Hfst. 1 Heeft het leven zin?

Paragraaf 2 De zin van het leven

Zinvraag: Is de vraag of het leven uiteindelijk de moeite waar is.

Zin: Het heeft te maken met de vraag of we iets, of het leven in zijn geheel, de moeite waard vinden.

Zinbeleving:
1. Zinbeleving betekent dat je een bepaalde situatie als waardevol ervaart.
2. Zinbeleving betekent dat mensen zich in iets of iemand kan herkennen.
3. Zinbeleving heeft ook te maken met fundamentele gevoelens van lust en willen.

Uitleg van de drie kenmerken van zinbeleving:

1. Zinbeleving betekent dat je een bepaalde situatie als waardevol ervaart.

Een zinvolle situatie vertegenwoordigt een of meer belangrijke waarden die je nastreeft. Wanneer mensen een doel voor ogen hebben, is er een basis om zich bij iets betrokken te voelen (engagement) en zich volledig in te zetten voor een bepaalde zaak (commitment).

2. Zinbeleving betekent dat mensen zich in iets of iemand kan herkennen.

Mensen kunnen zich vereenzelvigen met iets of iemand (identificatie). Anders gezegd: zin beleven wil zeggen dat je een gevoel van vertrouwdheid hebt bij iets of iemand.

3. Zinbeleving heeft ook te maken met fundamentele gevoelens van lust en willen.

Zin heeft ook een emotionele en een wilscomponent. Zin is dan een bepaald gevoel (lust) en een bepaalde wil.

Zinbeleving is meestal onbewust: de zin is aanwezig maar je bent je er niet van bewust.

Alledaagse zin: Het woord ‘zin’ gebruiken we in relatie tot alledaagse activiteiten.

Existentiële zin: De zingeving op ‘existentieel niveau’: het niveau van ons ‘totale’ bestaan.

Paragraaf 3 De zinvraag: het hart van de levensbeschouwing

Levensvragen: Vragen die over heel belangrijke dingen gaan.

Levensvragen raken ons persoonlijk: ze hebben betrekking op allerlei aspecten van je eigen leven.

Ze zijn heel fundamenteel: ze raken de grond van je bestaan. Vandaar worden ze ook zo genoemd: Bestaansvragen .

Op levensvragen kunnen we geen vast antwoord geven. Het is namelijk een vraag over je eigen ervaringen en meningen.

Levensvragen en de zinvraag:

De zinvraag is eigenlijk een soort samenvatting van alle levensvragen.

1. Wat is belangrijk in het leven?

Verband: In iedere vraag klinkt iets door van: wat is de uiteindelijke zin hiervan.

Voorbeelden:

 - Is gezondheid belangrijk?

 - Waarom geef ik zoveel om mijn familie?

 - Is geld verdienen het belangrijkste in mijn leven?

 - Welke waarde heeft sport?

2. Wie is de mens?

Verband: Wat is nu toch de zin van mijn leven, is er wel zin aan te geven?

Voorbeelden:

 - Wie ben ik?

 - Ben ik tevreden met mijzelf?

- Wat wil ik met mijn leven?

- Waarom lukt niet alles wat ik doe?

3. Hoe leven mensen met elkaar samen?

Verband: Wat is de zin van het leven van al die anderen, heeft dat leven wel een zin?

Voorbeelden:

- Hoe gaan ouders met kinderen om?

- Vertel je al je geheimen aan je beste vriend of vriendin?

- Hoe ga je om met mensen die een andere huidskleur hebben?

4. Wat is de betekenis van lijden en dood?

Verband: Is er zin in dat lijden te ontdekken, welke zin dan, of zijn lijden en verdriet volstrekt zinloos?

Voorbeelden:

- Waarom is er zoveel lijden en verdriet?

- Waarom horen die nu eenmaal bij het leven?

- Hoe moeten we met lijden omgaan?

- Waarom krijgen sommige mensen zoveel lijden te verduren?

5. Wat is tijd?

Verband: Steeds willen we weten wat toch de zin ervan is dat we met die tijd en het tijdelijke te maken hebben.

Voorbeelden:

- Waarom duurt ons leven niet eeuwig?

- Waarom gaat alles zo snel voorbij?

- Wat zal de toekomst ons brengen?

- Waarom verandert er toch zoveel in ons leven?

6. Wat is de natuur?

Verband: Wat is nou toch de zin van de natuur?

Voorbeelden:

- Vorm ik zelf een deel uit van de natuur?

- Waarom worden mensen zo sterk door de natuur bepaald?

- Kunnen wij de natuur naar onze hand zetten?

Levensbeschouwing: Kijk op het leven, waarin antwoorden worden gegeven op levensvragen en op die ene fundamentele vraag: wat is de zin van het leven?

Antwoorden op levensvragen zijn maar tijdelijk.

Dat komt doordat:

- Antwoorden op levensvragen geen vaste antwoorden hebben.

- Mensen steeds nieuwe ervaringen opdoen en zo steeds anders tegen iets aankijken.

2 soorten levensbeschouwing:
- Persoonlijke levensbeschouwing(Het gaat om de levensbeschouwing van één persoon)
- Gemeenschappelijke levensbeschouwing(Het gaat om de levensbeschouwing van een groep mensen)

Bij een gemeenschappelijke levensbeschouwing gaat het om een groep mensen die dezelfde (voorlopige) antwoorden geeft op levensvragen en op de zinvraag.

Paragraaf 4 Waarom zoeken mensen naar zin?

Betekenis: Mensen maken allerlei dingen mee. Ze hebben er behoefte aan steeds een verklaring te geven voor wat ze meemaken.

Zin geven wil zeggen:

- Evalueren

- Inschattingen maken voor de toekomst

- Voorspellingen doen

- Afwegingen maken over het gedrag.

Cultuur: In de cultuur zijn allerlei modellen en handelingsschema’s aanwezig en vastgelegd die overgedragen worden aan jonge mensen (of eventueel aan nieuwkomers in de samenleving).

De cultuur bepaalt uiteindelijk in belangrijke mate hoe wij denken, voelen, ervaren en betekenis geven.

Ieder mens is een zinzoeker: ieder mens probeert zin te geven aan zijn leven. Daarbij maakt de mens gebruik van voorgegeven modellen uit de cultuur waarin hij leeft. Deze modellen kunnen godsdienstig zijn of niet-godsdienstig.

Paragraaf 5 Wanneer stellen mensen de vraag naar zin?

Mensen gaan pas zinvragen stellen, als het leven niet meer – of onvoldoende – als zinvol wordt ervaren.

