Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Pluriforme samenleving

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2940 woorden
  • 2 april 2012
  • 31 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 31 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Samenvatting Paragraaf 1 Hoofdstuk Pluriforme samenleving
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Wat verbindt mensen met elkaar en waarin kunnen ze verschillen?
Iedereen heeft een eigen cultuur, deze ontstaat door de omgeving waarin je opgroeit en de mensen met wie je omgaat. In elke omgeving is dus een andere cultuur, geloof is ook een onderdeel van je eigen cultuur. Onder cultuur verstaan we alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken die leden van een samenleving met elkaar gemeen hebben en dus als vanzelfsprekend beschouwen. Het gedrag van mensen is een combinatie van natuur en cultuur, cultuur is aangeleerd en natuur is aangeboren. Door je cultuur, natuur en ervaringen in je leven wordt je eigen karakter gevormd. Normen en waarden zijn voorbeelden van cultuurkenmerken, deze horen bij een bepaalde cultuur. In Nederland wonen veel verschillende culturen bij elkaar in een land, daarom noemen we Nederland ook wel multicultureel. Mensen met een gemeenschappelijke cultuur noemen we ook wel een cultuurgroep. In een Pluriforme samenleving leven veel verschillende cultuurgroepen en hebben cultuurgroepen ieder hun eigen cultuurkenmerken. Deze Pluriformiteit is vastgelegd in de grondwet en daardoor heeft iedereen het recht om zich te gedragen volgens zijn cultuur. Niet alle culturen in een samenleving zijn even sterk en daarom spreken we van dominante en subculturen, dominante culturen worden door de meeste mensen binnen een samenleving geaccepteerd en subculturen komen voor wanneer bepaalde normen en waarden afwijken van de dominante cultuur. Hiernaast hebben we ook nog tegenculturen, deze zijn tegenstrijdig tegen de dominante culturen. Cultuur is dynamisch omdat opvattingen over bijna alles veranderen.
Begrippen :
- cultuur : Alle normen, waarden en andere aangeleerde kenmerken die de leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en dus als vanzelfsprekend beschouwen.
- natuur : Datgene wat aangeboren is
- cultuurkenmerken : Kenmerken die een bepaalde cultuur weergeven.
- cultuurgroep : Mensen met een gemeenschappelijke cultuur.
- pluriforme samenleving : Hierin leven veel verschillende cultuurgroepen en hebben de cultuurgroepen ieder hun eigen cultuurkenmerken.
- grondwet : In de grondwet staan de grondrechten en plichten van burgers, en de bevoegdheden van het parlement, de ministers en de Koningin.
- dominante cultuur : De kenmerken van deze cultuur worden geaccepteerd door de meeste mensen binnen een samenleving.
- subcultuur : Binnen een groep wijken bepaalde normen, waarden en cultuurkenmerken af van de dominante cultuur.
- tegencultuur : Hiermee worden groepen aangeduid die zich duidelijk verzetten tegen de dominante cultuur.
- feminisme : Beweging die ernaar streeft dat vrouwen dezelfde rechten en mogelijkheden als mannen krijgen.
- antiglobalisten : Een tegencultuur die tegen een sterke economische en de overheersende rol van de westerse landen in de wereld zijn.
Samenvatting Paragraaf 2 Hoofdstuk Pluriforme samenleving
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Hoe verloopt cultuuroverdracht ?
Kenmerken van een cultuur worden doorgegeven aan nakomelingen , immigranten, leerlingen op een school en ga zo nog maar even door. Dit gaat via socialisatie, sociale controle en internalisatie. Socialisatie is het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurelementen van zijn groep of samenleving aanleert. Het doel hiervan is aanpassing aan de omgeving en het zorgt ervoor dat en groep kan blijven bestaan. Socialiserende instituties zijn instellingen, organisaties en overige collectieve gedragspatronen waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt. Collectieve gedragspatronen zijn gemeenschappelijke gebeurtenissen zoals carnaval Prinsjesdag en Kerstmis. Sociale controle is de wijze waarop mensen andere mensen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden. We kunnen sociale controle formeel noemen wanneer deze is gebaseerd op geschreven regels, dit kunnen wetten zijn maar bijvoorbeeld ook een wedstrijdreglement. Als het gaat om beleefdheidsvormen en andere ongeschreven regels, spreken we van informele sociale controle. Sancties zorgen ervoor dat anderen zich gedragen naar geldende formele en informele normen Sancties kunnen positief en negatief zijn in de vorm van straffen en beloningen, ze worden gebruikt bij de sociale controle. Internalisatie is het doel van de socialisatie en sociale controle. Internalisatie betekent dat mensen zich automatisch gaan gedragen zoals de groep dat van hen verwacht. Socialisatie en internalisatie kan ook in de vorm van imitatie, kinderen doen het gedrag van hun ouders na. Bij de deelname aan de samenleving is er bij ieder mens sprake van de ontwikkeling van de identiteit.
