Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Pluriforme samenleving

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1742 woorden
  • 16 maart 2009
  • 601 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 601 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Thema's maatschappijleer: Lesboek HAVO (4)

De pluriforme samenleving
1. Nederland als pluriforme samenleving
Gedrag van mensen is altijd een combinatie van:
- Cultuur: alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken die de leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en dus als vanzelfsprekend beschouwen.
- Natuur: datgene wat aangeboren is.
Voorbeelden van cultuurkenmerken:
Normen en waarden, kennis, gewoonten,kunst,sport,symbolen en feestdagen.
Mensen met een gemeenschappelijke cultuur vormen samen een cultuurgroep. Multicultureel: veel verschillende culturen wonen samen.

Pluriforme samenleving: veel verschillende soorten groepen die naast elkaar en met elkaar leven.
- er leven verschillende cultuurgroepen
- cultuurgroepen hebben hun eigen cultuurkenmerken
Pluriformiteit is vastgelegd in de grondwet.
Dominante cultuur: als de kenmerken van deze cultuur geaccepteerd worden door de meeste mensen binnen een samenleving.
Subculturen: wanneer binnen een groep bepaalde waarden, normen en andere cultuurkenmerken afwijken van de dominante cultuur.
Tegencultuur: groepen die zich duidelijk verzetten tegen de dominante cultuur of daar zelfs een bedreiging voor vormen. Via protesten proberen zij de dominante cultuur te veranderen.
Voorbeelden tegencultuur: feminisme en antiglobalisten.

Door grote mate van tolerantie accepteren Nederlanders makkelijk andersdenkenden.  zorgt voor ruimte voor softdrugs,vrouwenemancipatie en openlijke uiting van homoseksualiteit.
Cultuur is dynamisch; het veranderd.
2. Cultuuroverdracht
Socialisatie: het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert.
Doel van socialisatie = aanpassing van het individu aan zijn omgeving en zorgt ervoor dat een cultuur langer kan blijven bestaan.
Sociale instituties: instellingen, organisaties en overige collectieve gedragspatronen waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt.
Sociale instituties:
- gezin
- school
- werk
- geloofsrichtingen
- maatschappelijke groeperingen
- overheid
- vriendenkring
- media
Sociale controle: de wijze waarop mensen andere mensen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden.
Formele sociale controle: gebaseerd op geschreven regels.
Informele sociale controle: gebaseerd op beleefdheidsvormen en andere ongeschreven regels.
Sancties: beloningen en straffen.
Vier vormen van maatregelen:
- Formele positieve sancties
- Formele negatieve sancties
- Informele positieve sancties
- Informele negatieve sancties
Internalisatie: mensen maken zich bepaalde aspecten van hun cultuurgroep zo eigen, dat zij zich automatisch gaan gedragen zoals de groep dat van hen verwacht.
Socialisatie en internationalisatie vinden vaak plaats doordat kinderen hun ouders imiteren.
Identiteit: persoonlijkheid; aangeboren eigenschappen
Aangeleerde cultuurkenmerken
Individualistisch: gericht op individuele ontplooiing en persoonlijke ontwikkeling.
Collectivistisch: collectief boven individu, gastvrij voor anderen en zorgen voor je ouders en grootouders.
3. Cultuurverschillen
Culturele diversiteit van Nederland: grote culturele verschillen tussen groepen mensen.
- Regio: stad en platteland
Stad Plattelandscultuur
Grote individuele vrijheid/anonimiteit Meer betrokkenheid van mensen
Harde mentaliteit (kan echter omslaan in bemoeizucht)
Onverschilligheid
- Generatie: jong en oud
Verschillen in levensstijl: kleding
muziek
vrijetijdsbesteding
Generatieconflict
- Beroep: bankmedewerker en timmerman
Bedrijfscultuur: alle waarden, normen en gewoonten die er in een bedrijf gelden.
- Sekse: mannen en vrouwen
Rolpatronen: verwachtingen hoe iemand zich moet gedragen.
- Godsdienst: katholiek, moslim of joods
Elke godsdienst of kerk heeft zijn eigen gebruiken en opvattingen.
Christendom: - katholieken; priesters, paus
- protestanten; geen leider

