Jongens gezocht: hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Parlementaire Democratie par. 1 t/m 3

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 2181 woorden
  • 5 februari 2010
  • 20 keer beoordeeld
Cijfer 4.9
20 keer beoordeeld

1: Wat is Politiek

1.1 Waarom is politiek belangrijk

- Politiek is de manier waarop een land wordt bestuurd en gaat over het maken van keuzes.
- Het is belangrijk om je met politiek te bemoeien doordat het belangrijk is dat iedereen meedenkt ook al zijn er kwesties die maar voor een beperkte groep belangrijk zijn.
- Een land waar één persoon of een klein groepje mensen de macht uitoefent noemen we een dictatuur.
- Nederland heeft een representatieve of vertegenwoordigende democratie.

- Democratie betekent het volk regeert waarbij alle burgers vanaf een bepaalde leeftijd politieke macht hebben.
- Representatieve democratie betekent dat door ons gekozen (volks)vertegenwoordigers in onze naam het land besturen.
- Parlementaire democratie betekent dat deze vertegenwoordigers op landelijk niveau het parlement vormen.

1.2 Dictatuur

- Basiskenmerk van de meeste dictaturen is dat de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in handen is van een kleine groep mensen.
- Kenmerken van een dictatuur zijn:
∙ Beperking van individuele vrijheid. Grondrechten zijn verboden of gedeeltelijk toegestaan.
∙ Beperking van Politieke vrijheid. Politieke tegenstanders worden vervolgd of uit de weg geruimd (soms schijnverkiezingen).
∙ Veel overheidsgeweld. De machthebbers verdedigen hun macht met harde hand.
∙ Er is geen onafhankelijke rechtspraak. Machthebbers kunnen ongecontroleerd hun gang gaan omdat de rechters onder directe controle staan van het bewind.
∙ Censuur. Massamedia staan voortdurend onder toezicht van de machthebbers.
- We maken onderscheid tussen autocratische en totalitaire dictaturen.

- Een autocratische dictatuur heerst er één leidersfiguur. Meestal is dat een hoge militair.
- In sommige dictaturen vinden paleisrevoluties en staatsgrepen plaats. De ene groep officieren neemt dan de macht van een andere over.
- Veel autrocraten zeggen dat hun land in politieke en economische chaos verkeert. Zij beloven dat er in de toekomst een overgang naar democratische verhoudingen zal plaatsvinden, dit blijkt echter moeizaam.
- Vaak is het voornaamste doel om een kleine machtige elite te beschermen.
- De meeste Europese landen hebben een autocratische dictatuur gekend. In de voormalige koloniën ontstonden na de 2e wereldoorlog veel autocratiën.
- Veel van deze landen zijn geleidelijk aan democratischer geworden.
- Tegenwoordig zijn er nog autocratische dictaturen in Noord-Korea (Kim Jung-Il),
Libië (Khadaffi) en Zimbabwe (Mugabe).
- In een totalitaire dictatuur wordt de macht meestal door een grotere groep mensen uitgeoefend, die aan de macht komen na een ideologische revolutie.
- In tegenstelling tot autocratische dictaturen beheerst de staat het leven van de bevolking volledig.
- Bij indoctrinatie is er vaak sprake van een sterke vorm van indringende geestelijke beïnvloeding en vindt plaats via massamedia.
- Nazi-Duitsland en fascistisch Italië zijn de meest duidelijke voorbeelden in de historie .

- Ook in de communistische dictaturen zijn de belangen van het individu ondergeschikt aan de ideologie aan de staat.
- In een theocratie, een speciale vorm van totalitaire dictatuur, is de godsdienst verheven tot staatsideologie.
- In Sudan en Iran heeft de islam grote invloed op de regering. De koran en de sharia vormen de grondslag voor alle wetgeving. De voorschriften uit de islam moeten letterlijk worden nageleefd.
- Overtredingen worden vaak in de vorm van lijfstraffen bestraft.

