Glo, hoofdstuk 6, moderne literatuur

Politiek en maatschappij

Belangrijkste stromingen in die tijd zijn het liberalisme, socialisme en nationalisme. Arbeiders krijgen meer macht.
In Frankrijk brak de februarirevolutie uit, die tot gevolg had dat de Franse koning aftrad, en revoluties in het buitenland tot gevolg had.
In Duitsland kreeg Bismarck het voor het zeggen, die regeerde met ‘bloed en ijzer’. In Nederland werd een grondwet aangenomen waardoor eerst de burgerij, later in de 19e eeuw de arbeiders het voor het zeggen kregen.
In Groot-Brittannië kwamen de gevolgen van de industriële revolutie aan het licht; lage lonen, kinderarbeid, lange werktijden. Weeskinderen werden geronseld om de productiekosten zo laag mogelijk te houden. Hierover schreef Charles Dickens het boek Oliver Twist.
Karl Marx schreef het boek Das Kapital, waarin hij de wereld ziet als iets waarin wetten bestaan, die de mens niet kan veranderen.
Oorlogen tussen Frankrijk en Duitsland ontstaan, Engeland bezit ¼ van de wereld.

Kunst en werkelijkheid

Schrijvers willen de werkelijkheid zo compleet mogelijk uitbeelden. De boeken van de Franse schrijvers Balzac en Flaubert, zijn de eersten die levensvragen en conflicten beschrijven. De visie van dichters als Baudelaire, Rimbaud en Mallarmé geeft dezelfde visie weer.
De gedachte dat taal naar zichzelf verwijst, een eigen wereld schept; autonoom is, wordt een uitgangspunt in de moderne poëzie en literatuur.

Kunst en religie

Nietzsche kondigde aan dat God dood zou zijn. Dit had niet alleen gevolgen voor religie, maar ook voor kunst. In die tijd verandert dat beeld; kunst verwijst niet alleen maar naar religie, maar wordt een op zichzelf staand iets. Hieruit kwamen de non-figuratieve literatuur en autonome poëzie naar voren.
Bij een aantal kunstenaars maakten aan het einde van de eeuw de realistische gevoelens plaats voor onzekerheid en angst. Dit gevoel zien we terug bij de Duitse filosoof Oswald Spengler; na een periode van bloei komt stagnatie, verval, decadentie en de ondergang.

Het realisme kenmerkt zich door de grote belangstelling voor het registreren van de eigentijdse werkelijkheid.

Realisme

Kunstenaars werkten alleen vanuit hun eigen observatie. Daardoor zien we voor het eerst ‘gewone’ burgers in de literatuur naar voren komen, terwijl daaraan voorafgaand slechts de adel beschreven werd.
Het werk van de volgende auteurs heeft duidelijk realistische kenmerken;
Hildebrand, Dickens, Fontaine, Flaubert.

Naturalisme

Het naturalisme is eigenlijk een voortzetting van het Realisme. Vanaf 1870 gingen schrijvers zich niet alleen meer richten op wat ze zagen, ze gingen ook de wetenschap gebruiken om de realiteit te lijf te gaan. Sinds bijv. Darwin werd er gesproken over evolutie en Bernard toonde aan dat er in het menselijk lichaam stoffen zijn die de geest beïnvloeden.
Naturalisten dachten dat de wetmatigheden van de natuurwetenschappen ook kon worden toegepast op de beschrijving van romanfiguren. Op deze manier kon de waarheid aan het licht worden gebracht. Het ging daarbij niet om lezers te laten genieten. De mens moest verklaard worden vanuit eigenschappen van voorouders, tijd en milieu.
Dit leidde tot de deterministische levensvisie; het leven wordt geleid door de ijzeren wetten van erfelijkheid en de door omgeving voorgeschreven weg.
De schrijvers bedachten figuren die werden bewogen door innerlijke, blinde drijfveren.

