paragraaf 1 Inleiding
Het gebruik maken van de nieuwe media brengt gevaren met zich mee.

Paragraaf 2 Internet en Social media
2.1 Het internet
Het ‘World Wide Web’ is een netwerk van computernetwerken over de hele wereld. Computers kunnen met elkaar in contact komen, waardoor we kunnen communiceren.

De opkomst van informatietechnologie heeft enorme maatschappelijke en culturele gevolgen:
- Computer- en ict-systemen zijn doorgedrongen tot in alle sectoren van de samenleving
- Een verandering van de westerse economie van een productie- naar een kennis- en diensteconomie.
- Automatisering en informatisering hebben in vele organisaties geleid tot banenverlies.
- Een mondialisering van het bewustzijn van mensen.
- Mensen en groepen kunnen zich snel en efficiënt politiek en maatschappelijk organiseren.
- Electronische registratiesystemen worden steeds meer gebruikt, Privacygegevens worden bewaard en gebruikt.
- Het moderne computergebruik brengt gezondheidsrisico’s met zich mee.

2.2 Social media
Social media: benaming voor internettoepassingen waarmee het mogelijk is om informatie te delen op een gebruiksvriendelijke en aantrekkelijke manier. De informatie wordt gedeeld in tekst, geluid en beeld.
Een belangrijk kenmerk van Social media is dat ze worden gevormd en onderhouden door de gebruikers. De content die door gebruikers wordt geleverd noem je ‘User generated content’. Social media platforms kunnen worden gezien als community’s (gemeenschappen) of netwerken. Mensen verbinden zich aan elkaar en communiceren met elkaar. Interactie tussen de gebruikers is een belangrijk kenmerk van social media.

Voordelen Social media:
- Snelle informatievoorziening
- Actuele informatievoorziening
- Mogelijkheid van communityvorming
- Mogelijkheid van personal branding

Zwakke punten van Social media:
- Het gebruik is soms anoniem en individueel, geen fysieke sociale controle.
- Onbetrouwbare informatie.
- Slechte beveiliging van persoonlijke gegevens

2.3 Sociale media en behoeftebevrediging
Mensbeeld van humanistisch psycholoog Abraham Maslow
 is dat de mens een vijftal behoeften heeft:
- Behoefte aan lichamelijke veiligheid en zekerheid
- Sociale behoeften
- Behoefte aan erkenning, waardering en zelfrespect
- Behoefte aan zelfontwikkeling (zelfactualisatie)
- Behoefte aan zelfverwerkeling

Maslow sprak over een behoeftehiërarchie: een rangorde in behoeften. Eerst de basisbehoeften en daarna de hoger gelegen behoeften met als hoogtepunt zelfverwerkelijking.

Paragraaf 3 Techniek
3.2 Wat is techniek?
In onze cultuur word het woord techniek gebruikt voor apparaten en machines. Dingen die door de mens gemaakt zijn om het leven beter te maken. Ook gebruiken we het woord voor bepaalde vaardigheden. Bij het begrip techniek gaat het steeds om automatisering.
De uiteindelijke definitie van techniek: materiële voorwerpen, procedures en vaardigheden, gebaseerd op automatismen, die voor mensen nuttig en aangenaam zijn.

3.3 De instrumentele en sociale opvatting van techniek
Techniek wordt vaak gezien als een middel om een bepaald probleem op te lossen of een bepaald doel te bereiken. Dit noemen we de instrumentele opvatting over techniek.
Een technisch ontwerp produceert een bepaald effect op mensen en heeft een bepaalde betekenis. Effecten en betekenissen hoeven niet altijd bedoeld te zijn. Technische ontwikkelingen hebben invloed op de cultuur. Hier spreken we over de sociale opvatting over techniek.

Bij de introductie van technische vernieuwingen kunnen ook onbedoelde effecten optreden:
- Misbruik van technische middelen
- Culturele gewoonten die ongewenst zijn
- Milieubelasting
- Gebruik van technische middelen door criminelen

Paragraaf 4 Verdiepingsstof: Geschiedenis van de techniek
4.1 Inleiding
Techniekfilosoof René Munnik onderscheidt in de geschiedenis van techniek 3 tijdsperiodes:
- Werktuigtechniek
- Machinetechniek
- Informatietechniek.