- Men kan zich niet meer vereenzelvigen met bepaalde zaken

- Men is niet meer in staat bepaalde waarden te realiseren in het leven.

- Men voelt zich niet meer betrokken bij bepaalde levensactiviteiten en –projecten.

- Men heeft ‘er geen zin meer in’. De lust en de wil om er iets van te maken ontbreken.

Mensen stellen de vraag naar zin in drie soorten situaties:

1. Zo kan het niet langer. Er moet verandering komen.

2. De leegheid in mijn bestaan. Ook al loopt de dagelijkse gang van zaken naar wens, toch kan er een diep gevoel van onvrede bestaand. Iemand kan toch het gevoel hebben dat diepere behoeften onbevredigd blijven.

3. Een persoonlijke catastrofe. Ervaringen die er voor zorgen dat het leven op z’n kop komt te staan.

Zinvragen komen bij mensen op in situaties waarbij de kwaliteit van het leven is aangetast. Mensen krijgen besef dat de kwaliteit van het leven niet is zoals men zou willen ( het LEVENSIDEAAL).

Paragraaf 6 Antwoorden op de vraag naar zin

Mensen vullen hun zingeving verschillend in:
- Er is geen zin te vinden.
- Immanent (in deze wereld)
- Transcendent ( overstijgt deze wereld) (God(en))

Je kunt immanent onderscheiden in verschillende zaken:
- Jezelf
- Bepaalde waarden
- Bepaalde doelen
- Medemens (en)
- Natuur
- Zin in het zoeken naar zin

Voorbeelden van antwoorden op de zinvraag:

 1. Geen zin

Als we zouden accepteren dat het leven geen zin heeft zouden we depressief worden. Het leven heeft geen zin. En als u dat nu tot u door laat dringen, dan heeft het leven zin gekregen.

 2. Zin vinden in mezelf

Het doel van geestelijke bewustwording is gelukkig zijn vanuit jezelf. Niet door anderen! Mensen proberen steeds hun geluk te halen uit externe prikkels. Maar niets van buitenaf kan je gelukkig maken. Dat kun je alleen zelf.

 3. Zin in waarden

 4. Zin in doelen nastreven

Jezelf bepaalde doelen stellen en die doelen ook zien te bereiken. Een mens moet voortdurend een uitdaging hebben.

 5. Zin vinden in anderen (Je medemensen)

De zin van ons leven bestaat niet uit het verzamelen van zoveel mogelijk spullen, of het bereiken van zoveel mogelijk persoonlijke doelen. Het gaat erom te leven vanuit het begrip een sterfelijk mens te zijn samen met anderen. Het verbeteren van je eigen leven betekent dus ook het verbeteren van je betrekkingen met anderen en daarmee ook het verbeteren van de samenleving.

 6. Zin in de natuur

 7. Zin in het zoeken zelf

Niet het doel, maar de weg naar het doel is de zin van het leven.

Het is niet de waarheid die men bezit, of denkt te bezitten, die de mens zijn waarde geeft, maar de moeite die hij heeft ondernomen om de waarheid uit te vinden.

 8. Zin vinden in God

Hfst. 2 Verlieservaringen en de zin ervan

Paragraaf 1 Inleiding

Verlies hoort bij het leven. Elke stap die we verder het leven in zetten, zal gepaard gaan met verlieservaringen. Verlies van idealen, dromen, werk en dieren. Eén stelt alle andere in de schaduw: het verlies van een mens.

Paragraaf 2 Verlieservaringen

Verliezen is ook wel kwijtraken. Het is vaak vervelend, maar wel te vervangen. Een VERLIESERVARING binnen levensbeschouwing is een belangrijk verlies, eentje waarbij we het maar moeilijk vergeten kunnen. Verlieservaringen zijn ervaringen van alledag, maar ze zijn niet alledaags, wat letterlijk betekent dat ze dagelijks in gezinnen voorkomen, maar binnen het gezin zelden; des te harder word je getroffen en psychisch pijn gedaan. Ergens waar je gehecht aan bent, doet extra pijn als je het verliest. Mensen HECHTEN zich aan dingen of andere mensen: het is een levensbehoefte. In het geval van hechting spreken we van een verlieservaringen. Verlieservaringen overkomen iedereen. Vroeg of laat word je getroffen met het bericht dat iemand een ernstig ongeluk heeft gehad of ongeneeslijk ziek is. Een verlieservaring wordt door iedereen anders verwerkt; geen verlies is hetzelfde.

Het proces van kind zijn naar volwassen worden is ook een verlieservaring; je wordt geacht het nu zelf te kunnen rooien zonder de hulp van pappie en mammie. Van babytijd tot peutertijd en puberteit tot ouderdom, met elke nieuwe levensfase verlies je de oude levensfase. OVERGANGEN in het leven horen bij de cyclus van de mens. Geen bijzondere verlieservaringen, maar wel ingrijpende. INCIDENTELE VERLIESERVARINGEN zijn ervaringen die op zichzelf staan, maar je leven wel een totaal andere wending geven. Denk aan het verlies van je geliefde of scheiding van je ouders. Een verlieservaring heeft twee kenmerken:

● VERLIESGEBEURTENIS; het voorval, het gebeuren van het verlies. Men verliest iets of iemand waaraan hij of zij gehecht was.

● De betekenis die iemand aan het verlies geeft; iedereen verwerkt en ervaart het verlies op een andere manier. Iedereen geeft dus ook een andere betekenis aan het verlies, de een zal het sneller accepteren dan een ander. De BETEKENIS verschilt net als de verwerking per mens.

Paragraaf 3 Verlieservaringen: verschillende optieken

Een OPTIEK is een invalshoek van waaruit je ergens tegenaan kunt kijken. Een appel kan anders benaderd worden met de biologische optiek dan met de culinaire optiek. Een vakantie kan via de economische optiek (werken), de sociale optiek (kamp), de psychische optiek (rust en ontspanning) en de culturele optiek (bezichtigingen, uitstapjes) bekeken worden. Hetzelfde gaat natuurlijk op voor een verlieservaring. De PSYCHISCHE OPTIEK is een belangrijke optiek die wordt ingenomen bij een verlieservaring. Verliesverwerking kan gezien worden als een proces: mensen komen zichzelf tegen, voelen boosheid, verdriet en wanhoop, hebben geen grip op de situatie en gaan domme dingen doen (drinken, drugs gebruiken). Een verlieservaring wordt wel door iedereen anders verwerkt, maar wel in drie fases, in meerdere of mindere mate: Afweer, Afscheid en Acceptatie van de nieuwe situatie. Een VERWERKINGSPROCES is een ander woord voor ROUWPROCES.

