Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Hoofdstuk 1 + 2

Beoordeling 4.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 2144 woorden
  • 27 oktober 2014
  • 1 keer beoordeeld
Cijfer 4.5
1 keer beoordeeld

Hoofdstuk 1
Paragraaf 1
Een staat of overheid heeft 3 kenmerken:
1. De staat heeft het hoogste gezag. De wetten van de staat gelden voor iedereen. De staat mag met fysiek geweld optreden tegen mensen die de wet overtreden.
2. Dat staatsgezag geldt binnen een precies afgebakend grondgebied.
3. Dat staatsgezag geldt voor de bevolking op het grondgebied van de staat.

Staten beschikken over macht. Macht is het vermogen om iemand te dwingen iets te doen door middel van sancties, ook tegen zijn wil in.
De overheid neemt binnen een staat de beslissingen en voert die uit. De overheid bestaat uit regering, parlement en ambtenaren.

In een nachtwakersstaat heeft de overheid een kleine rol, het zorgt dan alleen voor de veiligheid van de burgers door middel van politie en leger.

Een verzorgingsstaat is een staat voor een samenleving waarin de overheid alle inwoners een aanvaardbaar bestaansminimum garandeert.

Paragraaf 2
Om de maatschappij goed te laten functioneren hebben burgers rechten en plichten. Als je meent dat mensen, organisaties of de staat je rechten hebben aangetast, kun je beroep doen op de staat door naar de rechter te gaan.
De overheid heeft alleen iets te maken met rechten en plichten van burgers die formeel, wettelijk zijn vastgelegd. Daarnaast zijn er morele rechten en plichten die veel mensen belangrijk vinden, maar er is geen wet voor.

Waarden zijn opvattingen over wat belangrijk is. Normen geven aan hoe je je in bepaalde situaties moet gedragen. Bijvoorbeeld:
Waarde                                             Norm
Vrede                                                Geen oorlog, geen agressief gedrag
Veiligheid                                         Verkeersregels
Gerechtigheid                                 Onpartijdige rechtspraak, recht op advocaat
Gelijkheid                                         Niet discrimineren
Vrijheid                                             Eigen mening mogen geven

Paragraaf 3
Onder politiek verstaan we situaties waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn. Met politieke besluiten wordt een beleid uitgezet. Bij beleid gaat het om een plan om een bepaald doel te bereiken door het gebruik van middelen.
Politieke besluiten worden genomen door de regering (het dagelijkse bestuur van het land) en het parlement (de gekozen volksvertegenwoordiging).

Liberalen (VVD)

Liberalen vinden vooral de waarde vrijheid erg belangrijk. Daarom vinden zij dat de overheid niet te veel dwingend moet regelen op sociaaleconomisch gebied. Vooral ondernemers moeten niet gehinderd worden door allerlei wettelijke plichten. De staat moet mensen ook zoveel mogelijk vrijheid laten bij het inrichten van hun privéleven.

Socialisten /  sociaaldemocraten (CDA)
Voor socialisten staat de waarde gelijkheid centraal. Zij vrezen dat zonder duidelijke rechten voor de werknemers en plichten voor ondernemers de verschillen tussen arm en rijk te groot worden. Daarom vinden zij dat een actieve overheid die ongelijkheid moet bestrijden. Ze vinden net als de liberalen dat de mens vrij moet zijn bij het inrichten van zijn privéleven.

Christendemocraten (PvdA / SP)
Voor christendemocraten zijn de waarden harmonie en samenwerking erg belangrijk. Zij vinden dat georganiseerde maatschappelijke groepen zoveel mogelijk zelf in harmonie afspraken moeten maken. Op sociaaleconomisch gebied zitten de christendemocraten tussen de liberalen en socialisten in. Zij staan huiverig tegenover de te grote vrijheid in het privéleven, zoals het beslissen over abortus en euthanasie.

Paragraaf 4
Sociale ongelijkheid is de ongelijke verdeling van inkomen, bezit, hulpmiddelen en/of maatschappelijke kansen tussen verschillende groepen.
Een belangrijke waarde in de moderne democratische samenleving is dat ongelijkheid niet gebaseerd mag zijn op afkomst, geslacht of huidskleur. Er mag alleen ongelijkheid bestaan op grond van de verschillen in persoonlijke kwaliteiten en prestaties van mensen.

Sociale cohesie is de onderlinge verbondenheid van mensen, binnen en tussen groepen.

