de Verzorgingsstaat

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2188 woorden
  • 7 april 2016
  • 52 keer beoordeeld
Cijfer 6.2
52 keer beoordeeld

De verzorgingsstaat

Wat is een verzorgingsstaat?

 

Welvaart, welzijn en solidariteit

Verzorgingsstaat: dit wil zeggen dat de overheid zich actief bemoeit met de welvaart en het welzijn van haar inwoners. (welvaart: voldoende inkomen om behoeften te vervullen, welzijn: hoe we ons geestelijk en lichamelijk voelen)

 

De kern van onze verzorgingsstaat is de solidariteitsgedachte. We spreken van solidariteit als er bereidheid is in een groep of samenleving om risico’s met elkaar te delen.

 

De drie pijlers

De verzorgingsstaat steunt op 3 belangrijke pijlers:

  • Goed onderwijs.
  • Goede gezondheidszorg.
  • Sociale zekerheid. à socialezekerheidsstelsel, verzekert mensen van een inkomen bij werkloosheid, ziekte, ouderdom of arbeidsongeschiktheid.

 

De hoofdrolspelers

3 partijen spelen de hoofdrol:

  • Burgers
  • Overheid
  • Werknemers- en werkgeversorganisaties

 

Burgers

Zelfverantwoordelijk voor het hebben van werk, een huis, en een school voor je kinderen, ook kinderopvang moet je zelf regelen. de rol van de burgers is ook dat zij een deel van de kosten voor de verzorgingsstaat betalen in de vorm van belastingen en premies.

 

Overheid

De grootste rol is weggelegd voor de overheid:

  • Verantwoordelijk voor collectieve voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting).
  • Garanderen een inkomen aan mensen die daar zelf niet in kunnen voorzien (zieken, werklozen, arbeidsongeschikten en ouderen).
  • Stimuleren werkgelegenheid, voor bijvoorbeeld bepaalde groepen zoals allochtonen, vrouwen en vijftigplussers.
  • Zet zich in voor goede arbeidsomstandigheden (Arbowet).
  • Helpt om goede arbeidsvoorwaarden te scheppen (halfjaarlijks overleg met werkgeversorganisaties en vakbonden over de loonontwikkeling).
  • Bevordert het welzijn van mensen (sportverenigingen en bibliotheken subsidiëren).

 

Werknemers- en werkgeversorganisaties

Werknemers zijn verenigd in vakbonden, organisaties die collectieve en individuele belangen van werknemers behartigen. Als vakbonden samenwerken, spreken we van een vakcentrale (zoals de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en het Christelijk Nationaal Vakbond (HNV))

 

Werkgevers hebben zich georganiseerd in werkgeversorganisaties (zoals het VNO-NCW).

Werkgeversorganisaties en vakcentrales noemen we samen sociale partners. Zij maken afspraken die voor alle werkgevers en werknemers gelden.

 

Op bedrijfstakniveau stellen vakbonden en werkgeversorganisaties samen een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) op. In een cao worden de arbeidsvoorwaarden vastgesteld voor de werknemers in één hele bedrijfstak.

 

Het kan ook anders

  • Planeconomie. Productie middelen zijn in handen van de overheid de overheid gaf iedereen werk tegen ongeveer hetzelfde loon. (Gelijkheid is belangrijk.)
  • Vrijemarktmechanisme. Vrijheid staat centraal en de overheid bemoeit zich nauwelijks met de economie.
  • Sociaaldemocratische model. De overheid regelt veel op het gebied van kinderopvang en onderwijs.

 

Ontstaan verzorgingsstaat

Nederland als nachtwakersstaat

Nachtwakersstaat is een staat waarin de overheid zich vooral beperkt tot het handhaven van de rechtsorde.

 

Overgangsperiode

Vanuit verschillende overwegingen ontstond de opvatting dat de staat moest ingrijpen in de vrije markt:

  • Christenen wilden de zwakkeren een betere bescherming bieden.
  • Sociaaldemocraten streefden naar een sterkere rechtspositie van arbeiders.
  • De liberalen waren voorstander van een vermindering van de criminaliteit, die een onvermijdelijk gevolg was van de grote armoede.

 

De eerste sociale wetten

In de tweede helft van de 19e eeuw besloot de overheid de vrijemarkteconomie te beperken door een aantal sociale wetten aan te nemen.

In de eerste helft van de 20e eeuw werden de taken van de overheid geleidelijk verder uitgebreid. Er ontstond behoefte aan verzekeringen om inkomensverlies bij invaliditeit, ziekt en werkloosheid te compenseren.