● AFWEER: de eerste fase van de verwerking. Je wilt er nog niet aan, je wilt het niet toegeven. Je ontkent alles, dit door middel van afweermechanismen te gebruiken. Een afweermechanisme is een reactie op het verlies, het verlies en de pijn buiten het bewustzijn gelaten. Ontkenning, verdoving, protest, onderhandeling en wegvluchten zijn voorbeelden van vaakvoorkomende afweermechanismen.

● AFSCHEID: de brug tussen afweer en acceptatie. Vaak de moeilijkste fase. In deze fase wordt er pas echt gerouwd. Het verlies dringt tot je door en je ontkomt er niet meer aan. Emoties als angst en boosheid spelen je de kop op, je trekt je terug van anderen, je krijgt concentratieproblemen en lichamelijke klachten als hoofdpijn,
● ACCEPATIE VAN DE NIEUWE SITUATIE: het verlies krijgt een plaats. Het is een actief proces wat zich uit in het weer gaan ondernemen van zaken en uitvoeren van opdrachten.

Deze fasen kunnen ook door elkaar heen lopen en zelfs naast elkaar. Het is ook niet vreemd dat er een terugval opspeelt, net nu je denkt de situatie onder controle te hebben, dringt het pas goed tot je door.

Paragraaf 4 Verlieservaringen levensbeschouwelijk benaderd

De LEVENSBESCHOUWELIJKE OPTIEK van een verliesgebeurtenis is een optiek waarbij gekeken wordt wat het verlies ten diepste betekent voor degene die het verlies geleden heeft. De uiteindelijke betekenis wordt afgevraagd. We vragen ons uiteindelijk allemaal af waarom mensen elkaar geweld aan doen of waarom we deze verliezen mee moeten maken. Een ernstig verlies is ook vaak een intense ervaring; eentje die je psychisch pijn doet en je fundament raakt. Bij de UITEINDELIJKE BETEKENIS neemt men vaak de levensbeschouwelijke optiek in; ‘’Wat is de zin dat dit mij overkomt?’’ ‘’Hoe moet ik verder?’’ Bij een verlieservaring stel je dus LEVENSVRAGEN, want verlieservaringen zijn geen ervaring van alledag, noch zijn ze onbelangrijk.

De drie A’s zijn ook op de levensbeschouwelijke optiek toe te passen.

● Afweer: de AFWEERFASE is duidelijk te herkennen: verdoving, ontkenning, ervarende alsof zijn of haar leven in is gestort en wegvluchten. Belangrijke vragen zijn: ‘’Waarom zou ik nog doorgaan?’’ ‘’Heeft mijn leven nog zin?’’ De levensvragen zijn een link naar de levensbeschouwelijke optiek.

● Afscheid: de AFSCHEIDSFASE is ook wel de overbruggingsfase. Het besef van het verlies wordt duidelijk. De realiteit wordt erkend. Belangrijke vragen zijn: ‘’Hoe kan ik met het verlies leven?’’ ‘’Komt er voor mij nog iets om voor te leven?’’ ‘’Hoe nu verder?’’ ‘’Hoe kan ik omgaan met de mensen om mij heen?’’

 ACCEPTATIE VAN DE NIEUWE SITUATIE: er wordt een nieuw begin gemaakt. Een nieuwe situatie is ontstaan. Belangrijke vragen zijn: ‘’Hoe moet ik nu verder?’’ ‘’Hoe kan ik mijn leven weer opbouwen?’’

Bij verlieservaringen is het belangrijk ook levensvragen te stellen, de levensbeschouwelijke optiek durven in te nemen en naar de uiteindelijke betekenis te zoeken. Anderen kunnen je hierin steunen.

Het zoeken naar antwoorden op levensvragen doen mensen altijd vanuit hun LEVENSVISIE: hoe ze in het leven staan. We behandelen het christendom, het humanisme en de burgerlijke visie.

● Christendom: binnen het christendom zijn er verschillende VISIES OP GOD. Vaak wordt van God gedacht dat hij machtig is en hij je kan maken of breken. Bij verlies krijgt God er dan ook vaak van langs. Anderen zien God als helper, als vriend. Je bent dan boos op de gebeurtenis zelf, op het onrecht dat jou is aangedaan. Harold S. Kushner denkt dat God juist een God van gerechtigheid is en niet van macht. Hij staat aan de kant van de mensen. Mensen met een christelijke visie kunnen God om steun en kracht vragen.

● Humanisme: in het HUMANISME staat de mens centraal. Ze zijn verbonden met anderen en vinden dat je anderen zoveel mogelijk moet helpen. Een ander moet na een verlieservaring niet met rust gelaten worden, juist door hem/haar te steunen en erover te praten helpt de getroffene sneller.

●Burgerlijke visie: heeft vijf waarden centraal staan:
- Ieder mens is een zelfstandig persoon;
- Mensen kunnen vrijwel alles zelf;
- Materieel bezit is van groot belang;
- Contracten zijn van belang in relaties met anderen;
- Carrière maken is een pre.

Deze mensen zullen niet te lang stilstaan bij hun verdriet over het verlies dat ze geleden hebben. Ze zullen het ook niet zo snel delen met anderen, het leven gaat verder en ze storten zich op hun carrière.

Het LEVENSVERHAAL is het unieke verhaal van een mens waarin belangrijke gebeurtenissen beschreven worden. Momenten van euforie, verdriet, pijn en verlieservaringen worden gedeeld.

Hfst. 3 Inleiding ethiek

Paragraaf 4 Oordelen binnen ethiek: ethische visies

Deugdenethiek:
- Gezindheid van degene die handelt staat centraal
- Legt nadruk op dat de bedoelingen en de motieven van degene die handelt, goed behoren te zijn.

Deugden: kwaliteiten die een mens tot een goed mens maken; is een aspect van de mentaliteit, de gezindheid van de persoon.

Plato (427-347 v. Chr.): sprak over 4 kardinale deugden:
- Wijsheid
- Dapperheid
- Matigheid
- Rechtvaardigheid

Andere deugden die vaak genoemd zijn in de geschiedenis van de ethiek:
- eerlijkheid
- waardigheid
- betrouwbaarheid
- vroomheid
- rechtschapenheid
- zachtmoedigheid

Bij deugdenethiek gaat het om de vraag ‘Wat voor mens wil ik zijn?’, opvoeding speelt belangrijke rol.