Paragraaf 5
Een rechtsstaat is een staat waarin burgers en overheid zich aan de wet moeten houden en waar gelijke rechten en mensenrechten voor iedereen gegarandeerd zijn. De staat moet de vrijheid van de burgers beschermen, maar ook hun veiligheid garanderen.
Een parlementaire democratie is een politiek stelsel dat het mogelijk maakt op vreedzame wijze conflicten op te lossen, waarbij alle burgers invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming en de mensenrechten gewaarborgd zijn.
Een verzorgingsstaat is een maatschappij waarin de overheid de zorg voor het welzijn van haar bewoners op zich neemt.
In een pluriforme samenleving leven mensen met verschillende opvattingen en religieuze, culturele en etnische achtergronden  met elkaar samen. Dat kan alleen goed gaan als zij gelijke rechten en gelijke maatschappelijke kansen hebben en zich veilig voelen. Ook moeten ze in vrijheid hun leven kunnen inrichten, mits zij daarmee de vrijheid van anderen niet aantasten.

 

Paragraaf 6
Een maatschappelijk probleem is een kwestie die door veel mensen in de samenleving als een probleem wordt ervaren en waarvoor zij een oplossing zoeken, vaak via de overheid.

Perspectieven
Het politiek-juridische perspectief
- Welke wetten en regelingen hebben te maken met dit vraagstuk?
- Welke politieke opvattingen bestaan er over het vraagstuk?

Het sociaaleconomische perspectief
- Welke sociaaleconomische belangen hebben de betrokken groeperingen en organisaties?
- Wat heeft het vraagstuk te maken met sociale ongelijkheid en sociale cohesie?

Het sociaal-culturele perspectief
- Welke morele rechten en plichten hebben met het vraagstuk te maken?
- Welke opvattingen hebben de betrokken groeperingen over wat de burgers zelf kunnen doen en wat door de overheid gedaan moet worden?

Het vergelijkende perspectief
- Hoe wordt er in andere landen tegen aangekeken en hoe wordt het daar aangepakt?
- Doet het vraagstuk zich ook voor in andere landen en zo ja: hoe precies en in welke mate?
 

 

 

 

Hoofdstuk 2
Paragraaf 1
Een rechtsstaat is een staat  waar burgers en overheid zich aan de wet houden, waar gelijke rechten, machtenscheiding en legaliteitsbeginsel bestaan en waar de grondrechten gewaarborgd zijn.

We spreken van gezag wanneer de macht van de staat en het gebruik van die macht door de burgers als redelijk wordt aanvaard.

Liberale rechtsstaat
Een rechtsstaat waar persoonlijke vrijheid en bescherming tegen willekeurig overheidsoptreden centraal staan.

Democratische rechtsstaat
Een rechtsstaat waarin alle volwassen burgers kiesrecht hebben.

Sociale rechtsstaat
Een rechtsstaat waard de overheid veel taken op sociaal gebied op zich heeft genomen.

Kenmerken van de rechtsstaat
1. Alle burgers zijn gelijk
2. Het legaliteitsbeginsel
3. De overheid moet zich aan wetten houden
4. Onafhankelijke rechters
5. Is gebaseerd op grondrechten

De grondwet is de belangrijkste wet van een land met de grondrechten en de hoofdlijnen van de staatsinstellingen.

Tegenover rechten staan plichten. De burgers moet zich aan de wet houden. Zij worden geacht de wet te kennen.

De rechtsstaat is ontstaan uit de wens om de burgers tegen de staat te beschermen, maar veel mensen denken aan bescherming door de staat.
Als de staat zich te sterk richt op veiligheid kan de bescherming van de burgers tegen die staat gevaar lopen. Maar als de staat voor te weinig veiligheid zorgt kan het staatsgezag worden ondermijnd en vinden veel mensen dat ze zich niet aan de wet hoeven te houden.

Het idee dat criminaliteit toeneemt, heeft vooral te maken met beeldvorming. Niet alleen de werkelijkheid bepaalt wat mensen denken, maar ook de media, en verhalen van vrienden.

Beeldvorming is het proces van beïnvloeding waarin het beeld wordt gevormd dat iemand heeft van de maatschappelijke werkelijkheid.

Paragraaf 2
Klassieke mensenrechten: Grondrechten die de burgers beschermen tegen willekeurig ingrijpen van de staat, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst.
Sociale mensenrechten: Grondrechten als recht op eten, werk, huisvesting, onderwijs en zorg, waarvoor de staat zich moet inspannen om die rechten zoveel mogelijk te verwezenlijken. De overheid heeft wel inspanningsverplichting maar geen resultaatsverplichting.