Schrijvers:
Emile Zola
Louis Couperus
Gerhart Hauptmann

Impressionisme

Het impressionisme heeft vooral te maken met de zintuiglijke ervaringen. Voor de impressionistische kunstenaar is leven; voortdurend veranderen, in beweging zijn.
Schilderijen uit deze tijd zijn een momentopname van de steeds veranderende werkelijkheid.
Een schrijver gaf zijn impressies weer met nuanceringen en nieuwe woordcombinaties. Het ging meer om een mooie bladzijde of één mooie zin dan om het geheel; het boek. Er werden vaak veel originele bijvoeglijke naamwoorden gebruikt. Daarom werden deze schrijvers wel woordkunstenaars genoemd.

Schrijvers:
Herman Gorter
Paul Verlaine

Symbolisme

Alleen kunst die tot stand kwam door een uiterste verfijning en verheviging van de zintuigen kon een glimp bieden van de hogere werkelijkheid. De poëzie was hier de meest geschikte kunst voor. Dat moest dan wel in een taal die verwees naar zaken die niet in woorden tot uitdrukking konden worden gebracht. Ze zochten daarom naar nieuwe symbolen.
Er bestond volgens dezen een harmonische verhouding tussen de mens en de goddelijke werkelijkheid, die zich in de natuur in symbolen openbaart.

Dandyisme

De ideale dandy doet voornamelijk niets. Hij moest niet worden vergeleken met de gewone burgerman, en besteedde dus veel tijd aan zijn uiterlijk. De tijd die overbleef, werd gevuld met schilderen en schrijven, maar het moest niet zo ver gaan dat de dandy ook met een schrijver werd vergeleken, want dat was werken.
Een dandy was een rebel tegen de burgermaatschappij

Schrijvers:
De Balzac
Baudelaire

Neoromantiek

Dit was een reactie op het naturalisme en impressionisme. De schrijvers willen een droomwereld oproepen die staat tegenover de alledaagse werkelijkheid. Ervaringen uit het echte leven waren minder interessant. Hun fantasie werd bespeeld door verhalen uit het verleden. Een duidelijke achtergrond ontbreekt echter voor de lezer. Plaats en tijd werden zo vaag mogelijk gehouden, zodat er een soort sprookjeswereld ontstond.

Schrijvers:
Fournier
Van Schendel

Hildebrand

Heeft in zijn ‘Camera Obscura’ werken geschreven die zowel romantische als realistische trekken hebben. De humoristische beschrijving van het burgerlijk milieu is romantisch, de typering van bepaalde families is weer realistisch.

Louis Couperus

In een aantal van zijn werken zien we een deterministische levensvisie. Eline Vere is een speelbal van het noodlot, en kan zich met alle luxe omringen. Toch is zij ongelukkig; haar geërfde eigenschappen maken haar onevenwichtig. Ze probeert te veranderen, maar omdat alles bepaald is, drijft het haar uiteindelijk tot zelfmoord.

Herman Heijermans

Succesvolle schrijver van naturalistisch toneel. Hij wilde de werkelijkheid als wetenschappelijk experiment observeren. Hij wilde de hoofdpersonen van zijn drama zo echt mogelijk neerzetten.
De conclusie van zijn werk ‘op hoop van zegen’ is dat de mens niets kan uitrichten.
Zijn werk speelt zich, zoals het naturalistisch hoort, af in de gewone kringen van het volk.

Herman Gorter

Hij werd beroemd toen hij zijn werk ‘Mei’ publiceerde in De nieuwe gids, een platform voor nieuwe ideeën. Hij wilde iets maken met een mooie klank. Er zitten andere aspecten in, maar dat was volgens Gorter een ongelukje.

Arthur van Schendel

Schreef historische romans die minder met geschiedenis te maken hadden dan met een idee over de werkelijkheid. Dit had te maken met neoromantische opvattingen.
Hij schreef niet over uiterlijkheden, maar over wat daaronder zit.


Moderne literatuur (1914-1940)

Politieke situatie

Oostenrijk en Duitsland verklaarden na de moord op de aartshertog Servië de oorlog. Rusland, Frankrijk en Engeland stonden aan de kant van de Serven.
In deze oorlog verschansten hele legers zich in brede loopgravenstelsels. Het vuren werd gestaakt op 11 november 1918.