Christelijke ethiek
Elke gemeenschappelijke levensbeschouwing hangt een aantal waarden aan die voor haar centraal staan. Een levensbeschouwing geeft onder andere antwoord op de vraag wat belangrijk is in het leven en hier raken we het begrip ‘waarde’. Het begrip levensbeschouwing is een meer omvattend begrip dan het begrip moraal.

Dé christelijke ethiek bestaat niet. Drie richtingen binnen de christelijke
ethiek i.v.m. de bijbel:

1. Normen rechtstreeks uit de bijbel: de mens heeft te doen wat in de bijbel staat geschreven

2. Perspectieven voor de moraal uit de bijbel: men kan uit de wijze waarop de bijbel normen ontwikkelde voor de toenmalige situatie, een perspectief (richting) afleiden in welke richting christenen moeten zoeken voor hedendaagse vraagstukken.

3. Alleen levensbeschouwelijke kaders uit de bijbel: christenen moeten precies zoals alle mensen uitsluitend met behulp van hun verstand oplossingen vinden voor morele vraagstukken.

Paragraaf 5 Ethiek als proces

Vijftal aspecten:

1. Ethische gevoeligheid:

Ethische juist handelen gaat vooraf door een besef van de ‘morele gevoeligheid’ van een bepaalde situatie. Morele gevoeligheid: het besef dat er bepaalde rechten of belangen van anderen in

het geding zijn bij een bepaalde situatie.

2. Ethische analyse (6 stappen):

Fase 1: in deze fase wordt een case geformuleerd waarin morele aspecten een rol spelen.

Fase 2: welke optieken spelen een rol.

- economische optiek: met zo weinig mogelijk middelen een zo groot mogelijke opbrengst realiseren.

- juridische optiek: we dienen te denken en te handelen volgens door de overheid vastgelegde regels.

- ethische optiek: we horen het uiteindelijk goede te doen.

Fase 3: hier bekijken we welke waarden een rol spelen in deze case.

Fase 4: we kunnen nu komen tot een voorlopige formulering van het ethische probleem.

Fase 5: welke stakeholders (belanghebbenden bij een bepaalde situatie) spelen een rol.

Fase 6: hier gaat het om de vraag naar de morele verantwoordelijkheid. Wie kunnen er wezenlijke invloed uitoefenen op de beslissing die wordt genomen en wie kan invloed uitoefenen op de uiteindelijke beslissing.

3. Ethisch oordeel:

Ethische code = geeft regels voor hoe je met ethische problemen moet omgaan. Leveren aanknopingspunten voor het oplossen van het probleem.

4. Ethische motivatie:

Wanneer je een ethische mening hebt, hoor je de daad bij het woord te voegen.

Drempels:          1. Gemakzucht

                        2. Eigenbelang

                        3. Je voelt je niet verantwoordelijk

                        4. De invloed van de omgeving

Om een standpunt om te zetten in daden heb je een sterke wil nodig en moed.

Voorbeeldfiguren: personen die idealen hebben en ook stáán voor hun idealen.

5. Ethische handelen:

Bij ethiek gaat het er om dat je je oordeel omzet in een bepaalde handeling.

Ethische communicatie: dient een aantal voorwaarden te voldoen:
- Openheid
- Gelijkheid
- Duidelijkheid
- Redelijkheid

Argumenten

Argumenten: redenen voor of tegen een bepaald standpunt

Goede argumenten:
a. Bepaalde principes hanteren (bijv. waarden of rechten van mensen)
b. Baten- en kostenplaatjes (utilitairegedachtegoed: het nuttigheidsdenken, in zoveel mogelijk behoeften kunnen voorzien)
c. Feiten en cijfers (je tegenstander niet overspelen met getallen en details)
d. Voorbeelden (standpunt onderbouwen door voorbeelden als illustratie te nemen, bijv. persoonlijk)
e. Een vergelijking maken (kan het eenvoudiger maken)
f. Oorzaak en gevolg (redeneringen)

Argumentatiefouten:

a. Ongegronde generaliseringen (veralgemenen, alles over één kam scheren)
b. Normen ontlenen aan feiten (‘want heel veel mensen doen dat, dus mag ik dat ook’)
c. Onjuiste oorzaak (verschillende oorzaken > 1tje wordt afgezonderd > dé oorzaak)
d. Cirkelredenering (op basis van onbewezen standpunt, bijv. ‘God’)

Gaan voor argumentatie door, maar zei het feitelijk niet helemaal:

a. Autoriteitsargumenten (wordt beroep gedaan op een gezaghebbend figuur, bijv. ‘Johan Cruijff heeft het gezegd…’)
b. Ad Hominem argumenten (persoonsgebonden argumenten) (er word niet ingegaan op de redelijkheid van het argument, bvb ‘Wat hij zegt dan niet waar zijn, want hij is een mietje.’)

Hfst. 4 Zinloos geweld

Paragraaf 2 De mens is geweld-ig

Geweld is een uiting van macht en kracht; dus het schade toebrengen aan mensen, dieren of dingen. Die schade kan lichamelijk of geestelijk zijn:
- Lichamelijk geweld: slaan, schoppen neerschieten
- Geestelijk geweld: schelden, beledigen, negatieve vooroordelen, discrimineren, uitlachen, doodzwijgen

Mensen zijn gewelddadige wezens, mensen uiten geweld individueel of in sociale verbanden.

Geweld bij individuele mensen: volgend Freud is in iedere mens de neiging tot geweld aanwezig(agressie is volgens hem de tegenpool van libido). Hij is van mening dat het een illusie is de menselijke agressie uit te bannen. Op de lange duur kan volgens hem de cultuur wel zorgen door een zekere inperking van de destructieve drift .

Geweld in sociaal verband: niet alleen individuele personen, maar ook groepen mensen kunnen agressie naar buiten brengen. De laatste jaren hoor je veel mensen zeggen dat onze samenleving aan het verloederen is.(Voorbeeld: hooligans)

Waarom gebruiken mensen geweld:

Algemeen antwoord: in het algemeen kunnen we zeggen dat mensen gedreven worden tot geweld door boosheid, angst, psychose, drank drugs en bravoure. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is angst belangrijker als oorzaak van boosheid. Paniek kan omslaan in een aanval van blinde woede. Psychotische mensen wantrouwen iedereen. Als zij waanbeelden hebben en angstig zijn, kunnen zei gewelddadig worden uit zelfbescherming. Drank en drugs zijn heel verraderlijk. Zij kunnen angst veroorzaken, of mensen juist overmoedig maken. Door sommige middelen kun je de juiste kijk op de realiteit verliezen. Gevaarlijk is het omdat je door drank en drugs de controle over jezelf kunt kwijtraken. Daders zeggen dan achteraf dat zij zich niks kunnen herinneren van hun gewelddadig gedrag.