De belangrijkste klassieke mensenrechten:
1. vrijheid van godsdienst
2. vrijheid van drukpers/meningsuiting. 
3. Vrijheid van vereniging, vergadering, en demonstratie.
4. Onaantastbaarheid van het lichaam. 
5. bescherming van persoonlijk eigendom 
6. recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. 
7. bescherming tegen willekeurige huiszoeking 
8. bescherming tegen willekeurige arrestatie
9. brief, telefoon, en telegraafgeheim 

In veel democratische landen is het niet goed gesteld met de mensenrechten, ook al hebben ze deze wel opgenomen in een wet of verklaring. Je mag er bijvoorbeeld vaak geen kritiek uitten op de regering. En als je een klacht indient tegen de overheid, maak je geen kans om te winnen. Rechters zijn er vaak corrupt.
In vergelijking met die landen is het in Nederland goed gesteld met de mensenrechten. Hier kan je naar de rechter, de ombudsman of zelfs naar het Europese hof voor de rechten van de mens stappen. Volgens de Nederlandse grondwet mogen de wetten niet in strijd zijn met het EVRM.
Veel landen hebben internationale mensenrechtenverdragen ondertekend. Hierdoor kunnen misdrijven die in het land zelf niet kunnen worden berecht (door dictatuur) in een ander land worden berecht.
Er zijn ook aparte internationale banken opgericht (internationaal strafhof den Haag).

Paragraaf 3
Delict: wettelijk strafbaar gestelde handeling
Misdrijf: zwaar delict, veroordeelde krijgt strafblad
Overtreding: licht delict, veroordeelde krijgt geen strafblad
Gedogen: bewust afzien van strafvervolging van handelingen die wettelijk strafbaar zijn
 

 

 

 

Politie
Dwangmiddelen:
1. Staande houden, vragen om ID
2. Fouilleren
3. In beslag nemen
4.* Aanhouden: - 6 kantooruren
                          - nacht blijven
    Voorarrest van max 90 dagen
5.* Huiszoeking
6.* Informatie controle
7.* Bankgegevens controleren
* = met toestemming van de officier van justitie

Openbaar minister (OM) verzameling van alle officiers van justitie
- seponeren > zaak afsluiten zonder veroordeling
- transactie aanbieden > schikking bij niet-ernstige delicten tussen de officier van
  justitie en verdachte, waarbij de verdachte een geldbedrag betaald, maar niet wordt
  veroordeeld
- vervolgen

Rechtbank
Doel van straffen
1. Vergelding > de dader moet boeten voor wat hij heeft gedaan
2. Preventie > de straf moet mensen afschrikken om iets (opnieuw) te doen
3. Resocialisatie > de straf moet terugkeer in de samenleving mogelijk maken
4. Voorkomen van eigenrichting > voorkomen dat slachtoffers zelf wraak nemen

Officier van justitie houdt als openbare aanklager een toespraak waarin hij alle feiten naar voren brengt en een straf eist.
Een advocaat houdt een verdedigingsrede.
De rechter ondervraagt de verdachte en eventuele getuigen en deskundigen en doet uitspraak.

Daderstrafrecht > strafrecht waarbij de rechter bij zijn vonnis rekening houdt met de omstandigheden, ernst van het delict en de bewijsvoering. Er zijn per delict wel maximumstraffen maar geen minimumstraffen.

Hoofdstraffen
1. Gevangenisstraf > bij misdrijven
2. Hechtenis > bij overtreding
3. Taakstraf > onbetaald maatschappelijk nuttig werk doen
4. Geldboete

 

Minderjarigen
Kinderen onder de 12 jaar zijn niet strafrechtelijk aansprakelijk voor hun daden.
Voor 12 tot 18 jarigen zijn er speciale regels. Lichte misdrijven gaan via HALT > de dader moet een aantal uren herstelwerkzaamheden verrichten voor de benadeelde of de samenleving. Of ze krijgen een taakstraf opgelegd door de officier van justitie. Ernstige zaken komen voor de kinderrechter > maximaal 2 jaar jeugddetentie in een gesloten inrichting.

Tbs > ter beschikking stellen van de dader. Aansluiting op gevangenisstraf of voor daders met ernstige psychiatrische ziektebeelden of persoonlijkheidsstoornissen.  Tbs’ers worden geholpen bij terugkeer naar de samenleving.
Behandeling geen effect? > levenslang tbs.

Paragraaf 4
Klassenjustitie: mensen uit de lagere sociale klassen worden eerder opgepakt en strenger gestraft dan mensen uit de hogere klassen.
We spreken van directe klassenjustitie als mensen met verschillende achtergronden bij hetzelfde strafbare feit op verschillende manieren worden behandeld.
We spreken van indirecte klassenjustitie als politie en justitie misdrijven die vooral worden gepleegd door mensen uit de lagere klassen (diefstal, inbraak en geweld), actiever vervolgen dan misdrijven die vooral worden gepleegd door mensen uit de hogere klassen (fraude, milieuzaken).

Globalisering: het proces waarbij verschillende delen van de wereld op economisch, sociaal, politiek en cultureel terrein steeds meer op elkaar betrokken raken.
Globalisering kan leiden tot meer begrip en samenwerking, maar ook tot grotere tegenstelling, afkeer en haat.

Terrorisme is het gebruik van geweld tegen willekeurige groepen mensen om hen angst aan te jagen en de samenleving te ontwrichten.

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.