Romantiek 1800-1850

Beoordeling 4.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 377 woorden
  • 11 juli 2007
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.1
  • 8 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Romantiek tussen 1800 en 1850
Stoommachine(1769):
- producten konden snel en goedkoop worden geproduceerd.
- fabrieken groeiden
- de kolenproductie nam toe
- het platteland liep leeg.
- steden raakten overvol.

Fabriekseigenaren zag hun winst met de dag groeien.
Arbeiders hielden zichzelf in leven met gekookte brandnetels.

Industriële revolutie: de enorme groei van de industrie
Door de snelle mechanisatie van het productieproces werden veel ambachtslieden overbodig. Ze zochten werk in fabrieken die overal werden gebouwd.
Vraag naar arbeiders was groot maar de aanbod was nog groter omdat iedereen van het platteland na de stad trok. De gene die werk hadden, werden slecht betaald en woonden in krotten.

Rijken vonden dat de armen het aan zichzelf te danken hadden omdat ze niet wisten wat werklust en spaarzaamheid was.

Regeringen stemden in met ene liberale grondwet:
Het recht op vrijheid van meningsuiting, geloof en onderwijs.
Iedereen was volgens de liberalen gelijk maar daar merkte de armen pas iets van aan het eind van de 19e eeuw toen de socialisten voor hen opkwamen.

Voor de industriële groei waren grondstoffen nodig uit Azië en Afrika.

Romantiek:
- verzet tegen optimisme en het rationalisme van de verlichting.
- verzet tegen de burgermaatschappij.
- verzet tegen de strenge regels waaraan kunt moesten voldoen.

Belangrijkste thema’s in romantische kunst en literatuur:
- natuur(daar kun je het goddelijke ervaren)
- verleden(tijd waarin alles beter was dan nu)
- exotisch(exotische landen waren zo anders)

- geloof(nadruk op gevoel en persoonlijke beleving van godsdienst.
- liefde(waarin hartstocht centraal staat)
- mysterieuze(lang niet alles is met het verstand te verklaren)
- griezelige(griezelen roept zo’n prettig gevoel op van angst)

Romantische literatuur:
- schoonheid van de natuur(natuurlyriek)
- belangstelling voor het verleden(historische roman)
- schrijvers met nationalistische gevoelens(sprookjes)
- hang naar het griezelige(gothic novel)
- humor(poëzie en proza)

Schoolmeester (Gerrit van der Linde):
Gevluchte student door schulden en liefdesaffaires. Hij begon in
Engeland een eigen kostschool en publiceerde humor gedichten.

Hildebrand (Nicolaas Beets):
Schreef camera obscura. Hij schreef op een realistische manier.

Piet Paaltjens (Francois Haverschmidt):
Snikken en Grimlachjes

pseudoniem Multatuli dat in het Latijns betekent ‘ik heb veel leed
gedragen’’. Het was tevens een verwijzing naar een beroemde
passage uit Tristia van ovidius.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.