H2: Rechtsstaat

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 6031 woorden
  • 8 november 2015
  • 6 keer beoordeeld
Cijfer 7.4
6 keer beoordeeld

Rechtstaat

§1 idee en oorsprong van de rechtstaat

1.1 wat is een rechtsstaat?

Nederland is een democratische rechtsstaat.

Burgers mogen meedoen aan vrije verkiezingen en daardoor indirect meebeslissen over politieke kwesties.

Rechtstaat garandeert nodige bescherming tegen de machthebbers.

Rechtsstaat: staat waarin burgers met grondrechten worden beschermd tegen macht en willekeur door de overheid.

Iedereen moet zich aan de wet en rechtsbeginselen houden. à tegengaan machtsmisbruik.

Rechtsstaat is een sociaal contract tussen burgers en (gekozen) bestuurdersà beide verplichtingen.

 

1.2 beginselen van de rechtsstaat

3 beginselen van de rechtsstaat:

  1. Trias politica
  2. Grondrechten
  3. Legaliteitsbeginsel

Trias politica (scheiding der machten) : 3 staatsmachten die elkaar in evenwicht zouden houden.(Montesquieu)

Grondrechten: sinds Franse revolutie(vrijheid, gelijkheid en broederschap) rechtsstaat in West-Europa maakte einde aan de absolute macht van de vorsten.

Koningen zijn tegenwoordig in een constitutionele monarchie gebonden aan de grondwet.

Rechtsstaat heeft daarnaast gezorgd voor de grondwettelijke bescherming van grondrechten zoals:

  • Godsdienstvrijheid
  • Vrijheid van meningsuiting
  • Vrijheid van vereniging en vergadering

Grondrechten: zijn rechten die zo fundamenteel zijn voor de vrijheid, de ontplooiing, het welzijn en de bescherming van het individu en van groepen, dat ze in de grondwet zijn vastgelegd.

Legaliteitsbeginsel: de overheid mag alleen beperkingen opleggen aan de vrijheid van burgers als die beperkingen in wetten zijn vastgelegd en voor iedereen gelden.

Rechtsstaat bindt bestuurders dus aan maat en regel(wetten). à kunnen niet zomaar straffen opleggen zonder tussenkomst onafhankelijke rechter(maat).

Meerderheid à kan ook niet alles doen. à rekeninghouden met wettelijke vastgelegde rechten van minderheden .

Dictatuur

  • Bepaalt 1 machthebber/ 1 partij, willekeurig, wat de regels zijn.
  • Weinig vrijheden burgers, geen persvrijheid, geen vrijheid van meningsuiting.
  • Tegenstanders regime à vaak achtervolgd/ zonder proces in gevangenis soms.

 

1.3 na de tweede wereldoorlog

Na WOII rechtsstaat gedachte weer actueel à uitgangspunten opnieuw formuleren

1948 VN richtte de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)

1950 Europese landen sloten in Rome Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. (EVRM)

UVRM + EVRM à belangrijke rol gespeeld in  verbetering van de mensenrechten en de bewustwording ervan.

Zonder mensen rechten à geen rechtsstaat. Mensen rechten geschonden à rechtsstaat in gevaar. 
Rechtsstaat heerschappij van regels. Soms klachten. Sommige situaties worden als  onrechtvaardigheid ervarenà rechtsstaat weer scherp naar boven.

De rechtstaat geeft een uiterst limit aan of ondergrens waaraan je situaties, gebeurtenissen, beslissingen en handelingen kunt afmeten.

Rechtsstaat is maatstaaf à beoordelen : hoe de overheid functioneert en wat nog is toegestaan en wat niet. Belang rechtsstaat neemt toe naarmate levensovertuigingen en leefstijlen verder uiteenlopen.    De waarden en normen van de rechtsstaat vormen dan een minimale binding die burgers en groepen met elkaar delen.

Rechtsstaat niet alleen de grondslag voor de parlementaire democratie maar ook voor de verzorgingsstaat en de pluriforme samenleving.

 

§2 grondwet en grondrechten

Gelijkheid belangrijke waarde uit de grondwet. Vrijheid staat ook centraal. Soms botsen deze begrippen.

2.1 ontstaan en de doel van de grondwet

1806 Nederland constitutionele monarchie

1814 eerste grondwet

1815 wijziging (Belgen erbij)

1840 wijziging (Belgen weer weg)

1848 Thorbecke ‘de koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk’ de koning gaf de feitelijke politieke macht uithanden. Sinds toen regeert met  ministeriële verantwoordelijkheid.

Rechtstreekse verkiezingen voor: Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeente raad.

Mocht alleen gestemd worden door mannen die directe belastingen betaalden à censuskiesrecht.

1917 algemeen mannenkiesrecht, zowel godsdienstige/ levensbeschouwelijke scholen als openbare scholen werden bekostigd door de overheid.

1922 vrouwen ook kiesrecht

1983 algemene herziening; bescherming van burgers tegen discriminatie, sociale grondrechten(sociale zekerheid).

In Nederland vormt de grondwet een bindend middel in de pluriforme samenleving die uit steeds meer verschillende culturen bestaat en uiteenlopende waarden en normen kent. De grondwet biedt het fundament waar iedereen het (bijna) mee eens kan zijn.

Doel van de grondwet: 

  • De begrenzing van de macht van de staat aan te geven en daarmee de vrijheden van burgers te garanderen
  • Fundamentele rechten van burgers vast te leggen
  • Aan te geven hoe de belangrijkste organen van de staat (koning, ministers, parlement, rechterlijke macht en andere organen) in grote lijnen zijn georganiseerd.
  • De eenheid van de staat uit te drukken en te zeggen dat de burgers, ondanks alle verschillen, toch één willen zijn en één willen blijven.


2.2 inhoud van de grondwet
(lees bron 5)

Klassieke grondrechten

H1 grondrechten en burgerlijke vrijheden staan beschreven

Grondrechten staan in willekeurige volgorde, omdat de ene grondrecht niet belangrijker is dan het andere.

Basiskenmerk: dat deze grondrechten een beperking inhouden van de overheidsbevoegdheden tegen over de burgers. Overheid moet zich op deze punten passief opstellen.

