Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Hoofdstuk 2

Beoordeling 8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 2454 woorden
  • 19 juli 2015
  • 1 keer beoordeeld
Cijfer 8
1 keer beoordeeld

§1

Democratische rechtsstaat: burgers mogen meedoen aan vrije verkiezingen en ze worden beschermd tegen de machthebbers. Er zijn regels voor overheid en burgers. (sociaal contract)

 

De UVRM en de EVRM hebben een belangrijke rol gespeeld in de verbetering van de mensenrechten en de bewustwording ervan. Mensenrechten is belangrijk voor een goede rechtsstaat.

Grondrechten: rechten die fundamenteel zijn voor vrijheid, ontplooiing, welzijn en bescherming van het individu.

De rechtsstaat is de maatstaaf bij het beoordelen van de overheid en wat wel/niet toegestaan is. De waarden en normen van de rechtsstaat vormen een minimale binding die burgers en groepen met elkaar delen.

 

§2

In de grondwet (constitutie) zijn de waarden vrijheid, gelijkheid en burgerschap vastgelegd. De grondwet heeft als doel om:

  • De beperking van de macht van de staat aan te geven
  • De vrijheden van burgers te garanderen
  • Fundamentele rechten van de burgers vast te leggen
  • De eenheid van de staat en de burgers uit te drukken
  • Aan te geven hoe de belangrijkste organen georganiseerd zijn

 

De grondwet is ontstaan, onder invloed van de Franse Revolutie, in 1798 (de Staatsregeling). De eerste echte grondwet ontstond in Nederland in 1814. In 1848 kwam de grondwet van Thorbecke die luidde: ‘De koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.’ (ministeriële verantwoordelijkheid).

Censuskiesrecht: mannen die directe belastingen betaalden mochten stemmen voor de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraad.

In 1917 kwam het algemeen mannenkiesrecht en in 1919 was ook het algemeen vrouwenkiesrecht ingesteld.

 

  • Klassieke grondrechten

Deze grondrechten houden in dat de overheid een beperkte rol (passief opstellen) heeft, behalve het organiseren van verkiezingen. Ze zijn afdwingbaar bij de rechter.

  • Sociale grondrechten

De overheid heeft een zorgplicht tegenover de burgers op het gebied van werkgelegenheid, bestaanszekerheid, leefbaarheid/milieu, volksgezondheid en onderwijs. Dit is niet afdwingbaar bij de rechter, maar de overheid moet zich wel actief opstellen.

 

Horizontale werking van grondrechten: tussen burgers onderling. Hier is sprake van botsende grondrechten, als de gronrechtelijke belangen van burgers botsen ten opzichte van elkaar. Dit had voorkomen kunnen worden als er een hiërarchie was. Deze is afwezig bij ons en daardoor laten wij de botsingen toetsen door een rechter of door het Europese hof.

Verticale werking van grondrechten: tussen burgers en de overheid  

 

§3

De bedenker van de Trias Politica is Montesquieu. Hij bedacht dat er een scheiding van machten moest zijn, die elk onafhankelijk van elkaar waren. Dit moest corruptie en vriendjespolitiek verkomen. We spreken nu ook wel van check and balances; het controleren en aanvullen van elkaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wetgevende macht

Uitvoerende macht

Rechterlijke macht

Wetten maken, wijzigen of intrekken

Wetten in praktijk brengen of toepassen

Rechtspreken bij conflicten

Wetten worden gemaakt door:

  • Regering (koning en ministers)
  • Parlement (Staten Generaal)
  •  

Wetsvoorstellen worden gedaan door ministers en hun departementen. Zij krijgen advies van de Raad van State (belangrijkste adviesorgaan).

 

De Eerste en Tweede Kamer maken de besluiten over de wetsvoorstellen.

Ministers zorgen voor de uitvoering van de wetten.

 

Ministeriële regelingen: uitvoeringsregels of aanwijzingen hoe wetten precies moeten worden uitgevoerd.

 

Ministeriële verantwoordelijkheid:

Ministers zijn verantwoordelijk voor de daden van de ambtenaren.