4. Nederland is veranderd
Nederland voor WO II
- gezagsverhoudingen;werknemers ontzag voor baas, kinderen gehoorzaam.
- economische klassen; groot verschil, moeilijk opklimmen.
- verzuiling: mensen organiseerden zich rondom hun geloof of
overtuiging; eigen school, vereniging, omroep.
- gezin stond centraal; man hoofd,vrouw huishouden. Handelingsbekwaam:
vrouwen konden niet zelfstandig een overeenkomst
sluiten zoals het kopen van een wasmachine, maar
moesten daarvoor toestemming hebben van hun man.
- kinderen werken; vooral kinderen uit lagere klassen gingen zo snel
mogelijk werken en droegen loon af aan ouders.
Nederland na WO II
Wederopbouw: hard werken voor lage lonen om Nederland weer op te bouwen.
Jaren 50, beter  meer welvaart en economische groei
Jaren 60:
- culturele pluriformiteit neemt toe.
- sociale mobiliteit: de mogelijkheid om te stijgen of te dalen op de
maatschappelijke ladder, neemt toe.
- grotere mondigheid: werknemers,kinderen en jongeren wilde meer te zeggen hebben. Gezag van ouders en werkgevers minder vanzelfsprekend als eerst.
- individualisering: maakt weg vrij voor nieuwe levensvormen.
- ontstaan van de jongerencultuur (nozems): Jongeren hoefde loon niet meer af te staan en hadden geld te besteden, opkomst voor hippies en provo’s.
Daarnaast hadden ze meer vrije tijd gekregen; ontwikkelen eigen leefstijl.
1960:
- Ontkerkelijking, ontzuiling: mensen van verschillende zuilen kwamen met elkaar in contact door media (tv.)
- Secularisatie: door ontkerkelijking en ontzuiling maken scholen en verenigingen zich los van de kerk.
- Nieuwe spiritualiteit/New Age: mensheid bevindt zich astrologisch gezien in een nieuw tijdperk; meditatie, zenboeddhisme,yoga etc.
- Emancipatie van de vrouw: handelingsbekwaamheid van vrouwen verdween, man was niet langer het hoofd van de familie. Meer vrouwen worden economisch onafhankelijk.
2001:
Homohuwelijk wordt wettelijk aangenomen.
5. Cultuurverschillen door migratie
Allochtoon: als ten minste een van de ouders in het buitenland is geboren.
Tweede generatie allochtoon: als of je opa,of je oma in het buitenland is geboren.
Autochtonen: mensen van wie de ouders en vaak ook hun voorouders al in het land wonen.
Voor WO II:
Religieuze vluchtelingen: 16e eeuw, koningen staan slechts 1 religie toe en mensen met een ander geloof worden vervolgd. In Nederland is dit niet het geval dus vluchten anders gelovigen naar Nederland. Tegenwoordig politieke vluchtelingen.
Opkomende industrie: Nederlanders waren niet vakbekwaam genoeg.
Na WO II:
vijf groepen:
1 mensen uit de vroegere koloniën
2 arbeidsmigranten
3 illegalen
4 mensen uit westerse landen
5 vluchtelingen
1 Mensen uit vroegere koloniën
- Nederlands Indiërs: vluchten naar onafhankelijk Nederland, hoop op betere toekomst.
- Molukkers: hadden gevochten aan de kant van Nederland (KNIL) en kwamen naar Nederland, voelden zich bedreigt in Indonesië.
- Surinamers: vroegere kolonie, naar Nederland om te studeren of te trouwen.
- Antillianen: nog steeds kolonie, naar Nederland op zoek naar werk.
2 Arbeidsmigranten
Gastarbeiders uit Italië en Spanje, later uit Turkije en Marokko. Bedoeling was om ze na een tijdje weer terug te sturen maar de meeste bleven in Nederland.
3 Illegalen
Mensen van buiten de EU die naar Nederland komen vanwege de armoede in hun eigen land, worden niet toegelaten.
4 Mensen uit westerse landen (westerse allochtonen)
Mensen uit rijke westerse landen komen hierheen voor werk bij grote bedrijven.
5 Vluchtelingen
Asielzoekers komen naar Nederland omdat ze in eigen land vervolgd worden vanwege hun politieke overtuiging (politiek vluchteling) of omdat ze hun leven niet zeker zijn vanwege oorlog.