Burger vind dat één van zijn grondrechten is geschondenà kan naar de rechter stappen.

Sociale grondrechten
H1 Artikelen 19/23

Hierin vastgelegd dat de overheid een zorgplicht heeft tegenover de burgers op het gebied van:

  • Werkgelegenheid en vrije keuze van arbeid
  • Bestaanszekerheid en welvaart
  • Leefbaarheid en milieu
  • Volksgezondheid en woongelegenheid
  • Onderwijs

Verschil met de klassieke grondrechten is; dat de overheid moet actief optreden om de sociale grondrechten waar te kunnen maken en dat burgers ze niet bij de rechter kunnen afdwingen. Niet tevreden over de overheidà stem anders bij volgende verkiezingen.

H2-H7 per hoofdstuk alle belangrijke organen en bestuurlijke functies geregeld: koningschap, regering, Staten-Generaal, wetgeving en bestuur, rechtspraak, provincies, gemeenten en waterschappen. En hoe de trias politica georganiseerd is.
H8 regelt de wijziging van de grondwet.
Grondwet vormt het fundament van de staat. à voorkomen dat hij zomaar kan worden aangepast.

Wijzigingen moeten 2x het parlement (1e + 2e kamer) passeren en moeten met 2/3  meerderheid worden aangenomen. Tussen de 2 behandelingen moeten verkiezingen plaatsvinden. Zware eisen à verschil tussen grondwet en ‘gewone’ wetten.
Grondrechten hebben een horizontale werking à verhouding burgers onderling

Verticale werking à verhouding burgers en overheid
 

2.3 de grondwet in discussie

Binnen horizontale werking à vaak botsende grondrechten. Grondrechtelijke belangen van burgers komen met elkaar in conflict.

Voorkomen botsingen van grondrechten à hiërarchie of rangorde wordt aangebracht tussen grondrechten. Het één boven het ander. Bestaan geen objectieve criteria voor een rangorde. à hiervoor is er een rechter.

Botsing vrijheid van godsdienst en meningsuiting te laten beoordelen in een Europees verband.

Deze discussies is het levend bewijs dat de rechtsstaat goed bewaard en bewaakt wordt. Laat ook zien dat de grondwet, hoe fundamenteel het ook is, een tijdgebonden neerslag is van normen en waardem van de dominante cultuur in de samenleving.


§3 trias politica: scheiding of evenwicht van machten?

3.1 ontstaan en doel trias politica

1e macht à wetgevende macht; taak om algemene wetten maken, wijzigen of in te trekken.

2e macht à uitvoerende macht; taak om wetten in concrete gevallen toe te passen.

3e macht à rechterlijke macht; moest in geval van onenigheid oordelen over wetten en bij alle conflicten die met rechtsregels konden worden opgelost rechtspreken.

3 machten hebben niks over elkaar te zeggen, kunnen wel elkaar controleren. Rechterlijke maacht moet onafhankelijk  zijn.

Checks and balances; de 3 machten weerhouden elkaar van het veroveren van teveel macht (checks) en houden elkaar daarmee in balans.

Wetgevende kan de uitvoerende controleren en ter verantwoording roepen.

Wetgevende kan ook de rechterlijke corrigeren door een nieuwe, verbeterde wet te maken.

Rechters kunnen met opzet een wet ruimer uitleggenà dwingen parlement tot grotere zorgvuldigheid bij het maken van wetten. à dus de rechterlijke kan dus ook de wetgevende corrigeren.

Rechterlijke macht controleert in rechtszaken de uitvoerende macht op rechtmatigheid.

 

3.2 de drie machten in Nederland

Wetgevende macht: parlement, volk kan hierdoor indirect invloed uitoefenen op het maken van wetten. Gekozen parlement stemt over alle wetsvoorstellen en heeft dus het laatste woord.

De (ongekozen) regering heeft ook het recht om wetsvoorstellen in te dienen en ze moeten alle wetten ondertekenen. à van strikte macht scheiding geen sprake.

Wetgevende macht moet in verschillende kamers verdeeld zijn. à zodat wet bekeken wordt in verschillende perspectieven.

Wetten moeten:

  • Algemeen zijn; geld voor iedereen/alle
  • Duidelijk zijn
  • Haalbaar en uitvoerbaar zijn

Uitvoerende macht: ministers, moeten ervoor zorgen dat de aangenomen wetten goed worden uitgevoerd. Hebben het recht nieuwe wetten te ontwerpen. Wetgevende en uitvoerende machten(regering) bezitten veel macht. Uitvoerende macht geeft  ministers allerlei bevoegdheden. Ministers worden bijgestaan door: ambtenaren, zowel beleids- als uitvoerende ambtenaren(agenten, leraren, inspecteurs).

Ambtenaren vormen zelf ook een machtsblok. à bij totstandkoming en uitvoering van de wetten nemen vaak zelfstandige beslissingen à minister kan die nooit allemaal controleren. Dus ambtenaren worden ook wel de vierde macht genoemd.

Minister wordt gecontroleerd door het parlement. Is verantwoordelijk voor de daden van de ambtenaren. (ministeriële verantwoordelijkheid)

Rechterlijke macht; onafhankelijke rechters, die voor het leven zijn benoemd en zijn niet af te zetten. Staan boven de partijen. Niet betrokken bij maken van de wetten.
Rechters baseren hun uitspraken op: de wet, de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie: het geheel van uitspraken door rechters. Hij kan hiermee uitspraken van andere rechters in vergelijkbare zaken bij zijn oordeel betrekken.

 

3.3 samenspel van de drie machten

1e+2e kamer hebben wet aangenomen (wetgevende) à  politie controleert deze wet in opdracht van de ministers en legt eventueel boetes op (uitvoerende) er  moet wel een redelijke noodzaak zijn(concrete aanleiding.) à bij twijfel aan de rechtmatigheid van de boete à kan je naar onafhankelijke rechter (rechterlijke)

Elke macht heeft een eigen taak en eigen bevoegdheid in de rechtsstaat.