 

Nederland wordt een verzorgingsstaat

Vlak na de Tweede Wereldoorlog vormden katholieken en sociaaldemocraten samen de regering. De socialistische PvdA wilde dat werknemers meer rechten en meer inkomenszekerheid kregen. De katholieke partij (KVP) wilde dat werknemers en werkgevers meer gingen samenwerken.

à de positie van de werknemer werd beter door nieuwe sociale wetten zoals de AOW, de Bijstandswet en de Arbeidsomstandighedenwet.

 

In de ontstaansgeschiedenis van de verzorgingsstaat zien we de uitgangspunten terug van sommige politieke stromingen. Welke visies zijn er?

 

Liberale visie

  • Sterk voor de vrijemarkteconomie.
  • Terughoudende rol van de overheid op economisch terrein.
  • Collectieve uitgaven voor de gezondheidszorg en het socialezekerheidsstelsel zo laag mogelijk houden, zodat de eigen verantwoordelijkheid van burgers wordt gestimuleerd.
  • Niet te veel bezuinigen op het onderwijs. (studenten moeten wel meer zelf betalen.)

 

 

 

Sociaaldemocratische visie

  • sturende rol van de overheid.
  • Gemengde economie waarin het bedrijfsleven en de overheid samen voor werkgelegenheid zorgen.
  • Een goed stelsel voor zorg en uitkeringen kan bijdragen om sociale ongelijkheid te verminderen.
  • Flink investeren in het onderwijs.

 

Christendemocratische visie

  • Overheid een aanvullende rol
  • Dat kan alleen als er en sterk maatschappelijk middenveld is dat wordt gevormd door organisaties en groeperingen die de overheid waar mogelijk taken uit handen nemen. (werkgevers- en werknemersorganisaties)
  • Als iemand hulpbehoevend wordt, moet er als het kan eerst mantelzorg worden verleend, dit is hulp vanuit de directe omgeving door familie, buren en vrienden.

 

Verzorgingsstaat, de praktijk

Onderwijs

2 belangrijke doelen van de overheid op het gebied van onderwijs:

  1. Iedereen de kans geven zijn/haar talenten te ontwikkelen.
  2. Zorgen voor voldoende hoogopgeleid personeel.

 

Leerplicht en controle

In Nederland geld volledige leerplicht voor iedereen tussen de vijf en zestien jaar. (Hierna zijn jongeren tot hun achttiende gedeeltelijk verplicht als ze nog geen startkwalificatie (minimaal mbo-niveau 2) hebben gehaald.)

Als leerlingen veel spijbelen, krijgen zij en hun ouders te maken met de leerplichtambtenaar.

Alle onderwijsinstellingen worden gecontroleerd door de Onderwijsinspectie.

 

Gezondheidszorg

Een belangrijke taak van de overheid is zorgen voor goede gezondheidszorg. Ieder persoon die om fysieke of psychische redenen zorg nodig heeft, moet die kunnen krijgen.

 

Zorgverzekering

Je betaalt de zorgverzekering door een inkomensafhankelijke bijdrage via je loon en zorgpremies.

 

Marktwerking

De overheid heeft haar verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg deels losgelaten door een systeem van marktwerking in te voeren. Dit betekent dat zorgverzekeringen tegenwoordig zelf voor hun verzekerden ‘zorg inkopen’.

 

Socialezekerheidsstelsel

Het socialezekerheidsstelsel bestaat uit 2 delen:

  • Sociale verzekeringen
  • Sociale voorzieningen

 

Sociale verzekeringen

Mensen betalen premie om zich te verzekeren tegen een bepaald risico.

Sociale verzekeringen zijn verplicht. En zijn onder te verdelen in werknemersverzekeringen en volksverzekeringen.

 

Werknemersverzekeringen

De 3 belangrijkste werknemersverzekeringen:

  • De Werkloosheidswet (WW) voorziet in een inkomen als een werknemer onvrijwillig werkloos wordt.
  • De Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte (WULBZ) verplicht werkgevers om werknemers bij ziekte gedurende maximaal twee jaar een uitkering van 70 procent van het laatst verdiende loon te verstrekken.
  • De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) voorziet in een inkomen voor werknemers die als gevolg van langdurige ziekte of een ongeval niet in staat zijn om te werken.