Bravoure en stoer gedrag is in een groep vaak de oorzaak van geweld, omdat de leden van die groep willen laten zien dat ze bij een groep horen en alles durven. Het kan enorm uit de hand lopen, mensen kunnen zeer gewelddadig worden als het stoere gedrag nog eens versterkt word met drank en drugs.

Sociologische verklaring: een sociologische verklaring gaat ervan uit dat geweld veroorzaakt wordt door conflicten. Er wordt daarbij dan gewezen op factoren die de kans op conflicten in onze samenleving vergroten. Zo’n factor is bijvoorbeeld dat mensen individualistische worden. Een andere factor heeft te maken met de tendens tot democratiseren. In een maatschappij waarin in principe alle mensen het voor het zeggen hebben, is de kans op conflicten duidelijk aanwezig. Nog een andere factor heeft te maken met verschillen tussen mensen: mensen uit hogere en lagere klassen, allochtonen en autochtonen, gezonde mensen en mensen met handicaps.

Psychoanalytische verklaring: de psychoanalytische verklaring stelt dat de neiging tot geweld aangeboren is. In de loop der jaren leren de meeste mensen hun neiging tot geweld te beheersen. Mar dat is niet bij iedereen het geval. Heel wat mensen hebben geweld in zich op grond van ervaringen die zij in hun jonge jaren hebben opgedaan. Dit geweld kan het gevolg van woede zijn, omdat opvoeders hen in de kou lieten staan of hen verwaarloosden. Deze woede kan al bij een kleine frustratie uitbasten.

Behavioristische verklaring: de behavioristische verklaring zegt dat gewelddadig gedrag is aangeleerd. Als mensen vaak met geweld in aanraking komen en als zij voor geweld dat ze gebruiken niet bestraft worden, dan is de kans groot dat ze zich steeds gewelddadiger gaan gedragen. Zo stimuleert het vaak en langdurig kijken naar geweldfilms de houding om zelf geweld te gebruiken. Gewelddadig gedrag dat mensen hebben aangeleerd is in principe – hoewel moeilijk – ook weer af te leren.

Humanistische psychologie: de humanistische psychologie gaat ervan uit dat acceptatie van een kind een absolute voorwaarde is om zichzelf te aanvaarden. Wanneer aan een dergelijke fundamentele basisbehoefte niet voldaan wordt, belemmerd dat de persoonlijke ontplooiing. Een verstoorde ontplooiing kan een gewelddadige houding tot gevolg hebben.

Omdat geweld bij mensen hoort, kom je het overal tegen:

Geweld in het persoonlijke leven: in het persoonlijke leven worden mensen geconfronteerd met uitingen van geweld. Dat is niets nieuws, dat weer iedereen uit ervaring. Ruzie tussen ouders, ruzie tussen ouders en kinderen of ruzie tussen de kinderen onderling komt in elk gezin voor. Ruzies uiten zich in verbal en lijfelijk geweld. Geweld in de familiekring kan ernstige vormen aannemen. Het kan zo ver gaan dat er sprake is van mishandeling: van partnermishandeling, kindermishandeling of oudermishandeling. In veel gevallen komen deze vormen van geweld niet naar buiten. Een laatste voorbeeld van geweld binnen families is incest. Deze vorm van geweld is lang een goed bewaard geheim van families geweest, de laatste jaren raakt er steeds meer over bekend.

Geweld in het openbare leven: in het openbare leven treffen we verschillende vormen van geweld aan. Denk aan seksueel geweld, crimineel geweld, horecageweld, geweld op straat(vandalisme), geweld op school(pesten), geweld in de vriendenkring(kwetsen), geweld op televisie en radio, geweld in kranten, tijdschriften en strips, geweld in films, geweld in computerspellen en als laatste oorlogsgeweld.

Structureel geweld: structureel geweld zit als het ware ingebakken in de structuren en wetten van onze wereldsamenleving. Je kunt bijvoorbeeld denken aan armoede. Miljoenen mensen lijden honger maar er is genoeg voedsel en er zijn genoeg grondstoffen op de wereld. Het probleem zit in de verdeling. De rijken willen niet echt met de armen delen. Wat is structureel geweld. Het verpesten van het leefmilieu zodat dieren, planten en mensen er onder lijden is een andere vorm van structureel geweld.

Paragraaf 3 Zinloos geweld

Zinloos geweld: onder zinloos geweld verstaan we een spontane vorm van fysiek geweld of het dreigen daarmee, waarbij het opzettelijk verwonden of het doden van iemand centraal staat. Het geweld kenmerkt zich door zijn incidentele aard en ook door de willekeurige wijze waarop de dader het slachtoffer kiest.

Er is veel kritiek op de term zinloos geweld. De term zou suggereren dat er wel zinvol geweld bestaat. Er zijn mensen die het beter vinden om van redeloos geweld te spreken. De betekenis van rede is hier: denkvermogen, verstand. Hoewel de term redeloos geweld beter lijkt te zijn, blijven we hier spreken van zinloos geweld, omdat deze term ingeburgerd is in onze samenleving.

Paragraaf 4 Zinloos geweld ethisch benaderd

Zinloos geweld kun je op verschillende manieren benaderen. Het is belangrijk duidelijk voor ogen te hebben met welke benadering je te maken hebt bij zinloos geweld.
- Juridische optiek
- Economische optiek
- Psychische optiek

Wanneer we het thema geweld ethisch benaderen vragen we ons af hoe wij menswaardig behoren te handelen. Het gaat hier om de woorden: menswaardig, behoren en handelen. Menswaardig kun je ook vervangen door goed. Vanuit het oogpunt van menswaardigheid behoor je goed te handelen als het om zinloos geweld gaat.

Paragraaf 5 Een concrete ethische vraag over zinloos geweld

Stappenplan ethische optiek:
Formuleren van de ethische vraag: de ethische vraag over zinloos geweld komt altijd voort uit een concrete situatie. Het is verstandig om in die vraag woorden te gebruiken als menswaardig, goed en humaan.

Behoren mensen die getuige zijn van huiselijk geweld dat te melden bij de politie of een andere instelling die kan helpen het huiselijk geweld te laten stoppen?
Gegevens verzamelen om deze vraag te verstaan: om met de geformuleerde ethische vraag aan de slag te kunnen, moet je weten waar je het over hebt. Welke feiten zijn belangrijk om die vraag goed te kunnen begrijpen en om er een antwoord op te kunnen geven? We moeten hierbij gebruik maken van verschillende optieken: maatschappelijke, sociale, psychische, kenmerkende en veiligheidsoptiek.