De rechters nemen een andere plaats in dan de politici in de trias politica.

Parlementsleden worden gekozen door het volk. Ministers worden door parlement gecontroleerd. Rechters à niet gekozen, controle alleen binnen rechterlijke macht zelf(hoger beroep en cassatie).

Rechters gebonden aan wet die parlement heeft goedgekeurd.

Parlement maakt de wetten over alles wat zich voor kan doen, rechters doen uitspraak over de overtredingen die zijn voorgevallen.

Wetgever kijkt vooruit(voor toekomst), rechter kijkt achterom(straf voor verleden)

Parlement kan uitspraak niet ongedaan maken, wel wet wijzigenà rechtszekerheid; wijziging geldt niet terugwerkend, uitspraak blijft staan.

Rechters geven soms advies over nieuwe wetten. à hoort bij samenspel van de 3 machten.

Ipv scheiding van machten kan je beter zeggen dat er een bepaald evenwicht bestaat tussen de 3 staatsmachten.

 

3.4 discussie over de trias politica

De 3 machten lopen elkaar regelmatig voor de voeten.  Voorstellen om de onderlinge verhoudingen te verbeteren.

Want hoewel parlementsleden volgens het dualistisch stelsel een eigen taak en verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van de ministers, stemmen de regeringspartijen in het parlement vaak vanzelfsprekend in met het kabinetsbeleid.

Hierdoor levert  het parlement macht in ten gunste van de uitvoerende macht, de ministers.

Dit te veranderen? à Regeringspartijen à meer verantwoordelijkheid moeten nemen om hun wetgevende en controlerende taak uit te voeren.

 

§4 het legaliteitsbeginsel

Legaliteitsbeginsel is een belangrijk fundament van de rechtsstaat. Legaliteitsbeginsel: iemands vrijheid mag alleen ingeperkt worden als de rechtmatigheid van die beperking is vastgelegd in de wetten en regels die door het parlement zijn aangenomen.

Rechtsorde: het geheel van rechtsregels en rechtsbeginselen en de manier waarop het recht is georganiseerd. Rechtsstaat en rechtsorde niet hetzelfde. Rechtsstaat is een specifieke soort staatsvorm die aan bepaalde eisen voldoet. En een rechtsorde is het geheel van recht in een land.

 

4.1 soorten regels

Rechtsregels: gedragsregels die wettelijk door de overheid zijn vastgelegd. (opgeschreven)

Twee reden hiervoor: doelmatigheid (duidelijke afsprakenà geen chaos) en zedelijke bewust zijn (regels zijn die waarden weerspiegelen die we met elkaar delenà goed?/slecht?)

Rechtsregels beoordelen; gedrag à illegaal? Legaal?

Sociale regels: geven beoordeling van gedrag in termen van wel of geen rekening houden met anderen.

Morele regels: zwaardere lading; geven beoordeling gedrag in termen van goed en kwaad.

Niet alle rechtsregels zijn moreel de juiste regels en omgekeerd zijn sommige morele regels juridisch niet afdwingbaar. 3 soorten regels veranderen steeds in de loop van tijd à samenleving verandert.  Als Rechtsregels overeenstemmen met de morele opvattingen zorgt dat voor de burgers voor een gevoel van rechtvaardigheid.

 

4.2 rechtsgebieden

Systeem van rechtsregels is ingedeeld in rechtsgebieden. Privaatrecht & publiekrecht

Privaatrecht; regelt alle relaties tussen burgers onderling.

Publiekrecht: regelt alle relaties tussen burgers en overheid.

Privaatrecht(burgerlijk-/civielrecht): horizontale relaties à allemaal rechtsbetrekkingen die voortkomen uit vrije wil van mensen om met elkaar te handelen of samen te werken.

Wederzijdse rechten en plichten.

Gebieden die onder privaatrecht vallen:

  • Personen- en familierecht: huwelijk, adoptie, scheiden, overlijden, geboorte
  • Ondernemingsrecht: voorwaarde regelt waaronder je een onderneming op kan richten. (bv, stichting, vereniging)
  • Vermogensrecht: regelt alle zaken die te maken hebben met iemands vermogen. (huur-/arbeidsovereenkomst, erfenis

Publiekrecht: verticale relaties à publieke belang komt aan orde. (leer-/belastingplicht, gezondheid.) het gaat om zaken die zo belangrijk worden gevonden dat de overheid die niet overlaat aan de vrije keuze van de burgers.

Deze gebieden behoren tot het publiekrecht:

  • Staatsrecht: regelt indeling van de Nederlandse staat. (grondwet, kieswet, rechter 2e kamer leden en bevoegdheden ministers)
  • Bestuursrecht: regelt bestuursactiviteiten van de overheid. (vergunningen, ruimtelijke ordening, belastingrecht) bevat allerlei bepalingen die je beschermen tegen de overheid. (mogelijkheid moet er zijn om bezwaar te maken.)
  • Strafrecht: staan alle wettelijke strafbepalingen in.

 

4.3 de organisatie van het recht

In brede zin zijn veel overheidsorganisaties betrokken bij de toepassing en uitvoering van het recht. (politie, gemeenten, school, ziekenhuis 2e kamer, gemeente)

Beperkte zin à ‘Rechterlijke macht’ à 3e macht Trias Politica= gehele juridische organisatie van de rechtspraak.

à die is opgebouwd in een piramide.  19 rechtbanken, 5 gerechtshoven en 1 Hoge Raad.

Zaak begint onderaan bij laagste rechter à  gerechtshof (hoger beroep) à Hoge Raad (cassatie).

Hoge raad is in Den Haag.

 

§5 het strafproces

5.1 rechtsbescherming en procesregels

Verdachten hebben net als burgers, grondwettelijke bescherming.

Rechten verdachten:

  • Onschuldvermoeden: verdachte onschuldig tot het tegendeel is bewezen.
  • Recht op advocaat (na arrestatie)
  • Geen geld voor een advocaat? Overheid subsidieert een (pro-Deo) advocaat.

Het legaliteitsbeginsel zorgt ervoor dat niemand zonder proces in de gevangenis terecht komt.