Begrippen :
- socialisatie : Het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert.
- socialiserende instituties : Instellingen, organisaties en overige collectieve gedragspatronen waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt.
- sociale controle : De wijze waarop mensen andere mensen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden.
- sociale sancties : sancties waarmee mensen zorgen dat anderen zich gedragen naar de geldende formele en informele normen.
- internalisatie : Dat mensen zich automatisch gaan gedragen zoals de groep dat van hen verwacht.
- individualistisch : Centraal staat het individu. De overheid moet mensen mogelijkheden geven om zich te ontplooien. Zij moet de vrijheid en gelijkheid van het individu garanderen.
- Collectivistisch : De collectiviteit staat centraal. De mens wordt niet als individu benaderd maar als onderdeel van een groter geheel. Iedereen wordt gelijk behandeld en heeft dezelfde rechten en plichten.
Samenvatting paragraaf 3 Hoofdstuk Pluriforme samenleving
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Hoe ziet de culturele diversiteit van Nederland eruit ?
Er bestaan grote culturele verschillen in Nederland en daarom is er sprake van een sterke culturele diversiteit. Zolang de normen van bepaalde groepen en culturen niet botsen met de rechtsregels van de rechtsstaat mogen ze hun eigen leefregels en levenswijze volgen. Als je ergens in bijvoorbeeld een stad een langere tijd kan rondlopen zonder een bekende tegen te komen is er sprake van een grote individuele vrijheid. In een plattelandscultuur is er meer betrokkenheid van de mensen, mensen groeten elkaar elke dag en kennen iedereen in de omgeving. Waarschijnlijk hebben jongeren een iets andere levensstijl dan hun ouders, andere kleren, andere muziek en ga zo maar door… Deze verschillen kunnen leiden tot een generatieconflict. Bedrijven hebben ook hun eigen culturen, deze worden bedrijfsculturen genoemd. Bedrijfsculturen bestaan uit alle waarden, normen en gewoonten die er in een bedrijf gelden. Tussen mannen en vrouwen zijn er verschillende opvattingen, dit zijn rolpatronen. Rolpatronen zijn verwachtingen over hoe iemand zich moet gedragen.
Er zijn verschillende godsdiensten in Nederland en in de wereld, bij elke geloof horen verschillende gebruiken en opvattingen die van elkaar kunnen verschillen.
Begrippen :
culturele diversiteit : Veel culturele verschillen tussen groepen mensen.
plattelandscultuur : Veel betrokkenheid onder de mensen.
generatieconflict : Ouders en kinderen staan tegenover elkaar en hebben soms moeilijk begrip over elkaars visie en leefstijl.
bedrijfscultuur : Bestaat uit alle waarden, normen en gewoonten die er in een bedrijf gelden.
rolpatronen : Verwachtingen hoe iemand zich moet gedragen.
Samenvatting paragraaf 4 Hoofdstuk Pluriforme samenleving
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Hoe was Nederland voor de Tweede Wereldoorlog, en wat is daarna veranderd ?
