Paragraaf 2

Mensbeeld = een doordachte kijk op de mens : op de aard van de mens zelf, zijn verhoudingen tot een ander, de samenleving, de wereld en het bovenaardse.

In een mensbeeld geven we aan wat de aard is van alle mensen.

We onderscheiden een empirisch en een normatief mensbeeld.

Empirisch mensbeeld = we doelen hierbij op een opvatting over hoe de mens feitelijk is. Bv : je kunt zeggen dat de mens een egoïstisch wezen is , en dat kun je ook nog wetenschappelijk onderbouwen.

Normatief mensbeeld = hierin wordt aangegeven hoe een mens behoort te zijn, hoe hij zich behoort te gedragen. Bv: de mens moet zich verantwoordelijk gedragen.

Werkdefinitie van het begrip mensbeeld = een samenhangend geheel  van opvattingen over hoe mensen altijd en over al zijn/ en of behoren te zijn.  Het is dus van belang een onderscheid te hanteren in datgene wat de mens is en Feitelijke aspecten die kenmerkend zijn voor de mens

  • De mens is een lichamelijk en geslachtelijk wezen.
  • De mens is een sociaal wezen.
  • De mens is een zelfbewust wezen
  • De mens is een levensbeschouwelijk wezen

 

Paragraaf 3

Deze paragraaf gaat het over het mensbeeld van filosoof Thomas Hobbes.

De tijd waarin Hobbes leefde:

  • Opkomen van kapitalisme; toenemend concurrentie-denken
  • Mensen worden individualistischer. Het ik denken komt in plaats van het wij wenken.
  • Invloed van kerk en christendom in de maatschappij wordt minder. Geloven is een privézaak

Mensbeeld van Hobbes:

  • De mens is van nature een egoïstisch wezen. Hij wordt gedreven door eigenbelang.
  • Een belangrijk kenmerk van de mens is Begeerte : de begeerte naar middelen om de eigen behoefte te bevredigen. Met deze begeerte hangen menselijke eigenschappen samen zoals concurrentie, trots en wantrouwen.
  • Natuurtoestand : een beeld van een samenleving zoals die er uit zou zien als de mensen aan zichzelf overgelaten zouden zijn. > geen overheid en geen afspraken tussen mensen. Verzameling individuen die absoluut niet sociaal zijn en desnoods met geweld hun doelen nastreven. Een oorlog van allen tegen allen. ‘de mens voor andere een wolf is’
  • Hij vind dat mensen naar vrede moeten streven.
  • Sociaal contract : een contract tussen alle mensen, waardoor zij hun rechten overdragen aan een heerser die zij gehoorzaamheid verschuldigd zijn. De mensen leveren dus vrijheid in ten gunsten van collectieve vrede. Zonder dit contract zouden mensen moeten vrezen voor hun leven.
  • De onderdanen moeten de heerser gehoorzamen
  • Als de heerser tekort schiet, houdt het contract op te bestaan en hoeven de onderdanen niet langer gehoorzaam te zijn. Dit recht op verzet is nieuw in vergelijking met de middeleeuwen, waar alle gezag van god kwam.
  • Er is geen natuurlijke behoefte aan samenzijn. Het is een middel van zelfbehoud. Juist verstand en zelf behoud  zijn vanaf de tijd van Hobbes tot op de dag van vandaag belangrijke begrippen in onze samenleving.

Paragraaf 4

In deze paragraaf gaat het over het mensbeeld van Schot Adam Smith

Het mensbeeld van Adam Smith:

  • Smith benadrukte dat de mens een vrij wezen is.
  • Iedereen zijn gang laten gaan, is de beste voor de samenleving als geheel.
  • De mens is van nature egoïstisch. Dat is prima want dat stimuleert hem om maatschappelijk activiteiten te ontplooien waar behoefte aan is.
  • Het belang van de samenleving is er bij gediend dat burgers hun eigen belang nastreven.