 

In handen van onafhankelijke rechters. Zij zijn onpartijdig en voor het leven benoemd.

 

De rechterlijke macht heeft geen toetsingsrecht. Ze zijn dus niet bevoegd om vast te stellen of een wet in strijd is met de grondwet.

 

Jurisprudentie: het geheel van uitspraken door rechters. Een uitspraak kan niet ongedaan worden, maar wel leiden tot een wetswijziging

 

Wetten moeten voldoen aan:

  • Algemeen zijn
  • Duidelijk zijn
  • Haalbaarheid
  • Uitvoerbaarheid

De “vierde” macht zijn de ambtenaren.

Ze zijn niet gekozen door het volk en worden ook niet gecontroleerd door het parlement.

 

§4

Rechtsorde: het geheel van rechtsregels en rechtsbeginselen en de manier waarop het recht is georganiseerd.

De soorten regels:

  • Rechtsregels

Rechtsregels zijn gedragsregels die wettelijk door de overheid zijn vastgelegd. Er zijn twee redenen om rechtsregels op te stellen: doelmatigheid (duidelijke afspraken) en zedelijk bewustzijn (het weerspiegelen van normen en waarden). Rechtsregels geven een beoordeling van gedraag; legaal/illegaal.

  • Sociale regels

Ongeschreven regels. Ze geven een beoordeling van gedrag in termen van wel of geen rekening houden met anderen.

  • Morele regels

Ze geven een beoordeling van gedrag in termen van goed en kwaad.

 

Rechtsgebieden: de indeling van de verschillende soorten rechten.

  • Privaatrecht (burgerlijk recht/ civiel recht)

Horizontale relaties (tussen burgers onderling) waarbij er uit vrije wil met elkaar onderhandelt of samengewerkt wordt. Het gaat bij privaatrecht om rechten en plichten. Hiertoe behoren de volgende gebieden:

- personen- en familierecht (huwelijk, adoptie, scheiding, overlijden, etc)

- ondernemingsrecht (oprichting een bedrijf, bv/stichting/vereniging)

- vermogensrecht (overeenkomsten sluiten, erfenis, testament)

  • Publiekrecht

Verticale relaties (tussen burgers en overheid) waarbij het om het publieke belang gaat. Hiertoe behoren de volgende gebieden:

- staatsrecht (regels voor de inrichting van de Nederlandse staat)

- bestuursrecht (bestuursactiveiten van de overheid)

- strafrecht (wettelijke strafbepalingen)

§5

  • Rechtsbescherming

Onschuldvermoeden: een verdachte is onschuldig tot het tegendeel is bewezen

Gevangenen hebben recht op voeding, bezoek, ontspanning en geen marteling.

  • Procesregels

Ze gelden voor alle fasen van de opsporing en berechting van strafbare feiten. Niemand kan zonder enige vorm van proces gevangen worden gezet.

Strafprocesrecht: alle regels waar politie, rechercheurs, officieren van justitie en rechters zich aan moeten houden.

 

STRAFPROCES heeft 6 fasen:

  1. Aanhouding

Een verdachte (verdacht wordt van schuld aan een misdrijf) mag door de politie:

- staande gehouden worden (vragen naar identiteit)

- aangehouden worden (gearresteerd en mee voor verhoor). Dit mag ook bij voldoende verdenkingen.

  1. Opsporing

Beginnen met het verzamelen van informatie (verhoren) en een verslag maken (proces-verbaal). Daarvoor mogen dwangmiddelen gebruikt worden: fouilleren, bewijsmateriaal in beslag nemen, maar voor sommige middelen is toestemming nodig van een rechter: huiszoekingsbevel, DNA-onderzoek, infiltratie en opvragen van persoonsgegevens. Daarnaast mogen ze een gedachte in voorarrest houden (maximaal 110 dagen).

  1. Vervolging

Vervolgingsmonopolie: dit heeft de officier van Justitie. Hij beslist of een zaak naar de rechtbank gaat of niet.

Transactie: geen verdere vervolging van een zaak, maar een akkoord over een geldboete of taakstraf (max. 180 uur)

Seponeren: besluiten een zaak niet verder te vervolgen.