Kenmerkende optiek: de buren spreken niet met het persoon, de buren kijken het persoon niet aan, een kind heeft een gebroken arm, angstschreeuwen zijn te horen. Psychische optiek: huiselijk geweld brengt ernstige psychische schade toe aan de slachtoffers

Vaststellen welke belanghebbenden een rol spelen
: belanghebbenden zijn individuen en/of groepen die voor- of nadeel kunnen hebben bij bepaalde handelingen of beslissingen.

De kinderen, de gezinsband, de buren.
Antwoorden op de ethische vraag en onderbouwen van die antwoorden: voor het beantwoorden van een ethische vraag over zinloos geweld maak je gebruik van de verzamelde feiten en van ethische visies.

Antwoord A: niets ondernemen. Er wordt hier uitgegaan van de liberaal ethische visie/vrijheidsvisie. Mensen hoeven zich niet met elkaar te bemoeien.   Antwoord B: ingrijpen. Er wordt hier uitgegaan van de ethische zorgvisie. Mensen behoren met zorg en verantwoordelijkheid op elkaar betrokken te zijn.
Aangeven wat in aansluiting op die antwoorden gedaan behoort te worden: als je tot een antwoord op de ethische vraag bent gekomen, dan is de volgende stap een besluit te nemen over hoe je behoort te handelen.

Antwoord A: mensen horen zich niet actief op te stellen als men met geweld in aanraking komt, dus zij negeren het gewoon, en leven verder.

Antwoord B: -met de kinderen gaan praten, -met de ouders gaan praten, naar de politie stappen, -een zorginstelling waarschuwen, -de kinderen een veilige plaats bieden
Evalueren van de voorgaande vijf stappen: is overal menswaardig gehandeld?

Hfst. 5 Muziek en levensbeschouwing

Paragraaf 1 Inleiding, een terreinverkenning

Levensbeschouwelijke dimensie in muziek, 4 stappen:
- Je kunt je uitleven in muziek, goed middel om levensbeschouwing te uiten
- Muziek die over levensbeschouwing gaat, levensbeschouwelijke muziek
- Bijna alle muziek is levensbeschouwelijk, niet altijd op 1e gezicht
- Hoe ben je zelf bezig met muziek als het gaat over jouw levensbeschouwing.

Paragraaf 2 Geen dag zonder muziek

Functies van muziek:
• Genieten, muziek is op zichzelf gericht.
• Ontspannen, omdat je zo van muziek kunt genieten, kun je er ook rustig van worden.
• Boodschap, boodschap wordt verteld, vaak d.m.v. tekst.
• Gevoelens, 2 geliefden die naar nummer luisteren bij 1e ontmoeting.
• Sociale betekenis, muziek brengt mensen bij elkaar. (volklied, clublied)

Functies van levensbeschouwing:
- Levensbeschouwing kan zin geven aan het leven, zorgt voor bepaald doel.
- Structuur en veiligheid, duidelijkheid, zekerheid en samenhang.
- Zorgt voor steun en troost in het leven bij ernstige tegenslagen
- Is een bron van inspiratie

Paragraaf 3 Levensbeschouwelijke muziek

Levensbeschouwelijke muziek = allerlei soorten muziek die uitdrukkelijk als doel hebben om levensbeschouwing te uiten.

Levensbeschouwelijke muziek bvb:
o Aboriginals, bedanken god d.m.v. van muziek.
o EO-jongerendag, overbrengen dat Jezus onze verlosser is.
o Gezang in kerk, mensen leggen hun diepste verlangens en gevoelens neer.
o Negerslaven hebben hun verzet uitgedrukt in liederen.
o New age winkel en muziek over meditatie, zelfontspanning, reiki.
o Muziek op begrafenis

In de meeste teksten zitten levensvragen (verborgen).

Hfst. 6 Reclame

Paragraaf 1 Inleiding

Mensen worden beïnvloed door de boodschap van reclame, hun kijk op het leven (levensbeschouwing) wordt er mede door gevormd.

Paragraaf 2 Wat is Reclame?

Reclame: Iedere vorm van betaalde openbare aanprijzing die tot het doel heeft; de bevordering van de verkoop van goederen en diensten en het propageren van denkbeeld.

Commerciële reclame: doel is om de omzet en winst van bedrijf te vergroten.

Ideële reclame: doel om gedragingen en overtuigingen van mensen te beïnvloeden zonder dat er winstoogmerk aan verbonden is (overheidsreclames).

Paragraaf 3 Reclame en levensbeschouwing

Reclame spiegelt ons beelden voor van:
- wat nastrevenswaardig is in het leven
- wat hoort en wat niet hoort
- onze idealen
- onze behoeften, wensen, verlangens én van manieren deze te bevredigen
- wat wel of niet een zinvol leven is
- wie of wat de mens is
- hoe de werkelijkheid in elkaar steekt

1 Wat is de doelgroep?

Let op: medium, geslacht, leeftijd, leefsituatie, beroep, opleidingsniveau, kleding, uiterlijk, woonsituatie, statussymbolen en activiteiten.

2 Welk doel heeft de reclame?

• Aandacht vragen voor nieuw product, of herinneren aan bestaand product.
• Aandacht vragen voor bepaalde kenmerken en kwaliteiten.
• Opbouwen/in stand houden/herstellen van een bepaald imago
• Associëren van een bepaald product met een door de doelgroep als positief ervaren waarde, opvatting, leefstijl etc. met als doel een positief gevoel te krijgen of te behouden bij een bepaald product
• Opbouwen en in stand houden van merkentrouw

3 Wat is de inhoud van de reclameboodschap?

expliciete boodschap - gaat om zichtbare informatie

impliciete boodschap - niet bewust overgebracht, verborgen boodschap

4 Welke strategieën worden gebruikt?

• Naamreclame: alleen de naam van het product adverteren
• Informatieve reclame: via zakelijke informatie (technische aspecten) en zaken die samenhangen met product (prijs, korting, extra spaarzegels, service) product te verkopen.
• Leitbildreclame: voorbeeldfiguren, bekende Nederlanders of gebruik van deskundige.
• Vergelijkende reclame: eigen product vergelijken met concurrerend product.
• Testimonial reclame: ‘getuigenis’ wordt afgelegd over het gebruikt van het product. Vertelt hoe goed het product heeft gewerkt enz.
• Weerleggende reclame: het is nodig om het imago van het merk op te poetsen
• Associatieve reclame: Er wordt een verband gesuggereerd tussen het gebruik van een bepaald product en iets anders. Je krijgt nog iets bij het product.

