De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Samenvatting hoofdstuk 7 Moderne literatuur
(1914-1940)

1.1. De politieke situatie in Europa
Uit het boek leren, teveel op een samenvatting van te maken.

2.1. Reactie op de oorlog
In 1914 wist niemand was ze konden verwachten van een loopgravenoorlog. Het was een eer om te vechten voor het vaderland. Iedereen meldde zich als vrijwilliger aan. Daarna kwam de schokkende confrontatie met de werkelijkheid. In de literatuur (vooral poëzie) werd de werkelijkheid met bittere woorden vertolkt. Dichters schreven hun gedichten in loopgraven. Het korte gedicht was de perfecte manier om ervaringen weer te geven.

2.2. Kunst en werkelijkheid
In de 2e helft van de 19e eeuw ontstond er een nieuwe visie op kunst  modernisme
Baudelaire, Rimbaud en Mallarmé introduceerden nieuwe taalvormen en een ander levensgevoel. Het wereldbeeld werd door kunstenaars ervaren als verbrokkeld.
Avant-garde  voorlopers van nieuwe ontwikkelingen. Benaming van Franse dichters voor en na de WO I. De oorlog had bij vel kunstenaars een catastrofe gevoel doen ontstaan. Alles waarin met tot dan toe had geloofd was vernietigd. In de literatuur ontstond een groot wantrouwen tegen bestaande vormen, clichés en modellen van de werkelijkheid. Dichters wilden de taal ontdoen van ‘taalvervuiling’ en terug naar de elementaire poezie. Na 1914 werd de werkelijkheid niet meer realistisch weergegeven, maar misvormd. Het werd nietsontziende, confronterende, harde kunst.

3.1. Modernisme in de poëzie
In de moderne poëzie is er sprake van een wisselend gezichtspunt. De lezer moet voortdurend goed opletten om te weten wie er spreekt.
Martinus Nijhoff: “lees maar, er staat niet wat er staat”.
Veranderingen zijn er ook op het gebied van taalgebruik. Terwijl in de traditionele poëzie één stijl van schrijven werd gehanteerd schrokken modernisten er niet voor
terug verschillende stijlmiddelen te vermengen.

3.2. Modernisme in de roman
De modernistische roman (1920-1940) heeft het realisme achter zich gelaten.

Traditionele roman Modernistische roman
Richtte zich direct tot de lezer Geen alwetende verteller
Nam de lezer mee en leidde rond. Minder zelfverzekerde verteller
Logisch opgebouwd Onduidelijke personages
Duidelijke intrige Standpunten van hoofdpersonen verschille
Begin en einde De lezer kijkt mee met de personen zonder uitleg
Herkenbare personages Beeld van de wereld zoals dat zich in het bewustzijn van een personage voordoet.

3.3. Expressionisme
Ontwikkelde zich in Duitsland. Het expressionisme was een reactie op het naturalisme en het impressionisme. Het ging om het uitdrukken van gevoel (innerlijk).
De Duitse expressionisten gingen op zoek naar de nieuwe mens. De nieuwe mens had een afkeer van het burgerlijke. Hij wilde intens leven, doordringen in het wezen van zichzelf. Het expressionistische taalgebruik kenmerkte zich door korte zinnen zonder duidelijke samenhang. De gedichten maakten vaak een verbrokkelde indruk (snel ritme).
De beeldspraak werd in veel gevallen ontleend aan het dynamische leven in de grote stad
In de beginjaren van het expressionisme (voor 1914) gingen kunstenaars in Duitsland op zoek naar de nieuwe mens een nieuwe maatschappij. De ideeën van Karl Marx en Freud hadden grote invloed. Zij hadden opvattingen over van alles. De hele structuur van de West-Europese wereld werd op zijn kop gezet. Alles wat tot dan toe had bijgedragen aan de vooruitgang van de beschaving, kon hem ook weer vernietigen. Vooral in Duitsland was de beschaving in korte tijd veranderd. Na WO I wordt het Duitse expressionisme gekenmerkt door humanitaire gezindheid. Op zoek naar geluk, vrede en verbroedering.

3.4. Dadaisme
In 1916 vluchtten een groep jongere kunstenaars naar het neutrale Zwitserland om niet geslacht te worden. Ze vormden het cabaret Voltaire. Ze deden niets liever dan alles belachelijk maken. De kunstenaars wilden laten zien dat het verstandelijke de westerse beschaving niet veel verder hadden gebracht.
Marcel Duchamp  ready mates. Hij baarde veel opzien verontwaardiging ontstaan.

3.5. Surrealisme
De surrealisten wilden het leven veranderen. De surrealisten bestudeerden het onbewuste om po die manier door te kunnen dringen in een hogere werkelijkheid.
Écriture automatique  automatisch schrijven, waardoor de schrijver zo ongecontroleerd mogelijk, via associaties gedachten op papier zet. Hij moest zich zo passief mogelijk opstellen om beelden uit het onbewuste naar boven te laten komen.
Het toeval moest zo groot mogelijk gemaakt worden. M.b.v. collages, waarbij de buitenwereld letterlijk het kunstwerk wordt binnengehaald. Bij het surrealisme werd de toeschouwer steeds op het verkeerde been gezet.

3.6. Nieuwe zakelijkheid
Nieuwe zakelijkheid, ofwel neorealisme genoemd werd beïnvloed door nieuwe ontwikkelingen in de schilderkunst, met name het kubisme.
Het schilderen van de natuur met behulp van wiskundige vormen kun je beschouwen als een vorm van abstractie  vereenvoudiging van de afgebeelde werkelijkheid.
Abstraheren = het concrete eraf halen.
Pablo Picasso  liet zich door Cézanne inspireren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.