6 Het toelatingsbeleid
Restrictief toelatingsbeleid: beperkend toelatingsbeleid, de EU is heel voorzichtig bij het toelaten van buitenlanders.
Internationale wetten en verdragen van toelating:
- Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)
Je mag niet discrimineren,rechten en vrijheden van mensen moeten worden nagekomen.
- Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
Inwoners moeten de gelegenheid krijgen tot gezinshereniging.
- Vluchtelingenverdrag van Genève
Verplicht om volgens vastgestelde regels te beoordelen of een asielzoeker voor de status van erkende vluchteling in aanmerking komt.
Redenen om naar Nederland te komen:
- Politieke redenen; mensen op de vlucht voor oorlog en asielzoekers.
- Economische redenen; mensen die hier willen werken of studeren.
- Gezinshereniging en gezinsvorming; mensen komen bij hun familie wonen of willen een gezin stichten.
Gezinshereniging: als mensen al deel uitmaakten van het gezin voordat de nieuwkomer naar Nederland kwam.
Gezinsvorming: een inwoner van Nederland wil trouwen of samenwonen met een buitenlander.
Vluchteling: iemand die gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging wegens godsdienstige of politieke overtuiging of nationaliteit, dan wel wegens het behoren tot een bepaald ras of tot een bepaalde sociale groep.
Vreemdelingenwet 2000. Strengere regels voor asielzoekers.
Verblijfsvergunning als je aan een aantal eisen voldoet:
- geldige identiteitspapieren
- aannemelijk maken dat hij/zij bij uitzetting risico loopt op mishandeling in eigen land
- of hij/zij kan om humanitaire redenen niet worden teruggestuurd
(bv: godsdienst wordt niet geaccepteerd)
Procedure:
- Aanmelden bij aanmeldcentrum(AC): binnen 48 uur wordt bepaald of iemand een geloofwaardig vluchtverhaal heeft, zo niet: direct terug naar eigen land.
- Als iemand wordt toegelaten tot de asielprocedure dan gaat hij/zij naar een asielzoekerscentrum (AZC), waar hij/zij de beslissing af moet wachten.
- Mensen waarvan aanvraag uiteindelijk wordt afgewezen worden opgevangen in een uitzetcentrum. Hier worden papieren klaar gemaakt voor terugkeer.
7 Botsende culturen en grondrechten
Voor de manier waarop overheid en de oorspronkelijke bevolking in een land omgaan met andere etnische groepen, bestaan 3 mogelijkheden:
1 segregatie
2 assimilatie
3 integratie
1 Segregatie: het opdelen van een samenleving in gescheiden delen.
Gebeurt meestal onder overheidsdwang en gaat dan vaak gepaard met onderdrukking en discriminatie (apartheidsregime,ongelijkheid wettelijk vastgelegd.)
2 Assimilatie: als een bevolkingsgroep zich zo volledig mogelijk aanpast aan
een andere groep, zo dat de eigen culturele identiteit vrijwel
verdwijnt. (tegenovergestelde segregatie.)
Assimilatie onder dwang: Culturele diversiteit van minderheden wordt uitgebannen.
3 Integratie: een gedeeltelijke aanpassing aan de dominante cultuur van
een land met behoud van eigen cultuurkenmerken.
Nederlandse regering gaat uit van integratie.
Wederzijdse aanpassing: nieuwkomers nemen delen van de Nederlandse dominante cultuur over en de oorspronkelijke bevolking neemt delen van de nieuwe culturen over.
Bible belt  klein gebied waar orthodoxe christenen wonen.
Soms is het niet duidelijk waar de grenzen van persoonlijke vrijheid liggen.
(botsende normen en waarden)
Grondrechten die met elkaar botsen:
- het verbod op discriminatie
- de vrijheid van godsdienst
- de vrijheid van meningsuiting: behoudens een ieders verantwoordelijkheid jegens de wet. Je mag een eigen mening hebben, maar je moet je daarbij wel aan de wet houden.