Context is belangrijk, zegt ook iets over sociale identiteit.

5 Welke accenten worden gelegd binnen de strategie?

• Rationele techniek = het verstand van de consument wordt aangesproken, door zakelijke informatie(extra service, prijsverlaging)
• Emotionele techniek = het gevoel wordt aangesproken(kleuren, muziek, symbolen, dier/kind)

6 Welke concrete technieken worden gebruikt?

a) Gezichtsuitdrukking en houding(lachen en gezelligheid = geluk)
b) Kleding en voorwerpen (dokter met doktersjas)
c) Symbolen (account reclame voor dure cognac met NRC, niet met AD)
d) Vorm (kleurengebruik, grootte, afstand, scherpte, belichting, standpunt etc.
e) Taal (keuze voor lettertype, humor werkt ook positief)
- Welke levensbeschouwelijke boodschap heeft de reclame?

Afbeelding = net zoals levensbeschouwing geeft ook reclame een beeld de werkelijkheid(reclame weerspiegelt de waarden en normen van de samenleving)

Verbeelding = Hoe mensen de ideale werkelijkheid voorstellen. (wat mensen belangrijk en nastrevenswaardig zouden behoren te vinden)

Levensbeschouwing = een bepaalde opvatting over de zin van het leven.

7 Welke levensbeschouwelijke boodschap heeft de reclame?

- Wat is belangrijk in het leven?(waarden en normen)
- Wie is de mens(mensbeeld)
- Hoe leven mensen met elkaar samen?
- Wat is de betekenis van lijden en dood?
- Wat is tijd?
- Wat is de natuur?

Marketing = het complex van handelingen waardoor een product of een dienst van de producent/leverancier tot de consument wordt gebracht.

Hahn = reclame-expert - ontevredenheidssyndroom

Maslow = humanistisch psycholoog. Mensen hebben deze behoeften:
• Lichamelijke behoeften (honger, dorst, seks)
• Behoefte aan veiligheid (fysieke bescherming)
• Behoefte ‘erbij te horen’ (acceptatie in de sociale groep)
• Behoefte aan waardering ( zelfrespect, prestige)
• Behoefte aan zelfverwerkelijking ( de behoefte datgene te bereiken wat in je zit en waar je je zelf toe in staat acht)

Volgens Maslow ontstaat elke behoefte pas als de bovenliggende behoeften zijn bevredigd.

Mensbeeld(van reclame) hij is vlot, spontaan, hij doet mee(zegt ja), hij is een optimist, hij wil iets, hij consumeert graag en veel.

Paragraaf 4 Reclame en ethiek

Klachten over reclame kunnen betrekking hebben op 4 vragen:

1. is reclame verspilling?

Reclame is weggegooid geld. 2 tegenargumenten:
-  Reclame is verbonden met een vrije markteconomie - meerdere aanbieders en eerlijk concurrentieproces.
-  Reclame voegt iets toe aan het product - imago toevoegen

2. Is reclame misleidend?

Kritiek is van beginselethische-aard: je hoort de waarheid te spreken en niet te liegen. Maar consument is niet dom, sommige reclames verboden door Nederlandse Reclame Code

3. Is reclame behoudend?

Bestaande cultuur wordt steeds bevestigd in reclames, geen vernieuwing.

Oppervlakkige consumptiecultuur, mensen kunnen alleen gelukkig worden door meer te consumeren.

Kritiek op bovenstaande: In reclameboodschappen wordt een spiegel voorgehouden. Reclame heeft niet als eerste doelstelling het veranderen van de samenleving.

Het speelt in op bestaande of potentiële behoeften van mens.

4. Is reclame kwetsend?

Vrouw als lustobject op motorkap.

2 tegenargumenten: het recht op vrije meningsuiting, minderheden hebben het recht op eigen opvattingen, maar dat recht hebben meerderheden ook. Het gaat te ver om de moraal van de samenleving te laten bepalen door een kleine minderheid.

Choquerende reclame = de steeds gewaagdere reclame-uitingen, die de aandacht van het publiek proberen te trekken. Probeert mensen diep te raken. Ze choqueren om op te vallen, praten etc. erover is weer gratis publiciteit.

Inspirerende reclame = mensen stimuleren om goed te leven, bvb. door verantwoordelijkheid niet uit te weg te gaan of door respectvol met elkaar om te gaan. Speelt positieve rol in de samenleving, kan bijdrage aan emancipatie van mensen.

Hfst. 7 Genetische manipulatie bij mensen

Paragraaf 2 Informatie over genen en ethiek

Francis Galton:
- Vond dat de overheid mensen moest selecteren op basis van gebleken geschiktheid. De hogere klassen zouden meer kinderen mogen krijgen dan de lage klassen. Zo zou de bevolking gaan bezitten over betere eigenschappen.
- Wordt gezien als de grondlegger van de eugenetica(de wetenschap die de invloeden bestudeert welke de erfelijke eigenschappen van de mens kunnen verbeteren).

Severino Antinori:
- Haalt in 2002 de wereldpers met experimenten op kloongebied.
- In 1994 had hij de wereld versteld doen staan door een 64-jarige vrouw een kind te laten baren

Argumenten van het Human Cloning Foundation vóór klonen:
- Een kind krijgt een ongeluk, maar het kind kan weer opnieuw met leven beginnen.
- Iemand heeft een slecht leven gehad en wil een 2e kans.
- Je hebt ervaring opgedaan bij het opvoeden van het origineel, bij de kloon gaat het je nu beter af.
- Echtparen die geen kinderen kunnen krijgen kunnen nu toch iets voor zichzelf krijgen.

Argumenten tegen het gebruiken van restembryo voor wetenschappelijk onderzoek:
- moeilijk en onveilig.
- onnatuurlijk, tegen de door God gewilde menselijke orde.
- de gekloonde mens zal altijd moeite hebben met het vinden van een eigen identiteit.

Paragraaf 3 Is genetische manipulatie bij mensen ethisch acceptabel?

Transhumanisten willen onze aangeboren eigenschappen verbeteren en vergroten:
- verbetering van intelligentie.
- verlening van levensduur.
- elimineren van ongewenst geachte emoties.

F.M. Esfandiary:
- een van de grondleggers van het transhumanisme.
- veranderde zijn naam in FM 2030. FM staat voor Future Man/Marvel/Modular, en 2030 is het jaar waarin hij 100 zou worden.

