Jongens gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

blz. 56-76

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1865 woorden
  • 30 december 2001
  • 102 keer beoordeeld
Cijfer 7.5
102 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij een maatschappelijke studie?

Misschien is een studie Sociologie of Antropologie dan wel iets voor jou! Bij beide opleidingen ga je aan de slag gaat met maatschappelijke vraagstukken. Wil jij erachter komen welke bachelor bij jou past? Kom in maart proefstuderen aan de VU.

Meer informatie
Maatschappijleer
samenvatting bladzijde 56 t/m 76 §1 Democratie: Wat is een (parlementaire) democratie? - het is een staats vorm, waar de burgers invloed kunnen hebben op de besluiten. 1.1 Wetten en staat
wetten: voor iedereen dezelfde geldende regels die gelden in een bepaalde staat. Drie kenmerken van een staat: û een afgebakend grondgebied û binnen dat gebied woont een bevolking û de overheid heeft het hoogste gezag
gezag: als de macht als redelijk wordt aanvaard

De overheid heeft de macht omdat de burgers gedwongen worden zich aan de regels te houden (en anders kunnen die gestraft worden). 1.2 Belangen, conflicten, politiek en beleid
Alle verschillende mensen hebben verschillende belangen. De staat verdeeld niet alleen het geld, maar helpt ook conflicten te beperken tussen de verschillende bevolkingsgroepen. politiek: -alles wat te maken heeft met de overheid. -de gezag hebbende toedeling van waarden
De overheid en andere organisaties vormen een beleid. beleid: proberen een bepaald doel te bereiken door het doelgericht gebruik van bepaalde middelen 1.3 Democratie en dictatuur
Bij een democratie zijn de inwoners geen ondergeschikte onderdanen die alleen maar moeten gehoorzamen maar burgers die naast plichten ook rechten hebben. democratie: de bewoners kunnen invloed uitoefenen op de besluiten ook mogen zij de overheid corrigeren
Bij een dictatuur hebben de inwoners weinig rechten, maar voornamelijk plichten. Ze zijn onderdanen, ondergeschikt aan de staat. dictatuur: één persoon of een kleine groep mensen heeft de macht in handen. Ongeveer de helft van de wereld bevolking leeft in een dictatuur. 1.4 Kenmerken van een democratie
Democratie betekent letterlijk: het volk dat heerst. Een indirecte of vertegenwoordigenden democratie: een land met miljoenen inwoners waar het volk niet rechtstreeks
regeert, maar via vertegenwoordigers. Alleen bij kleine aantallen is een directe democratie mogelijk, dan beslissen alle burgens rechtstreeks mee. In veel landen mag de bevolking af en toe rechtstreeks beslissen over een belangrijke kwestie via een volksstemming of een referendum. In Nederland is dat (nog) niet mogelijk. Belangrijk zijn democratische besluiten, maar centraal staan gelijkheid en vrijheid. democratisch besluit: de meerderheid was voor. gelijkheid: alle burgers hebben gelijke rechten, er mag niet worden gediscrimineerd op grond van bijvoorbeeld: huidskleur, sekse, politieke of godsdienstige opvattingen. vrijheid: de burger moeten hun eigen leven kunnen inrichten zoals zij dat willen. Zolang zij daarmee de vrijheid van andere burgers niet schaden mag de overheid die vrijheid niet beperken. Belangrijkste kenmerken van de (vertegenwoordigende) democratie: û algemeen kiesrecht: alle volwassen mannen en vrouwen mogen stemmen in het geheim, tenzij iemand het vrijwillig verteld. û regelmatige verkiezingen: in Nederland mogen de burgers elke 4 jaar leden van het parlement kiezen. Een parlement neemt besluiten over de wetten en controleert de regering. De regering is het dagelijks bestuur van een land en kan alleen blijven regeren zolang zij het vertrouwen heeft van de meerderheid van het parlement. û vrijheid van meningsuiting: mensen kunnen vrij hun mening geven zonde dat de regering dat onmogelijk maakt. Daardoor kunnen de burgers verschillende standpunten horen en hun eigen mening vormen. Er zijn wel grenzen: bijvoorbeeld het beledigen van personen, maar de regering mag niets verbieden. Dat mag alleen de onafhankelijke rechter, die niet onder controle van de regering staat. û vrijheid van vereniging en vergadering: iedereen mag een vereniging oprichten van mensen met dezelfde ideeën of belangen. û machtenscheiding: verschillende groepen met verschillende functies die zorgen voor het maken, het naleven of corrigeren bij het overtreden van de wetten. Een goede democratie is ook een rechtsstaat. rechtsstaat: de belangrijke rechten van alle burgers zijn gegarandeerd en iedereen moet zich aan de wetten houden, ook de overheid. 1.5 Sociale voorwaarden voor een democratie
De regels van een democratie werken alleen onder bepaalde maatschappelijke omstandigheden, de sociale voorwaarden voor een democratie. De kans dat een democratie goed gaat, is groot, als: û er sprake is van een gunstige sociaal-economische ontwikkeling. De lonen en de winsten kunnen dan omhoog en er is werk voor vrijwel iedereen. û er met zekere mate van sociaal-economische gelijkheid bestaat. Bij grote ongelijkheid in opleiding, inkomen en kansen van de burgers is er veel verschil in de invloed op de besluiten van de overheid. û er sprake is van een democratische politieke cultuur, dat betekent dat de conflicten worden beslecht door verkiezingen, gesprekken, onderhandelingen en andere niet-gewelddadige middelen. Tolerantie is ook belangrijk, er moet ruimte zijn voor meningen waar de regering het niet mee eens is. Na een zekere tijd is er sprake van een democratische traditie, net als in Nederland. û burgers zich hebben verenigd in organisaties op grond van ideeën en belangen. Via zulke groepen kunnen de burgers ook buiten de verkiezingen invloed uitoefenen op de politiek. û militairen geen invloed hebben op de politiek, zo kunnen die geen democratische besluiten met geweld ongedaan maken. û de staat goed functioneert, goede diensten verleend (wegen, scholen, ziekenhuizen & veiligheid) en niet te veel van de belangen van één groep behartigt. Zo krijgt de bevolking vertrouwen in de staat, die moet zijn eigen wetten kunnen uitvoeren en tegelijkertijd open staan voor kritiek. û er geen hevige conflicten zijn tussen de verschillende etnische bevolkingsgroepen of mensen van verschillende godsdiensten. Bij zulke conflicten blijft er weinig over van de tolerantie, er ontstaan op deze manier burgeroorlogen. Sociale voorwaarden zijn belangrijk, dat is te merken aan de landen die van een dictatuur een democratie geworden zijn. De functie van de burgers verandert namelijk ook. §2 Rechtsstaat
Wat is een rechtsstaat en wat zijn de mensenrechten? - de belangrijke wetten waar de overheid en de burgers zich aan moeten houden en de rechten van de mens op een goed leven waarbij de overheid kan helpen. 2.1 Kenmerken van de rechtsstaat