De afgelopen vijftig jaar is er veel veranderd in de Nederlandse cultuur, Nederland zag er vroeger heel anders uit. Er waren veel sterkere gezagsverhoudingen, een groter verschil tussen economische klassen, een sterke verzuiling, het gezin stond centraal, en vrouwen waren vaak niet handelingsbekwaam, kinderarbeid was heel normaal. Na de oorlog was er in Nederland sprake van wederopbouw, doordat er in de oorlog zoveel was vernield moest er veel gebeuren. Omdat de oorlog bijna iedereen veel geld heeft gekost waren de lonen van alle arbeiders vaak laag. Toen het wat beter ging met ons land nam de welvaart en de Nederlandse economie toe, ook nam de culturele pluriformiteit toe. Vanaf de jaren zestig werd alles een stuk makkelijker, de sociale mobiliteit nam toe en er kwam een grotere mondigheid bij de mensen. Doordat er een grotere mondigheid ontstond kwam de individualisering steeds meer op gang, er kwam steeds meer aandacht voor het individu. Doordat jongeren in de jaren vijftig meer geld en vrije tijd kregen ontstonden de eerste jongerenculturen. Vanaf ongeveer 1960 begon de ontkerkelijking en de ontzuiling, door strenge regels deden steeds meer mensen afstand van hun geloof. Hierdoor maakten ook organisaties zich los van de kerk, dit wordt secularisatie genoemd.
Begrippen :
- gezagsverhoudingen : Alle soorten machtsrelaties, zowel tussen ouders en kinderen als overheid en burger.
- verzuiling : Mensen organiseren zich rondom hun geloof of overtuiging.
- handelingsbekwaamheid : Het niet zelfstandig een overeenkomst kunnen sluiten.
- sociale mobiliteit : De mogelijkheid om te stijgen of te dalen op de maatschappelijke ladder.
- individualisering : Behoeften meer centraal komen te staan. Het individu wordt niet langer vooral gezien als onderdeel van grotere gehelen, zoals het gezin, maar als op zichzelf staand wezen.
- jongerencultuur : Groepen met jongeren die hun eigen gewoontes hadden.
- ontkerkelijking : We spreken van ontkerkelijking als steeds meer mensen zich niet langer als lid van een kerkgenootschap beschouwen.
- ontzuiling : Het afnemen en op veel gebieden zelfs verdwijnen van de invloed van de zuilen in de Nederlandse samenleving.
- vrouwenemancipatie : Toekenning van gelijke rechten, gelijke kansen, gelijke behandeling en gelijkstelling voor de wet van de vrouw.
Samenvatting paragraaf 5 Hoofdstuk Pluriforme samenleving
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Hoe is Nederland een Multi-etnische samenleving geworden ?
Er zijn vele benamingen voor mensen die uit het buitenland komen, het woord dat de meeste mensen gebruiken is allochtoon. Iemand is een allochtoon als tenminste één van zijn of haar ouders in het buitenland is geboren. Het tegenovergestelde van allochtoon is autochtoon, dit zijn mensen van wie de ouders en vaak ook al de voorouders in het land wonen. Vroeger in de zestiende eeuw leefden er in Nederland naast katholieken ook calvinisten. In sommige landen werd er door de koning maar één religie toegestaan, mensen die hier niet aan gehoorzaamden konden worden opgepakt en worden vervolgd. Tegenwoordig zouden we hen politieke vluchtelingen noemen. Al vanaf een hele lange tijd geleden kwamen er buitenlanders naar Nederland op zoek naar werk. Vaak konden deze mensen hier gelijk aan de slag omdat zij met minder loon tevreden waren dan de Nederlanders. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er verschillende groepen nieuwkomers naar Nederland, deze mensen kunnen we in vijf verschillende groepen indelen : mensen uit de vroegere koloniën, arbeidsmigranten, illegalen, mensen uit westerse landen en vluchtelingen.
Begrippen :
- allochtoon : Een persoon waarvan ten minste één van de ouders in het buitenland geboren is.
- autochtoon : Een persoon van wie de ouders en vaak ook de voorouders al in het land wonen.
- religieuze vluchtelingen : Mensen die vluchten uit hun eigen land omdat hun geloof niet wordt toegestaan of onderdrukt.
- arbeidsmigranten : Mensen die naar een ander land migreren om daar tijdelijk of permanent te komen werken.
- illegalen : Mensen die naar een ander land migreren wegens armoede of andere redenen, er is geen toestemming gegeven voor een permanent verblijf in dat nieuwe land. Vaak werken deze mensen ‘zwart’.
- westerse allochtonen : Mensen die naar Nederland komen en voor grote rijke bedrijven werken.
- vluchtelingen : Mensen die naar Nederland komen omdat ze in hun eigen land vervolgd worden vanwege politieke of religieuze redenen, het kan ook zijn dat mensen hun leven niet zeker zijn vanwege oorlog.