 

Volksverzekeringen

Voor de volksverzekeringen betaalt iedereen die in Nederland een inkomen heeft een premie. Enkele volksverzekeringen:

  • de Algemene Ouderdomswet (AOW). Iedere burger heeft vanaf zijn 65e jaar recht op een AOW-uitkering.
  • De Algemene Nabestaandenwet (ANW). De ANW voorziet in een inkomen voor weduwnaars, weduwen en minderjarige wezen.
  • De Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Aan alle ouders met kinderen onder de achttien jaar wordt een tegemoetkoming verstrekt in de kosten van levensonderhoud van de kinderen.

 

Sociale voorzieningen

Sociale voorzieningen zijn bestemd voor mensen die geen aanspraak kunnen maken op een sociale verzekering. Hiervoor betalen de burgers geen premie.

 

Bijstand

Van iedereen ouder dan 21 jaar wordt verwacht dat hij zelfstandig in zijn eigen bestaan voorziet. Wie dat niet kan krijgt ondersteuning bij het vinden van werk of een werk-leertraject en zolang dat nodig is, een bijstandsuitkering.

 

De bijstand voorziet in een minimumbedrag dat je maandelijks nodig hebt voor noodzakelijke kosten zoals huur, voeding, kleding en de zorgverzekeringspremie. Dit heet algemene bijstand. Voor ongewone extra kosten die je moet maken, bestaat bijzondere bijstand.

 

Werk in de verzorgingsstaat

Waarom werken we?

Het grote verschil tussen werk en hobby is het economisch nut van die activiteit. Je werkt omdat er in de samenleving een bepaalde behoefte bestaat.

 

Sommige mensen zien werken als een morele plicht: werk je niet dan ben je lui. Anderen beschouwen het als een maatschappelijke plicht: alleen als je werkt ben je een volwaardig lid van de samenleving.

 

Al deze opvattingen over werk noemen we ons arbeidsethos, de betekenis die arbeid voor ons heeft.

 

Naast de plicht om te werken is arbeid als een sociaal grondrecht opgenomen in de grondwet.

2 belangrijke redenen

  1. Werk is belangrijk bij het vervullen van de basisbehoeften van de mens.
  2. Werk biedt de mogelijkheid om je maatschappelijke positie te verbeteren.

 

Functies van werk

Bij het zoeken naar de motieven van mensen om te werken, kijken we eerst naar de basisbehoeften van de mens.

Maslow onderscheidt de volgende 5 basisbehoeften van de mens:

  • De lichamelijke behoeften: eten, drinken, onderdak.
  • De behoefte aan veiligheid en zekerheid.
  • De sociale behoeften, zoals de behoefte om ergens bij te horen.
  • De behoefte aan erkenning en waardering.
  • De behoefte aan zelfrealisatie: de ‘innerlijke drang’ om iets zinvols te doen.

 

   

Piramide van maslow

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgens Maslow kunnen mensen zich pas richten op een hogere basisbehoefte als de basisbehoeften op lagere niveaus al bevredigd zijn.

Werk is belangrijk bij het vervullen van materiële basisbehoeften zoals inkomen en zekerheid, maar ook van de immateriële basisbehoeften zoals sociale contacten, maatschappelijke status en het ontwikkelen van een identiteit.

 

Inkomen

Je loon zorgt er niet alleen maar voor dat je kunt eten en drinken en onderdak hebt. Het bepaalt ook je materiële levensstandaard en vormt de in geld uitgedrukte waardering voor je werk.

 

Zekerheid

Een vaste baan biedt vaak materiële zekerheid op lange termijn. Je doet sommige uitgaven omdat je weet dat je ook in de toekomst loon zult ontvangen.

 

Sociale contacten

De meeste mensen werken samen met andere collega’s en praten met hen over, gezin, vakanties en het nieuws

 

Erkenning en waardering

Werk is bij uitstek datgene waardoor je onderdeel bent van de samenleving en contact hebt met de samenleving. Het bepaalt daardoor het beeld dat je van jezelf hebt den draagt bij aan je identiteit.

 

Dit beeld wordt ook van buitenaf bevestigd. Je beroep verschaft je een bepaalde status. Met status bedoelen we de waardering die anderen toe kennen aan iemands beroep.

 

 

Zelfregulatie

Werk geeft het bestaan van de mens zin en een doel. Je kunt meehelpen te voorzien in de maatschappelijke behoeften aan goederen en diensten. Dit geeft je een gevoel van eigenwaarde: door je werk kun je je ontplooien en vakmanschap, creativiteit of verantwoordelijkheid tot ontwikkeling brengen.

