Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Massamedia

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 5793 woorden
  • 23 april 2007
  • 12 keer beoordeeld
Cijfer 5.3
12 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
Hoofdstuk 1 Massamedia en cultuur Cultuur wil zeggen opvattingen, voorstellingen, waarden en normen. We noemen dit ook wel beschaving. Dit kun je materieel zien maar ook immaterieel. Dat wil zeggen hoe een cultuur staat tegenover goed en kwaad, overtuigingen en opvattingen. Cultuur zorgt voor de verbondenheid van mensen in een land. - ze zijn plaats en tijd gebonden - onder omstandigheden verandert de mentaliteit van mensen
Cultuur heeft een aantal functies; - richting van denken (bijv kastenmaatschappij) - betekenisgevend (begrijpen en communiceren van en met elkaar) - identificerend - cultuur legt beperkingen op gedrag

Er heerst dus een sociale controle over een bevolkingsgroep. Mensen met afwijkend gedrag (deviant) roepen een reactie op
De samenleving is opgedeeld in subculturen. Binnen de subculturen zijn eigen regels normen en waarden, maar ze passen wel in de dominante cultuur. (overheersende cultuur in de samenleving). Een subcultuur is bijvoorbeeld ’t platteland; - je komt elkaar vaker tegen - je kent elkaar - de sociale controle is groter - mensen helpen elkaar gauwer. Godsdienst en jongerenstromingen zijn ook subculturen. Er zijn ook tegenculturen. Deze verzetten zich ten opzichten van de richtlijnen van de dominante cultuur. Voorbeelden hiervan zijn krakers, extreme feministen en neonazi’s. Een cultuur en of subcultuur is normatief. Dat wil zeggen dat je je gedraagt vanuit de visie van die cultuur. Nederland is een multiculturele samenleving. (verschillende culturen door elkaar) Dit kwam omdat er veel buitenlanders naar Nederland immigreerde; - mensen uit ex-kolonies (Nederlands Indiërs , Molukkers en Surinamers) - gastarbeiders - politieke vluchtelingen
Door al deze allochtonen (mensen met tenminste 1 ouder niet in Nederland geboren) die naar Nederland kwamen en komen integreren ontstaan er wel eens problemen door het botsen van culturen. Nieuwkomers moeten echter een inburgeringscontract tekenen. Dat wil zeggen ze worden verplicht een cursus Nederlands en maatschappijoriëntatie volgen. Wetenschap die al deze verschillende culturen onderzoekt heet culturele antropologie. Door transport en communicatie is onze wereld een groot dorp geworden; global village. Veel Nederlanders denken etnocentristisch; ze benaderen andere culturen vanuit hun eigen waarden. Je hebt dus al een referentiekader van normen en waarden waarvan uit je oordeelt. Jongeren vormen subculturen, dit komt omdat jongeren rijker werden, een wij-gevoel gecreëerd werd, en ze zich samen tegen de oudere generatie kunnen verzetten omdat ze verschillend van mening zijn. (generatieconflict) In de jaren zestig verzetten de hippies zich bijvoorbeeld tegen de Vietnamoorlog en de rol van geld in de maatschappij. De media speelde daar op in en nog steeds gebeurd dit. Subculturen als ‘kakkers’, gothics, punkers, gabbers, enzovoort worden in de gaten gehouden door trendwatchers die hun omzet aan trends danken. West-Europese cultuur Islamitische cultuur
Respect als je je niet teveel aanpast aan anderen Je krijgt respect als je je op de juiste manier gedraagt. Je handelt op grond van je eigen keuzes Je bent lid van een groep
Verantwoordelijkheid voor je eigen prestaties De eer van je gezin of groep gaat voorop
Je geniet persoonlijke vrijheid Vrouwen en kinderen nemen een ondergeschikte rol in als positie
Weinig toezicht van anderen op je Veel toezicht van anderen op je
Waarden en normen zijn afhankelijk van je opvoeding. Waarden zijn gezamenlijke opvattingen over wat correct is om na te streven. De waarden van een samenleving blijken uit; - uitspraken van geestelijke leiders, politici en opvoeders - De grondwet. Hierin staan normen (regels wetten en gewoontes) Gewoonten houden mensen er onbewust op na, zoals bijvoorbeeld de manier van eten, kledingkeuze en de omgang met mensen. Dit is per cultuur en subcultuur erg verschillend. Socialisatie wil zeggen het overdragen van waarden. Dit doen socialisatoren (ouders, school, media, de kerk, vakbonden, de overheid enz) Ook wel opvoeden. - Binnen je opvoeding krijg je een referentiekader van je ouders mee. Vanuit dat kader internaliseer je. Dat wil zeggen je leeft vanuit je eigen denkwijze en mening. - de school - op de werkplek gelden algemeen aanvaarde afspraken - massamedia beïnvloedt je internalisatie - de overheid voedt op dmv wetten - leeftijdsgenoten beïnvloeden elkaars denkbeeld - kerk leert men bepaalde opvattingen - Binnen je leefomgeving worden bepaalde opvattingen geaccepteerd - vrijetijdsgroeperingen
