Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

Hoofdstuk 1: Massamedia

Beoordeling 4.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 1303 woorden
  • 17 augustus 2010
  • 4 keer beoordeeld
Cijfer 4.5
4 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Nieuw seizoen Studententijd de podcast!

Studenten Joes, Tess en Annemoon zijn terug en bespreken alles wat jij wilt weten over het studentenleven. Ze hebben het onder andere over lentekriebels, studeren, backpacken, porno kijken, datediners, overthinken, break-ups en nog veel meer. Vanaf nu te luisteren via Spotify en andere podcast-apps! 

Luister nu
Samenvatting Maatschappijleer Hoofdstuk 1: Massamedia

1.1 Communicatie

Communicatie is het proces waarbij een zender, bedoeld of onbedoeld, een boodschap overbrengt aan een ontvanger.
Er zijn verschillende vormen van communicatie:
1. Face-to-face: een gesprek.
2. Indirecte communicatie: via een brief.
3. Één zender, meer publiek: TV-programma’s.
De kern van het communicatieproces is de boodschap.
Er zijn twee verschillende vormen van communicatie:
1. Verbale communicatie: gesproken taal.

2. Non-verbale communicatie: fysieke taal.

1.2 Massacommunicatie

Massacommunicatie is een vorm van communicatie waarbij de zender met technische hulpmiddelen in staat is om grote aantallen mensen te bereiken met een boodschap. Enkele kenmerken van massamedia zijn:
1. Geboden informatie is openbaar en voor iedereen toegankelijk.
2. Relatie zender-ontvanger is onpersoonlijk van aard.
3. Informatie is bedoeld voor een groot, heterogeen en anoniem publiek.
4. Communicatie is vaak eenzijdig waardoor directe feedback niet mogelijk is.
Massamedia kun je indelen in twee groepen:
1. Gedrukte media: kranten en tijdschriften.
2. Audio-visuele media: radio en tv.

2.1 Algemene functies

In de media zijn vier algemene functies te onderscheiden, namelijk:
1. Nieuwsfunctie: Tv-nieuwsprogramma’s als NOS-Journaal.
2. Amusementsfunctie: Soaps als GTST en ONM.
3. Educatieve functie: Leerprogramma’s zoals van SchoolTV.
4. Opiniërende functie: Discussieprogramma’s als Het Lagerhuis.
Wanneer een programma twee of meerdere functies heeft noem je dit een mengfunctie. Een voorbeeld hiervan zijn bijvoorbeeld voetbal wedstrijden, deze hebben een nieuwsfunctie maar ook een amusementsfunctie.


2.2 Politieke functies van de massamedia

Er zijn vijf politieke functies van de media te onderscheiden:
1. Informatieve functie: belangrijke debatten in de Tweede Kamer.
2. Woordvoerders- of spreekbuisfunctie: dmv enquêtes kan de politiek geïnformeerd
worden over de ideeën van de burgers.
3. Commentaarfunctie: kritiek leveren op de politiek.
4. Onderzoeksfunctie: achtergehouden informatie aan het licht stellen.
5. Controlerende functie: kritisch volgen en controleren van politici en hun beleid.
Politieke functies van de media zijn gericht op de verhouding tussen de overheid en de burgers en algemene functies zijn gericht op de media in het algemeen.

3.1 Visies

Censuur is een vrijheidsbeknotting, omdat openlijke kritiek op de overheerser niet is toegestaan omdat dit zijn gezag kan ondermijnen (dictatuur).
Er zijn vier theoretische benaderingen over de invloed van de media:
1. Injectienaaldtheorie: eenzijdige informatie geven.

2. Agendatheorie: media heeft wel invloed, maar indirect. Door de grote hoeveelheid
aan informatie wordt de realiteit gegeven.
3. Selectieve-perceptietheorie: het waarnemen is altijd subjectief.
4. Multi-step-flowtheorie: meeste mensen zijn in het algemeen niet in staat om een
afgewogen oordeel te vormen.
De injectienaaldtheorie en de selectieve-perceptietheorie zijn elkaar tegengestelden. Terwijl de agendatheorie en de mulit-step-flowtheorie elkaar aanvullen.