1.3 Democratie

- Democratie is de macht van velen.
- Gekozen Politici moeten met regelmaat bij verkiezingen verantwoording afleggen aan de bevolking over hun beleid.
- Algemene kenmerken:
∙ Burgers hebben individuele vrijheid.
∙ Er zijn politieke grondrechten. Burgers kunnen zelf kiezen en zichzelf verkiesbaar stellen
∙ Politie en leger hebben beperkte bevoegdheden.
∙ Er is sprake van machtscheiding. Er is een onafhankelijke rechtspraak.
Denk aan de Trias Politica
- Het referendum is een volkstemming over een bepaald wetsvoorstel. Dit is een vorm van directe democratie.
- Bij indirecte democratie kiest het volk zijn vertegenwoordigers die de belangrijkste beslissingen nemen.

- Binnen landen met een indirecte democratie maken we onderscheid tussen het parlementaire stelsel en het presidentiële stelsel.
- In landen met een parlementaire stelsel kiezen burgers de leden van het parlement. Aan de hand van deze samenstelling wordt het kabinet geformeerd. Deze ministers blijven voortdurend verantwoording schuldig aan het parlement. Ze kunnen ook naar huis worden gestuurd.
- Landen waar het parlement het hoogste orgaan is hebben meestal een niet-gekozen staatshoofd. Als zo’n staatshoofd een koning is spreken we van een constitutionele monarchie.
- In sommige landen heb je naast het parlement ook een president. Het politiek primaat ligt nog steeds bij het parlement.
- In andere landen heeft de president juist veel politieke macht zoals in de VS. We spreken dan van een presidentieel stelsel. De president kiest zijn ministers en zijn verantwoording aan hem schuldig.
- Het parlement heeft niet de bevoegdheid om de ministers weg te sturen.
- Om de macht van de president te beperken mist hij in meeste landen het ontbindingsrecht en moet hij zijn plannen altijd ter goedkeuring aan het parlement voorleggen.
- Het ontbindingsrecht is het recht om het parlement te ontbinden.
- De Amerikaanse president heeft geen ontbindingsrecht, maar mag wel zijn vetorecht gebruiken bij parlementsbeslissingen. Hij is behalve staatshoofd ook bevelhebber van het leger.
- Met de verschuiving van de politieke macht van de koning naar het parlement in 1848 kreeg Nederland een parlementair stelsel. In 1919 en 1922 werd het algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht vastgelegd.
- De algemene kenmerken van onze democratie zijn vastgelegd in de grondwet.

- Bijvoorbeeld:
∙ Alle Nederlanders vanaf achttien jaar hebben stemrecht of kunnen verkiesbaar gesteld worden.
∙ Iedereen mag een politieke partij of vereniging oprichten.
∙ Iedereen mag demonstreren.
∙ De leden van de staten generaal worden door een geheime stemming.
∙ De wetten worden vastgesteld door de regering en de Staten-Generaal

Paragraaf 2 Politieke stromingen

2.1 Ideologieën
- De rol van de overheid was 150 jaar geleden beperkt: er was nauwelijks bemoeienis met arbeid of met de gezondheidszorg.
- Algemeen kiesrecht, sociale voorzieningen en verzekeringen waren er nog niet.
- Als je geen werk had was je afhankelijk van liefdadigheid van anderen of door de kerk.
- Door industrialisatie en urbanisatie begon de samenleving snel te veranderen.
- De eerste politieke partijen ontstonden die teruggrepen op drie ideologische, politieke stromingen: het liberalisme, het confessionalisme en het socialisme.
- Een ideologie is een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste inrichting van de samenleving.

- Ideologieën hebben duidelijke standpunten over:
▪ Normen en waarden. Het gaat dan vooral over de grenzen van persoonlijke vrijheid
▪ De gewenste sociaaleconomische verhoudingen. Wat is een rechtvaardige verdeling van de welvaart.
▪ de gewenste machtsverdeling.