Procesregels voor alle fasen van de opsporing en berechtiging van strafbare feiten staan beschreven in het wetboek van strafvordering. Handelingen rechter, politie, rechercheurs à gebonden aan strakke regels. Deze regels samen à strafprocesrecht.

5.2 het strafproces

6 fases in het strafproces

  1. Aanhouding.
  2. Opsporing (onderzoek misdrijf) onder leiding van de officier van justitie.
  3. De vervolging door het Openbaar Ministerie.
  4. De berechtiging door één of meer rechters tijdens een openbare terechtzitting.
  5. Eventueel hoger beroep en cassatie.
  6. De uitvoering van de opgelegde straf.

1. Aanhouding

Verdachte als; redelijk vermoeden van schuld aan een misdrijf of overtreding bestaat.

Staande houden à  laten stil staan en vragen naar je persoonlijke gegevens

Aanhouden à arresteren en meenemen naar het politiebureau voor verhoor.

Betrapt bij direct misdrijf? à iedereen bevoegd degene vast te houden.

 

2. Opsporing

Verzamelen informatie: verhoren verdachten en getuigen. Onderzoeken wat er gebeurt is, welke bewijzen er zijn? à verslag (proces verbaal) à officier van justitie à leidt opsporingsonderzoek verder. à rechter of niet.

Opsporingsbevoegdheden:

Dwangmiddelen:

  • Aanhouden
  • Staande houden
  • Fouilleren
  • In beslag nemen bewijsmateriaal

Soms toestemming nodig van officier van justitie/rechter-commissaris voor dwangmiddelen of bevoegdheden ivm grondrechten van mensen.

  • Huis binnen gaan (machtiging)
  • Huis doorzoeken (huiszoekingsbevel)
  • Persoonsgegeven bankrekening, telefoonverkeer, internetgedrag (toestemming)
  • Infiltreren in misdaadorganisaties (geheim binnendringen) (toestemming)

Verdachte mag niet altijd worden vastgehouden tot de strafzaak. Verdachte heeft recht om te weten waarvan hij verdacht wordt.

6 uur op politie bureau à (hulp) officier van justitie 2x toestemming geven om iemand 3 dagen vast te houden. à voor verlening moet rechter-commissaris toestemming geven.

Als officier van justitie of advocaat voorbereiding voor strafzaak na max 110 dagen voorarrest nog niet heeft afgerond à pro-formazitting.

Rechter besluit of verdachte langer in voorarrest blijft en de rechtszaak uit te stellen. Zelden meer dan jaar in voorarrest.

 

3. Vervolging

Officier van justitie (OM) beslist of een zaak voor de rechter komt à vervolgingsmonopolie

Zijn ook andere manier om strafzaak af te handelen:

  • Transactie (schikking); akkoord met geldboete of taakstraf à geen verdere vervolging
  • Seponeren; besluiten om niet verder te vervolgen (weinig bewijs, niet ernstig genoeg)

 

4. Berechtiging

Strafvervolging à officier stuurt verdachte een dagvaarding (wanneer voor rechter komen en voor wat beschuldigd.) à tenlastelegging.

Verdacht niet verplicht op strafzaak te verschijnen. Strafzaak is openbaar (enkele achter gesloten deuren).

Rechter kijkt op terechtzitting naar bewijs tegen de verdachte en hoort getuigen. Verdachte wordt ook verhoord.

Officier houd aan einde requisitoir, vraagt om een bepaalde straf à vervolgens houdt de advocaat zijn pleidooi. Verdachte recht op laatste woord. à uitspraak uiterlijk 14 dagen na terechtzitting

 

5. Hoger beroep

Na vonnis hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof. à strafzaak wordt over gedaan. à hogere of lagere straf.

Bij hogere kan iemand in cassatie gaan bij Hoge Raad. à kijkt uitsluitend of het recht juist is toegepast. Uitspraak Hoge Raad is bindend.

 

6. Uitvoering van de opgelegde straf

Gevangenisstraf wordt uitgevoerd door de uitvoerende macht. (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Dienst Justitiële Inrichtingen). Tijdens straf à officier van Justitie blijft verantwoordelijk. Zorg voor de gevangen à geregeld in recht voor gedetineerden. Gevangenen houden rechten à mogen niet worden gemarteld.

Voorwaardelijke invrijheidstelling à na uitzitten 2/3 van de straf, kan je op bepaalde voorwaarden vrijkomen.

Ex-gedetineerden hebben recht op ondersteuning van de reclassering bij terugkeer naar de maatschappij. Maatschappij is veranderd, soms moeite om terug te keren.

Met deze nauwkeurig omschreven rechtsgang wordt uiteindelijk het ideaal van de rechtsstaat, het tegen gaan van machtsmisbruik, nagestreefd. De helderheid van het strafproces en de bewaking ervan is een van de belangrijkste pijlers van de rechtsstaat.

 

§6 het strafrecht

6.1 de strafbepalingen

Strafrecht ondersteunt rechtsstaat met 3 belangrijke uitgaanspunten:

  • Legaliteitsbeginsel; niet veroordeeld worden voor iets wat volgend de wet niet strafbaar is.
  • Omschrijving van strafbare handelingen moet duidelijk beschreven zijn.
  • Ne bis in idem-regel; geen 2x een proces over hetzelfde misdrijf.

Strafbepalingen opgenomen in het WvS, Wetboek van Strafrecht. à systematisch opgebouwd en bestaat uit 3 delen.

1e deel; algemene bepalingen (wanneer medeplichtig? Wanneer misdrijf/poging tot? Welke straffen zijn er? Wanneer ontoerekeningsvatbaar, ook al strafbaar feit gepleegd?).

2e deel; opsommingen van alle misdrijven à zijn ernstige strafbare feiten (moord, doodslag, mishandeling, diefstal, verkrachting, vrijheidsberoving)

3e deel; alle overtredingen à minder ernstige strafbare feiten (burengerucht, negeren art. 461verboden onbevoegden).