Reactie op de oorlog

In de eerste fase van de oorlog werd deze vaak nog voorgesteld als iets heldhaftigs, en jongemannen stortten zich enthousiast in de oorlog.
In de tweede fase kam de confrontatie met de werkelijkheid en in de literatuur en poëzie werd deze met bittere woorden vertolkt.
De Engelsman Sassoon liet zich eerst meeslepen door het heldenidee, maar veranderde snel van mening toen hij in de loopgraven was geweest. Hij heeft hierop verschillende anti-oorlogsgedichten geschreven, zoals ‘the general’.
De ervaringen van de oorlog werden een belangrijk thema in de literatuur in het Interbellum.

Kunst en werkelijkheid

In de tweede helft van de 19e eeuw ontstond er een nieuwe visie op de kunst, getypeerd door het woord modern. Dichters als Baudelaire en Rimbaud introduceerden een nieuw levensgevoel. Het wereldbeeld werd ervaren als verbrokkeld. Franse dichters werden in en na de 1ste wereldoorlog beschouwd als ‘avantgarde’. De stromingen die hieronder vielen betekenden een revolutie op het gebied van vorm en inhoud voor poëzie en beeldende kunst.
In de literatuur ontstond een groot wantrouwen tegen bestaande vormen, clichés en modellen. Dichters wilden zich van deze taalvervuiling ontdoen, omdat deze niet in staat was geweest de oorlog te voorkomen.
Na 1914 was er geen sprake meer van weergave, maar van misvorming van de werkelijkheid.
In de beeldende kunst en in de literatuur komen we kenmerken tegen die modernistisch genoemd worden.

Modernisme in de poëzie

Er is in de poëzie vaak sprake van een wisselend gezichtspunt. De lezer moet goed opletten om te weten wie er spreekt en welke uitspraak bij wie hoort. Er is in gedichten ook veel dubbelzinnigheid te vinden.
Verschillende stijlvormen werden in één gedicht vermengd.
De lezer moet een bredere algemene ontwikkeling hebben om gedichten te gebruiken.

Modernisme in de roman

De ervaringen van het alledaagse leven blijken te ingewikkeld om eenvoudig weergegeven te kunnen worden.

De 19e eeuwse schrijver richtte zich direct tot de lezer; het verhaal was logisch opgebouwd met personages waarin ieder wel iets van zichzelf herkende:
In de modernistische roman is er geen alwetende verteller; hij twijfelt en is minder zelfverzekerd. Deze nieuwe stijl leent zich goed om de psychische gesteldheid te beschrijven, m.n. het halfbewuste en het onderbewuste.
Freud toonde aan dat mensen in alles wat ze doen door hun onderbewuste worden beïnvloed. Een aantal schrijvers, als Simon Vestdijk en Anna Blaman, pasten deze nieuwe inzichten toe in hun boeken.

Expressionisme

Dit was een reactie op het naturalisme en het impressionisme. Voor de expressionistische schilder ging het om het uitdrukken van het eigen innerlijk; bij het impressionisme ging het net andersom; van binnen naar buiten.
Onder invloed van versnelde technologische vooruitgang zochten kunstenaars naar een nieuwe vormtaal, waarin snelheid en beweeglijkheid een belangrijke rol gingen spelen.
In de beginjaren van het expressionisme gingen schilders in Duitsland op zoek naar de nieuwe mens en maatschappij en voelden aan dat er grote veranderingen aan zaten te komen. De burgerlijke cultuur was volgens hen een schijnbeschaving; alle verworvenheden zouden uiteindelijk leiden tot de totale vernietiging.
De thema’s in de poëzie waren instinct, roes, drift en razernij.
Na de 1ste wereldoorlog kreeg het expressionisme een wat meer humanitair karakter. Het gaat dan om het zoeken naar geluk, vrede en verbroedering.
In onze literatuur zien we expressionisme in het werk van Marsman en Ostaijen.

