Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Hoofdstuk 3

Beoordeling 3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 378 woorden
  • 15 januari 2004
  • 2 keer beoordeeld
Cijfer 3
2 keer beoordeeld

3.1 In Grieks/Romeinse tijd -> arbeid last -> Arbeid was voor slaven
In Middeleeuwen -> arbeid last -> was straf van God
Reformatie -> arbeid lust -> bron van levensvreugde
Renaissance -> arbeid lust -> zingeving voor de mens, mogelijkheid op zelfontplooiing
19e eeuw -> arbeid last -> mensen kregen te weinig geld voor wat ze ervoor deden
Arbeidsethos -> wat mensen van het werk vinden
Traditioneel arbeidsethos -> Je denkt hetzelfde over arbeid als dat ze altijd al hebben gedaan. Kritisch arbeidsethos -> je denkt niet hetzelfde over arbeid als vroeger
Alternatief arbeidsethos -> je vind iets van arbeid dat niet vroeger zo was.
3.2 Arbeidssamenleving -> de centrale plaats van arbeid in het doen en laten van mensen
Partialiteit -> slechts een beperkt deel van de potentiële beroepsbevolking wordt voor een beperkte tijd als betaalde arbeidskracht geselecteerd. Sectorale verschuiving -> van agrarische sector is het de industriële sector geworden. Primaire sector -> agrarisch
Secundaire sector -> industrieel
Tertiaire sector -> dienstverlenend
Conjuncturele werkloosheid -> tijdelijke neergang in de economie
Structurele werkloosheid -> blijvend verschil tussen vraag en aanbod
Seizoenswerkloosheid -> in winter bijv minder werk
Frictiewerkloosheid -> overbruggingstijd die nodig is om een baan te zoeken 3.3 visie van liberalen - voorstander van markteconomie - voor vrije ondernemingswijze productie - voor concurrentie (tussen productie en arbeidersmarkt) - voor het terugdringen van de rol van de overheid
visie van sociaal-democraten - voor spreiding van kennis, inkomen en macht - voor selectie groei - voor democratisering

visie van christen-democraten - gespreide verantwoordelijkheid - rente meesterschap - gerechtigheid - solidariteit 3.4 arbeidsverdeling -> de verdeling van de arbeidstaken over individuen en groeperingen in de samenleving. Sociale stratificatie -> de op een stapeling van sociale lagen in de samenleving waarbij iedere laag bestaat uit min of meer gelijk gewaardeerde posities. Kennis, status, inkomen en macht bepalen de status van een bepaalde baan. Sociale mobiliteit -> stijging of daling van een persoon op de maatschappelijke ladder. 3.5 verzorgingsstaat -> een samenleving waarin de overheid zich ten doel stelt de zorg voor het welzijn van haar burgers op zich te nemen. 3.6 vakbonden FNV, CNV
werkgeversorganisatie -> - onderhandelen bijvoorbeeld - rechtsbescherming - cursussen - onderhandelen met rijken - stakingskas €1856 = verdient de gemiddelde Nederlander per maandag €993 = verdient een alleenstaande AOW’er €1099 = alleenstaande bijstandstrekker met 1 kind

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.