Maatschappijleer Werk

Paragraaf 1.

Werk: als je iets doet, omdat andere mensen daar behoefte aan hebben.

Goed baan?

-wat voor werk?

-veilig en gezond?

-Eigen baas of werk in loondienst?

-hoeveel verdien je?

 

Verschillende taken: afwisselende taken bijv. verpleegster > overleg met collega’s , verzorg je patiënten, meet je de bloeddruk en temp.

 Arbowet(Arbeidsomstandighedenwet); staat precies hoe werkgevers moeten zorgen voor gezonde en veilige werkplekken.

 

Eigen baas/loondienst? eigen baas: alle vrijheid > nadelen: alles zelf regelen en hard werken. Bedrijf groeit è personeel aannemen en motiveren.

 

Minimumloon: dit is het loon dat je minimaal moet ontvangen als je werkt.

 

Paragaaf 2

Werken is een plicht: voor de economie van het land is het goed als veel mensen werken

Werken is ook een recht: > grondwet: moet voor iedereen werk zijn die kan werken (regering regelen) . lukt dit niet mogen ze een uitkering.

 

Vijf basisbehoeften (onder > boven) :

-eerste levensbehoeften: eten, drinken, kleding en een huis.

-behoefte aan veiligheid en zekerheid.

-sociale behoeften, zoals ergens bij horen, andere mensen om je heen.

-behoefte aan erkenning en waardering

-behoefte om jezelf te ontwikkelen tot iemand die ergens heel goed in is.

 

  1. Door werk verdien je geld è voor eten en drinken , huur van je huis. ( genoeg geld ; kan je ook nog op vakantie etc).
  2. Vaste baan > meer zekerheid op lange termijn, genoeg geld in de toekomst . ( kan een huis, auto kopen)
  3. Werken met collega’s waarmee je kan communiceren over je leven , belangrijker deze gezelligheid. ( geen betaalde baan; vaak vrijwilligers werk om contacten te houden in de samenleving)
  4. Beroep geeft je bepaalde status; de waardering die mensen je geven aan je beroep.
  5. Begin werken; nog niet aan de top > doel opstellen en bereiken > deze bereikt hogere doelen opstellen. ( elke keer goed voelen; jezelf ontwikkelt tot iemand die ergens goed in is)

 

Paragraaf 3

Baan zoeken?

  1. Vacatures; krant of internet
  2. Open sollicitatie; binnen lopen en vragen of je er kan werken.
  3. UWV WERKbedrijf; helpt naar zoeken van vast werk en beter leren solliciteren
  4. Netwerken; je vrienden en kennissen vertellen dat je werk zoekt.

 

 

(curriculum Vitae) een kort lijstje met je persoonlijke gegevens, je opleidingen en je werkervaring.

Solliciteren è sollicitatiebrief ; wrm wil je de baan? + cv

 

  • uitgenodigd; weer vertellen wrm je geschikt bent en

wrm je de baan wilt hebben.

 

Aangenomen arbeidsovereenkomst of contract tekenen.

Daarin staat de afspraken tussen jou en je werkgever die we arbeidsvoorwaarden noemen.

                               

                Belangrijkste hiervan:

  1. Je functie
  2. De werktijden; vaste of flexibel

                   Flexibele werktijden; werktijden die niet precies vastliggen.                  

  1. Het loon;arbeidscontract (brutoloon) > bedragen afgetrokken(loonbelasting , sociale premies) > overblijft; nettoloon wat je echt ontvangt.
  2. Vrije dagen; een aantal en vakantiedagen per jaar.
  3. Proeftijd; jij of je baas contract opzeggen.

 

Arbeidsovereenkomst wit werk; niet zomaar ontslagen worden.

Zwart werk; geen belastingen en premies betalen ook geen rechten; niets als je ziek bent, niet verzekerd bij ongeluk. (is verboden; boete)

 

In ruil vo je loon een plicht:

  1. Taken goed uitvoeren
  2. Op tijd komen
  3. Goed samenwerken
  4. Eigen initiatief nemen

 

Functioneringsgesprek; dat is een gesprek waarin jullie bespreken hoe het werken gaat en of er dingen zijn die verbeterd kunnen worden.

