Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Politieke besluitvorming h.2 par 1 tm 3

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 823 woorden
  • 22 januari 2004
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 5 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Kenmerken democratie:
· Algemeen kiesrecht
· Regelmatige verkiezingen
· Vrijheid van meningsuiting
· Vrijheid van vergadering
· Machtsscheiding
Wetten:regels die voor iedereen gelden
Staat: - precies afgebakend grondgebied
- bevolking heeft veel gemeenschappelijk
- overheid heeft het grootste gezag
Overheid:beschikt over macht,mag fysiek geweld gebruiken
Gezag:als de macht van de overheid als jurist of redelijk word aanvaard
Belangen:als individu of groep iets willen,een beroep doen op de overheid

Politiek:alles wat met de overheid te maken heeft
Beleid: proberen een bepaald doel te bereiken door het doelgericht gebruik van bepaalde middelen
Dictatuur: een persoon of een kleine groep mensen heeft de macht in handen.àonderdanen:inwoners,hebben weinig rechten en voornamelijk plichten,ondergeschikt aan de staat
Democratie = de bewoners zijn geen ondergeschikte onderdanen, maar burgers die naast plichten ook nog rechten hebben.
In de 19e eeuw mochten in Nederland alleen rijke mannen stemmen. Pas in 1917 voor alle mannen en in 1919 ook voor vrouwen.
Indirecte/vertegenwoordigden democratie = Het volk heerst via vertegenwoordigers
Directe democratie:het volk heerst rechtstreeks(alleen bij kleine volken)
Volksstemming<->referendum à het volk kan me stemmen via een enquête
Democratie:à gelijkheid: alle burgers hebben gelijke rechten, geen discriminatie
à vrijheid: de burgers mogen hun eigen leven kunnen inrichten zoals zij dat willen.

Kenmerken democratie:
· Algemeen kiesrecht
· Regelmatige verkiezingen
· Vrijheid van meningsuiting
· Vrijheid van vergadering
· Machtsscheiding

Parlement:neemt beslissingen over wetten en controleert de regering:dagelijks bestuur van een land
Rechtsstaat: belangrijke rechten van alle burgers gegarandeerd zijn en iedereen zich daaraan moet houden.
Sociale voorwaarden voor democratie = bepaalde maatschappelijke omstandigheden.
De kans dat het met een democratie goed gaat, is groot, als:
1 er sprake is van een gunstige sociaal-economische ontwikkeling
2 er een zekere mate van sociaal-economische gelijkheid bestaat
3 er sprake is van een democratische politieke cultuur
4 burgers zich hebben verenigd in organisaties op grond van belangen enz.
5 militairen geen invloed hebben op de politiek

6 de staat goed functioneert
7 er geen hevige conflicten zijn tussen etnische groepen

Rechtsstaat: 1 alle burgers hebben gelijke rechten
2 wat wel en niet mag, staat in de wetten (iedereen moet zich aan de wetten houden!!)
3 er bestaat een machtenscheiding tussen:
- de wetgevende macht -die de wetten maakt
- de uitvoerende macht –voert de wetten uit
- de rechterlijke macht –treed op als de wetten worden overtreden
4 grondwetten:perken de macht tegenover de burger in(mensenrechten)
Mensenrechten:- klassieke(individuele) mensenrechten en sociale mensenrechten
Belangrijkste klassieke grondrechten in de Nederlandse grondwet zijn:
- vrijheid van godsdienst
- vrijheid van drukpers/meningsuiting
- vrijheid van vereniging, vergadering en demonstatie
- onaantastbaarheid van het lichaam
- bescherming van willekeurige huiszoeking
brief-, telefoon- en telegraafgeheim
Naast klassieke mensenrechten zijn er ook nog sociale mensenrechten.
- recht op eten
- onderdak
- werk
- onderwijs
- gezondheidszorg

Bij algemeen belang gaat het over welvaart,veiligheid,onderwijs en gezondheiszorg
Ideologieën: opvattingen over hoe de maatschappij functioneert en in de toekomst moet functioneren.
Politieke stroming = mensen met dezelfde ideologieën
Politieke partij = een georganiseerde groep mensen, die;
- ideeën heeft over beleidsterreinen(àprogramma)
- kandidaten stelt bij de verkiezingen
Ze zijn zowel landelijk als provinciaal en gemeentelijk georganiseerd

Drie belangrijke stromingen in de Nederlandse politiek zijn: liberalisme, socialisme en christen-democraten.

Linke partijen :willen dat de overheid actief ingrijpt om de sociale ongelijkheid te verminderen. (socialisten)
Rechtse partijen: willen meer vrijheid voor het volk.(liberalen)

van link naar rechts:

Communisme--socialisme(soc.democratie)---christendemocratie---liberalisme---fascisme

Communisme :gelijkheid centraal,productiemiddelen in handen van gemeenschap(staat) om sociale ongelijkheid te voorkomen,1partijdictatuur: economie in handen van de staat terwijl de communistische partij alle andere partijen verbood.
Fascisme:keert zich tegen de democratische principes van vrijheid en gelijkheid(tolerantie).
Fascisme kent:leiderschap,elite,orde,heldendom,nationalistisch.

Liberalisme:vrijheid(individueel,economisch),als ieder mens zijn belangen na streeft komt het beste uit de mens.staat moet zorgen voor:veiligheid,infrastructuur,onderwijs en gezondheidszorg.
Grootste ned-partij:VVD(volkspartij voor vrijheid en democratie) en d66àbelangen aan de rechten v/d mens.Verschil tussen d6 en VVDàd66 rechtsreeks laten stemmen,volksstemming en VVD minder overheidsbemoeienis

Socialisme(sociaal-democratisch):ontstaan op reactie op liberalisme,waren niet met de economische vrijheid eens.Socialisten:willen actieve overheid om gelijke kansen en rechtvaardige inkomensverdeling te garanderen.Individuele vrijheid is hetzelfde als bij de liberalen.
Grootste partij PvdA,Groenlinks(milieuproblemen) en SP(arbeiders en uitkeringgerechtigden)

Christen-democratie:confessionele partij:laten zich inspireren door de bijbel.op sociaal-democratisch gebied zitten ze tussen de liberalen en socialisten in:minder vertrouwen in het individu en minder vertrouwen in de overheid.Alles moet samen,in harmonie.
Grootste partij:CDAàchristenunie(CU) en Staatkundig Gereformeerde Partij(SGP)
Verschil tussen SGP en CU=SGP wilt gereformeerde staatsgodsdienst.(:tegen abortus doodstraf)CU wilt actief overheidsingrijpen voor de sociaal zwakkeren en strenge maatregelen tegen het milieu.

Leefbaarheidbeweging:àvolgend deze beweging grote kloof ontstaan tussen burgers en politici.(luisteren niet naar de burgers),ze willen harder optreden tegen criminaliteit,allochtonen,asielzoekers.
Populisme:dat de overheid en iedereen naar het volk luistert en via het volk spreekt(LPF)

One -issue partijen = partijen die zich op 1 gebied concentreren.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.