Straffen misdrijf hoger dan straf van een overtreding. Misdrijven blijven langer geregistreerd in je justitiële documentatie (strafblad)

Inhoud van alle strafbepalingen heet het materiële strafrecht. (hij die … wordt gestraft met gevangenis van … of geldboete van …) Rechter mag van maximale straf  naar beneden afwijken, maar nooit hoger straffen(in strijd legaliteitsbeginsel). Er staan ook strafbepalingen in de Wet economische delicten (fraude) en de Opiumwet (verbied gebruik, invoeren en verhandelen van drugs)

 

6.2 de bestraffing

Rechtbank oorddelen of het ten laste gelegde is bewezen en of de dader en het feit in die situatie strafbaar zijn.

Strafbaar feit: dader moet dit hebben gedaan met volle verstand en uit eigen wil. soms door omstandigheden geen straf à strafuitsluitingsgronden (rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden).

Rechtvaardiging: gepleegde feit door omstandigheden niet meer strafbaar.

  • Noodweer: jezelf of een andere verdedigt tegen geweld. Jou gebruikte geweld moet in verhouding staan tot het gevaar/dreiging.
  • Overmacht-noodtoestand: bordje ‘verboden toegang’ negeert om kind te redden
  • Ambtelijk bevel: als een ambtenaar je iets opdraagt en je later door een andere ambtenaar daarvoor wordt bekeurt ben je niet strafbaar.

Schulduitsluiting: gepleegde feit wel strafbaar, maar de dader heeft geen schuld. (blz. 56!)

  • Psychische overmacht: gaat het om een zo heftige, van buiten komende druk dat de dader daaraan redelijkerwijs geen weerstand kan bieden.
  • Noodweerexces: iemand die door een ander zo in het nauw wordt gebracht dat hij meet zijn eigen huid alleen te kunnen redden door actief gewelddadig optreden
  • Ontoerekeningsvatbaarheid: als iemand echt niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor wat hij doet. (geestelijke stoornis/psychisch buiten zinnen). Je wordt dan voor onbepaalde tijd ter beschikking gesteld van de regering. à Tbs-kliniek (psychiatrische behandelingen) à max. 4 jaar, verlengd wanneer nog steeds gevaar voor de samenleving.
  • Afwezigheid van schuld: je hebt geen schuld als je niet weet dat iemand waarvoor je bv werkt gestolen goederen verkoopt. à geen schuld wordt niet snel aangenomen.

Straffen die een rechter kan opleggen:

Hoofdstraffen:

  • Geldboete: max. 760.000 voor volwassenen en 3.800 voor jongeren tot 18. Betaal je niet ? à gevangenis. Geldt niet voor bekeuringen à transactievoorstel van de politie.
  • Taakstraf: alternatieve straf (ipv vrijheidsstraf of geldboete) à werkstraf en/of leerstraf. Werkstraf max. 240 uur en leerstraf max.480 uur à populair door opvoedend karakter.
  • Vrijheidsstraf: overtredingen à hechtenis (1 jaar)

Misdrijven à gevangenis  (levenslang/ zwaarste tijdelijke straf 30 jaar) 1/3 van de daders van misdrijven krijgt gevangenis straf.

Bijkomende straffen:  intrekking rijbewijs, stadionverbod, verbod om beroep als arts nog langer uit te oefenen à meestal relatie met gepleegde delict.

Strafrechtelijke maatregelen: schadevergoeding, verplichte behandeling in afkickkliniek, tbs. à bedoelt om samenleving te beschermen of om de situatie van voor het delict te ‘herstellen’.

Rechter wil met een straf een doel bereiken: ligt aan persoon, de dader, omstandigheden rond gepleegde delict, opvattingen over criminaliteit en straf in de samenleving.

Functies straf:

  • Wraak en vergelding: misdaad mag niet lonen. Oog om oog tand om tand in middeleeuwen grootste reden om te straffen.
  • Afschrikking: burgers ervan weerhouden misdaden te plegen. Vroeger werden wrede straffen in openbaar uitgevoerd.
  • Voorkomen van eigenrichting: als overheid niet straft, gaan de mensen het zelf doen. (zonder tussenkomst van een rechter of procedure) Strafsysteem ontstaan om dit tegen te gaan.
  • Resocialisatie: straf moet ervoor zorgen dat iemand zijn leven betert. Heropvoeden daders belangrijk doel(geen doodstraf meer). Recidive: terugval in misdadigheid
  • Beveiliging van de samenleving: maatschappij beschermen tegen herhaling. Tegen o.a. ernstig geweld en zedendelicten à hebben langere celstraffen.

Kinderen onder de 12 kunnen niet vervolgd worden à komen in aanraking met de raad voor kinderbescherming.

12-18: jeugdstrafrecht. Kleine diefstallen en vernielingen à Haltbureau: taakstraf, geen rechter. Zwaardere misdrijven à kinderrechter à kan  jeugddetentie opleggen = jeugdgevangenis à        

daar wordt gewerkt aan achterliggende problemen (omgaan met geld, omgaan met agressie). Bij persoonlijke stoornissen kan de rechter een verblijf in een behandelcentrum opleggen. Verder kan de kinderrechter een taakstraf, boete of opleiding opleggen. Jeugdstrafrecht is gericht op resocialisatie.  (weer het goede pad op ). Verdachte is hier wel verplicht op de terechtzitting te verschijnen.

 

6.3 strafrecht in discussie

Mensen kritiek op de gemiddelde strafmaat in Nederlandà rechters gaan hogere straffen opleggen. Maximale tijdelijke straf verhoogd van 20 jaar naar 30 jaar. Dit was door de invrijheidsstelling waar je na 2/3 van je straf om bepaalde redenen kan vrijkomen.

Rechter is vrij om deze strafverhoging wel of niet te volgen (gevolg van scheiding der machten).

Minimumstraffen voor recidive bij zware misdrijven.

Invoering adolescentenstrafrecht: jongeren tussen 15-18 zwaarder gestraft kunnen  worden dan jeugdstrafrecht.

Taakstraffen:  daders komen er te makkelijk mee weg. Wat is belangrijker vergelding of resocialisatie?