Er is pas sprake van een democratie als er ook sprake is van een rechtsstaat. Kenmerken rechtsstaat: û alle burgers hebben gelijke rechten û de overheid moet zich net als de burgers aan de wetten houden û er is een machtsscheiding tussen: - de wetgevende macht (het parlement en de regering) - de uitvoerende macht (de regering en de ambtenaren,) - de rechtelijke macht (de rechters) û in de grondwet zijn de belangrijkste grondrechten opgenomen, die beperken de macht van de overheid tegenover de burger
In een dictatuur bestaat in de praktijk geen machtsscheiding, alles wordt bepaald door de persoon of de kleine groep die regeert. 2.2 Mensenrechten
De grondrechten kunnen worden onderscheiden in klassieke (individuele) mensenrechten en sociale mensenrechten (beide soorten staan in de Universele Verklaring van de Mens van de Verenigde Naties uit 1948). De belangrijkste klassieke grondrechten: û vrijheid van godsdienst û vrijheid van drukpers & meningsuiting û vrijheid van vereniging, vergadering en demonstratie. û onaantastbaarheid van het lichaam û bescherming tegen willekeurige huiszoeking û brief-, telefoon-, en telegramgeheim
Enkele sociale grondrechten: û recht op eten û recht op onderdak û recht op werk û recht op onderwijs û recht op gezondheidszorg
De meeste landen hebben de mensenrechtenverklaring van de VN ondertekend, maar met de naleving daarvan is het vaak niet goed gesteld. In Nederland is het redelijk gesteld met die naleving, toch loopt het ook niet altijd zoals het hoort, bijvoorbeeld de vraag naar voldoende privacy en het overlijden van gevangen in politie cellen. De rechter corrigeren de af en toe de besluiten van ambtenaren en bestuurders. §3 Politieke stromingen en partijen
Wat zijn de belangrijkste politieke opvattingen en welke partijen horen bij die opvattingen? - het liberalisme, het socialisme en de christen-democratie; vrijheid, gelijkheid en werken volgens de bijbel. 3.1 Belangen, ideologieën, partijen
algemeen belang: welvaart, veiligheid, onderwijs & gezondheidszorg
ideologieën: opvattingen over hoe de maatschappij functioneert en in de toekomst moet functioneren
politieke stroming: gevormde groep mensen met dezelfde ideologie
In een democratie kunnen aanhangers van een bepaalde ideologie zich verenigen in een politieke partij. Een politieke partij is een georganiseerde groep mensen die: û ideeën heeft over alle belangrijkste beleidsterreinen, alle ideeën samen vormen het programma û kandidaten stelt bij verkiezingen, met veel gekozen kandidaten krijgt de partij veel kans het programma uit te voeren
Soms zijn er binnen één ideologie of stromingen meerdere politieke partijen, de drie belangrijkste stromingen in Nederland zijn: û het liberalisme û het socialisme (sociaal-democratische) û de christen-democratie