Dadaïsme

In deze kunststroming ging het erom alles wat ‘gevestigde’ kunst was, belachelijk te maken. Dit om te laten zien dat verstandelijke, westerse overwegingen de beschaving niet veel verder hadden gebracht.
Door dada werd een nieuwe poëzie mogelijk, die van willekeur en vrijheid.
Een dadaïst moest afscheid nemen van alledaagse taal. Een klankgedicht moest belangrijk worden.

Surrealisme

De surrealisten wilden het leven veranderen. Zij bestudeerden het onderbewuste om op die manier door te kunnen dringen in een soort van hogere werkelijkheid.
Surrealisten waren voortdurend bezig de gangbare, geaccepteerde verhoudingen van de werkelijkheid te doorbreken.
Bekende surrealisten waren Dali en Breton.

Nieuwe zakelijkheid

De schrijvers die tot deze stroming gerekend worden, werden beïnvloed door de stroming van het kubisme in de schilderkunst. Kenmerk hiervan was dat alles erg abstract was. De bekendste Nederlander die tot deze stroming behoort, was Mondriaan.
Voor de beschrijving van zaken waren nieuwe taalmiddelen nodig; zakelijk en sober. De bekendste Nederlanders die zo schreven waren; Bordewijk en Willem Elsschot.



Paul van Ostaijen

Hij wilde schoon schip maken met de overgeleverde waarden, om verder te gaan met een nieuwe taal en vormgeving. Deze wens uit hij o.a. in ‘De feesten van angst en pijn’, 1921.
In zijn eerste bundel MUSIC-HALL werd voor het eerst de grote stad als thema geïntroduceerd. Nieuwe woorden, die vooraf niet dichterlijk werden gevonden, werden nu wel gebruikt. De toon moest modern en flitsend zijn. Zijn verlangen naar universele broederschap en een nieuwe beschaving komt tot uiting in zijn gedichtenbundel ‘het sienjaal’.
Van Ostaijen was erg internationaal georiënteerd. Zijn sympathie voor het nationalisme werd niet op prijs gesteld, en daarom vluchtte hij naar Berlijn.
Na de 1ste wereldoorlog werden zijn gedichten formeel expressionistisch; gedisciplineerd.
‘Poëzie is woordkunst; niet mededeling van emotie’.

Hendrik Marsman

Marsman werd gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van het expressionisme in Noord-Nederland. Hij had een grote bewondering voor zijn Duitse collega’s, hoewel het humanitaire hem minder aansprak.
‘Het graan des levens omstoken tot de jenever der poëzie’, was zijn visie op het wezen van de dichtkunst.
In zijn eerste periode schreef hij felle, flitsende verzen. Poëzie had volgens hem niet de taak het leven te versieren, maar diende om de brullende chaos van tijd te verhelderen tot stilte en orde. Kenmerken: weerbaar, snel, koel en soepel. Het ging om de onmiddellijke weergave van het moderne leven.

Martinus Nijhoff

Het moderne van zijn gedichten zit hem vooral in zijn visie op de werkelijkheid; hij twijfelt of de dichter ooit in staat zal zijn die weer te geven. Poëzie mag volgens hem niet gebruikt worden om de gevoelens van de dichter uit te drukken. Een gedicht is pas geslaagd als er geen directe verbinding meer is met de dichter. Het moet een eigen werkelijkheid scheppen, een wereld in woorden.

Gerrit Achterberg

Een belangrijk thema in zijn werk is het tot leven wekken van een verloren liefde; dit omdat hij in het verleden iemand zodanig had verwond, dat die er aan overleed. Het autobiografisch aspect speelt in zijn werken een belangrijke rol. Poëzie is zijn middel om het bestaan zin te geven en de dood al schrijvend te overwinnen.

Simon Vestdijk

Hij verzette zich tegen het huiselijke, provinciale, de boerenroman. Bij Vestdijk vinden we ook kenmerken van het Europese modernisme, die zich vooral bezighielden met taal. Hij schreef ontzetten veel en probeerde de onzichtbare werkelijkheid in woorden te vangen.