Tbs: wanneer iemand op proefverlof een zwaar misdrijf pleegt à beveiliging van de samenleving gaat boven resocialisatie. In tegenspraak met doel van tbs(behandeling om terug te keren in samenleving).

 

§7 burgerlijk recht en bestuursrecht

Grootste deel van de strafzaken gaat over:

  • Burgerlijk recht: 2 burgers staan tegenover elkaar
  • Bestuursrecht: burgers staan tegenover de overheid

7.1 burgerlijk recht

Iedereen vanaf 18 jaar kan een conflict met een andere partij voorleggen aan een onafhankelijke rechter. In burgerlijk recht staat altijd een eiser tegenover een gedaagde.

Eiser: degene die de zaak aan de rechter voorlegt

Gedaagde: de persoon waarvan iets wordt geëist en die daarom voor de rechter wordt gedaagd.

Onder het burgerlijk recht vallen mensen(vlees en bloed) en rechtspersonen(bv, nv, stichting, vof).

In het strafrecht(publiekrecht) gaat het om de verticale verhouding tussen burgers en overheid. Initiatief ligt bij de overheid, start de rechtszaak (openbare aanklager) à rechter actieve rol, onderzoekt de situatie om de schuldvraag te kunnen beantwoorden en eventueel te kunnen straffen. Rechter bewaakt de positie van de verdachte. Want die heeft minder macht dan de overheid.

In het burgerlijk recht gaat het om de horizontale  verhouding tussen burgers onderling. Burgers beginnen zelf de rechtszaak. Rechter heeft passieve rol. Weegt aangedragen argumenten en bewijzen van beide partijen tegen elkaar af, zoekt zelf niet.

Een rechtszaak begint wanneer een eiser door een deurwaarder aan de gedaagde een dagvaarding stuurt. Dagvaarding bevat: naam eiser, de eis, motivatie van de eis, tijdstip en plaats van de rechtszaak.

Kantonrechter: rechter die minder zware zaken behandelt. Geen advocaat als vertegenwoordiger te hebben. In grote of ingewikkelde zaken ben je verplicht je te laten verantwoorden door een procureur(vaak advocaat). Want die kennen de regels. Gedaagde hoeft niet aanwezig te zijn. rechter beoordeelt jou bewijs en reactie gedaagde. Onderling oplossen à nee? à vonnis.

Zowel de eisende als gedaagde kan in gelijk worden gesteld. Verschillenden mogelijkheden om te veroordelen: Dwangsom: elke keer als je iets weer doet moet de verliezer aan de winnaar betalen. à betaalt die niet? Deurwaarder legt beslag op zijn goederen en verkoopt ze, hij betaalt hier de winnaar van. Schadevergoeding: geldsom niet wil/kan betalen? à deurwaarder legt beslag op goederen of regelt dat elke maand deel van het loon naar de winnaar wordt over gemaakt tot  deze schadeloos is betaald. Dit heet loonbeslag.

In sommige zaken is het belangrijk dat er snel uitspraak wordt gedaan à kort geding: een versnelde en vereenvoudigde procedure die wordt behandeld door een zogenaamde voorzieningenrechter.

Deze rechter doet in zijn eentje uitspraak geeft altijd een voorlopig oordeel. In afwachting van een definitieve uitspraak in het normale burgerlijke proces(bodemprocedure). à vaak niet nodig, zaak al opgelost. Kort geding is populaire procedure.

 

7.2 bestuursrecht

Overheid moet zich ook aan regels houden. Kenmerk uit legaliteitsbeginsel: burgers mogen niet blootgesteld worden aan willekeur. Te zien in situaties waarin we direct als burger met de overheid te maken krijgen. Verticale verhouding aan orde.

Rechtsbescherming tegen overheid: overheid kan niet zomaar allerlei lasten opleggen aan burgers. Burgers mogen daar bezwaar tegen maken bij de instantie die het besluit heeft genomen. Blijft het gehandhaafd? à in beroep gaan  bij de rechter en daarna nog in hoger beroep. Vaak worden plannen van de overheid erg vertraagd en moeten veel worden aangepast voordat het wordt uitgevoerd.

Bestuursrecht is aan orde op bijna alle gebieden waar de overheid actief is.

  • Vergunningen geven voor: milieu, bouw, jacht, wapens, horeca, parkeren. De bestuurlijke regels hebben hier te maken met voorwaarden en eisen waaraan je als aanvragen moet voldoen.   
  • Verstrekken van uitkeringen en subsidies: bijstand, kinderbijslag, huur, zorg, subsidies voor welzijnsinstellingen. Het toekennen en beëindigen van toeslagen en subsidies is aan strenge regels gebonden.
  • De behandeling van asielaanvragen en verblijfsvergunningen: vreemdelingen hebben ook rechten, vluchtelingen hebben recht op een tolk en een advocaat. Bij afwijzing door Immigratie en Naturalisatiedienst(IND) kunnen ze naar de rechter en daarna in beroep gaan bij de Raad van State.
  • Opleggen en innen van belastingen: inkomsten, motorrijtuig, btw. Elk soort belasting wordt geregeld in en aparte wet.

 

§8 internationale vergelijkingen

Tussen de rechtsstaat in verschillende landen zijn grote verschillen.

8.1 internationale ontwikkelingen

Internationaal recht is een belangrijk onderdeel in de nationale rechtsstaat.

Verschillende belangrijke stappen in de ontwikkeling van het internationaal recht.
Oprichting internationale verdragen

  • UVRM 1948(Universele Verklaring van de Rechten van de Mens):
  • Morele grondwet van de wereld
  • Intentieverklaring GEEN verdrag (document met afspraken, als basis voor een later contract) à niet bindend
  • EVRM 1950 (Europees verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden)
  • Wel afdwingbaar à via Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Staatsburg.
  • Verdrag van Genève 1953
  • Hierin werden de rechten van politieke vluchtelingen en asielzoekers vastgelegd.

De inhoud van deze internationale verdragen lijkt erg op de grondwetten van de afzonderlijke staten en voorziet de nationale grondrechten en vrijheden van een dubbele garantie.

Internationale verdragen gaan boven het nationaal recht. à burgers kunnen er een beroep op doen bij de nationale rechter.