Vaak worden de politieke stromingen en partijen ingedeeld in links en rechts. Linkse partijen willen dat de overheid actief ingrijpt om de sociale ongelijkheid te verminderen, links hecht zich sterk aan gelijke kansen. Rechtse partijen vrezen dat de vrijheid mensen in gevaar komt als de overheid zich te veel met sociaal-economische zaken bemoeid; dat kan beter overgelaten worden aan de mensen zelf en aan de markt. Op sociaal-economisch gebied zijn socialisten links en liberalen rechts. Tussen links en rechts in bevind zich het politieke midden of centrum. 3.2 Liberalisme
Het liberalisme hecht zich sterk aan de vrijheid, elk individu moet zo veel mogelijk zijn eigen leven kunnen inrichten, bijvoorbeeld zelf kiezen voor euthanasie en abortus. De taken van de overheid zijn in dit geval zorgen voor veiligheid, infrastructuur, onderwijs en de gezondheidszorg. De partijen die het liberalisme vertegenwoordigen zijn VVD en D66. VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie): wil minder overheidsbemoeienis op sociaal-economisch gebied dan D66. D66 (Democraten 66): hecht zich aan veel aan het belang aan de rechten van het individu, de partij wil zich niet baseren op een politieke ideologie. Daarnaast wil de partij de kiezer meer rechtstreekse invloed geven door een referendum (volksstemming). 3.3 Socialisme (sociaal-democratie) Het is ontstaan als reactie op het liberalisme, socialisten zijn voor een actieve overheid, voor gelijke kansen en voor een rechtvaardige inkomens verdeling, bijvoorbeeld hogere belasting voor iemand met een hoog inkomen. De partijen die het socialisme vertegenwoordigen zijn PvdA, Groen Links en de Socialistische Partij. PvdA (Partij van de Arbeid): heeft een grote rol gespeeld bij de opbouw van sociale voorzieningen in Nederland. De PvdA gaat de laatste jaren steeds meer de kant van het liberalisme op. Groen Links (GL): vestigt de meeste aandacht op milieuproblemen, ze denken niet dat de markt veel problemen oplevert als de overheid zich terugtrekt. Socialistische Partij (SP): komt vooral op voor de arbeiders en uitkeringsgerechtigden, ze denken niet dat de markt veel problemen oplevert als de overheid zich terugtrekt. 3.4 Christen-democratie
De confessionele partijen laten zich inspireren door de bijbel, deze partijen zitten tussen het liberalisme en het socialisme in. Zij benadrukken dat het functioneren van de maatschappij een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van iedereen. Deze partijen wil de natuur zo veel mogelijk zijn gang laten gaan, bijvoorbeeld in principe geen abortus of euthanasie en een goede zorg voor Gods schepping
sociale partners: werkgevers en werknemers. De partijen die de christen-democratie vertegenwoordigen zijn CDA, GPV, RPF en SGP. CDA (Christen-Democratisch Appèl): het is in 1980 ontstaan uit 1 katholieke en 2 protestantse partijen. Van 1918 tot 1994 zaten het CDA en zijn voorgangers als grote middenpartij(en) altijd in de regering. GPV (Gereformeerd Politiek Verbond): wil een strikter beleid volgens de bijbelse voorschriften dan het CDA, het is absoluut tegen euthanasie en abortus. Heeft ook linkse standpunten, bijvoorbeeld actiefoverheidsingrijpen voor de ‘sociale minderheid’ en strengere maatregelen tegen milieuverontreiniging. RPF (Reformatisch Politieke Federatie): wil een strikter beleid volgens de bijbelse voorschriften dan het CDA, het is absoluut tegen euthanasie en abortus. SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij): wil een strikter beleid volgens de bijbelse voorschriften dan het CDA, het is absoluut tegen euthanasie en abortus. Een voorstander van een gereformeerde staatsgodsdienst en tegen het vrouwen kiesrecht. 3.5 Andere stromingen en partijen
one-issuepartijen: partijen die zich vooral op één punt richten
De bekendste one-issuepartij is de CD (Centrum Democraten), deze partij keert zich vooral tegen de in Nederland wonende allochtonen; deze partij is ook tegen artikel 1 van de grondwet. Daarom wordt die partij ook als extreem-rechts en racistisch beschouwd.

REACTIES

O.

O.

Boeit me niet. geen leuk onderwerp.Maar wel veel informatie.Ik zou je 3 punten geven i.p.v 5

22 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.