F. Bordewijk

De stijl waarin Bordewijk zijn eerste boek, Bint, een persiflage op het fascisme, schreef, was in te delen in de nieuwe zakelijkheid. In zijn zinnen staat geen woord teveel en zijn sober.

Willem Elsschot

Zij stijl week teveel af van wat men aan het begin van de 20e eeuw mooi vond. Hij schreef nuchter en zakelijk, zonder versieringen, terwijl het toen in de mode was mooie volzinnen te maken. Elsschot was zijn tijd ver vooruit.

Nescio

Hij wilde zijn schrijverschap ver verwijderd houden van zijn burgerbestaan. Zijn taalgebruik is natuurlijk en zijn manier van vertellen zo direct, dat ook latere generaties werden aangesproken door zijn werk. Zijn boeken gaan vaak ook over de idealen van de jaren 60 en 70.

Hoofdstuk 8, moderne literatuur (1940-1970)

Politiek en maatschappij

De zwakke positie van het naoorlogse Europa werd door haar koloniën gebruikt om onafhankelijk van het moederland te worden. Europa kwam volledig in de greep van Rusland en Amerika, die zich door elkaar bedreigd voelden.
De dreigende sfeer komt tot uiting in het boek 1984 van George Orwell, die een wereld schetst waarin grootmachten elkaar met de meest gemene wapens bestrijden.
Na de oorlog was het de periode van restauratie; oude waarden en structuren van vóór de oorlog werden hersteld. De macht van de kerk en vooroorlogse partijen was zo groot, dat vernieuwingen geen kans kregen.
In Nederland geeft Van het Reve een cynische versie op het kleinburgerlijke milieu van die tijd in zijn boek ‘de avonden’.
De ontastbaarheid van de VS komt ter discussie te staan door de oorlog in Vietnam en de Cuba-crisis.

Het existentialisme

De jeugd zette zich steeds massaler af tegen de berustende houding van de massa. In Parijs heersten onder de jeugd opvattingen over mens en maatschappij, die we samenvatten onder de term existentialisme.
De mens moest in zijn dagelijkse gedrag centraal staan.
Voor Sartre was de mens het enige wezen, dat zich bewust was van zijn bestaan. Wat de mens op de wreed doet is geen vaststaand gegeven. Er is geen algemene zin en God is dus dood.
De mens heeft de taak iets van zichzelf te maken. Maar hij kan ook op zijn keuzes worden aangesproken.

Protestgeneratie

Er ontstond in de jaren zestig een materialistische wereld. In de VS kwam het eerste protest tegen die wereld op gang eind jaren vijftig. Dat is het begin van de zgn. beatgeneration.
Politiek interesseerde hen niet en zij hadden een grote afkeer van de prestatiemaatschappij.
In Parijs leidde de drang tot vernieuwingen tot uitingen van geweld en rellen. De jaren zestig worden de jaren van de culturele revolutie. Ook minderheidsgroepen laten zich horen; de invloed van televisie en andere media is enorm groot.
Verwerking van de oorlog

Het grote aantal oorlogsboeken geeft aan hoeveel indruk deze gebeurtenis heeft gemaakt op schrijvers en dichters. Enkele voorbeelden zijn ‘het achterhuis’ van Anne Frank en ‘het verstoorde leven’ van Etty Hillesum.
Ook in de oorlog speelt literatuur een grote rol, vooral in het verzet.
Voorbeelden van dichters uit de oorlog zijn Eluard en Jan Campert.
In de Nederlandse literatuur is oorlog een thema dat vaak voorkomt en ook vaak is verfilmd. Het bittere kruid’, en ‘de aanslag’ zijn enkele voorbeelden hiervan.