2.2 Eenvoudige Indelingen
- Progressief betekend vooruitstrevend, veranderingsgezind en gericht op de toekomst.
- Progressieve politici benadrukken de gebreken in de samenleving en pleiten voor veranderingen.
- Conservatief betekend behoudend en is gericht op het verleden: ‘houden wat je hebt’.
- Conservatieve politici benadrukken vooral datgene wat we al hebben bereikt.
- Soms wordt er door conservatieven gestreefd om oude regels weer te herstellen. Dit wordt reactionair genoemd, letterlijk achteruitstrevend.
- Het nadeel van de indeling progressief en conservatief is dat de meeste politici zowel progressieve als conservatieve standpunten hebben.
- De begrippen links en rechts gebruiken we voor de verschillende visies op de rol van de overheid als het gaat om sociaaleconomische verhoudingen.

- Politiek links gaat uit van gelijkwaardigheid en wil dat iedereen gelijke kansen heeft op onderwijs, inkomen en werk. Om de zwakkeren te beschermen moet de overheid actief optreden.
- Politiek rechts legt de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid en de vrijheid van mensen. Burgers en bedrijfsleven moeten zoveel mogelijk hun eigen zaakjes regelen. De overheid moet de rust handhaven, maar op sociaaleconomisch gebied passief optreden.
- In de jaren tachtig en negentig werden de verschillen tussen links en rechts minder groot.
- De samenwerking tussen links en rechts bereikte een hoogtepunt met de paarse kabinetten: een coalitie van PvdA, VVD en D’66, onder leiding van Wim Kok
- Inmiddels is de polarisatie weer iets toegenomen.
- Sommige partijen nemen een tussenpositie in en behoren tot het politieke midden.
- Volgens hen maakt een te actieve houding van de overheid mensen afhankelijk en biedt een te terughoudende houding de zwakkeren onvoldoende bescherming.
- Het socialisme gaat ervan uit dat de mogelijkheden voor elk individu om zich ongelijk verdeeld zijn. Vrijheid en gelijkheid krijgen pas betekenis als mensen ook gelijke kansen hebben. Solidair zijn: de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.
- Het socialisme ontstond als reactie op de slechte werkomstandigheden van de arbeiders in de 19e eeuw. De socialisten verzetten zich tegen dit, het waren in hun ogen de gevolgen van een vrijemarkteconomie.
- Het doel van de socialisten was een einde te maken aan de armoede en ongelijkheid:

▪ Communisten wilden dat de arbeiders door een revolutie alle macht zouden overnemen.
▪ Sociaaldemocraten wilden maatschappelijke verbeteringen bereiken langs de parlementaire weg.
- De hedendaagse sociaaldemocraten zijn niet tegen vrijemarkteconomie, maar vinden wel dat kennis en macht eerlijker verdeeld moeten worden. Volgens hen is de verzorgingsstaat een goed middel.
- In het confessionalisme baseren mensen hun politieke opvattingen op hun geloofsovertuiging.
- Men gaat uit van een organische staatsopvatting: de samenleving is vergelijkbaar met het lichaam waarin alle onderdelen van elkaar afhankelijk zijn en ook alleen in onderlinge samenhang kunnen functioneren.
- Christendemocraten streven naar een samenleving waarin rentmeesterschap, solidariteit , harmonie en gespreide verantwoordelijkheid belangrijke waarden zijn.
- De overheid heeft slechts een aanvullende rol en moet zo veel mogelijk overlaten aan het maatschappelijk middenveld.
- Er bestaan ook enkele andere stromingen:
▪ Het fascisme gaat uit van de ongelijkheid van mensen: het eigen volk en ook de eigen leider worden verheerlijkt. In deze tijd zien we de fascistische ideologie terug bij rechts-extremistische groepen (neonazi’s).
▪ In de ecologische stroming worden economische waarden ondergeschikt gemaakt aan de ecologische waarden. Volgens ecologen moet de overheid een grote rol spelen omdat alleen zij de belangen van het milieu kan waarborgen.
▪ Het populisme is meer een bepaalde stijl van politiek bedrijven dan een echte ideologie. Doel is om de Vox Populi te laten horen, de stem van het volk. De meeste standpunten zijn rechts. (Geert Wilders, Pim Fortuyn).