 

Paragraaf 4

Maatschappelijke positie; de plaats die je in de samenleving inneemt. ( niet iedereen heeft dezelfde positie)

Bepaald door:

  1. hoeveel geld je bezit; veel verdient è hogere positie
  2. macht; eigen bedrijf hebt of rechter bent
  3. kennis; verpleegkundige en arts è arts weet meer (hogere positie)
  4. talent; voetballers , zangers
  5. afkomst; Willem-Alexander, vanaf geboorte bekend koning te worden.

maatschappelijke ladder; alle maatschappelijke posities op een rij van laag tot hoog.

Goede opleiding belangrijk voor je loopbaan.

Klimmen > persoonlijke eigenschappen een grote rol ; doorzettingsvermogen en sociale zijn .

 

Sociale ongelijkheid; rijkdom, macht en kennis niet gelijk over alle mensen zijn verdeeld.

Sociale mobiliteit; dit betekent dat je kunt klimmen op de maatschappelijke ladder.

 

Paragraaf 5

Wit werken > alleen ontslagen worden als je goede reden hebt > bedrijf failliet / reorganiseren.

Recht op werkeloosheiduitkering en je werkgever moet zich houden aan de opzegtermijn > 1 á 2 maanden , ook als jezelf ontslag neemt.

 

Kunt ontslagen wordt op staande voet è dat je onmiddellijk het bedrijf moet verlaten en geen recht hebt op een uitkering ( bijv. door stelen of dronken verschijnen)

 

Discriminatie

-vrouwen; als ze zwanger zijn hebben ze een halfjaar niks aan der.

-allochtonen;

 

Is verboden en strafbaar è Mag protesteren / recht zaak beginnen

-Leeftijdsdiscriminatie; liever een jonger persoon dat kost je minder loon. Voor oudere lastig werk te zoeken.

Vakbond > organisatie die opkomt voor de belangen van werknemers.

> Praten met de werkgever lukt dit niet staking organiseren > vakbond betaalt je loon door.

 

Persoonlijke arbeidsconflicten ; kan de vakbond namens jou gaan praten met je werkgever of soms zelfs naar de rechter stappen (bijv. bij discriminatie of ontslagen worden)

 

 

Vakbond probeert tijdens de cao-onderhandelingen een loonsverhoging voor personeel te krijgen.

Collectieve arbeidsovereenkomst (cao) : ieder bedrijfstak (horeca, bouw, ziekenhuis) sluiten ze dit per jaar af > in de cao staan allerlei afspraken over lonen, vakantiedagen, pensioen etc > handig; geen overleg met je baas.

 

 

Paragraaf 6

Nederland is een verzorgingsstaat; een land waar de overheid de burgers helpt als dat nodig is.

Door premies aan je werkgever te betalen ben je als werknemer automatisch verzekerd van een uitkering als het misgaat deze regeling noemen we > Werknemersverzekeringen

     Werkgever betaalt gedeelte mee

 

-werkloos; je krijgt WW-uitkering ( niet als jezelf ontslag neemt) > heb je ergens 10 jaar gewerkt krijg je ong een jaar WW-uitkering.

-ziek; werkgever moet 70% van je laatstverdiende loon geven mamximaal 2 jaar lang.

-arbeidsongeschikt ; door een ongeval > krijgt WIA- uitkering .

 

Volksverzekeringen > voor iedereen, ook voor mensen die niet werken.betaald uit de belastingen

-ouderenpesioen: vanaf je pensioenleeftijd recht op AOW ( ook als koning(in) bent)

-kinderbijslag: ouders met kinderen onder de 18 jaar > voor levensonderhoud van de kids.

 

Sommige mensen hebben geen werk en geen uitkering maar moeten toch kosten betalen die hebben zogenaamde bijstand > alleen als er geen andere mogelijkheid is > deze mensen lenen vaak geld vanwege tekorten of gaan naar de voedselbank.

 

Door vergrijzing worden de kosten voor de AOW steeds hoger.

 

Maatregelen om de verzorgingsstaat in de toekomst te kunnen betalen:

-bezuinigen; uitkeringen lager geworden , strenge regels voor dat je een uitkering krijgt.

-eigen bijdrage; voor medische zorg steeds vaker zelf betalen > tandarts niet meer gratis. 18 t/m 21.

-meer werk; meer mensen werken > minder uitkeringen. Bedrijven minder belasting betalen > stimuleert meer mensen aan te nemen.

-later AOW; leeftijd is van 65 jaar naar 67 jaar . 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.