Communicatie is de interactie tussen personen. Mensen hebben vaak al een beeld van iemand voor ze hem hebben ontmoet, dit zijn vooroordelen. Meestal zijn deze negatief. Zo ontstaan stereotypen; een vaak niet juist beeld van een groep, dat sterk gegeneraliseerd is. Vaak worden deze stereotypen sociaal gedwongen zich naar dit beeld te gedragen. Dit noem je self-fulfilling prophecy. Vooroordelen leiden vaak tot discriminatie; mensen worden behandeld vanuit zaken die niet belangrijk zijn. Meestal is ’t negatieve discriminatie. Een enkele keer komen we positieve discriminatie tegen; mensen die achtergebleven zijn worden bevooroordeeld. Een ernstige vorm van negatieve discriminatie is racisme. Ook reclame speelt in op stereotypen. Deze zijn afgesteld op de doelgroep. Vrouwen zijn bijvoorbeeld altijd knap en gevoelig. In reclame vind je ook veel seksisme terug. Vrouwen zijn zelden de sterke redders maar moeten lief en mooi zijn. Er zijn mensen die zich afvragen of ze zo zijn omdat ze zo geboren zijn of,of dat is omdat ze zo gevormd zijn door hun maatschappij. -natuuraanhangers denken bijvoorbeeld dat biologische en genetische factoren je karakter bepalen - cultuuraanhangers schrijven je karakter af aan de maatschappij
2 communicatie en massacommunicatie Informatie heeft 2 betekenissen; datgene wat je al weet en hetgeen je nog kan leren. Informatie heeft ook te maken met hoe we het waarnemen, interpreteren en wat voor gevoelens en verwachtingen we erbij hebben. Meestal doen we dit selectief, we nemen alleen op wat we willen weten. Selectie heeft te maken met; - behoefte -instelling - culturele factoren -stemming
Als we nieuws kijken zijn er 4 dingen van belang; - het moet actueel zijn - uitzonderlijkheid - voorkennis om het te kunnen volgen - samenhang is nodig om t nieuws te kunnen begrijpen
Onze maatschappij wordt beheerst en bepaald door informatie (informatiemaatschappij). Door teveel informatie kunnen we lijden aan informatieblindgang. Dan kunnen we de informatie niet meer opnemen. Communicatie is een proces tussen zender en ontvanger. De boodschap is een code. De zender moet de boodschap overbrengen op een of andere manier. (decoderen) Het ontvangen van de boodschap is decoderen. Ook kan de zender feedback terug krijgen. Je kan een boodschap aangeboden krijgen maar je kan er ook zelf naar op zoek gaan. Vaak staat er iets tussen communicatie. Je hebt verschillende soorten communicatie; - eenzijdige ; je kan luisteren naar de televisie - meerzijdige ; men kan reageren op elkaar
Er ontstaat een interactieproces waarbij mimiek vaak grote werking heeft op de gevoelens van een ander. Je hebt 2 soorten ; - directe communicatie; face-to-face met geluid, mimiek en gevoelsmatigheid - indirecte communicatie; communicatie met een medium of kanaal waardoor je een boodschap kunt ontvangen. Meestal is er geen plaats voor een reactie. Bovendien kan indirecte communicatie verkeerd geïnterpreteerd worden of kan er ruis zijn. Directe communicatie valt weer onder te verdelen onder; -verbale communicatie; met gesproken taal onduidelijk tekens zoals een verkeersbord dat opgehouden wordt - non-verbale communicatie; spreekt voor zich
Interpersoonlijke communicatie is vanuit 1 persoon en met feedback. Die persoon kan zich richten tot 1 of meerdere personen. Massacommunicatie wil gewoon zeggen dat boodschap indirect en eenzijdig is en openbaar is voor iedereen die er belangstelling in heeft. Deze vorm van communicatie heeft een aantal kenmerken; - meestal sprake van eenzijdige communicatie - is openbaar - onpersoonlijke relatie tussen de zender en de ontvanger - een onbekend publiek - de ontvangers kunnen bepalen of ze het medium gebruiken (bijv de reclamefolder of een bepaalde zender) Onder massamedia rekenen we internet, cd’s, radio, televisie, pers, dvd’s, toneel, films, schilderijen, affiches, standbeelden, tentoonstellingen, preken, demonstraties, de preek enz.. 3. functies van de massamedia De functies van massamedia zijn; - verstrekken van informatie; bijvoorbeeld ’t economisch nieuws - educatief - Opiniërende functie; politieke leiders zullen proberen je mening te beïnvloeden of jou achter ze te krijgen - Gedragsbeïnvloeding; door het maken van ideële reclame proberen de makers je over te halen iets te kopen - Sociale functie; als tijdverdrijf en ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen praten. Deze functies vallen weer onder te verdelen in de - informerende functie. Hieronder vallen bijvoorbeeld; * de politieke informatiekunde; de massamedia moet informatie verstrekken over het overheidsbeleid en speelt daarom een belangrijke rol in het proces van politieke besluitvorming. Belangenorganisaties en politici maken gebruik van de media om aanhang te krijgen. De media dient betrouwbare informatie te geven maar mag wel betogend zijn. Soms schetst de media een foutief beeld van een situatie. Ons land wordt niet voor niets een mediacratie genoemd. De televisie bepaald voor een groot deel hoe wij over politiek denken. Alles is te volgen op televisie. * Met massamedia zoeken mensen aandacht voor hun problemen. Of te wel het doorsluizen van wensen en eisen van de bevolking naar de politici toe * Controle of waakhondfunctie; tekortkomingen van politici en het beleid brengt de massamedia aan