Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Hoofdstuk 1 t/m 3

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1182 woorden
  • 7 december 2009
  • 13 keer beoordeeld
Cijfer 6.6
13 keer beoordeeld

THEMA A: DE RECHTSSTAAT

Mogelijkheden als je gearresteerd word en je verdacht word:
1. Je bekent, je wordt veroordeeld
2. Je ontkent, krijgt goede advocaat en houd overtuigend betoog, je word vrij gesproken.

Hoofdstuk 1: de Nederlandse rechtstaat
§1.1 In de naam der wet: open de deur
? Hoe ziet de rechtstaat in Nederland eruit?
*Grondwet
- waarden=belangrijk voor jou; liefde, respect, bezit
- normen= hoe je je moet gedragen

• 3 belangrijke kenmerken rechtsstaat:
1. Machtscheiding
2. Rechtsbescherming
3. Rechtshandhaving
1. → Macht verdelen
De macht van de regering is beperk. Regering en parlement maken samen wetten. Rechter past wetten toe, hoeft geen verantwoording af te leggen voor uitspraak aan de regering of parlement. Voor het leven benoemt.
2. → Politie mag je alleen oppakken als je verdacht word. Je hoeft je onschuld niet te

Bewijzen.
3. → Alleen politie mag in bepaalde situaties geweld gebruiken.
*Uitwerking: strafwet
Strafbaar gedrag is niet verwijtbaar:
- ontoerekeningsvatbaarheid
- overmacht
- zelfverdediging
*Toepassing: strafproces
Je word opgepakt, mag 6 uren verhoord worden, je wordt aangeklaagd
Officier kan 3 dingen doen
1. Seponeren→bewijs niet goed rond, je wordt vrijgelaten
2. Schikken→transactie/boete, je hoeft niet voor de rechter te komen
3. Vervolgen→ je wordt voor de rechter gebracht

§1.2 de geschiedenis van de rechtsstaat.
? Hoe is de rechtsstaat in Nederland ontstaan?
*Geschiedenis:

Rechtssysteem zonder machtenscheiding: absolutisme. Vroeger had Nederland een absolutistisch rechtssysteem. West EU 18e eeuw verzet.
Verlichtte denkers → ieder mens heeft rechten → de mensenrechten.
Fransman Montesquieu →rechtenscheiding.
Franse revolutie → vrijheid, gelijkheid, broederschap. Eind 18e eeuw in Nederland.
*Toepassing: straffen.
Na revolutie veel veranderd. Mensen werden nu langere tijd opgesloten i.p.v. gemarteld.

§1.3 Tand om tand of zachte hand?
? welke visies zijn er op de ideale staat?
* Basis: 3 visies op de ideale staat.
- Vrije samenleving → politici en politie geen rechten om haar wil op te leggen.
- totalitaire staat → overheid alle middelen kan inzetten om haar wil aan haar burgers op te leggen.
• rechtsstaat zit tussen beide in.

Debat 3 visies op het strafrecht. Hoe hard of zacht strafrecht moet zijn:
1. Strafrechterharders
2. Strafrechthervormers
3. Strafrechtsafschaffers
• 3 vragen:
1. criminaliseren of decrimineren.
- strafrechterharders: vrijheid van de burger te veel doorgeschoten, willen de burgers wel vrij laten in hun keuze maar op de achtergrond moet altijd de sterke arm van het strafrecht zijn als mensen misbruik maken van hun vrijheid, zien vragen rond leven dood seksualiteit persoonlijk.
2. big brother is watching you of vrijheid blijheid
- verharders→ meer beveiliging, meer veiligheid

- afschaffers→vertrouwen daalt bij aantasting van vrijheid rechten.
3. straffen of herroepen
- verharders→ pleiten lange gevangenisstraf, onderling eruit komen.
- afschaffers→resocialisatie belangrijk, alternatieve of taakstraf.

Hoofdstuk 2 is de rechtsstaat in crisis?
§2.1 zit er een dokter in de cel?
? Hoe gelijk worden burgers in Nederland behandelt?
*Basis: recht op gelijkheid
Iedereen is gelijk
* Uitwerking: je recht halen.
Als je wordt gediscrimineerd, op wat voor manier ook, kun je een aanklacht indienen bij de commissie gelijke behandeling.
*Toepassing:
Privébezit →erg goed beschermd. Niemand mag zomaar aan je privé bezit komen.
Publiekbezit→minder goed beschermd. Grote aantasting publiek bezit, belastingfraude, illegale handel enz.

Onderscheid tussen: witteboordencriminaliteit en blauweboordencriminaliteit
Blauw: dader lage maatschappelijke positie, delict in privé sfeer, gaat om direct geweld. Makkelijker op te lossen.
Witte: hoge sociale positie, pleegt delict in beroepsfeer, delict betreft fraude. Komt niet vaak voor. Max. straf blauw hoger dan wit.
Bij schikking meestal omdat:
Technisch sepot→ onvoldoende bewijs
beleidssepot→ niet vervolgen, te veel nadelen bedrijf, uiteindelijk weegt rechter alles: niveau verdachte, ernst delict enz. en spreekt.

*Klassenjustitie in Nederland.
Klassenjustitie → het strafrecht in de praktijk verdachten met een hogere maatschappelijke positie om onrechtvaardige redenen lichter straf dan verdachten met een lagere maatschappelijke positie.