Samenvatting paragraaf 6 Hoofdstuk Pluriforme samenleving
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Welke nieuwkomers worden in Nederland toegelaten en welke niet ?
Het westen was altijd al aantrekkelijk voor mensen uit arme landen, en als de economie in het westen goed was waren deze nieuwkomers van harte welkom. Sinds 1985 kunnen mensen zich in Europa vrij bewegen, mensen kunnen naar een ander land om hier te werken of bijvoorbeeld te studeren. Voor mensen buiten Europa zijn de regels overigens veel strenger geworden, de Europese Unie is heel voorzichtig bij het binnenlaten van buitenlanders. Bij immigratie van buitenlanders moeten de EU landen zich houden aan bepaalde regels, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens en het Vluchtelingen verdrag van Geneve. Er zijn verschillende redenen waarom mensen uit niet EU landen naar Nederland komen, denk bijvoorbeeld aan politieke redenen, economische redenen of gezinshereniging. Niet iedereen kan zomaar in ons land komen wonen, daarom word er eerst gekeken waarom deze personen naar ons land zijn gekomen. Als er blijkt dat deze persoon een vluchteling is die gegronde redenen heeft om weg te gaan uit zijn eigen land kan deze persoon asiel aanvragen. In 2000 zijn de regels voor asielzoekers nog strenger geworden, er kwamen te veel mensen naar Nederland om de armoede in eigen land.
Begrippen :
- restrictief toelatingsbedrijf : Beperkend toelatingsbeleid
- Universele Verklaring van de Rechten van de Mens : Nederland mag niet discrimineren en moet de rechten en vrijheden van mensen nakomen.
- Europese Verdrag voor de rechten van de mens : Inwoners de gelegenheid geven tot gezinshereniging.
- Vluchtelingenverdrag van Geneve : Ons land is verplicht volgens vastgestelde regels te beoordelen of een asielzoeker voor de status van erkende vluchteling in aanmerking komt.
- asielzoekers : Vreemdeling die in een land asiel aanvraagt.
- Vreemdelingenwet : Regels voor het toelaten van vluchtelingen, er worden eisen gesteld voor de toelating.
- aanmeldcentrum : Instantie voor binnenkomende asielzoekers.
- asielzoekerscentrum ( AZC) : Hier verblijven asielzoekers waarvan de asielaanvraag is ingewilligd.
- uitzetcentrum : Hier verblijven asielzoekers waarvan de asielaanvraag is afgewezen.
- gezinshereniging : Als mensen al deel uitmaakten van het gezin voordat de nieuwkomer naar Nederland kwam.
- gezinsvorming : Een inwoner van Nederland wil trouwen of samenwonen met een buitenlander.
Samenvatting paragraaf 7 Hoofdstuk Pluriforme samenleving
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Hoe kunnen cultuurgroepen in een samenleving met elkaar omgaan,en welk soort botsingen kunnen er ontstaan ?
Er zijn drie manieren hoe de oorspronkelijke bevolking met andere groepen kan omgaan, deze zijn : segregatie, assimilatie en integratie. Wanneer cultuurgroepen langs elkaar heen leven spreken we van segregatie, wanneer een bevolkingsgroep zich volledig aanpast aan een andere groep en de eigen culturele identiteit verdwijnt spreken we van assimilatie, assimilatie is het tegenovergestelde van segregatie. In Nederland hebben we echter te maken met integratie, dit is een gedeeltelijke aanpassing aan de dominante cultuur van een land met behoud van eigen cultuurkenmerken. De Nederlandse regering is het met deze mogelijkheid eens, nieuwkomers moeten zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur maar mogen gedeeltelijk hun eigen cultuur behouden. In Nederland komt ook wederzijdse aanpassing voor, de oorspronkelijke bevolking in Nederland neemt ook delen van de nieuwe culturen over. Een voorbeeld hiervan is dat er in de Nederlandse keukens s’avonds couscous, pizza en shoarma wordt klaargemaakt bij het avondeten. Als meerdere culturen in een land wonen krijg je vaker te maken met verschillende tegenstellingen. De verschillende groepen hebben allemaal hun eigen opvattingen en overtuigingen en hierdoor kunnen conflicten ontstaan.