3.2 Invloed van reclame op de consument

Het verschil tussen reclame en propaganda is dat propaganda altijd een ideologisch tintje heeft en reclame is alleen op winst gericht.
Dit zijn de trucs die reclamemakers gebruiken om hun product aan te prijzen:
1. Gebruik van een bekend en geliefd persoon.
2. Gebruik van wetenschappelijke termen.
3. Gebruik van termen uit vreemde talen.
4. Creëren van een bepaalde sfeer bij het product.
5. Inspelen op de gevoelens van de consument.
6. Muziek.

7. Humor.
8. Gericht benaderen van de doelgroep.
9. De consument zelf.
10. Herhaling.
Het grootste succes dat een reclamemaker zich kan wensen is dat zijn merknaam een soortnaam wordt. Voorbeeld hiervan is Maggi.

3.3 Waarden en normen

Normen zijn de gedragsregels die gebaseerd zijn op de waarden. Waarden zijn opvattingen over idealen en motieven.
Onder socialisatie verstaan we de overdracht van normen en waarden. De reden dat sommige muziekzenders een belangrijke bron van socialisatie vormen is omdat je niet alleen de muziek hoort, maar je ziet ook degenen waarmee jij je graag identificeert.

3.4 De invloed van televisiegeweld

Met agressief gedrag bedoelen we: het bewust toebrengen van schade aan anderen of aan zaken die hen toebehoren. Er zijn drie theses over de relatie tussen geweld op tv en agressief gedrag:
1. Stimulatiethese.

2. Reductiethese.
3. Geen-effectthese.
De stimulatiethese heeft weer zes elkaar aanvullende theorieën, hieruit kun je opmaken dat deze uit zes factoren bestaat. Drie voorbeelden van deze aanvullende theorieën zijn onder anderen:

1. Associatietheorie: aanleiding en verband daartussen.
2. Desensitisatietheorie: confrontatie met angst en fobieën.
3. Aanstekelijkheidtheorie: onbewust aanstekelijk werken.
Volgens de reductiethese is televisiegeweld te verklaren doordat de kijker stoom kan afblazen waardoor het agressieve gedrag sterk afneemt.
Er zijn twee verklaringen voor het afnemen van geweld:
1. Verschuiving van de aandacht.
2. Empathie: inlevingsvermogen in de dader- en/of slachtofferrol.
Makers van geweldfilms zullen uitgaan van de geen-effectthese. Kijkwijzer is een van de maatregelen die is genomen om jeugdige kijkers te behoeden voor geweldsscènes. Het Commissariaat voor de Media moet erop toezien dat tv-omroepen zich houden aan de afspraken die zijn gemaakt over de uitzendtijden van programma’s met geweld.

4.1 De krant

De aanpassing van de grondwet was van groot belang voor de krant al massamedium, omdat hier het recht op persvrijheid in werd opgenomen. Er zijn drie factoren die ervoor gezorgd hebben dat tussen 1848 en 1990 de krant een veel groter publiek kreeg:

