MA2

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 440 woorden
  • 27 november 2003
  • 18 keer beoordeeld
Cijfer 4.9
18 keer beoordeeld

Linkse partijen: Groenlinks SP PVDA Gelijkheid Vrijheid - in opleiding -- meebeslissen van bevolking -- in inkomen -- gelijkheid man en vrouw - - van bevolkingsgroepen
VVD D66 Vrijheid - Vrije markteconomie - Overheid zorgt voor bescherming - Strenge straffen en veel politie - Vrijheid in abortus, scheiding etc. Rechtse partijen: CDA SGP Christen Unie
Uitgangspunt: geloof - Traditioneel (in het huwelijk bijv.) - Seks, alleen in het huwelijk - Tegen samenwonen - Tegen abortus en euthanasie - Voor invoering doodstraf - Ideeën gebaseerd op de bijbelPartijen die nu onze
regering vormen: CDA, VVD en D66
Eerst was het CDA en PVDA, maar de onderhandelingen gingen niet goed. Politiek: Gaat het om vragen van: wie krijgt wat, waar, wanneer en in welke vorm. Beleid: Is het kiezen van doelen en het inzetten van middelen in een te bepalen tijdsvolgorde. Taken die van algemeen belang zijn: A. Openbare orde en veiligheid
B. Sociaal-economische zaken: werkgelegenheid, goede arbeidsomstandigheden etc. C. Sociaal-culturele: Zaken zoals welzijn, onderwijs, kunst, gezondheid etc. Tegenwoordig wil men de rol van de overheid verkleinen en steeds meer overheidstaken te privatiseren en over dragen aan de vrije markt. Politieke systeem model 1. Invoer: Eisen/wensen die vanuit de samenleving naar voren worden gebracht. 2. Omzetting: De eis/wens komt op de politieke agenda. Beleidsvoorbereiding: het verzamelen en analyseren van informatie (over de eis/wens). Beleidsbepaling: het nemen van beslissingen over de inhoud van het te voeren beleid. 3. Uitvoer: Politieke besluiten, zijn het resultaat van de omzetting van de eis/wens. 4. De Terugkoppeling: Door reacties uit de samenleving op de genomen besluiten komt men weer bij de invoer of als bij de besluitvorming is besloten om na een bepaalde tijd de zaak weer te bekijken komt men weer bij de omzetting.
Politieke besluitvormingen beinvloeden kan door: 1. Te gaan stemmen (electorale participatie) 2. Deelname aan conventionele participatie: Lid zijn van een partij, meewerken aan een verkiezingscampagne, het benaderen van een gezagsdrager, deelnemen aan de (politieke) activiteiten vaneen pressiegroep. 3. Protest participatie: Een handtekeningenactie steunen, deelname aan een actiegroep, gaan demonstreren of meewerken aan een boycot. Pressiegroepen kunnen zij: A. Belangenorganisaties: Gericht op belangen van bepaalde groeperingen. Hier toe behoren: vakbonden en werkgeversorganisaties. B. Actiegroepen: Zetten zich voor een bepaalde tijd in voor een bepaald doel of ideaal. In een beweging zitten meer groepen
Burgerlijke ongehoorzaamheid: 1. Bewust de wet overtreden. 2. Op een geweldloze manier, het doel: een wet ter discussie stellen en te veranderen. 3. Eerder op een legale manier geprobeerd de eigen wensen te realiseren. 4. Als het gaat om het verwerven van eigen voordeel. Je verzetten tegen wetgeving die volgens jou onaanvaardbaar is. Soorten macht: 1. Wettelijke macht
2. Steun: Macht van het getal
3. Charismatisch gedrag
4. Sleutelposities
5. Geweld

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.