Existentialisme in de literatuur

In de literatuur komen een aantal motieven steeds terug:
- Vervreemding: de mens ontdekt dat hij zelf de zin van het leven moet invullen en dat maakt hem angstig.
- Absurditeit: het leven wordt als volstrekt zinloos ervaren. Dit is terug te lezen in werk van W.F. Hermans. De hoofdpersoon ziet geen gat meer in het bestaan.
- Grenssituaties: om tot ‘bestaansverheldering’ te komen wordt de mens in verhalen in grenssituaties geplaatst; dood, lijden, schuld. In die situaties worden vragen gesteld, waarop alleen subjectief beantwoord kan worden.
- egocentrisme en het doorbreken van seksuele taboes
- engagement: De mens moet partij kiezen in de wereld

Het experiment in de poëzie

Ook de traditionele vorm van proza en poëzie worden ter discussie gesteld. Alle takken van kunst beïnvloeden elkaar en soms leidt dat tot een nieuwe eenheid.
Het experiment wordt een belangrijk thema, vooral in de poëzie. De experimenten borduren verder op de ideeën van het surrealisme, expressionisme en het dadaïsme. Deze mensen worden ook wel neo-avantgardisten genoemd. Hij is iemand die zich er van bewust is op een nieuwe drempel in de tijd te staan. Zij ervaren het leven positief. Zij willen de wereld ontdekken.
Alles moest tot onderwerp van de poëzie worden gemaakt; dat vonden o.a. Lucebert, Kouwenaar, Rodenko en Hugo Claus.
Veel schrijvers hadden dezelfde ideeën, maar wilden niet tot een groep gerekend worden.

Terwijl het proza na de oorlog de mens in een sombere, zinloze wereld afschildert, proberen de dichters het leven te vitaliseren.
Het experiment mag volgens hen op geen enkele wijze beperkt worden.
Beeldspraak is geen middel meer, maar wordt geheel zelfstandig. Er is een geheel vrije versvorm.
Kenmerken:
- alles kan onderwerp van poëzie zijn
- opeenstapeling van losse woorden
- veel ‘lichamelijke’ beeldspraak
- vrije versvorm
- invloed van jazzmuziek

Experimenteel proza: le nouveau roman

Het is volgens deze schrijvers onmogelijk in deze wereld tot de waarheid door te dringen als men blijft vasthouden aan romantraditie, die gebaseerd is op de analyse van gevoelens en karakters. Men wilde een nieuwe roman: le nouveau roman. Een roman waarin gezocht wordt naar een uitdrukkingsvorm waarin heden, verleden, ware werkelijkheid en mogelijke werkelijkheid in elkaar zouden overvloeien.
In dit soort romans moet de lezer zelf uit de manier waarop zaken worden beschreven een verhaal construeren.
In ons land vinden we deze stijl bij Simon Pollet en Ivo Michels.
Kenmerken:
- veel aandacht voor beschrijvingen
- doorbreken van chronologie
- niet duidelijk gekarakteriseerde en naamloze personages
- auteur geeft geen interpretatie
- lezer moet zelf het verhaal construeren

Neorealisme in de poëzie

Nu is het de werkelijkheid die men wil laten zien en niet een verpakking er van. Men wilde geen poëzie van beelden meer geven.
Deze kunstopvatting vindt haar oorsprong in het dadaïsme van na de 1ste wereldoorlog. In de beeldende kunst leidt dit tot de pop-art, van Andy Warhol en Roy Liechtenstein.
Opnieuw moesten alle elementen van het dagelijks leven onderwerp worden in gedichten.
Volgens sommigen konden zelfs telefoonboeken en adreslijsten literatuur zijn.
‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.
Uitgangspunten:
- poëzie is een persoonlijke selectie uit de werkelijkheid
- onderscheid literaire en andere teksten is kunstmatig
- poëzie is woord én beeld
- persoonlijke emotie moet worden uitgebannen

Neorealisme in proza en theater

Er ontstaat hier ook een behoefte om de werkelijkheid weer te geven zoals zij is.
In proza geeft de schrijver zich helemaal bloot. Ook persoonlijk getinte rapportages zijn niet uit den boze. Gedocumenteerde literatuur is de enige manier om de werkelijkheid juist weer te geven. In ons land is Harry Mulisch hier de bekendste schrijver van.