4.2 Werktuigtechniek
Deze fase loopt van het begin van de mensheid tot ongeveer 1700. Werktuigen waren de enige vorm van techniek en werden gezien als een verlenging van het lichaam. De werktuigtechniek is verbonden met het voorwetenschappelijk denken.

De fase van de werktuigetechniek is verbonden met een cultuur die gekenmerkt word door:
- Kleinschalige gemeenschappen
- Traditionele sociale verhoudingen
- Ambachtelijke productie
- Ervaringsgerichte kennis
- Voor een deel mythisch denken

4.3 Machinetechniek
Een machine bestaat uit meerdere delen die met elkaar samenhangen. Kenmerkend voor een machine is zelfregulering. De machine blijft steeds doorgaan. In de 17e eeuw werden machines automaten genoemd. Machines kunnen werk overnemen van een mens.
Bij het machinetijdperk past de fase van het natuurwetenschappelijk denken. Typerend voor deze fase is ook de inzet van wetenschappelijke kennis in het productieproces. In dit tijdperk is de kennis vooral theoretische kennis.

De machine werd steeds meer het model van hoe de mens naar de werkelijkheid keek. Natuur en mens verloren hun mythisch en goddelijk karakter. Er ontstond een gemechaniseerd wereld- en mensbeeld. De mens werd gezien als een machine.

De opkomst van de machine had maatschappelijke en culturele gevolgen:
- Toename van het gebruik van wetenschap en techniek in de samenleving.
- De Industriële Revolutie
- Mechanische vervoersmiddelen
- Een permanente vernieuwing van productieprocessen
- Sociale conflicten
- Sociale onvrede (banenverlies)
- Het idee van de maakbare samenleving (de mens kan en moet de natuur en de samenleving naar zijn hand zetten)

4.4 Informatietechniek
Een computer kan veel programma’s verwerken, terwijl een machine alleen doet waarvoor hij ontworpen is. Een computer doet pas iets wanneer een bepaald programma (software) gaat draaien. Bij een machine is het direct in de materie (hardware) vastgelegd. Een computer werkt niet zonder programmering. Programmeerbaarheid is een belangrijk kenmerk van een computer.
Bij de ontwikkeling van de computer is de nieuwe wetenschap Informatica ontstaan. Deze houdt zich bezig met de theoretische grondbeginselen van de verwerking van informatie en de toepassing daarvan in computersystemen. Ook ICT (informatietechnologie) kwam op.

4.4 Informatietechniek
Een computer kan veel programma’s verwerken, terwijl een machine alleen doet waarvoor hij ontworpen is. Een computer doet pas iets wanneer een bepaald programma (software) gaat draaien. Bij een machine is het direct in de materie (hardware) vastgelegd. Een computer werkt niet zonder programmering. Programmeerbaarheid is een belangrijk kenmerk van een computer.
Bij de ontwikkeling van de computer is de nieuwe wetenschap Informatica ontstaan. Deze houdt zich bezig met de theoretische grondbeginselen van de verwerking van informatie en de toepassing daarvan in computersystemen. Ook ICT (informatietechnologie) kwam op.

Voordelen van de opkomst van ICT:
- Verhoging van productiviteit, welvaart en comfort.
- Betere medische apparaten, verbetering van medische technieken
- Hoger niveau van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs
- Snelle en directe beschikbaarheid van informatie, producten en diensten
- Terugdringing van eentonige arbeid
- Mogelijkheden voor vermaak, sociaal contact, etc zonder uit huis te hoeven
- Betere kwalitiet van leven voor mensen met een handicap
- De overheid kan misdaad efficiënter en effectiever bestrijden
- Economische ontwikkeling voor arme landen en gebieden

Nadelen van de opkomst van ICT:
- Privacy staat onder druk
- Problemen met het auteursrecht
- Manipuleren van informatie op internet voor politieke doelen
- Manipuleren van informatie op internet voor commerciële doelen
- Misbruik door criminelen en terroristen
- Druk op werkgelegenheid en op het milieu
- Specifieke gezondheidsproblemen

Paragraaf 5 Verspreiding, vastlegging en gebruik van persoonlijke gegevens
Mensen kunnen veel informatie over jou vinden op het internet. Bedrijven maken gebruik van de pagina’s die je bezoekt voor advertenties en werkgevers zoeken informatie over hun sollicitanten. Er zijn ook gespecialiseerde internetbedrijven die informatie verzamelen en doorverkopen aan andere bedrijven. Zo kunnen zij gerichte reclameacties op het internet zetten. Dit noem je ‘online behavioural targeting’. Op het web wemelt het van Cookies: tekstbestandjes die op jouw computer geplaatst worden. Door cookies kunnen servers bijhouden wat jij doet op het internet. Bij Google worden er gebruikersprofielen gemaakt die worden verkocht of geveild. Dit laatste heet ‘real time bidding’.

Steeds meer groeien we naar een glazen samenleving: een samenleving waarin er steeds meer bekend is van burgers. In het mobiele internet wordt ‘location based services’ belangrijker. Dit is het aanbieden van diensten op basis van informatie over de locatie van de gebruiker doormiddel van GPS. Ook zal ‘cloud computing’ toenemen. Een plek waar al je databestanden worden opgeslagen ergens in de ‘cloud’. Ook kun je woningen en soms ook personen en auto’s bekijken in ‘Google street view’.

Andere voorbeelden van een glazen samenleving:
- Datamining door winkels en horeca-instellingen om patronen in aankoopbedrag te herleiden.
- De Telecommunicatiewet verplicht aanbieders om gegevens van gebruikers minimaal 6  en maximaal 24 maanden te bewaren.
- De overheid kan door het BSN burgers makkelijk identificeren.
- In de databank is het DNA van meer dan 100.000 burgers vastgelegd.
- De overheid en maatschappelijke organisaties hebben veel kennis over burgers door satellietfotografie
- Uitgebreid cameratoezicht in openbare ruimten.

Paragraaf 6 Privacy als een relatief probleem
6.2 Voordelen van gegevensverzameling en –bestanden
Gegevensbanken leveren veel voordelen op:
- Veel mensen vinden het fijn dat mensen weten wat hun behoeften zijn.
- Politie en justitie kunnen beter hun werk doen.
- De overheid is beter in staat om terrorisme te bestrijden.
- Hulpverleners en zorginstelling kunnen efficiënter en effectier hulp en zorg verlenen.

6.3 Initiatieven voor privacybescherming vanuit de samenleving
Initiatieven om de veiligheid en privacy van burgers te versterken:
- In de grondwet zijn artikelen opgenomen voor bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
- Wet Bescherming Persoonsgegevens
- Een deel van de bedrijven verzamelt geen informatie over gevoelige zaken.
- Marktonderzoekers en adverteerders stellen zelf gedragcodes op voor privacybescherming.
- Je kunt je inschrijven voor het volg-me-niet-register. Zo wordt hun surfgedrag niet gevolgd.
- De actiegroep Vrijbit zet zich in voor het recht op privacy, vrije communicatie en toegang to informatie.
- De stichting Wolf heeft projecten om leerlingen meer bewust te maken in de digitale wereld,
- Bits of Freedom komt op voor vrijheid en privacy op het internet.

Paragraaf 7 Een pleidooi voor de waarde van privacy
Twee Amerikaanse rechters: Warren en Brandeis, formuleerde het recht op prvacy als: The right to be let alone. Ze grepen daarbij terug op de bescherming van het domein van de individuele vrijheid, zoals dat geformuleerd was door filosoof John Stuart Mill. Hiermee werden de eigen gevoelens, overtuigingen en eigen gewetsen van de burger bedoeld. In de twinistigste eeuw werd het recht op privacy een liberaal vrijheidsrecht.

Dit had twee belangrijke dimensies:
- Het recht van een privépersoon zich terug te trekken.
- Het recht op de vrijheid van levenswijze.

Tegenwoordig wordt het recht van vrijheid ook gekoppeld aan informationele vrijheid: zelf kunnen bepalen wie welke informatie over ons krijgt.  Als je weet dat je word beken gedraag je je anders. Zo heb je niet een volledige vrijheid van levenswijze. De mens heeft recht op informationele zelfbeschikking. Je moet weten wie wat wanneer over je vastlegt en daar toestemming voor moeten hebben gegeven.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.