Paragraaf 3: Politieke Partijen

Wat doen politieke partijen
- Een politieke partij bestaat uit een groep mensen met globaal dezelfde ideeën over een ideale samenleving.
- Nederland heeft veel politieke partij die zijn terug te voeren op een ideologische stroming (zie par. 2).
- One-issuepartijen richten zich op één aspect in de samenleving (Partij voor de Dieren).
- Protestpartijen ontstaan uit onvrede met de bestaande politiek. (D66, LPF)

Functies Politieke Partijen
- Politieke partijen vervullen een aantal taken in onze democratie:
• Integratie van ideeën: de opvatting van veel mensen worden gebundeld tot één politiek programma.
• Informatie: via politieke partijen komen kiezers verschillende standpunten te weten.
• Participatie: door de vorige twee functies proberen politieke partijen burgers te interesseren om zelf aan de politiek deel te nemen.
• De selectie van kandidaten: politieke partijen stellen lijsten van kandidaten op, waardoor het de burgers makkelijker wordt gemaakt te kiezen.

Politieke Partijen van links naar rechts in de tweede kamer:
- SP: De Socialistische Partij is niet alleen actief in de politiek, maar is ook een actiepartij

Naast lokale activiteiten wil de partij graag deelnemen aan een links kabinet.
Standpunten: (Zie boek)
- Groen Links: De partij is in 1989 ontstaan uit een fusie tussen enkele kleine linkse partijen zoals: de CPN (Communistische Patij) en de PSP (Pacifistisch Socialistische Partij). GroenLinks heeft zich ontwikkeld van een oppositiepartij tot een politieke partij die bereid is bestuursverantwoordelijkheid te nemen. Standpunten: (zie boek).
- Partij voor de Dieren: De Partij voor de Dieren is in 2002 opgericht door een groep dierenbeschermers. De partij is een typische one-issue partij. Bij wetsvoorstellen over niet-diergebonden onderwerpen stemt de PvdD meestal met de linkse partijen mee.
- PvdA: Partij van de Arbeid behoort tot de sociaaldemocratische stromingen. De PvdA vindt dat de overheid de randvoorwaarden moet scheppen zodat iedereengelijke mogelijkheden heeft om in de samenleving te participeren. De PvdA hecht groot belang aan solidariteit van mensen met sociaaleconomisch zwakke burgers.
- D66: Democraten ’66 werd in 1966 opgericht als protest tegen de bestaande ideologische politiek. D66 wil de burgers meer bij de politiek betrekken. D66 staat links van het midden maar heeft ook veel liberale standpunten.
- ChristenUnie: De ChristenUnie is in 2002 ontstaan uit twee kleinere christelijke partijen, de RPF en de GPV en bestempeld zichzelf als een christelijk sociale partij. De ChristenUnie heeft linkse en rechtse standpunten het is dus een midden partij.
- CDA: Het Christen Democratisch Appel is ontstaan uit het samengaan van katholieke en protestante partijen. De CDA benadrukt de rol van het maatschappelijk middenveld. Alleen als onderlinge steun niet helpt moet de overheid ingrijpen, ze moeten ook de zwakkeren beschermen.
- VVD: De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie vindt dat het individu zich zo maximaal mogelijk moet ontplooien. Het bedrijfsleven is de motor van de economie. Concurrentie tussen bedrijven prikkelt mensen tot betere prestaties.
- SGP: De Staatkundig Gereformeerde Partij is vanaf 1922 onafgebroken in het parlement vertegenwoordigd. Het is de oudst bestaande partij. De partij streefd Gods regering (Theocratie) na. Omdat vrouwen geen lid konden worden is de partij vanwege discriminatie de rijksbijdrage voor politieke partijen ontzegd. Inmiddels is het aangepast.

- PVV: De Partij Voor de Vrijheid is in 2006 opgericht door Geert Wilders. De PVV is voor sterke deregulering, de overheid moet veel regelgeving schrappen. De partij wil verdere islamisering tegen gaan en wil artikel 1 van de grondwet vervangen door een artikel waarin de cultuur van Nederland als dominante cultuur wordt vastgelegd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.