De Beatgeneration

Eind jaren zestig ontstaat de drift om te zwerven en te avonturieren. In ons land is het vooral de schrijver Jan Cremer die deze drift in zijn werk tot uitdrukking brengt. Het gaat hem om sensatie en avontuur.
In de muziek zijn het de Beatles die tot deze stroming gerekend worden.

Doorbreking van het seksuele taboe

Voorheen kon expliciete seksualiteit niet worden uitgebracht. In de aren zestig wordt dit taboe steeds verder doorbroken.
Literatuur en maatschappijkritiek

Literatuur moest direct reageren op de actuele en maatschappelijke politieke gebeurtenissen.
De maatschappijkritiek is een veelvoorkomend thema van de neorealistische proza en de gedocumenteerde proza.

Van het Reve

Met zijn boek ‘de avonden’ waarin de kleinburgerlijkheid van het naoorlogse Nederland aan de kaak wordt gesteld, schokt hij de literaire wereld. Het boek geeft het tijdsbeeld van hoe de jongeren na de oorlog leven, denken en handelen. Na een hoop pessimistische gedachten komt hij uiteindelijk tot een hoopgevende conclusie; de aanvaarding van je bestaan.

W.F. Hermans

In zijn werk zit helemaal geen hoop meer. Zijn thema is de volstrekte zinloosheid van het bestaan, waarin communicatie tussen mensen wordt beïnvloed door toeval en onbegrip.
Systemen verhullen de werkelijkheid, maar als je ze weghaalt, ontstaat er onmiddellijk chaos.
Het Nederlandse proza in de jaren 45-60 zou bestempeld kunnen worden met ontluisterd realisme.

Louis Paul Boon

Hij wil een beeld schetsen van het ellendige leven van de arbeider, die zijn hele leven wordt uitgebuit.

Hoofdstuk 9; moderne literatuur (1970-heden)

Op maatschappelijk gebied laten vrouwen hun stem horen, op godsdienstig gebied verliezen de kerken steeds meer macht en de koude oorlog laait weer op. Economisch gaat het in de jaren zeventig en tachtig slecht, maar verbetert de situatie in de jaren negentig, wanneer de kloof tussen rijk en arm groter geworden is.
Ook het milieubesef neemt vanaf de jaren 70 toe. Ook is er een toenemend terrorisme.

Ideeëngeschiedenis

In de jaren zeventig is de stemming wat meer pessimistisch. De samenleving wordt een samenloosheid, gekenmerkt door verveling en doelloosheid. Er ontstaat een sterke ik-gerichtheid.

Postmodernisme

De postmodernistische mens vraagt zich af of het geen illusie is te geloven in de vooruitgang. De menselijke geest is niet in staat systemen te bedenken om de wereld mee te ordenen. De wereld is onbegrijpelijk en ongrijpbaar.
Niets staat meer vast, alles is veranderlijk, alles is een illusie, maar daarmee is ook alles relatief. Het leidt tot een ironische houding.
Pluralisme- men moet niet proberen een sluitend geheel te maken van verschillende culturen
Pragmatische levensstijl- reageren op specifieke situaties, korte-termijnoplossingen en flitsende berichtgevingen.
No-nonsense en New Age

De samenleving wordt een consumptiemaatschappij. Normen en waarden vervagen omdat ze een sta-in-de-weg zijn.
Tegenover die maatschappij ontstaat een tegenbeweging. Het samenhangende en overstijgende moet weer aandacht krijgen, zoals in New Age en het Holisme.

Literatuurgeschiedenis

Een aantal kenmerkende ontwikkelingen zijn-
- postmodernisme
- feminisme
- toenemende subjectivering
- terugkeer van het verhaal
- vercommercialisering en internationalisering

Postmodernisme in de literatuur

De postmodernistische schrijver is van mening dat de subjectieve werkelijkheid niet bestaat. De roman kan wel een persoonlijke wereld oproepen, maar die wereld is op geen andere manier betrouwbaar of echt.
Veelvormigheid is dus het belangrijkste kenmerk van de postmoderne literatuur.

Een schrijver kan een herkenbare wereld schetsen en de lezer in verwarring brengen door het invoegen van fictionele elementen die totaal niet overeenkomen met de echte wereld. Dat wordt metafictionaliteit genoemd.