het licht. * Opiniërende functie; Door het verstrekken van informatie, achtergrondinformatie, commentaar en opinieartikelen dragen ze mee aan het politieke debat. (In dit soort artikelen staat de zienswijze van verschillende leden van partijen.) Redactioneel commentaar wil zeggen dat de hoofdredactie van een krant zijn mening geeft. - Socialiserende functie; De waarden en normen van dominante en subculturen worden kennis gegeven. Vaak met het doel je blikveld te verruimen. Vaak is er sprake van infotainment, de informatie wordt dan gecombineerd met amusement en wordt luchtig aangedragen. Maar deze kennisgeving kan ook tot nadelen leiden. Vooroordelen kunnen toenemen als eenzijdig zaken belicht worden. Veel wordt gekopieerd door kijkers, zoals bijvoorbeeld agressief taalgebruik. Bovendien kunnen we ook beïnvloed worden door interpretaties van anderen op de televisie. - Amusementfunctie; ontspanning
Kritieke functies van de massamedia zijn; - informatie wordt gekleurd met een bepaalde lading - makers van de media laten meestal hun mening verdedigen naar een conclusie toe - reclame is indringend en opdringend en dus vaak irritant, bovendien ook vaak misleidend - door televisies raken mensen geïsoleerd en werken mee aan de individualisering - Er is sprake van nieuwsverschraling, alleen datgene wat t grote publiek interesseert wordt uitgezonden. Programma’s zijn vaak oppervlakkig omdat mensen alleen voor de leukheid kijken. Er zijn minder programma’s voor kleine doelgroepen. De kijker is consumptief ingesteld, heeft weinig zin zich in te spannen. De media laat het lijken of alles maar snel snel moet. Infantilisering (KISS-principe) Keep it short and simple. Kennis niveau is bijzonder laag. Nivellering en massificatie; alles wordt geglobaliseerd zodat iedereen in t programma kan zappen. Vervreemding; het televisiescherm komt nauwelijks overeen met de werkelijkheid. Verwarring omdat veel zenders het tegenovergestelde verkondigen.
4. De pers Er is nogal wat verschil tussen landelijke en regionale kranten. Regionale kranten verstrekken natuurlijk uitsluitend nieuws over de regio, landelijke dagbladen schrijven nieuws voor t hele land. Verder heb je ochtend en avondbladen. Tussen kranten is een groot onderscheid. Je hebt de populaire massakranten en de kaderkranten/kwaliteitskranten. Veel kranten zijn voortgekomen uit de verzuiling en dragen hun politieke kleur en eigen identiteit. Regionale kranten mogen dit niet, omdat zij voor de hele regio uitgeven. De Telegraaf, AD, en de NCR zijn rechts, in het midden ligt de trouw. Links ’t Parol, ’t Nederlands en Reformatisch dagblad rechts. Hieronder een schema met de verschillen
Kaderkrant Populaire massakrant
Zakelijk (‘saai’) Druk
Veel tekst, klein lettertype Minder tekst
Minder foto’s Meer foto’s
Minder kleurgebruik Veelvuldig gebruik van kleuren
Kleine rustige koppen Grote drukke koppen
Minder advertenties Veel advertenties
Er zijn ook verschillende rubrieken in de krant; - beleidsinformatie; nieuwsfeiten en achtergronden van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. (bijv bezuinigingsvoorstel) - human-interest; stukjes over allerdaagse of bijzondere mensen - verstrooiing; informatie met alleen het doel amuseren - praktische informatie; programma’s weerbericht enz - opinie ; redactioneel commentaar op nieuws en andere opiniërende artikelen - advertenties ; blokjes tekst die reclame bevatten
In een kaderkrant vind je het meeste beleidsinformatie en opinieartikelen. Tenslotte heb je nog de huis-aan-huisbladen. Ze zijn gratis door de hoeveelheid reclame waarvoor betaald wordt. Regionaal en lokaal nieuws staat erin en vaak ook advertorials, dat zijn reclameboodschappen die in de vorm van een artikel worden gepresenteerd. De tijdschriftenmarkt is opgedeeld in een marktsegmentering, wat wil zeggen dat het ingedeeld is naar de verschillende bevolkingsgroepen. WE kennen bijvoorbeeld de volgende; - Damesbladen, die veelal verdeeld zijn onder progressieve, chique , geëmancipeerde of huishoudelijke vrouwen zijn. - mannenbladen - jongerenbladen - familiebladen - roddelbladen - omroepgidsen (besteden meestal uitsluitend aandacht aan ‘eigen’ programma’s) - lifestylebladen - special-interestbladen gericht op een speciale hobby of muzieksmaak - vakbladen; gericht op een speciale beroepsgroep

In Nederland geldt voor tijdschriften het marktmechanisme. In deze vrijemarkteconomie is er de wisselwerking van vraag en aanbod. Ondernemingen zijn winstgericht. In de jaren zestig was deze werking heel sterk. De ontzuiling kwam toen op gang. Voor kerkgenootschappen en politieke organen betekende dit dat ze niet meer de steevaste greep hadden op de pers. In de jaren 90 ontstonden zo centrale redacties. (samenvoeging van regionale kranten) Er stonden dus advertenties in met verschillende opvattingen. Toen de televisie en de radio opkwamen werd het nog moeilijker voor de kranten te overleven, want ze verloren advertenties. Verdere opbrengsten moesten ze hebben van; - abonnees - losse verkoop - opbrengsten uit de STER - advertenties
Door de moordende concurrentie verminderde het aantal kranten en uitgevers. (persconcentratie) Dit kwam door de volgende oorzaken; - Technologische veranderingen; investeringen kostten enorm veel geld - Oplagespiraal; wie veel lezers heeft ontvangt veel geld, kan betere kwaliteit maken waardoor nog meer mensen de krant willen lezen enz…Bij de negatieve werking verliezen de kranten kwaliteit en verliezen zo lezers en hun branche - De grote afhankelijkheid van advertenties en een zwakke economische positie - verlies aan advertentiekosten dankzij televisie en radio
Hierdoor verdwenen kleine kranten of werden afhankelijk van grotere. (Monopolievorming) Telegraaf Telegraaf en regionale kranten
PCM Landelijke dagbladen als Trouw, AD, Volkskrant en NRC handelsblad
Wegener Regionale kranten
Noordelijke Dagblad Combinatie Noordelijke kranten
VNU Groot oplage van maand en weekbladen als Libelle, Margriet etc
Reden dat deze persconcentratie een nadeel kan zijn, zijn; - pluriformiteit komt in de knel - Macht over de pers is in handen van een klein groepje - consument heeft minder keuze
De overheid streeft naar zo veel mogelijk veelsoortigheid (pluriformiteit) daarom richtte zij in 74 het Bedrijfsfonds voor de Pers op. Hiermee werd opiniepeiling en informatie bevorderd en gesteund. Dit bureau wordt op drie manieren gesteund; - individuele steun - steun aan onderzoeksprojecten en gezamenlijke projecten van persorganen - compensatieregelingen voor de verliezen van dagbladen
In 96 werd een Code voor dagbladconcentraties aanvaard, een concern mag dus niet meer dan 1/3 van de dagbladen markt bezitten. De overheid was namelijk bang voor dienstverschraling (als pluriformiteit verdwijnt) Het wordt steeds moeilijker voor kranten om te overleven daarom vroeg de journalistenbond om het volgende; - verlaging van de BTW - versoepeling van de bezorgingregeling - projectsubsidies - gesubsidieerde inburgeringabonnementen

Door de steun van de overheid moet de concentratie en schaalvergroting van de pers worden afgeremd. Dit is erg moeilijk door de afwezigheid van jongeren, allochtonen en adverteerders die de kranten financieren. Ook door de grote hoeveelheid allochtonen verliest de Nederlandse pers aan terrein, wat komt door de volgende redenen; - allochtonen lezen kritisch omdat ze vergelijken met hun eigen krant - Er is weinig informatie over eigen cultuur en land - de allochtonen herkennen zich weinig in de Nederlandse krant - de jongeren onder hen hebben meer interesse in andere jongeren - eenzijdigheid over buitenlanders in de Nederlandse kranten kan vervelend zijn - jonge allochtonen kijken liever op internet
De pers is ook belangrijk voor de overheid…omdat het zorgt voor maatschappelijke agendavorming, publiek debat, en begrip voor andere culturen. Onze bevolking heeft recht op deze informatie zonder dat de overheid zich inmengt. Grondwet 7 die over de vrijheid van de pers gaat bevat de volgende grondregels; - Iedereen mag zijn gevoelens en mening uitten zolang deze volgens de wet zijn - de overheid stelt regels voor radio en televisie en houd toezicht op de uitzendingen (vooraf) Het moet voldoen aan het Europese verdrag van de rechten van de mens. In landen waar geen persvrijheid is spreek je van censuur, welke in 2 vormen voorkomt; - preventieve; voorafgaande controle - repressieve ; achteraf kunnen werken en oplages vernietigd worden
Toch zijn er voor de pers beperkingen op vrijheid van meningsuiting, je komt de volgende tegen; - discriminerende en beledigende opmerkingen zijn verboden - opruiing is verboden - zaken die tegen onze normen en waarden ingaan zijn verboden - het verkondigen van leugens is niet toegestaan - staats en bedrijfsgeheimen mogen niet openbaar gemaakt worden
Journalisten hebben wel het recht om de bron van informatie niet te vermelden (verschoningsrecht) Hier kan misbruik van gemaakt worden
De redactie en de directie hebben gezamenlijke belangen, namelijk; - continuïteit van een bedrijf - aanbieden van een goed product - groot afzetgebied
Voor de directie is vooral van belang om; - winst te maken - het marktaandeel te vergroten - efficiency en effectiviteit vergroten
De redactie richt zich voornamelijk op de inhoud en de directie runt de krant. Het redactiestatuut zorgt voor de duidelijke taakverdeling. Dit is heel belangrijk om tot een goed product te komen. Bij tijdschriften is dit heel anders, ze zijn geheel afhankelijk van de directie. De massamedia komt aan informatie op de volgende manieren; - eigen journalisten, correspondenten, en redacteuren - personen en instellingen die informatie verlenen aan bijv persbureaus - internationale persbureaus; iedereen mag hier informatie vandaan halen zolang het niet rechtstreeks gekopieerd wordt. Het ANP is het belangrijkste persbureau in Nederland
Berichten moeten aan een aantal criteria voldoen voor ze de krant in mogen en kunnen; - actueel - uitzonderlijkheid - opvallendheid - het moet meerdere mensen aangaan - het moet dichtbij zijn voor de mensen - enige continuïteit - over bekende personen - moet human-interest bevatten - moet meestal iets negatiefs aan het licht stellen
Mensen moeten zich er ook mee kunnen identificeren! Dingen als afwisseling aantrekkelijkheid, doelgroep en kosten worden ook afgewogen. Om kosten te besparen worden vaak internationale persbureaus gebruikt. Tenslotte worden de onderwerpen in slotcategorieën verdeeld. Daarna worden de volgende vragen afgewogen; - op welke pagina is het bericht het beste thuis? - Wat is de omvang van het bericht? - Hoe luidt de titel van het artikel? - Worden er foto’s of graphics (nagesynchroniseerde situaties) gebruikt? Hiernaast moeten kranten proberen de artikelen zo objectief mogelijk te houden. Dit is soms lastig want iedereen denkt vanuit eigen referentiekader. (subjectief) Verder moeten journalisten zich aan de volgende 3 normen houden; - informatie controleren - hoor –en wederhoor; nieuws moet vanuit verschillende kanten belicht worden. Je kan niet zomaar iemand aanspreken zonder dat hij zich mag verdedigen - informatie en mening moeten strikt gescheiden blijven. Als je dat goed wilt doen moet je eerst achtergrondinformatie geven om je informatie toelichten. Op de feiten kan vervolgens commentaar gegeven worden. Dit doet de hoofdredactie meestal. De lezer interpreteert dit vanuit zijn eigen referentiekader naar eigen normen en waarden, ervaring en kennis. We noemen dit selectieve perceptie. Off the record informatie is ook absoluut verboden. (als een geïnterviewde bepaalde informatie niet gepubliceerd wil hebben) Soms krijgt de media een primeur, daar heerst dan meestal een embargo op (dwz het mag niet voor een bepaald tijdstip gepubliceerd worden) 5. verzuilde omroepen Voor 1960 waren er een aantal verzuilde omroepen deze waren oa; - NCRV protestants christelijk - KRO katholieke omroep - VARA Vereniging van Arbeiders Radio Amateurs – socialistisch - VPRO Vrijzinnige Protestantse Radio omroep –vrijzinnige protestanten - AVRO Algemene Verenigde Radio Omroep – soort Nederlandse BBC

Nederland koos naar aantal aanhang zendtijd aan de zenders te geven. Het was dus geen nationale of commerciële omroep. In 54 werd de verzuiling zelfs zo erg dat er een bisschoppelijk mandement uitgesproken werd. Je mocht alleen naar de zender van je eigen zuil luisteren…Door de televisie zou hier in 69 verandering in komen. Commerciële zenders probeerde ertussen te komen. Er werd een omroepwet uitgesproken die zorgde voor een open bestel; - commerciële omroep kwam er niet. De STER (stichting ether reclame) mocht wel reclame adverteren. - de oude verzuilde omroepen bleven bestaan maar er werd ook tijd ingeruimd voor nieuwe stromingen als de TROS , de EO en Veronica (vooral voor jongeren) - De NOS ontstond uit de NTS en kreeg meer zendtijd. De concurrentie van de TROS was echter heftig omdat ’t luchtige amusante programma’s ging brengen. We noemen dit vertrossing. Binnen de krantenwereld gebeurde hetzelfde. De telegraaf bracht ook luchtige artikelen uit (vertelegrafisering) Andere programma’s moesten ook vertrossen om hun winst te kunnen behalen. De TROS AVRO en Veronica groeide naar rechtse omroepen en de VPRO was progressief. In deze jaren werd vaak de sandwichformule toegepast; afwisseling tussen amusement en informatie. De luisteraars wilden wel gedifferentieerde programma’s. De politiek was hier echter minder blij met de persconcentratie en vertrossing. Om de zendgemachtigden in de jaren 70 op hun informatieve en opiniërende functie te wijzen voerde de overheid in 1988 een nieuwe mediawet in; - men hield zich aan het publiek omroepbestel - een c omroep moest minstens 150000 leden hebben en een aspirant-omroep 60000 - het programmapakket moest uit cultuur, informatie, verstrooiing, en educatie bestaan - een publieke omroep moest een eigen identiteit hebben (representatie-eis) - een publieke omroep mag geen winst maken - De opbrengsten van de STER worden verdeeld onder de omroepen - de NOS werd opgesplitst in een omroepinstelling en een productiebedrijf - Oprichting van het Commissariaat van de Media (toezicht overgenomen van de overheid) - regionale en lokale omroepen kregen voor het eerst een wettelijke regeling. Eind jaren 80 kwam er een eind aan het publieke omroepbestel dankzij RTL Veronique en TV 10 die vanuit het buitenland toch hun programma’s uitzonden Uiteindelijk werden ze toegelaten en veranderde RTL veronique in RTL4. Zo begon het duaal omroepbestel; commerciële en publieke omroepen bestonden nu naast elkaar. In sommige landen heb je ook alleen een staatsomroep, de staat bepaalt dan wat er op televisie te zien is. In 93 wierf RTL 5 mannen jongeren en hoger opgeleiden. In 95 kwamen SBS6, V8 en TMF op. Inmiddels is Veronica Yorin geworden en V8 Veronica. Hiernaast zijn er natuurlijk ook commerciële radio omroepen zoals Radio Noordzee, Radio 538, Sky Radio. De VS kent een commercieel omroepsysteem, hierin wordt alles verzorgd door commerciële ondernemingen. Kijkcijfers en adverteerders zijn ’t belangrijkste. IN 1991 veranderde de mediawet weer; - reclamemogelijkheden voor de publieke omroepen werd verruimt volgens de wet van de EU - landelijke commerciële omroep werd gelegaliseerd via de kabel - publieke omroepen moesten een vergunning voor tien jaar aanvragen en helder gescheiden zijn van commerciële omroepen - een zenderindeling van Nederland 1, 2 en 3 die met elkaar moesten samenwerken. Er werd wel weer gekozen voor een bredere publieke omroep in 96 - verbetering van de publieke omroep - meer openheid voor nieuwkomers (zenders) - meer aandacht voor moeilijk te bereiken publieksgroepen - versterkte culturele functies voor de publieke omroep - verantwoordingsplicht tegenover de samenleving - een strikt regiem voor sponsoring - meer ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe diensten op internet, digitale radio en televisie
De Raad van Toezicht houdt controle over de zenders, waarin drie voorzitter zitten die benoemd zijn door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en wetenschappen. De NOS is toezichthouder over de omroepverenigingen. Zender of net-profilering zorgt ervoor dat iedere zender een eigen gezicht vertoont. Bij de publieke omroepen hield dit in; * Nederland 1; levensbeschouwelijke programma’s met vertrouwde culturele waarden * Nederland 2; familiezender met amusement, sport en universeel * Nederland 3; Een zender voor kosmopolieten (werelds denkende mensen) en postmaterialisten (mensen met veel geld, die er geen waarde aan hechten) erg progressief
Maar steeds meer moet bezuinigd worden op de publieke omroepen. Veelal vinden we informatiemagazines en praatprogramma’s. Toch is er sprake van zenderkleuring. Je weet wat je kunt verwachten. Voor de radio hebben we de volgende voorbeelden; - radio 1 nieuws en actualiteitenzender -radio 2 nieuw amusement en muziekzender - 3FM muziekzender - radio 4 klassieke muziekzender - radio 747 Achtergrond en opiniezender
De mediawet in 2002 tot nu; - publieke omroepen moeten minstens 300.000 betalende leden hebben, aspiranten omroepen 50.000 en moeten nieuwstoevoegend zijn - pluriform programma aanbod - informatie, educatie, cultuur, ontspanning moeten ingeruimd worden - De STER reclameopbrengst moet verdeeld worden onder de omroepen - culturele en sportevenementen mogen gesponsord worden maar sluikreclame is verboden - 6,5 % van de zendtijd mag aan reclame besteed worden - 50% van de tijd moet bestaan uit Europese producties
DE volgende omroepen waren er; de NCRV, KRO, VARA, AVRO, TROS, VPRO, EO, BNN. Het NOS kent 2 hoofdtaken; * coördinatie en aansturing van de programmering * verzorgen van de nieuwsvoorziening
Hiernaast komen de volgende instelling aan bod; - kerkgenootschappen - educatieve instellingen - Nederlandse Programma Stichting, verzorgt discussies, en culturele programma’s - politieke partijen brengen hun boodschap over - overheid die op de samenleving wijst met Postbus 51-spotjes
Deze omroepen worden op de volgende manieren gesponsord; * Omroepgeld dat al ingeprogrammeerd is in onze belasting * STER reclames * beperkte sponsormogelijkheden * contributiegeld * inkomsten uit omroepbladen, merchandisering, (cd’s videobanden enz) Toch passen publieke omroepen meer amusement toe dit doen ze omdat door de ontzuiling de achterban flink verminderd is en de concurrentie van commerciële zenders erg groot is. Het Commissariaat van de Media houdt de omroepen in de gaten. Commerciële zenders streven natuurlijk naar winst, groot aandeel in de kijkersmarkt en continuïteit. Door een zo groot mogelijk publiek te trekken willen veel mensen hun reclame op de zender uitzenden en is er geld in het laatje. Zulke zenders zijn de volgende, met daarachter het profiel; - RTL4 familiezender - RTL5 hoogopgeleide mannenzender - Veronica en Yorin jongeren - SBS6 familiezender - Net5 vrouwen tussen de 20 en 34
Voor deze zenders gelden regels namelijk; * Maximum van 12 min reclame per uur met blokken van minstens 2 min. Publieke omroepen mogen dit alleen maar tussen de zenders door * geen sluikreclame *programma’s mogen gesponsord worden * geen reclame voor alcohol en tabak * bescherming voor jeugd tegen sex en geweld * voldoen aan een genoemd percentage Nederlandse en of Europese producten
Frequentieruimte worden verdeeld door middel van veiling