8 Het belang van sociale cohesie
Sociale Cohesie: als mensen het gevoel hebben bij elkaar te horen.
Sociale cohesie is gebaseerd op bindingen die we met elkaar hebben.
4 soorten bindingen:
- affectieve bindingen
- economische bindingen
- cognitieve bindingen
- politieke bindingen
Hoe meer bindingen er zijn tussen mensen, hoe meer sociale cohesie er is.
1 Affectieve bindingen
Mensen hebben elkaar nodig voor vriendschap,steun en liefde.
Het gevoel om ergens bij te horen. (solidariteit)
2 Economische bindingen
Voor onze behoeften aan voedsel,onderdak en kleding zijn we afhankelijk van anderen. Arbeidsdeling is nodig zodat iedereen kan kopen wat hij/zij nodig heeft.
Economische afhankelijkheid is toegenomen door globalisering.
Globalisering: dat mensen wereldwijd door betere vervoers- en communicatiemogelijkheden steeds nauwer met elkaar in verband staan. Gevolgen globalisering:
-Globalisering heeft een nadelig effect op sociale cohesie in een land als de onderlinge economische verbindingen tussen mensen in een land afnemen.
-Wereldwijde migratiestromen: mensen voelen zich minder verbonden met hun eigen land.
3 Cognitieve bindingen
Voor het verwerven van kennis ben je afhankelijk van anderen en met die mensen heb je dus cognitieve bindingen. (toegang tot kennis)
Door gemeenschappelijke kennis, bijvoorbeeld over ons verleden, verplicht te stellen (inburgeringstest) probeert de overheid sociale cohesie te vergroten.
4 Politieke bindingen
Ten slotte zijn mensen afhankelijk van elkaar omdat ze simpelweg niet alles zelf kunnen regelen. Bijvoorbeeld veiligheid.
Afspraken daarover: sociaal contract: een soort stilzwijgende afspraak van de bevolking om zich te houden aan de regels (rechten en plichten) die door politici worden vastgesteld.
Europeanisering: niet veel mensen gaan stemmen bij europese verkiezingen, sociale cohesie is op dit gebied dus nog klein.
Zolang de vier soorten bindingen bij de meeste mensen aanwezig zijn, houdt de samenleving continuïteit en stabiliteit.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

Geweldig, bedankt

10 jaar geleden

J.

J.

Dit een goede samenvatting voor dit hoofdstuk. Bedankt!

9 jaar geleden

H.

H.

Echt bedankt, je hebt me leven veranderd op vele terreinen.

8 jaar geleden

K.

K.

Super gedaan echt tof!

8 jaar geleden

M.

M.

Thanks man!

8 jaar geleden

J.

J.

Thanks, super goed dit! :))

7 jaar geleden

*.

*.

Super samenvatting! Het enige wat voor mij ontbreekt is de voorbeelden bij formele en informele positieve en negatieve sancties.

7 jaar geleden

A.

A.

ik vind het echt een top samenvatting!!!!!!!!!!!

7 jaar geleden

H.

H.

Hartstikke goede samenvatting

6 jaar geleden

H.

H.

het is de goedste samenvatting die ik hebt gezien!

6 jaar geleden

I.

I.

beste*

4 jaar geleden

A.

A.

ik heb helaas een ander boek maar ik kan het zo bij elkaar schrapen

6 jaar geleden

P.

P.

Super fijn vooral nu in mijn se week!

5 jaar geleden

N.

N.

Lekker neefs

5 jaar geleden

R.

R.

Lekkere samenvatting broer

3 jaar geleden