep tevens deelneemt aan een groep op een hoger niveau. Deze functionaris is de verbindende factor, de linking pin, tussen de twee groepen. Hij geeft informatie uit zijn groep door naar boven, en hij geeft informatie van boven weer terug naar zijn groep.

Lijnorganisatie:
Een lijnorganisatie is een organisatie waarbij boven elke werknemer een manager of meerdere staat en waarin de taken opgedeeld zijn in logische bij elkaar horende afdelingen.

Voordelen lijnorganisatie:
* Duidelijk en eenvoudig
* Bevoegdheden zijn goed afgebakend
* Taken en verantwoordelijkheden zijn duidelijk bepaald
* Beslissingen nemen gaat snel

Nadelen lijnorganisatie:
* Bureaucratie (veel regels en massa's papier)
* Elke afdeling staat te veel op zichzelf
* Gebrek aan gespecificeerd personeel
* Managers krijgen een (te) zware verantwoordelijkheid
* Geringe flexibiliteit

Lijn-staf organisatie:

Een lijn-staf organisatie is een lijnorganisatie waaraan één of meer stafafdelingen zijn toegevoegd.

Voordelen lijs-staf organisatie:
* Eenheid van bevel
* Er worden deskundigen en vakspecialisten ingeschakeld
* Betere samenwerking tussen de afdelingen
* Lijnfunctionarissen worden ontlast

Nadelen lijn-staf organisatie:
* Staf kijkt onvoldoende naar wat nodig is
* Staf draagt geen verantwoordelijkheid
* Staf heeft snel de neiging om te proberen een uitbreiding te realiseren
* Staffunctionarissen kunnen te veel bevoegdheden krijgen
* Staf- en lijnafdelingen leiden te veel een eigen leven en hebben onvoldoende contact met elkaar.

Projectorganisatie:

Voor de uitvoering van een ingewikkeld project kan de onderneming specialisten op verschillende terreinen bij elkaar in een groep plaatsen. Aan het hoofd staat een projectleider.

Projectgroep:
Een projectgroep is een tijdelijk samenwerkingsverband, dat bestaat uit verschillende specialisten die de opdracht hebben een bepaald doel te realiseren.

De leden van een projectgroep hebben twee bazen, de projectleider en de hiërarchische leider.

Ententestructuur:
De Ententestructuur is een horizontale structuur, gebaseerd op nevenschikking in plaats van onderschikking.

Besluitvorming:
Besluitvorming is een proces waarbij men een keuze maakt uit alternatieven.

Inspraak:
Iedereen kan zijn mening geven en de beslisser moet hiermee rekening houden.

Medezeggenschap:
De leden van een groep hebben allemaal een beslissende stem in de besluitvorming.


Besluitvormingfasen:
1. Onderwerp vaststellen
2. Alternatieven verzamelen
3. Gevolgen per alternatief aangeven
4. Keuze maken

Besluitvormingsregels:
Eenmansbesluit --> één functionaris neemt het besluit.
Minderheidsbesluit --> De minderheid neemt het besluit (minderheid heeft geen bezwaar of geen mening)
Meerderheidsbesluit --> Meeste stemmen gelden
Unanimiteit --> Iedereen moet het er mee eens zijn, zo niet volgt een heroverweging.
Consensus --> De meerderheid beslist, maar de minderheid moet het accepteren
Veto --> Één iemand kan zonder argumenten het besluit tegenhouden


Besluitvormingsmethoden:
Intuïtieve methode --> gevoelsmatig
Ervaringsmethode --> inflexibiliteit
Rationele-systematische methode --> verstandelijk

H5;
Organisatie niveaus:
van boven naar beneden:
*Topmanagement --> Raad van Bestuur
*Hoger management --> divisieleiding
*Middenmanagement --> afdelingsmanager
*lager management --> teamleiders
*niet-leidinggevend personeel

Omspannings vermogen:
Omspannings vermogen is het aantal ondergeschikten waaraan een leidinggevende nog effectief leiding kan geven.

Spanwijdte:
Spanwijdte is het aantal ondergeschikten aan wie feitelijk leiding wordt gegeven.

Theorie X:

Theorie X staat voor een negatief mensbeeld. Managers zijn negatief over hun medewerkers.

Kenmerken:
*Autoritaire stijl
*Motto: 'als jij vind dat ik lui ben, dan wil ik me best zo gedragen'

Theorie Y:
Theorie Y staat voor een positief mensbeeld, het tegenovergestelde van Theorie X.
Theorie Y sluit aan bij de HR-beweging en het Revisionisme.

Leiderschap stijlen:
*Autocratisch leiderschap --> Taakgericht
*Democratisch leiderschap --> Mensgericht
*Laissez-faire-leiderschap --> Grote vrijheid
*Ondersteunend leiderschap --> Teamgeest
*Participerend leiderschap --> Delen van de macht

*Flexibel leiderschap --> Situatie gericht

Managerial grid:



1.1 Impoverished (Deserteur)
1.9 Country Club (Zendeling)
5.5 Middle of the Road (Compromissen zoeker)
9.1 Task (of:Produce or Perish) (Autocraat)
9.9 Team (Doelmatig leider)

Managementmethoden:
*Intergraal management --> Manager geheel verantwoordelijk
*Management by direction --> Strenge controle (past bij Theorie X)
*Management by objectives --> vaststellen van doelen
*Management by exeption --> normen gekoppeld aan doelstellingen
*Management by walking around --> Manager vaak aanwezig op werkvloer
*Management by delegation --> Delegeren van taken


Eenheid van leiding:
Eenheid van leiding betekent dat iedere medewerker hetzelfde doel nastreeft.

H6;
Communicatieproces:
Het communicatieproces is een proces waarbij minimaal twee personen of organisaties betrokken zijn.

ZMBO-model:
De Zender stuurt met behulp van een Medium een Boodschap naar één of meer Ontvangers.

Coderen en decoderen:
Coderen is het vormgeven van een boodschap.
Decoderen is het vertalen van de boodschap door de ontvanger.

Bij coderen en decoderen speelt het referentiekader een belangrijke rol, iedere persoon heeft eigen meningen, opvattingen, gevoelens enzovoorts, de mix van deze dingen wordt het referentiekader genoemd.

De filter kan belemmerd werken, bij een filter is het zo de de verzender (of:ontvanger) te veel rekening houd met het referentiekader van de ontvanger (of:zender).


Feedback:
Feedback is de reactie van de ontvanger op de boodschap van de zender.

Verstoringen in het ZMBO-model:
Ruis: Iedere verstoring of ongunstige beïnvloeding tijdens het transport van een boodschap.
Redundantie: 'te veel' (overtolligheid) in de communicatie.

Verticale communicatie:
Loopt verticaal tussen de hogere en lagere functies. Bij communicatie van hoog naar laag is er sprake van ''Top-down'' en andersom (laag-hoog) ''Bottom up''

Horizontale communicatie:
Communicatie tussen werknemers van gelijk niveau. (voordeel:snel/nadeel:buiten de manager om)

Diagonale communicatie:
Communicatie tussen werknemers van ongelijk niveau. Bijvoorbeel tussen Magazijnmedewerker en manager van de productieafdeling. (voordeel:snel/nadeel:buiten de hiërarchische lijnen om)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.