Luister en kijkonderzoeken volgen drie jaar lang het kijkgedrag van mensen. Zo krijgen zij kijkcijfers en waarderingscijfers die de zenders graag hebben als richtlijn. Verreweg worden amusementprogramma’s het meest gekeken. Dit verdringt serieuze programma’s als documentaires en kunstprogramma’s naar een later tijdstip. Om mensen toch naar het nieuws te laten kijken wordt t programma verschoven daar de prime-time (8- 10 uur) Dan zitten de meeste mensen achter de buis. De programmeringstrategieën zijn ontwikkeld in Amerika en hebben wij overgenomen, hieronder worden ze genoemd; * Verticale programmering, programma’s met vergelijkbare aantrekkingskracht achter elkaar programmeren zodat de kijker niet zo snel wegzapt als hij eenmaal verdiept is. * horizontale programmering; op vaste tijdstippen, vaste programma’s, zo raken mensen eraan gewend. * counterprogrammering; het aanbieden van alternatieven dan de concurrent * offensieve programmering; op zwakke avonden van de concurrent sterke programma’s achter elkaar plaatsen * blokbuster; een sterker langdurig blok tegenover een korter zwak blok van de concurrent zetten * sandwich- of hammockformule; een nieuw of zwakker programma tussen 2 sterke programma’s inzetten. * talkshows * sterke programma’s tijdens prime time ook wel entertainment-eduction * infotainment; informatieprogramma’s afwisselen met amusement * two ways of communication contact met luisters of lezers in de uitzending * reality tv; uitzonderlijke en ingrijpende gebeurtenissen worden op dramatische wijze benadrukt

Hoewel onze wereld globaliseert heeft de wereld behoeft aan informatie die locaal is. Dit verlies wordt gecompenseerd met inkomsten van gemeente en provinciefondsen. De stichting Radio Nederland Wereld Omroep verzorgt voor aanvulling op onze binnenlandse omroep. En verzorgt sinds 96 ook satelliet. Culturele minderheden krijgen maar weinig aandacht van de massamedia, omdat daar weinig geld aan verdient kan worden. Daarom hebben we in Nederland doelgroepenprogrammering, gerichte programma’s voor etnische groepen. Vaak grotendeels in de taal van herkomst. Nu komt de nadruk vooral te liggen op de algemene minderheden programmering. Economisch en technologisch gezien is ’t westen veel verder. Daarom zijn we voor nieuw uit de ontwikkelingslanden ook bijna altijd aangewezen op Westerse persbureaus. Door de dekolonisatie zijn de derde wereldlanden niet meer zo geïnteresseerd in ons nieuws. Ingebedde journalisten uit het westen mogen onder de verantwoordelijkheid van aangewezenen meereizen. Zo kunnen ze natuurlijk niet veel belichten met kritiek want dan krijgen ze geen toestemming meer. De nieuwszender Al-Jazeera gaf wel tegengeluiden in oorlog. Het nadeel dat alles van westerse optiek aan informatie krijgen is; * Derde wereldlanden krijgen een bepaald idee over de Westerse cultuur * Westerse landen hebben op hun beurt invloed, bijvoorbeeld door Jeansbroeken en cola. De verschillende partijen zijn in te delen in stromingen die bepaald denken over de omroepen; - sociaal democraten ; PVDA, SP Iedere Nederlander heeft recht op informatie, pluriformiteit staat voorop. Er moet aandacht zijn voor maatschappelijke problemen en zwakkere minderheden. - Christen democratische of confessionele stroming; CDA CU en SGP vanuit godsdienstige levensovertuigingen. Andere geloofsovertuigingen moeten geaccepteerd worden. - De liberale stroming; VVD en D66; marktgericht, voor een vrije economie door concurrentie zijn zenders klantgericht. De overheid moet zich zo weinig mogelijk met de zenders bemoeien. Voordelen van commerciële zenders zijn; * vergroot aanbod dus meer programma’s en informatie * Commercie maakt omroepen goedkoper, zodat t uit t belastingstelsel kan worden gehaald * eerlijke concurrentie omdat de overheid zich er niet mee bemoeit
Nadelen zijn ; * door reclame geven mensen teveel uit aan producten * commercie heeft veel impact op programma’s * verschraling van het programma aanbod * weinig kansen voor kleinere groeperingen in onze samenleving * de commerciële omroepen winnen het toch wel van de publieke omroepen door het amusementgehalte
Nieuwe media
We hebben in Nederland een informatie/post- industriële maatschappij. Dat wil zeggen; * Door techniek informatie en communicatietechnieken is er een grote informatieproductie * De meeste mensen werken in de tertiaire sector (commerciële dienstverlening) en de quartaire sector (niet commerciële dienstensector, bijv gezondheidszorg) Vroeger werkte men vooral in de primaire sector (landbouw) en de secundaire (industriële sector). Deze verdwenen steeds meer dankzij de economische groei. De invloed hiervan kun je merken door; - grote consumptiemogelijkheden - internationale samenwerking van bedrijving (globalisering) en ontwikkeling van de massamedia - meer media -nieuwe media - vergroot aanbod waar de media op inspeelt, voorbeelden hiervan zijn; * satelliettelevisie * abonneetelevisie * kabelnet * elektronisch betalen * pay-per-view * view-data * videorecorder en beeldplaat * tekstverwerking en internet. Nieuwe media heeft twee kenmerken; * meerdere toepassingen kunnen tegelijkertijd gebruikt worden. We noemen dit multimedia, omdat je een email bijvoorbeeld aan 12 mensen tegelijkertijd kunt sturen. * interactief karakter; er is geen direct contact. De nieuwe media is te verdelen in; - on-line media - off-line media - combinaties van de bovenstaande twee
Internet is een wegenstelsel van informatieverkeer en kent drie belangrijke toepassingen; * Telnet er kan informatie van een andere computer gehaald worden ermee gewerkt worden * FTP (file transfer protocol) transporteren van bestanden van computer naar computer * email elektronische post. Bovendien kun je op internet chatten en discussiëren. Internet heeft echter ook nadelen; - verstoppingen; teveel verbindingen tegelijkertijd - de waarde van de informatie valt moeilijk te beoordelen - grote communicatie mogelijkheid leidt tot criminele en legale activiteiten