De schrijver probeert in deze periode een wereld op te roepen met taalgebruik.
Ook het genre is belangrijk. Het genre heeft een invloed op de manier waarop de werelden die worden beschreven tot stand komen.
De schrijver maakt veel gebruik van bestaand werk.

Feminisme in de literatuur

Er is sprake van de deconstructie van het ideologische beeld van de vrouw. De feministische literatuur heeft als thema de onderdrukking van de vrouw.
Hiernaast is ook een literatuur waarin vrouwelijke denkbeelden worden verbeeld.

Toenemende subjectivering en terugkeer van het verhaal

Het subject, de ´ik´ gaat een belangrijke plaats innemen in het verhaal. Persoonlijke ervaringen worden weer leidraad in het verhaal. Veel romans krijgen dan ook een autobiografisch karakter.

Commercialisering en internationalisering


Boeken worden steeds meer als een product gezien. Kranten gaan culturele bijdragen leveren.
De literatuur heeft hierdoor een internationaler karakter gekregen.


Cees Noteboom
Stelt op speelse wijze de verhouding tussen werkelijkheid en fictie aan de orde.

Willem Brakman
Schrijft opeenstapelingen van onlogische gedachten en handelingen. Het is een weergave van de gefantaseerde wereld waarin de arme, begaafde mens leeft.

Thomas Rosenboom
De auteur speelt met verhalen uit het verleden. Hij gebruikt allerlei genres door elkaar. De historische kennis van de schrijver wordt opgefrist.

Anja Meulenbelt
Schreef het politieke programma van het feminisme in romanvorm. De boodschap was dat de vrouw zich volledig innerlijk moest bevrijden. Het boek geeft ook een beeld van de vrouwenbeweging uit de beginjaren.

Renate Dorrestein
In al haar werk speelt feminisme een belangrijke rol. Met name de vanzelfsprekendheid waarmee mannen over vrouwen denken stelt zij aan de kaak. De werkelijkheid van angsten, ideeën en verlangens van de hoofdpersonen is heel belangrijk. Ziju wordt ookwel de femme gothic genoemd, vanwege haar verwantschap met de gothic novel uit de tijd van de romantiek.

Maarten ´t Hart
Hij behandelde veel populaire thema´s in een beetje uitdagende vorm. Hij wil de werkelijkheid opsieren. Veel autobiografische elementen komen in zijn boeken voor.

A.F. Th. Van der Heijden
Ook zijn jeugdherinneringen spelen bij hem een rol. Fictie en feiten zijn in zijn werk moeilijk te onderscheiden. De personages van één van zijn werken, zijn een karakterisatie van de generatie die in een tijd leeft waarin men zijn tanden niet laat zien.

Adriaan van Dis
Opvallend is zijn zorgvuldige stijl. Hij herschrijft en schaaft voortdurend aan zijn proza. Het gaat Van Dis om het ´mooie´ van de taal.
Tweeslachtigheid is de rode draad door zijn werk.

Margriet de Moor
Volgens haar is onze waarneming te beperkt en het beeld dat we van elkaar hebben te onvolledig. Er is meer dan één werkelijkheid.

Hugo Claus
Hij heeft een aversie tegen het schijnheilige katholicisme. Zijn hele oeuvre is een aanklacht daartegen.
Hij toont een grote variatie aan vormen en stijlen.

Harry Mulisch
Onze werkelijkheid is geen toevallig gegeven. Toeval bestaat niet, alles heeft een diepere betekenis. De tijd ontwikkelt zich volgens een vast patroon. Je moet mythen en symbolen in gebeurtenissen herkennen. In zijn werk ´de ontdekking van de hemel´ komen alle motieven, mythologische en historische aspecten van zijn theorie bijeen.

In de jaren negentig kenmerken de schrijvers zich door hun oppervlakkigheid. Ze hebben vaak geen enkele bedoeling met het schrijven.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

G.

G.

Flaubert was een naturalist, geen realist. :)

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast