De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Samenvatting Hoofdstuk 3 Inleiding Ethiek

Een ander woord voor benadering is optiek. Een optiek is de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt.
De ethische optiek is de benadering dat mensen het uiteindelijke goede behoren te doen. In deze definitie gaat het om drie kernbegrippen: 1) het (uiteindelijke)goed, 2)behoren, 3)doen
Bij de ethische optiek stellen we ons dus de vraag: is ons handelen uiteindelijk menswaardig te noemen.
Ethische uitspraken kunnen we vooral herkennen aan de zinnen waarin de werkwoorden ‘moeten’ of ‘behoren’ in voorkomen.
Er zijn twee verschillende soorten uitspraken: IS-uitspraak & MOET-uitspraak.
Bij een ‘is-uitspraak’ wordt een uitspraak gedaan over hoe de werkelijkheid feitelijk in elkaar zit, volgens degene die waarneemt. Het gaat dus om de feiten. Bij een ‘moet-uitspraak’ geeft men aan hoe de werkelijkheid in elkaar zou behóren te zitten, volgens degene die de betreffende uitspraak doet.

De ethische optiek is ook een praktische optiek. Het gaat om handelen, ons doen en laten. Het gaat er dus uiteindelijk niet om wat je denkt maar om wat je doet!
Ethische visies zijn standpunten (meningen) over hoe wij ons behoren te gedragen.
Optiek is een bepaalde invalshoek of benaderingswijze. Een ander woord voor standpunt is (eigen) mening of visie.
Ethische visies zijn standpunten die worden ingenomen binnen de ethische optiek. Het zijn opvattingen over hoe wij ons behoren te gedragen. 2 redenen om deze visies te gebruiken: 1) Om een oordeel te geven over bepaalde ethische problemen
2) Om het handelen (vaak achteraf) te rechtvaardigen.

Twee belangrijke stromingen in de ethiek: gevolgenethiek en beginselethiek.
Gevolgenethiek: gaat om de gevolgen van ons handelen. Definitie van gevolgenethiek is: díe handeling is juist die in zijn gevolgen een bepaald doel realiseert. Een bekend voorbeeld van een gevolgenethische visie is het utilisme.
Utilisme betekent ‘nuttig’. Je moet datgene doen wat het meest nuttig is voor de samenleving in z’n geheel.
Bij beginselethiek wordt steeds een beginsel als uitgangspunt genomen voor de ethische beslissing. Een ander woord voor beginsel is principe. Een definitie van beginselethiek is: bij de oplossing van een ethisch probleem dient steeds recht te worden aan en of meer beginselen. Met andere woorden: het beginsel dient zonder meer toegepast te worden

De ethiek van Immanuel Kant: het gevolg van het handelen is niet belangrijk, het gaat erom of je een goede bedoeling hebt. Jouw instelling behoort te zijn bewust het goed te doen. Kant onderscheidt twee vormen van handelen: handel uit neiging en handelen uit plichtsbesef. Ethisch handelen is per definitie handelen uit plichtsbesef, zegt Kant. De waardigheid van de menselijke persoon: in praktijk betekend dit dat wij als mensen respect dienen te hebben voor onze medemens.

Ethiek richt zich vooral op wat een menswaardig leven is terwijl het hart van levensbeschouwing de zinvraag is (de zin van afzonderlijke dingen maar ook van het leven in zijn geheel).
De christelijke ethiek bestaat niet. Er zijn wel een aantal waarden centraal:
1) God liefhebben-> mensen kunnen veel zelf maar niet over alles hebben ze wat te zeggen zoals geboorte
2) Naastenliefde-> betekent ook streven naar rechtvaardigheid.
3) De waarde van het menselijk leven-> we moeten dankbaar zijn voor elk menselijk leven, iedereen is uniek.
4) Vrijheid-> Echte vrijheid is volgens christenen een vrijheid die anderen niet benadeelt.

In een ethisch communicatieproces wordt informatie uitgewisseld die betrekking heeft op ethiek.
Communicatie levert dus een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van je eigen mening.
In onze samenleving bestaan méérdere ethische visies naast elkaar-> plurale samenleving. ‘Pluralis’ betekent veelvoud, meervoud. Er bestaan meerdere visies naast elkaar.
Ethische opvattingen hangen vaak samen met belangen die mensen hebben. Belangen zijn handelingen, maatregelen of praktijken die door mensen als voordelig voor henzelf worden gezien.
Gelijkheid wordt als beginsel gehanteerd te worden. Een ideale ethische eindbeslissing heeft als kenmerk dat álle belangen zijn mee gewogen.
Bereidheid tot dialoog tonen: je inleven in de standpunten van anderen. Naast de belangen dienen de deelnemers aan een ethische discussie ook de belangen van de rest van de samenleving mee te wegen bij hun uiteindelijke standpunt.
Duidelijkheid: steeds afvragen wat er precies bedoeld wordt met een bepaald begrip.
Redelijkheid betekent letterlijk verstand. Een ethische discussie wordt gevoerd met verstandelijke redenen. Bij een morele beslissing dienen de beste argumenten de doorslag te geven.
Je moet in een ethisch gesprek met goede argumenten komen. Een argument is goed als de redenen die iemand aanvoert ter zake doen. Dat wil zeggen dat ze betrekking hebben op de inhoud van de ethische discussie.
Generaliseren wil letterlijk zeggen: ‘Veralgemenen, uit afzonderlijke gevallen tot een algemene stelling besluiten en zo alle gevallen over één kam scheren’. Met ongegronde generaliseringen bedoelen we dat algemene conclusies worden getrokken uit slechts enkele gegevens of uit gegevens die niet ter zake doen.
Normen zijn aanwijzingen over hoe mensen zich behoren te gedragen.
Autoriteit; een gezaghebbend persoon.
Bij een persoonsgebonden argument wordt toataal niet ingegaan op de inhoud van een standpunt. Wel wordt iemands standpunt ondermijnd door zijn persoon verdacht te maken.
Bij een feit waaraan verschillende oorzaken ten grondslag liggen , wordt één oorzaak afgezonderd en tot dé oorzaak gemaakt.
Stappenplan:
Stap 1: omschrijving (volledig) van een situatie. Eigen kijk erop.
Stap 2: onderverdeling maken en per “onderdeel” een voorbeeld geven. Onderverdelen in: economische feiten (economische optiek), juridische feiten (juridische optiek), historische feiten (historische optiek), sociale feiten (sociale optiek), biologische feiten (biologische optiek)
Stap 3: welke oorzaken spelen/ zijn van waarde: welvaart, macht, recht op geluk, vrijheid, gelijkheid etc.
Stap 4: ethisch probleem ->in enkele zinnen formuleren, in vraagvorm. Wel of geen positieve discriminatie.
Stap 5: bedrijf (geheel), directie, ondernemingsraad (zij die beslissen), vrouwen (vooral hoogopgeleide) hebben veel te zeggen.
Stap 6: de directie is verantwoordelijk, ze nemen de beslissing. Ondernemingsraad heeft invloed.
Stap 7: eigen mening. Met toelichting en goede argumenten.

Aantekening:
Waarden Ethiek->relatie tussen ethiek & levensbeschouwing
Normen
> geweten

Ethiek is een uiting van levensbeschouwing. Houdt zich bezig met: ‘Hoe ga je met mensen en de wereld om je heen om en waarom is dat zo?’àverschillende antwoorden zijn mogelijk op deze vraag (visies)vanuit verschillende optieken (vanuit welk punt).

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.