Wel is internet een middel om een enorm publiek te bereiken. De nieuwe media hebben op een drietal gebieden gevolgen; - Cultureel gebied; * vergroting van ’t aanbod. Nadeel is relatieve eenzijdige informatie * ontzuiling en individualisering worden versterkt. Vooral de individualisering * snelle en uitgebreide vormen van dienstverlening * enorme concurrentie voor de publieke omroepen * informatie is gemakkelijk te vinden - sociaal- economisch gebied; * globalisering (zorgt zowel voor nieuwe werkgelegenheid als vergrote concurrentie) * door de toename van informatie kan er een beter economisch beleid gevoerd worden * tweedeling in de maatschappij tussen de mensen die met de vernieuwde media om kunnen gaan en wie niet * door de hoeveelheid informatie kan met lijden aan informatieblindgang * machines voorkomen menselijke fouten een groot stuk - politiek –juridisch ; * commerciële omroepen hoeven geen schaarse etherfrequentie meer te kopen * er kan makkelijk inbreuk op je privacy gemaakt worden * pers heeft een behoorlijk grensloze persvrijheid omdat het bijna niet te controleren valt * door de hoeveelheid informatie kan de democratie makkelijker worden
Belanggroepen van deze technologische ontwikkelingen zijn; - bedrijfsleven; door bijv winst te maken met hardware en software - overheid; moet de uitgangspunten van het mediabeleid realiseren, toenemende economische groei en werkgelegenheid. De overheid moet ook proberen vervlakking tegen te gaan - omroepverenigingen hebben een vergrote concurrentie gekregen van de commerciële omroepen - publiek wil het liefst zoveel mogelijk programma’s ontvangen
Door het vergrote en veranderde aanbod en de toename van het aantal kijkuren houdt de communicatiewetenschap (bestuderen van de maatschappelijke productie, het verzenden en ontvangen van de boodschap) zich bezig met de impact van de media. Hierover zijn enkelen theorieën ; - injectienaald theorie - netwerktheorie - selectieve perceptietheorie - cultivatietheorie - agendatheorie
De injectienaaldtheorie verklaard dat er een overdosis informatie wordt afgedropt op een passieve massa mensen. De boodschap wordt in tact afgeleverd. (ook wel transportbandtheorie) Deze theorie heeft 4 kenmerken; * invloed van de massamedia is eenrichtingsverkeer * de inhoud heeft direct invloed op de ontvanger * de kijker is passief en weerloos * de massamens is meer beïnvloedbaar dan de elite
Binnen het aanvoeren van informatie spelen indoctrinatie (onder dwang opdringen van opvattingen) en manipulatie ook een rol. Vaak biedt de media partijdige informatie aan

Netwerk theorieën gaan ervan uit dat mensen die veel invloed op de omgeving hebben onze mening vormen omdat wij hen als voorbeeld zien. Deze theorie valt op te delen in tweeën; - two step flow of communication theorie ; opinieleiders verspreiden hun visie aan gewone mensen die nog geen meming hadden over een bepaalde zaak - multiple step flow of communication theorie; De invloed van de wisselwerking van de verschillende informatiestromingen
De selectieve perceptietheorie ontkrachtte de injectienaaldtheorie echter. (Mensen bepalen zelf hoe ze beïnvloed willen worden en maken eigen keuzes, dus zijn niet passief) Intermediërende factoren spelen een rol; (selectiemechanisme) * selectieve interpretatie en perceptie; Je hoort en ziet alleen wat in je eigen zienswijze past * selectief onthouden; alleen onthouden wat belangrijk voor jou is * selectieve aandacht ; je bekijkt luistert en zoek alleen naar informatie waar je interesse naar uitgaat. Om de volgende reden klopt de injectienaaldtheorie niet; * de invloed van de massamedia is helemaal niet zo groot * er is geen directe invloed van het aanbod op de kijker/lezer/luisteraar * de ontvanger kan van te voren afwegen of hij zich ervoor interesseert * meestal worden er met massamedia individuele groepjes bereikt
De cultivatietheorie veronderstelt dat de invloed van de televisie afhankelijk is van het kijkgedrag. Ook wel culturele indicatorenbenadering of uniformiteittheorie. Zware kijkers zijn beïnvloedbar omdat zij herhaaldelijk steeds dezelfde boodschap te zien krijgen Zo wordt hun mening beïnvloed. Volwassenen vallen ook minder makkelijk ten prooi aan de mediawerkelijkheid omdat zij beter het verschil kunnen onderscheiden. Nog een andere theorie is de agendasettingstheorie; Dat wil zeggen de media zorgt niet voor directe beïnvloeding maar wel voor het onderwerp van discussie. Als ergens veel informatie en aandacht naar uitgaat gaan mensen het daar over hebben. Je komt dan de media agenda (zaken die de media belangrijk vindt) en de publieks agenda tegen. Ons land is niet voor niets een mediacratie; politici proberen door de televisie steun te krijgen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.