Oprichting internationale rechtbanken

  • Internationaal Gerechtshof 1946
  • Vredes paleis Den Haag
  • 15 door de VN aangewezen rechters, buigen zich over rechtsgeschillen tussen staten.
  • Oorlogstribunalen
  • Berechting van oorlogsmisdadigers.
  • Geen permanente rechtbanken, worden opgeheven als  er geen verdachten meer gevonden of voorgeleid kunnen worden.
  • Internationaal Strafhof 2002
  • In Den Haag
  • Hier worden staatshoofden dei vroeger vrijuit gingen berecht voor schending van de mensenrechten en misdaden tegen de menselijkheid. (bv genocide)

Deze ontwikkelingen kan je zien als de eerste stappen op weg naar een soort ‘bovennationale rechtsstaat.’ VS, India, Rusland en China erkennen Internationaal Strafhof niet à zij willen hun zeggenschap op het terrein over het Strafhof niet op willen geven. à ook niet bereid verdachten uit te leveren.

Land dat wil toetreden in EU moet rechtsstaat zijn. De Europese Unie fungeert dus als een soort waakhond voor het rechtsstatelijke karakter van de lidstaten.

EU-lidstaten verschillen sterkt als het om de inrichting van de rechtsstaat gaat door; historisch geroeide, vaak cultuurgebonden verschillen. Kwestie  waar alle lidstaten het over eens zijn is het verbond op de doodstraf  (dus geen doodstraf!).  In de VS wel doodstraf à geen scherp criterium voor rechtsstaat.

 

8.2 internationale vergelijkingen

VS al heel lang een rechtsstaat.  1787 à machtenscheiding, legaliteitsbeginsel en groot aantal grondrechten werden vastgelegd in de Constitution of the United States.

 

Vergelijking van de VS en Nederland met betrekking tot de 7 belangrijke kenmerken van de rechtstaat

Kenmerk

Verenigde Staten

Nederland

De invloed van de bevolking

Democratie, burgers kiezen parlement(wetgevende macht) en president(hoofd uitvoerende)

Kiezen lagere rechters en kunnen opgeroepen worden voor jury à invloed op rechtsprekende macht

Democratie , kiezen parlement

Hebben indirect inspraak in politieke kwesties.

Geen invloed op rechtsprekende macht.

De macht van het staatshoofd

President heeft 2 bevoegdheden à geven hem veel macht:

Vetorecht & opperbevel over het leger.

Vetorecht: mogelijkheid om wetten tegen te houden.

Opperbevel: president kan zelfstandig besluiten over de inzet van Amerikaanse soldaten

 

 

Minister president en zijn kabinet minder macht. Voor belangrijke besluiten à toestemming nodig parlement à vaak langdurige discussie.

Onafhankelijkheid van rechters
(hoogste rechtsorganen)

Amerikaanse Hooggerechtshof 9 rechters à sterke positie à voor leven benoemd door president. (kiest voor rechters met opvattingen die dichtbij hem zelf staan)

Speciale taak: om alle Amerikaanse wetgeving, zowel van de staten als van de federale overheid te toetsen aan de Amerikaanse grondwet. à beslissende stem in tal van burgerrechtenkwesties.

Rechters uit in media open hun mening overmaatschappelijke kwesties.  

Hoge Raad (raadsheren)

Rechters voor leven benoemd op voordracht van de 2e kamer.

HR doet zelf eigenlijk de voordracht en 2e kamer neemt die over.

Alleen de bevoegdheid om rechtszaken in cassatie te behandelen.

Geven niet ongevraagd hun mening over maatschappelijk kwesties. Alleen als ze hierover een zaak te behandelen krijgen.

Art. 120 verbiedt ze te toetsen of een wet of verdrag al dan niet strijdig is met de grondwet! à alleen parlement mag hierover oordelen.

Het rechtssysteem

Rechters en juryrechtspraak. Iedereen zonder strafblad kan gevraagd worden om in de jury plaats te nemen. Officier van Justitie en de verdediging mag juryleden weigeren. Jury alleen uitspraak over de schuldvraag. Hoogte van de straf bepaald door de rechters. VS trots dat bevolking nauw betrokken is bij rechtspraak.

Rechter spreken vonnis uit.

Sommige NL´ers willen juryrechtspraak. Andere zeggen; gewone burgers zijn te emotioneel en niet onpartijdig genoeg.

De grondrechten

Amper sociale grondrechten, klassieke grondrechten wel goed geregeld.

1787 ‘Bill of Rights’:

Religieuze vrijheid, recht op vrij wapenbezit. à oorspronkelijk bedoelt om snel op te kunnen treden tegen indringers. à discussie door veel moorden/andere willen verdedigen tegen overheid.

Gelijkheid pas geregeld in 1964. Verdachten minder grondrechten dan in Nederland.

Politie + Justitie aan minder strikte regels gebonden ; uitlokking toegestaan (opsporingsmethode). Patriot Act; terroristische aanslagen voorkomen. Terreurverdachten zonder vorm van proces lang vast houden + bevoegdheid burgers in de gaten te houden.

PARAGRAAF 2! Staat niks bij dit kopje over Nederland.

 

De straffen

Doodstraf,  90% van de zaken à ‘plea bargaining’: advocaat en aanklager sluiten deal waarbij de verdachte bekend. (zwaardere aanklacht laat vallen bij bekennen van een lichtere aanklacht) à verdachte kan onderdruk akkoord gaan.

Three Strikes and You’re Out Law. ; je wordt zwaar gestraft als je voor de 3e  x in de fout gaat.

In Nederland dit soort strafpraktijken niet mogelijk.

Bij veelvoudig plegen van overtredingen (auto openbreken, stelen, vernielen) à kan hogere straf verwachten worden.

Het verschijnsel klassenjustitie

Klassenjustitie, rassenjustitie

Afro-Amerikanen en Latino’s krijgen 2 tot 3 maal hogere straffen dan blanken. Ook vaker doodstraf.

Klassenjustitie; mensen met een baan krijgen voor hetzelfde delict minder vaak een gevangenis straf als werklozen.