Hoe wordt nu voorkomen dat het egoïsme van afzonderlijke mensen te koste gaat van andere mensen of van de samenleving?:

  • Een economische wetmatigheid : De onderlinge concurrentie tussen mensen en bedrijven zorgt ervoor dat het egoïsme niet te ver gaat.
  • Een psychologische wetmatigheid: mensen die te egoïstisch zijn, verliezen de sympathie van hun medemensen.

Vrije markt economie:

  • de productie middelen dienen in handen van particulieren te zijn.
  • Het is noodzakelijk dat er concurrentie is tussen bedrijven.
  • De overheid moet zich niet bemoeien met t economisch leven
  • Iedereen wordt gestimuleerd om te presteren en het best uit zichzelf te halen.
  • Individuen die hard werken worden beloond
  • Goederen en diensten worden geproduceerd waar behoefte aan is.

De overheid heeft 3 taken

  1. De veiligheid van de burgers garanderen (politie, defensie)
  2. Handhaving van het recht ter voorkoming van onrecht en onderdrukking.
  3. Het verrichten van maatschappelijke nuttige taken, die niemand in de samenleving wil verrichten omdat er geen winst mee te behalen is.

 

 

 

Paragraaf 5

In deze paragraaf zien we het mensbeeld van Karl Marx

5.2

Industrieel kapitalisme > door steeds verdergaande mechanisatie, de inzet van steeds nieuwere machines en door toepassing van technische uitvindingen, groeide de economie enorm.

Overals was sprake van onmenselijke woon en werkomstandigheden.

Kinderarbeid kwam op grote schaal voor.

Hele families moesten werken in de fabrieken.

De tijd waarin het industrieel kapitalisme tot bloei wam, was de tijd van de opkomst van vakbonden en socialistische partijen. Ze kwamen op voor de belangen van de arbeiders.

In 1842 was Karl Marx hoofdredacteur van de krant Die Rheinische Zeitung.

Hij schreef een analyse van het kapitalisme (Das Kapital)

Tweedeling van de maatschappij:

  • Bezittende klasse
  • Arbeiders klasse

Marx verzette zich tegen diegenen die een individualistisch en liberaal mensbeeld hanteerden, zoals Hobbes en Smith. Hij was het eens dat de mensen egoïstisch waren, maar dat waren mensen geworden. De mensen werden gevormd door de barre omstandigheden, waarin ieder voor zichzelf moet opkomen. Mensen worden gewelddadig omdat de maatschappij waarin ze leven gewelddadig is.

Marx verzette zich tegen diegenen die een individualistisch en liberaal mensbeeld hanteerden, zoals Hobbes en Smith. Hij was het eens dat de mensen egoïstisch waren, maar dat waren mensen geworden. De mensen werden gevormd door de barre omstandigheden, waarin ieder voor zichzelf moet opkomen. Mensen worden gewelddadig omdat de maatschappij waarin ze leven gewelddadig is.

Volgens Marx mag je niet zeggen dat de mens een egoïst is, want als de maatschappij verandert de mens mee.

5.3

Er is sprake van een wisselwerking: de mens grijpt in de natuur in, hij verandert de omstandigheden. Vervolgens wordt hij zelf weer door die veranderende omgeving beïnvloed.

De mens is weliswaar veranderlijk, maar in wezen is hij goed en sociaal.

De mens is een arbeidend wezen: een wezen dat zich door zijn arbeid verwekelijkt.

Vervreemding:

  • De arbeider vervreemdt van het product dat hij maakt. De arbeider kan niet beschikken over het product wat hij maakt.
  • De arbeider is vervreemd van het arbeidsproces: de arbeider werkt niet voor zich zelf maar voor een ondernemer
  • De arbeider vervreemdt ook voor zichzelf: hij kan zijn creativiteit niet kwijt in zijn werk. Het werk is vaak eentonig en vervelend.
  • Vervreemden in het kapitalisme de mensen van elkaar: er is veel concurrentie tussen mensen. Alles wordt commercieel

Communisme en rijk van vrijheid :

Marx roept de arbeiders op om zich niet langer te laten uitbuiten door de ondernemers. Op termijn moeten ze het kapitalisme omverwerpen. Uiteindelijk zal er een klasseloze maatschappij ontstaan. Mensen zouden met elkaar samenwerken en niet met elkaar moeten concurreren en strijden. Dit noemde Marx een ideale maatschappij. 