Deze conflicten in de normen en waarden zijn op te lossen door de wet erbij te betrekken, in de grondwet staat wat wel en wat niet mag en dus kun je hier een conclusie uit trekken.
Net als normen en waarden kunnen grondwetten met elkaar botsen, welke grondwet gaat dan voor ?
De drie grondwetten die vooral met elkaar kunnen botsen zijn :
Het verbod op discriminatie, De vrijheid van meningsuiting, De vrijheid van godsdienst.
Begrippen :
- segregatie : Het opdelen van een samenleving in gescheiden delen.
- assimilatie : Een bevolkingsgroep past zich volledig aan aan een andere groep en de eigen culturele identiteit verdwijnt.
- integratie : Een gedeeltelijke aanpassing aan de dominante cultuur van een land met behoud van eigen cultuurkenmerken.
- wederzijdse aanpassing : Nieuwkomers nemen delen van de nieuwe culturen over en de oorspronkelijke bevolking neemt delen van de nieuwe culturen over.
- Bible belt : Streek waar streng gelovige protestanten wonen.
- botsende normen en waarden : Door verschillende opvattingen en overtuigingen van de verschillende groepen in Nederland kunnen botsingen/conflicten ontstaan.
- vrijheid van meningsuiting : Het recht om zonder voorgaand verlof gedachten en/of gedachten te openbaren.
Samenvatting Paragraaf 8 Hoofdstuk Pluriforme samenleving
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Hoe kunnen verschillende cultuurgroepen het beste met elkaar samenleven ?
Op sociaal gebied veranderd Nederland de hele tijd, rolpatronen en gebruiken veranderen voortdurend. Mensen willen hedendaags de koers van hun leven zelf bepalen en hierdoor hebben politieke partijen, verenigingen en instituties minder invloed op het individu. Als mensen het gevoel hebben bij elkaar te horen dan spreken we van sociale cohesie, dit is gebaseerd op bindingen die met elkaar te maken hebben. Er zijn vier verschillende soorten bindingen, affectieve bindingen, economische bindingen, cognitieve bindingen en politieke bindingen. Hoe meer bindingen er zijn tussen mensen , hoe meer sociale cohesie er is.
Door globalisering is de economische afhankelijkheid verder toegenomen. De globalisering in ons land heeft echter wel een negatieve invloed op de sociale cohesie in ons land, hierdoor nemen de onderlinge economische verbindingen af. Door de globalisering komen er ook steeds meer wereldwijde migratiestromen, veel buitenlanders trekken legaal of illegaal naar Europa om hier hun geluk te zoeken. De migratiestromen zorgen ervoor dat deze mensen zich minder verbonden voelen met hun eigen land. Voor toegang tot kennis ben je afhankelijk van anderen, echter is de weg voor toegang tot kennis niet voor iedereen even makkelijk.
De overheid stelt gemeenschappelijke kennis verplicht om de sociale cohesie te vergroten.
De veiligheid in een land is heel belangrijk, daarom zijn er in Nederland afspraken gemaakt die hier over gaan, deze afspraken worden sociaal contract genoemd. Zolang de vier bindingen bij elkaar aanwezig zijn houdt de samenleving continuïteit en stabiliteit.
Begrippen :
sociale cohesie : Mensen hebben het gevoel dat ze bij elkaar horen.
affectieve bindingen : De positieve en negatieve gevoelens die mensen voor elkaar hebben.
economische bindingen : Afhankelijkheid die te maken heeft met dingen als productie en de schaarse van bepaalde goederen.
cognitieve bindingen : Processen van kennisvorming en kennisoverdracht.
politieke bindingen : Dit is de fysieke dwang die mensen op elkaar kunnen uitoefenen.
arbeidsdeling : Het zodanig splitsen van de productiefactor arbeid in het productieproces zodat binnen de factor arbeid verschillende taken en verantwoordelijkheden, oftewel beroepen, kunnen worden toegekend.
globalisering : Mensen staan wereldwijd door betere vervoers en communicatiemogelijkheden steeds nauwer met elkaar in verband.
migratiestromen : De richting waarin mensen verhuizen.
sociaal contract : Een soort stilzwijgende afspraak van de bevolking om zich te houden aan de regels die door politici worden vastgesteld.
europeanisering : Het overbrengen van Europese normen, gewoontes en technieken naar een Derde Wereldland.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.