 

Maatschappelijke positie

In Nederland spreken we ook wel van sociale ongelijkheid, wat betekent dat welvaart niet gelijk is verdeeld over mensen.

 

Sociale ongelijkheid heeft veel te maken met je maatschappelijke positie, de plaats die je inneemt op de maatschappelijke ladder.

De factoren die bepalen of je een hogere of lagere maatschappelijk positie inneemt zijn:

  • De hoogte van je inkomen.
  • De hoeveelheid macht en verantwoordelijkheid die je in je werk hebt.
  • Het benodigde kennisniveau.
  • Speciale aanleg en ervaring.

 

Je maatschappelijke positie heeft gevolgen voor je levenswijze.

 

Klimmen op de ladder

De overheid helpt een handje

Zonder diploma’s en werkervaring is het nog moeilijk om op te klimmen. Ongeschoolden en uitkeringsgerechtigden raken daardoor steeds verder achterop.

Daarom voert de overheid een emancipatiebeleid.

 

De arbeidsmarkt

Wat is de arbeidsmarkt?

Wanneer je op zoek gaat naar werk, kom je terecht op de arbeidsmarkt, de plaats waar de vraag naar arbeidskrachten en het aanbod van arbeidskrachten elkaar ontmoeten.

 

Aanbod van arbeidskrachten

Het aanbod van arbeidskrachten wordt bepaald door de beroepsbevolking, dat wil zeggen alle personen die geheel of gedeeltelijk beschikbaar zijn voor werk.

 

Vraag naar arbeidskrachten

De vraag naar arbeidskrachten noemen we de werkgelegenheid. Als de vraag naar arbeidskrachten gelijk is aan het aanbod is er volledige werkgelegenheid.

 

Werkloosheid

We noemen iemand een officieel geregistreerde werkloze als hij:

  • Tussen de 15 en 65 jaar oud is;
  • Niet werkt of minder dan 12 uur per week werkt;
  • Actief opzoek is nar een baan van 12 uur per week of meer;
  • Ingeschreven staat als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf.

 

We onderscheiden 4 soorten werkloosheid:

  • Frictiewerkloosheid ontstaat wanneer iemand door frictie of wrijving op de arbeidsmarkt tijdelijk zonder werk is. (Na opleiding of tussen twee banen in.)
  • Seizoenswerkloosheid wordt veroorzaakt doordat bepaalde beroepen seizoengebonden zijn.
  • Conjuncturele werkloosheid ontstaat wanneer het economisch slechter gaat. De vraag naar goederen en diensten zakt in, waardoor er minder geproduceerd wordt.

Als de economie groeit, spreken we van hoogconjunctuur. Als de economie krimpt, ontstaat er een laagconjunctuur of recessie.

  • Structurele werkloosheid betekent dat er banen voorgoed verloren gaan. (bijv. door automatisering)

 

Arbeidsmarkt in ontwikkeling

De belangrijkste huidige veranderingen op de arbeidsmarkt zijn:

  • Verdwijnen van bedrijfstakken en opkomst van nieuwe bedrijven.
  • Schaalvergroting bij bedrijven.
  • Flexibilisering van de arbeid.
  • Internationalisering van de arbeidsmarkt.

 

Oude en nieuwe bedrijfstakken

In Nederland is veel arbeidsintensief, laaggeschoold werk in de landbouw en industrie verdwenen. Deels vanwege de automatisering, deels omdat hele bedrijfstakken en fabrieken zijn verplaatst naar lagelonenlanden.

Ook is er in de landbouw sprake van technologische en duurzame innovatie. Daardoor is de vraag naar hooggeschoold werk juist toegenomen.

 

Schaalvergroting

Uit concurrentieoverwegingen zijn veel bedrijven gefuseerd tot grote multinationals.

 

Flexibilisering

Vroeger kozen mensen een baan voor het leven in vaste dienst. Tegenwoordig hebben werkgevers en werknemers meer behoefte aan flexibele arbeidsrelaties, dit zijn alle werksituaties met een variabele inzetbaarheid.

 

Verzorgingsstaat onder druk

Na de voltooiing van de verzorgingsstaat ontstond er kritiek op de omvang ervan, omdat:

  • De verzorgingsstaat erg duur is;
  • De vele voorzieningen en uitkeringen mensen passief kan maken;
  • Mensen misbruik maken van de verzorgingsstaat.

 

 

REACTIES

J.

J.

ik zie meer wit dan zwart en dat is meestal niet zo goed want dan is er minder tekst

5 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.