  1. Berechting

Een strafzaak wordt aangebracht door middel van een tenlastelegging (formulatie van de aanklacht). De verdachte ontvangt een dagvaardiging (tenlastelegging en datum van de zaak).

Een zaak begint bij de rechtbank. Kleine zaken worden behandeld door een politierechter en zwaardere zaken worden behandeld door meervoudige kamer (3 rechters). Vervolgens komt de

terechtzitting waarbij informatie verzameld wordt door middel van verhoringen. Vervolgens houdt de officier van Justitie zijn requisitor (eis voor bepaalde straf) waarna de advocaat zijn pleidooi houdt. De uitspraak van een politierechter is meteen, maar een meervoudige kamer doet dat binnen 14 dagen.

  1. Hoger beroep

Na het vonnis kan er in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof (het hele proces opnieuw) in de hoop voor een andere uitspraak. Helpt dat nog niet dan kan men in cassatie gaan bij de Hoge Raad waarbij alleen gekeken wordt naar de juiste toepassing van het recht.

  1. Uitvoering van de opgelegde straffen

De uitvoering gebeurt door het Ministerie van Justitie. Het recht voor gedetineerden is er om hen ondersteuning te geven bij terugkeer in de maatschappij.

 

§6

Strafrecht ondersteunt de rechtsstaat met 3 beginselen:

  • Legaliteitsbeginsel: mensen kunnen niet veroordeeld worden voor iets dat niet van te voren strafbaar is.
  • Strafbepaling moet duidelijk zijn, zodat iedereen weet wat wel en niet mag.
  • Ne bis in idem-regel: je mag nooit twee keer vervolgd worden voor hetzelfde feit.

 

Het Wetboek van Strafrecht is opgedeeld in drie delen:

  1. Algemene bepalingen:   Wanneer spreken we van een misdrijf?

Wanneer is iemand medeplichtig of ontoerekeningsvatbaar?

Welke soorten straffen zijn er in Nederland

  1. Opsommingen van misdrijven (ernstige strafbare feiten). De straffen hiervoor liggen hoger dan bij overtredingen en zijn langer geregistreerd op je strafblad.
  2. Opsommingen van overtredingen (minder ernstige strafbare feiten)

 

Materiële strafrecht: de inhoud van alle strafbepalingen. Er mag afgeweken worden van de maximale straf maar alleen naar beneden.

Aparte wetten: Wet economische delicten (fraude), Wegenverkeerswet en de Opiumwet (drugs).

 

BESTRAFFING

Er is pas sprake van een strafbaar feit als de dader dit met willens en wetens (met volle verstand en eigen wil) heeft gedaan. Is dat niet zo, dan wordt er gekeken naar strafuitsluitingsgronden.

  • Rechtvaardigingsgronden

Hierbij is het gepleegde feit door bijzondere omstandigheden niet meer strafbaar. Voorbeelden:

  • Noodweer (zelfverdediging). Je bent hierbij alleen strafbaar als het gebruikte geweld niet in verhouding was tot het gevaar/dreiging.
  • Overmacht-noodtoestand: een overtreding bij het redden van iemand.
  • Ambtelijk bevel: een fout in communicatie tussen politie waardoor jij bekeurd wordt.
  • Schulduitsluitingsgronden

Het gepleegde feit is strafbaar, maar de dader heeft geen schuld. Voorbeelden:

  • Psychische overmacht (gedwongen worden)
  • Noodweer-exces (over de grenzen van zelfverdediging door een paniekreactie)
  • Ontoerekeningsvatbaarheid (geestelijke stoornis of psychisch volledig buiten zinnen). Hiervoor wordt je naar een TBS-kliniek gestuurd voor maximaal 4 jaar.
  • Afwezigheid van schuld (geen straf zonder schuld)

 

Hoofdstraffen uit het Wetboek van Strafrecht:

  • Geldboete
  • Taakstraf (dader moet hiermee instemmen)
  • Vrijheidsstraf. Bij overtredingen: hechtenis van max. 1 jaar. Bij misdrijven een gevangenisstraf. De maximale tijdelijke strafrecht is 30 jaar, waar nog vervroegde invrijheidstelling kan worden toegepast na 2/3 van hun straf.

Bijkomende straffen: verbieden, intrekken en uitzetting

Maatregelen: schadevergoeding, behandelingen

Functies van straffen:

  • Wraak en vergelding (misdaad mag niet lonen)
  • Afschrikking voor andere burgers
  • Voorkomen van eigenrichting
  • Resocialisatie (heropvoeding)
  • Beveiliging van de samenleving

 

Voor kinderen van 12 tot 18 jaar is er het jeugdstrafrecht. Bij lichte misdrijven worden ze gestuurd naar Halftbureau, bij zwaardere misdrijven komen ze voor de kinderrechter. Die kan jeugddetentie opleggen, waarbij je naar een jeugdgevangenis wordt gestuurd of (bij persoonlijke stoornissen) naar een behandelcentrum. Het jeugdstrafrecht is voornamelijk gericht op resocialisatie.

 

§7

Maatschappelijke oorzaken voor crimineel gedrag zijn alcohol (bevordert agressie en criminaliteit), weinig sociale controle en weinig perspectieven (geen afgeronde opleiding bijvoorbeeld).

Persoonlijke oorzaken voor crimineel gedrag:

Lombroso theorie

Sociobiologie

Aangeleerd-gedragtheorie

Persoonlijkheids-

Theorie

Bindings-theorie

Anomietheorie

Uiterlijke kenmerken, als laag voorhoofd.

Lagere hartslag waardoor je sterkere prikkels gaat opzoeken

Het wordt aangeleerd door gezin, buurt of vriendengroep

Als balans tussen id (onderbewuste), ego (bewustzijn) en superego (geweten) verstoord is.

Als er bindingen met familie, vrienden, etc ontbreken

Het treedt op als we onze levensdoelen niet hebben bereikt.

AANPAK CRIMINALITEIT (tweesporenbeleid)

  • Preventieve maatregelen

Het voorkomen van crimineel gedrag door meer sociale controle en begeleiding.

  • Repressieve maatregelen

Strengere bestraffing.

 

Maatschappelijke gevolgen van criminaliteit:

  • Materiële gevolgen: schade door vernielig, diefstal, iemand letsel bezorgen, belastingontduiken, etc (kost geld).
  • Immateriële gevolgen: psychische probleem, onveilig voelen, etc.

 

§8

Burgerlijk recht: rechtszaak waarbij de eiser tegenover de gedaagde staan. (burgers, rechtspersonen, overheid).

VERSCHIL STRAFRECHT EN BURGERLIJK RECHT

Strafrecht

Burgerlijk recht

  • Verticale verhouding
  • Het initiatief ligt bij de overheid
  • De rechter heeft een actieve rol
  • Horizontale verhouding
  • Het initiatief ligt bij de burgers
  • De rechter heeft een passieve rol

 

Het verloop van een burgerlijke rechtszaak:

  1. De eiser laat een dagvaarding sturen naar de gedaagde. In een dagvaarding staat de naam van de eiser, de eis, de motivatie van de eis en het tijdstip en plaats van de rechtszaak.
  2. Bij kantonrechters is een advocaat niet nodig, behalve bij grote/ingewikkelde zaken. Dan moet je je laten vertegenwoordigen door een procureur (iemand die alle regels kent). Een gedaagde hoeft niet per see voor de rechter te verschijnen, hij mag ook een schriftelijke reactie opsturen.
  3. Bij geen overeenstemming spreekt de rechter een vonnis uit. De meest voorkomende veroordelingen zijn:

- Een schadevergoeding. Daarbij wordt een loonbeslag gelegd, als de verliezer niet wilt betalen.

- Een dwangsom. Een bedrag dat betaalt moet worden bij overtreding van de uitspraak.

 

Er kan ook een kort geding worden aangevraagd. Dit is een versnelde en vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zaken. Deze worden behandeld door een voorzieningenrechter. Hij geeft een voorlopig oordeel.

Rechtsbescherming tegen de overheid: burgers moeten bezwaar kunnen maken tegen de opgelegde lasten van de overheid. Gebieden waarbij de overheid actief is, zijn:

  • Het geven van vergunningen
  • Het geven van uitkeringen en subsidies (toekennen en beëindigen)
  • Het geven van asiel en verblijfsvergunningen

 

§9

INTERNATIONAAL RECHT

  • UVRM van de VN (morele grondwet van de wereld, is niet bindend)
  • EVRM van de EU (rechten zijn afdwingbaar)
  • Verdrag van Genève: rechten van politieke vluchtelingen en asielzoekers

Deze verdragen lijken op de grondwetten in de afzonderlijke staten en bieden dus een dubbele garantie. Internationale verdragen gaan boven het nationale recht. Er is nu ook een Internationaal Strafhof wat er voor zorgt dat ook staatshoofden gedaagd en berecht worden.

Een voorwaarde bij het toetreden tot de EU is dat het land een rechsstaat is, waardoor ze fungeren als een waakhond. Elk EU-land hebben dezelfde basiskenmerken, maar verschillen soms in uitvoering door cultuur en historie. Één overeenkomst die voor alle EU-landen gelden is het verbod op de doodstraf.

VERGELIJKING TUSSEN TURKIJE, NEDERLAND EN DE VS

 

Turkije

Nederland

Verenigde Staten

Macht van het staatshoofd

De president heeft vetorecht

Minister-president heeft toestemming nodig van het parlement.

De president heeft vetorecht

Onafhankelijkheid van de rechters

De rechters zijn onafhankelijk, maar worden benoemd door de minister van Justitie

Rechters worden benoemd door de Kroon, op voordacht van de Tweede Kamer

Supreme Court bevat 9 rechters die benoemd worden door de president.

Wijze van rechtspraak

Geen jury, maar het recht van hoger beroep.

Geen jury, maar het recht van hoger beroep.

Juryrechtspraak die bestaat uit burgers en een uitspraak doet over de schuldvraag.

Rechten van de verdachten

Hard optreden bij demonstraties. En bij kritiek op de politiek, het leger of de justitie gelden harde straffen (soms zelfs martelingen).

Verdachten hebben veel rechten. In Nederland geldt alleen een voorarrect van max. 110 dagen.

Uitlokking is toegestaan. De Patriot Act geeft de CIA meer bevoegdheden om de burgers in de gaten te houden. En Quantanamo Bay, waar verdachten zonder rechtsproces vastzitten.

De straffen

Maximum- en minimumstraffen.

Herhaling van daden wordt harder gestrafd.

Amerika heeft de doodstraf en er is plea bargaining waarbij een deal tussen advocaat en aanklager wordt gesloten. Three Strikes & You’re Out Law houdt in dat bij 3 keer fout je een zwaardere straf krijgt.

Klassenjustitie

Klassenjustitie wordt alleen gebruikt tegen de Koerden.

Matige klassenjustitie:

mensen uit hogere klassen worden bevoordeeld boven mensen uit een lagere klasse

Rassenjustitie: “zwarten” worden benadeeld.

 

§10

De bestrijding van georganiseerde criminaliteit wordt steeds moeilijker doordat misdaadorganisatie gebruik maken van nieuwe technieken en de hiërarchische organisatie. Hiervoor is de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (BOB) ingesteld die bevoegdheden geeft tot kijkoperaties, waarbij inbrken en infiltratie is toegestaan.

De War On Terror was er om terroristische aanslagen te voorkomen. In Amerika is hiervoor de Patriot Act opgericht. In de EU zijn er meer opsporingsbevoegdheden gekomen. Deze kunnen het gronwettelijk beginsel van privacy aantasten. In Engeland bestaat preventieve detentie waarbij je vast kan worden gezet voor maximaal 2,5 jaar zonder dat je schuld bewezen is.

Sinds 2005 zijn voorbereidingshandelingen van terreurdaden strafbaar geworden, de wet is hier dus voor gewijzigd.  

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.