 

 

Paragraaf 6

  • Elk mens laat iets van god zien, elke mens is ook anders: god is de totaal andere.
  • Kenmerken van relatie mens tot mens: liefdevol, rechtvaardig, bemachtig.
  • Het goede bestaan, maar ook het kwade in de mens en brutende mens (natuur “pech”)
  • De definitieve oplossing van het kwaad komt uit het god.
  • De mens heeft de opdracht om het kwaad te bestrijden.
  • Rijk van god = ultimegeluk soms merken we dit al op in vriendschappen maar volledig als we in Gods liefde opgeven (ideale wereld)
  • De mens is niet gelijk aan dier en natuur, maar hij staat daar boven in een zorg-houding: zorg dragen voor het welzijn van dier en natuur
  • Scheppings theologie = van oorsprong zit de schepping harmonieus in elkaar. Mens en dier hebben daarin een eigen zin en plaats de mens heeft een sociale rol gekregen.
  • Maatschappijbeeld: christelijke sociale leer

Liberalisme = de samenleving in een optelsom van individuelen.

Marxisme = overheidsbezit en klassenstrijd

Christendom = de samenleving is een geheel van mensen. En mensen hebben recht op privé bezit.

Paragraaf 7

In deze paragraaf gaat het over het mensbeeld van Sigmund Freud.

Freud is in 1856 geboren en ging medicijnen studeren hij was een jood. Hij ontdekte het onbewuste : een reservoir met driften, verlangens, jeugdervaringen en trauma’s. Freud benadrukte de grote invloed van ervaringen uit de jeugd op hoe een mens zich op een later leeftijd voelt en hoe hij denkt.

Menselijke psyche:

  • Über-ich (geweten)
  • Ich
  • Es (seksuele driften)

Levensdrift ↔ destructie drift (sport/spel)

Es: het es bevat allerlei driften. Driften = de lichamelijke krachten die de behoefte en verlangens van mensen aansturen.

De mens beschikt over twee hoofddriften: seksuele en destructie driften.

Seksuele driften : hierbij is het doel  om te vinden, in stand te houden, steeds grotere eenheden voort te brengen.

Destructie driften : hierbij is het doel om te ontbinden, samenhangen te verbreken, dingen te vernietigen.

Über ich:  hierin zijn twee functies aanwezig

Het ideale-ik : dat is degene die je zou willen zijn

Geweten : dis is een innerlijk besef van goed en kwaad.

Ich : heeft als belangrijkste funcite om compromissen te sluiten tussen de driften en het geweten, dat tussen Es en über-ich.

Freud noemt de twee hoofddriften (seksuele en destructie) Eros en Thanatos.

Hij gaf aan dat seksualiteit vooral te maken heeft met het verkrijgen  van lust in de meeste brede zin van het woord. De energie die voortkomt uit de seksuele drift noemde Freud libido, dit kan gericht zijn op verschillende objecten > jezelf (auto-erotiek) of anderen.

Je kunt niet alle seksuele driften uiten, de driften die niet geuit worden gaan naar het Es.

Sublimering : het vermogen om van oorsprong seksuele  energieën niet op een seksueel object te richten, maar op een ander, maatschappelijke nuttig object.

Cultuur is gebaseerd op de onderdrukking der driften: driftverzaking.

Sublimatie is dus gewenst en noodzakelijk, maar het heeft wel zijn beperking. Een zekere mate van rechtstreeks seksuele bevrediging is volgens Freud noodzakelijk. Het is goed voor de psychische gezondheid en het geestelijke welbevingen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.