Levensbeschouwing samenvatting Hoofdstuk 3 Ethiek (een overzicht)
§2.2
Optiek = benadering (invalshoek met een eigen aandachtsveld)
Er zijn verschillende soorten optiek
§2.3
Ethische optiek = de benadering dat mensen (uiteindelijk) goed behoren te handelen
- Goed: Menswaardige handeling
- Behoren: Ethische uitspraken te herkennen aan:
1. Oordeel over goed en kwaad
2. Moeten, dienen of behoren
Ethische uitspraken = normatieve uitspraken = uitspraken over hoe de werkelijkheid eruit zou behoren te zien, volgens degene die de betreffende uitspraak doet
Empirische uitspraken = uitspraken over hoe de werkelijkheid feitelijk in elkaar steekt, volgens degene die de uitspraak doet


- Handelen: Het gaat er niet om wat je denkt, maar om wat je doet
§2.4
Verantwoordelijkheid:
1. Antwoord (rekenschap) geven
2. Elkaar bepaalde taken geven of plichten toewijzen om voor iets of iemand te zorgen
3. Deugden = kwaliteiten die van een mens een goed mens maken
Verantwoordelijkheid gedragen door:
1. Individuele personen
2. Groepen mensen
3 voorwaarden voor verantwoordelijk zijn:
1. Iemand is vrij in zijn handelen
2. Kennis hebben van een bepaalde zaak
3. De vermogens en de vaardigheden hebben om daadwerkelijk invloed uit te oefenen
§3.2
Waarden = opvattingen over wat uiteindelijk belangrijk is in het leven en nastrevenwaardig (waarom ...)


Instrumentele waarde = een waarde die geen doel in zichzelf is, maar in dienst staat van een andere, hogere waarde
Intrinsieke waarde = een waarde in zichzelf, dus zonder verder extern doel
Normen = bepaalde (bindende) verwachtingen over het gedrag van mensen
Waarden en normen vormen samen de moraal.
Moraal = het geheel van feitelijke aanwezige waarden en normen
Ethiek als wetenschap = het kritisch nadenken over de moraal, vanuit een oogpunt dat het goede gedaan behoort te worden
Er zijn verschillende 'toegepaste ethieken', zoals medische ethiek, bedrijfsethiek en ethiek van de journalistiek.
§3.3
2 visies:
1. Ethisch absolutisme = visie die ervan uit gaat dat er onafhankelijk van plaats, tijd en omstandigheden gesproken kan worden van universele, altijd en overal geldende waarden en normen
- Beschrijvende (empirische) variant = geeft aan dat er waarden zijn die feitelijk altijd gelden, dus overal nageleefd worden
- Voorschrijvende (normatieve) variant = ieder mens moet zich houden aan bepaalde universele waarden
2. Ethisch relativisme = waarden en normen zijn relatief (betrekkelijk). Het gaat ervan uit dat waarden en normen afhankelijk zijn van de context waarbinnen mensen handelen
Moraal is afhankelijk van o.a. plaats, omstandigheden, sociale groepering en tijd.
§4.1
Ethische visies (theorieën) = opvattingen over hoe wij ons behoren te gedragen
§4.2
Er zijn verschillende ethische visies (theorieën):
Gevolgenethiek = bij het zoeken van een ethische oplossing naar de gevolgen kijken (het resultaat)
Hedonisme = ethische visie die er vanuit gaat dat die beslissing of handeling ethisch juist is die in zijn gevolgen het meeste genot oplevert
- Epicurus: een hedonist dient goed gebruik te maken van zijn verstand
- Thomas Hobbe: de mens is steeds op zoek naar een optimaal genot voor zichzelf
Eudemonisme = 'lust' wordt vervangen door geluk
- Eudemonia = gelukzaligheid = het gevoel van welbehagen
Utilisme = ethische theorie die ervan uit gaat dat die handeling of beslissing ethisch juist is die in zijn gevolgen het meeste nut oplevert (John Stuart Mill en Jeremy Bentham)
§4.3
Beginselethiek = één centraal beginsel: waardigheid van de menselijke persoon
- Immanuel Kant: de kwaliteit van ons handelen moet worden beoordeeld naar de goede wil van degene die handelt
Een paar van zijn ideeën:
- Ethisch handelen kan alleen op basis van vrijheid
- Een handeling is ethisch goed uit plichtsbesef
- De beginselethiek
§4.4
Deugdenethiek = gezindheid van degene die handelt centraal
4 deugden van Plato:
1. Wijsheid
2. Dapperheid
3. Matigheid
4. Rechtvaardigheid
§4.5
De Christelijke ethiek bestaat niet.
3 richtingen van de plaats van de bijbel:
1. Normen rechtstreeks uit de bijbel
2. Perspectieven voor de moraal uit de bijbel
3. Alleen levensbeschouwelijke kaders uit de bijbel
§5.2
Er zijn 5 aspecten te onderscheiden in een ethisch proces:
1. Ethische gevoeligheid
2. Ethische analyse
3. Ethisch oordeel
4. Ethische motivatie
5. Ethisch handelen
Een ethische analyse wordt behandeld aan de hand van een stappenmodel.
De 8 stappen:
1. Het formuleren van de case
2. Welke optieken spelen een rol
- Economische optiek
- Juridische optiek
- Ethische optiek
3. Welke waarden spelen een rol
- Welvaart en arbeid (optiek 1)
- Legaliteit en gelijkheid (optiek 2)
- Gelijkheid, welvaart en arbeid (optiek 3)
4. Wat is het ethische probleem
5. Welke stakeholders spelen een rol
- Stakeholders = belanghebbenden bij een bepaalde situatie
6. Wie is moreel aanspreekbaar
7. Welke aanknopingspunten geeft de ethische code
- Ethische code = regels voor hoe je met ethische problemen moet omgaan
-- Beroepscode
-- Bedrijfscode
-- Branchecode
8. Het formuleren van een oplossing
- Standpunt
- Argumenten
- Waarom niet andere standpunten
In alle stappen speelt communicatie een belangrijke rol
Motiveren van een ethische mening is moeilijk door:
- Gemakzucht
- Eigen belang
- Je voelt je niet verantwoordelijk
- De invloed van de omgeving
Voorbeeldfiguren = personen die idealen hebben en ook staan voor hun idealen
Bij ethiek gaat het er dus om dat je je oordeel omzet in een bepaalde handeling

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.