§2.2 Pak de boef dan, als je kan.
? Hoe effectief is de rechtshandhaving?

*Basis
Macht schept verplichtingen. Overheid grootste macht in ons land.
Macht hebben= mensen dwingen.
*Uitwerking: taken van de overheid.
Politie 3 taken:
1. opsporen wetovertreders
2. handhaven van de orde
3. hulpverlenen.
Hoge raad→ hoogste rechtscollege in Nederland.
*Toepassing: overheid en geloofwaardigheid
Meer blauw op straat, land veiliger als pakkans en strafkans groter worden.
Politie heeft prestatiecontract= naarmate zij meer boeven oppakken, vervolgen en berechten, krijgt hun organisatie meer geld van de overheid.
In strafdossier van verdachte moet belastend en evt. ontlastend bewijs. = bewijzen die kunnen aantonen dat de verdachte het misdrijf niet heeft gepleegd.

Zitkans= aantal gevangenisstraffen als percentage van het totaal aantal straffen.

§2.3 Die pet past ons allemaal
? hoe actief mogen burgers zijn in de strijd tegen onrecht?
*Bezit:Onafhankelijke rechter
Rechter mag niet beïnvloed worden van buitenaf en niet door eigen emoties laten leiden. Moet volgens de wet oordelen.
*Uitwerking: eigenrichting
Burger mag overal over klagen bij de rechter, maar mag geen eigen baas spelen=eigen rechter.
Burgers behoren actief te zijn bij opsporen en voorkomen van criminaliteit=actief burgerschap.
*Toepassing:burger zet politiepet op
Burgers hebben in sommige situaties neiging eigen rechter te spelen. Je mag alleen geweld gebruiken bij een acute bedreiging van jezelf of een ander=noodweer.
Buurtwacht=burger houd wacht in eigen buurt mag iemand alleen staande houden als hij een delict pleegt=burgerarest.


Hoofdstuk 3 Wat is de ideale rechtstaat?
§3.1 Roep om harde rechtstaat via de media.
? welke invloeden hebben de media op je mening en op het overheidsbeleid bij bestrijding van criminaliteit?
*Basis: beeldvorming over criminaliteit
Door media wordt je vaak gemanipuleerd
1. injectienaaldtheorie→het word je ‘ingespoten’. Door veel aandacht aan criminaliteit denken mensen dat de rechtsstaat harder moet worden
2. agendatheorie→benadrukt waarover mensen praten
3. opinieleidertheorie→opinieleiders met een mening, nemen andere mening over.
4. Theorie v/d selectieve perceptie→ mensen horen wat ze willen horen.

Referentiekader=eigenwaarden, normen, kennis en ervaring.
*Uitwerking: criminaliteitsstatistieken.
Objectieve veiligheid groter dan subjectieve veiligheid. Door emotie kan je vaak niet goed meer nadenken. Verborgen criminaliteit is groter,
materiële gevolgen zijn niet groot maar immateriële schade = slecht slapen enz.
*toepassing: overheidsbeleid
Regering gevoelig voor publieke opinie
1. Risico jongeren→verplicht intensieve choaching van ouders bij de opvoeding, meer controle op spijbelen. Evt. jeugdgevangenissen.
2. veelplegers→max. 2 jaar opgesloten , moeten afkicken. Tijdens detentie word er gewerkt aan goede terugkeer in de samenleven.
3. Zware criminelen→langdurig gevangen, evt. TBS.
4. witteboordencriminaliteit→opgespoord door financiële medewerkers van Openbaar Ministerie, belastingdienst ect.
5. terroristen→ goed in de gaten gehouden door AIVD.


BEGRIPPEN
Agendatheorie = media bepaalt waarover mensen praten.
Alternatieve straf = werken of cursussen volgen die te maken hebben met gepleegde delict.
Beleidssepot = seponeren van zaak, te veel nadelen
Blauweboordencriminaliteit = criminaliteit door mensen lage maatschappelijke positie
Criminaliseren = door de overheid schadelijk geacht gedrag opnemen in strafwet
Dadig = dader en slachtoffer treffen onderling een regeling
Decriminaliseren = niet de strafwet gebruiken ter voorkoming van schade geacht gedrag.
Geweldsmonopolie = overheid mag geweld gebruiken.
Internationaal gerechtshof = rechtbank in Den Haag , onder VN
Internationaal Strafhof = rechtbank in Den Haag, onder VN, VN kan straffen uitdelen.

Objectieve veiligheid = veiligheid zoals vastgesteld in de statistieken.
Ontlastend bewijs = bewijs dat aantoont dat de verdachte de misdaad niet gepleegd heeft.
Referentiekader = het geheel van eigen normen, waarden, kennis en ervaring
Schikken = rechtszaak afkopen.
Strafrechthervormers = visie op het strafrecht waarbij de staat beperkt moet ingrijpen
Strafrechterharders = visie op het strafrecht waarbij de staat sterke nadruk legt op
rechtshandhaving
Theorie van de selectieve perceptie = mensen vervormen informatie zodat die binnen hun
referentiekader past.
Totalitaire staat = staat waarin de overheid alle middelen inzet om haar wil op te leggen.
Vetorecht = het recht om een besluit tegen te kunnen houden.
Vrije samenleving = staat waarin de overheid geen rechten heeft om haar wil op te leggen.

Witteboordencriminaliteit = criminaliteit begaan door mensen in hogere maatschappelijke
positie.




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.