1. Verbetering van de infrastructuur.
2. Politieke emancipatie.
3. Industrialisatie.
Met pluriformiteit wordt de verscheidenheid aan opinies en politieke beginselen bedoeld. De verzuiling heeft invloed gehad op de media, in deze tijd werd alles (incl. media) georganiseerd op basis van godsdienstige en levensbeschouwelijke uitgangspunten. Enkele oorzaken van de ontzuiling waren:
1. Ontkerkelijking.
2. Doorbreking van autoritaire maatschappelijke structuren.
Dagbladen die vandaag nog en levensbeschouwelijke doelgroep hebben zijn:
1.    Trouw: protestants-christelijke.
2.    Reformatorisch Dagblad: orthodox-protestantse.
3.    de Volkskrant: katholieke.
Een verschil tussen kwaliteitskranten en populaire kranten is dat kwaliteitskranten zich minder bezig houden met roddels over BN-ers. Populaire kranten doen dit juist wel. Twee voorbeelden van kwaliteitskranten zijn Trouw en NRC Handelsblad.
Twee voorbeelden van populaire kranten zijn: de Telegraaf en Algemeen Dagblad.
Landelijke dagbladen halen hun nieuws vooral via internationale persbureau’s en gemeenschappelijke redactie als bijvoorbeeld GPD. GPD verzorgd de landelijke en internationale verslaglegging. Kranten halen hun inkomsten vooral uit Abonnementsgelden en Advertentiegelden. De recentelijk financiële problemen van kranten kwamen vooral door een tekort aan eerder genoemde inkomsten en werden opgelost door fusies van verschillende kranten. Deze persconcentratie was echter een bedreiging voor de pluriformiteit, omdat overgenomen kranten minder zeggenschap kregen. Het bedrijfsfonds voor de Pers zorgt dat een deel van de STER-opbrengsten verdeeld worden over de dagbladuitgevers.


4.2 Weekbladen en andere tijdschriften

Tijdschriften kunnen we opdelen in zes categorieën:
1. Opiniebladen: Vrij Nederland, Elsevier.
2. Gezinsbladen: Donald Duck, Margriet.
3. Sensatiepers: Privé, Weekend.
4. Wetenschappelijke tijdschriften.
5. Populaire wetenschappelijke tijdschriften.
6. Hobbybladen.

4.3 Radio en televisie

In de jaren 20 werden de radio omroepen KRO (kath.), VPRO (prot. chr.), AVRO (lib.), VARA (soc.) en de NCRV (prot. chr.) opgericht. In WO2 kreeg de radio een bijzondere betekenis. Toen kwam namelijk Radio Oranje om de mensen op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen en de mensen moet in te spreken: de verzuiling leek even verdwenen. In de jaren 60 werden wel pogingen gedaan om de verzuiling te doorbreken met de komst van piratenzenders. Vertrossing is de vervlakking en verschraling van het programma aanbod.
De mediawet van 1988 stelt enkele eisen aan publieke omroepen:

1. Tenminste 15.000 leden.
2. Aanbod van gevarieerde programma’s.
3. Stroming vertegenwoordigen.
4. Niet uit zijn op winst.
Het Omroepcommissariaat moet toezien op de naleving van de Mediawet. Doordat sommige zenders de Mediawet niet naleefden en niet te stoppen waren werden dit de commerciële zenders.
De kabelmaatschappijen maken een einde aan de problemen met antennes en zorgen dat je meer zenders kan ontvangen. Ze zijn verplicht publieke NL en NL Belgische zenders te geven. Enkele gespecialiseerde zenders zijn CNN en National Geografic en zijn via de kabel te ontvangen. Ook is de kabel de aanstoot tot lokale en regionale omroepen geweest.

5.1 Telefonie

Het steeds moderner worden van GSM is een belangrijke ontwikkeling.

5.2 Dagbladen

Dmv websites en e-mail maken de kranten ook gebruik van ICT.

5.3 De radio

Het radiobestel heeft een belangrijke ontwikkeling ondergaan, namelijk de profilering door vijf thema zenders. Bij het verdelen van de etherruimte kijkt de overheid naar de toegevoegde waarde van de nieuwe zender ten opzichte van het bestaande aanbod.

5.4 Televisie

Reality-tv en emotie-tv gaat om levensechte situaties. Soaps zijn grote publiekstrekkers bij de commerciële zenders.


5.5 Internet

Kinderporno en rascistische propaganda zijn strafbare misdrijven en moeilijk te bestrijden omdat er nog geen internationale afspraken over zijn gemaakt.

5.6 Verdere ontwikkelingen

Sciencefiction speelt een grote rol bij technologische vernieuwingen, omdat je fantasie misschien wel werkelijkheid kan worden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.