Overtreders milieuwetten en fraudeurs (witteboordencriminaliteit) à minder zwaar gestraft. 

Klassenjustitie: als mensen uit de hogere sociale klasse door justitie worden bevoordeeld(iemand meer geven dan de anderen) boven mensen uit de lagere sociale klasse.

Zelfs Nederlandse rechtsstaat onder spanning à constant kritisch worden gevolgd.

 

§9 grenzen aan de rechtsstaat

Rechtsstaat kan op grote steun rekenen van burgers en bestuurders à weinig mensen zullen zich tegenkeren. Toch staat de rechtsstaat soms onderdruk

Rechtsstaat onder druk als:

  • Groepen mensen bepaalde grondrechten willen afschaffen.
  • De regering en parlement openlijk commentaar geven op de rechtsspraak.
  • Er een sterke roep is om zwaardere straffen.
  • De politie en justitie grote fouten maken
  • De opsporingsbevoegdheden van politie en justitie worden uitgebreid vanwege ontwikkelingen in de georganiseerde misdaad en dreigend terrorisme.

 

9.1 grondrechten ter discussie.

Grondrechten kunnen op gespannen voet staan:

  • Recht op gelijke behandeling (art.1)
  • Recht om je godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden (art.6)
  • Recht om gedachten of gevoelens te openbaren (art.7)

Grondwet stelt grenzen aan godsdienstvrijheid en meningsuiting

Vrijheid van meningsuiting: mening uiten zolang je je maar aan de wet houdt. Leugens en kleineren is verboden (laster en smaad) Geen haat zaaien, geweldoproepen.

Deze grenzen geven ruimte, maar die ruimte kan verschillend worden geïnterpreteerd. à grondrechten kunnen botsen.

Vrijheid van godsdienst: kan botsen met discriminatie. Vaak wordt vrijheid van godsdienst zwaarder gewogen dan discriminatieverbod.

Spinoza: ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.’  Belangrijke voorvechter vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid. Pim Fortuyn citeerde Spinoza en werd bekend bij grote publiek. Waar Spinoza voorzichtig was ging Fortuyn een stap verder. Vond dat je alles moest kunnen zeggen à wilde art.1 afschaffen. à dit beperkte vrijheid van meningsuiting. Hij raakte de grenzen van de rechtsstaat. à ontdekte dat grondrechten soms botsen à emoties kunnen hoog oplopen

 

9.2 strijd tegen de georganiseerde misdaad

Misdaad steeds beter georganiseerd à moeilijk op te sporen.

Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB):

  • Geeft politie onder voorwaarden de bevoegdheid; inkijkoperaties à in geheim een pand doorzoeken.
  • In bijzondere situaties en met toestemming van hogerhand bevoegd; om te infiltreren in misdaadorganisaties. à undercover opsporingsagent mag iets doen wat normaal strafbaar is om geloofwaardig over te komen.

Gevaar van deze uitbreidingen:

  • Misbruik, vergissen, omkoping agent
  • Schending van recht op privacy; camera’s, afluisterapparatuur.
  • Voorstander technische mogelijkheden; veiligheid van de burgers à criminaliteit kan effectiever worden bestreden.
  • Tegenstanders technische mogelijkheden; ontoelaatbare inbreuk op privacy van burgers en dus op de rechtsstaat.

 

9.3 strijd tegen het terrorisme

Terreurorganisaties willen de westerse samenleving ontwrichten en in verwarring brengen.

De maatregelen van de staten om terreurorganisaties te bestrijden brengen de rechtszekerheid van burgers in gevaar.

EU heeft internationale strafrechtelijke maatregelen tegen terreurdreiging genomen. Niet zoals de Amerikaanse. Controle van onafhankelijke rechter in Europa een principieel punt waar de EU niet van wil afwijken.

EU-landen hebben uitgebreidere opsporingsbevoegdheden toegekend aan nationale staten en aan opsporingsorganisaties (AIVD). à kunnen samenwerken over landsgrenzen.

Wettelijke maatregelen: verruiming strafbepalingen & verruiming van de mogelijkheden om terreurverdachten veel langer in voorarrest te houden dan gebruikelijk.

Een andere ontwikkeling is de verruiming van begrippen en termen; aanslag voorbereiden, openbare orde bedreigen. Wat is precies een voorbereidende actie? Plattegrond op vragen? Chemicaliën kopen?

à is dat ook strafbaar?

Normale strafrecht probeert vage begrippen te vermijden. à brengen onzekerheid. Door angst dit soort strafbepalingen snel aanvaard door parlement.

Ook in Nederland heeft angst voor terreur geleid tot veranderingen in het strafrecht e ruimere opsporingsbevoegdheden.

Wetgeving aangepast à aannemen van Wet terroristische misdrijven

  • Samenspannen om terroristische aanslag te plegen werd strafbaar
  • Maximumstraffen voor terroristische misdrijven werden 50% verhoogd.

Nieuwe definitie begrip verdachte à

Terreurverdachte: hier hoeft niet langer sprake te zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan bepaalde handelingen. Aanwijzingen dat iemand een terreurdaad aan het voorbereiden is kan al voldoende zijn om een opsporingsonderzoek te beginnen.

AIVD: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Nieuwe Wet afgeschermde getuigen biedt ruimere vervolgingsbevoegdheden. Volgens die wet mag geheime informatie van de AIVD gebruikt worden in het strafproces.

Kan worden veroordeeld met bewijs dat de verdachte niet kent, (verdachte weet niks van het bewijs) dus kan hij er niks tegen in brengen.

Je hebt naast terreurorganisaties ook lone wolfs(doen het alleen).

Vaak hebben die een moeilijk verleden, hulporganisaties hadden eerder in actie moeten komen. Alleen actieve hulpverleners kunnen te bemoeizuchtig worden.

In de strijd tegen criminaliteit en terreur moeten we voortdurend ruimere bevoegdheden voor politie en justitie afwegen tegen de belangen van de burgers van wie de privacy wordt aangetast. Daarbij worden de grenzen van de rechtsstaat verkend en hier en daar opgerekt.

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.