Transhumanisme:
- Heeft vooral aanhangers uit de kringen van kunst, filosofie en techniek.
- Belangrijke waarden zijn vrijheid en rationaliteit.
- Aanhangers van deze beweging zijn veelal liberaal ingesteld: ze verzetten zich tegen overheidsbemoeienis.
- Individuele vrijheid vinden ze heel belangrijk.

Francis Bacon:
- Was een Engelse staatsman en filosoof
- Verwoorde het optimisme over de mogelijkheden van wetenschap en techniek om allerlei sociale problemen op te lossen.
- Volgens hem kan de mens door gebruik te maken van wetenschap en techniek het lijden verminderen of zelfs uit de wereld helpen
- “Kennis is macht”
- Schreef een utopisch geschrift waarin hij een ideale samenleving schetst: een maatschappij waarin wetenschap en techniek voor alle problemen een oplossing hebben gevonden. Het menselijk geluk is maakbaar geworden doordat de mens op een doelgerichte wijze omgaat met de mogelijkheden van wetenschap en techniek. Wetenschappers en technici zijn de baas in die samenleving; de staat wordt geregeerd door geleerden in plaats van politici
- Hij wordt als voorloper gezien van het empirisme(een wetenschappelijke methode die alleen de menselijke ervaring als bron van wetenschappelijke kennis erkent)
- Volgens bacon werkte de wetenschap volgens de inductieve methode.

De inductieve methode:

  1. Het verzamelen van allerlei gegevens op basis van nauwkeurige zintuiglijke waarnemingen.
  2. Het proberen te ontdekken van de oorzaken van wat men heeft waargenomen.
  3. Het formuleren van een voorlopige verklaring of stelling(hypothese) over de oorzaken.
  4. Het voorspellen van nieuwe situaties(nieuwe waarnemingen).
  5. Het uitvoeren van een experiment waarbij de voorspelling getoetst wordt.
  6. het trekken van conclusies.

Prof. Dr. Ir. E. Schuurman:
- Heeft zijn opvattingen van Thomas van Aquino, die sterk beïnvloed werd door Aristoteles die weer een leerling was van Plato.
- We dienen respect te hebben voor de mens in aanleg.
- God heeft de mens op een bepaalde manier ‘geschapen’ en de mens hoort ruimte te geven aan de verwezenlijking van datgene wat hij naar zijn wezen is.

Plato:
- Bracht een scheiding aan tussen de wereld van de ‘gewone dingen’(de alledaagse – zintuiglijk aanwijsbare – werkelijkheid) en de wereld van de ‘ideeën’(de hogere werkelijkheid)àDualisme.

Aristoteles:
- Benadrukte dat er maar één werkelijkheid was: de wereld van de ideeën ligt niet buiten onze werkelijkheid maar ín onze werkelijkheid.
- De hogere werkelijkheid krijgt bij Aristoteles ook andere inhoud; het wordt de oorsprong en het doel van alle dingen in onze werkelijkheid.
- Is van mening dat alles van te voren vastligt, je vorm(vormooraak), je doel(doeloorzaak) en je werking(werkoorzaak).
- Essentialisme: aan alles wat er is, gaat een oorsprong, een wezen, vooraf.

Prof. Kuitert:
- We spelen wel al langer voor God, de natuur hebben we nooit met rust gelaten, dit is slechts een volgende stap in onze ontwikkeling.
- Vind dat er twee meetpunten(afvragen of men de mens niet bederft, afvragen waar we met de kennis en kunde naartoe willen op genetisch vlak) moeten zijn om te controleren of het menselijk blijft.
- De vragen die volgens Kuitert opduiken als het doel een ideaalbeeld van de mens vraagt:

  • Hoe ziet de ideale mens eruit?
  • Wiens ideaal zou dat moeten zijn?
  • Hoe moet dat ideaal gerealiseerd worden?
  • Door wie moet dat ideaal gerealiseerd worden?

- Wil dat genetische manipulatie alléén gerechtvaardigd is wanneer deze een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de strijd tegen het lijden.

Rietdijk:
- Door het beïnvloeden van de genetische factoren bij mensen kunnen we twee doelen realiseren:

  • Dat individuele onvolkomenheden op het gebied van intelligentie, schoonheid en karaktereigenschappen vóórkomen en weggewerkt worden.
  • Er kan een aantal sociale problemen zoals criminaliteit en alcoholisme beperkt worden.

- Verkrotting houdt volgens hem in dat de kwaliteit van het menselijk genenbestand gestaag vermindert. Dit wordt veroorzaakt door straling, chemische ongelukjes ed.
- De natuurlijke selectie is bij de mens verstoord doordat de medische zorg de mensen die normaal uit zouden sterven helpen en in leven houdenàverkrotting.
- Genetische manipulatie en eugenetica liggen in het verlengde van anticonceptie, abortus en euthanasie.
- Is van mening dat mensen sterker worden beïnvloed door aanleg van door omgevingsfactoren

Genoom:
-  Ruwe versie van de menselijke structuur, of, zoals meneer Kuitert het zo mooi zegt, een genoom bestaat uit genen, zoals een boek bestaat uit letters, een unieke combinatie.

Wat is een gemodelleerd genoom creëren?
- het manipuleren van het genoom van een individu

Welke 2 visies zeggen volmondig ja op het de vraag of genetische manipulatie mag en wat is hun manier van denken?
- de aanhangers van rietdijk (omdat natuurlijke selectie bij de mens gehinderd word door de medische zorg die de zieken en zwakken die normaal uit zouden sterven in leven houden ontstaat verkrotting. Om die verkrotting tegen te gaan dwingt het ons tot een genetisch beleid).
- de transhumanisten (transhumanisten willen alles beter hebben dan dat het nu is, zij zien als enige oplossing daarvoor genetische manipulatie).

Hfst. 7 Genetische manipulatie bij mensen

Paragraaf 2 Informatie over genen en ethiek

Genetische manipulatie is het bewust beïnvloeden van erfelijke eigenschappen, op basis van erfelijkheidsonderzoek (DNA-onderzoek).

Heel veel eigenschappen zijn erfelijk, zoals innerlijk, uiterlijk maar ook bepaalde ziekten liggen in je genen het is genetisch bepaald.

DNA bevindt zich in de chromosomen van de cellen. Het DNA bestaat uit een lang soort kralensnoer met 4 typen kralen(basen) à A, T, G & C

Deze basen komen in combinaties voor, A met T en G met C. Het DNA molecuul bestaat uit 2 snoeren. Op de basen bevinden zich genen van organismen. In genen liggen erfelijke eigenschappen opgeborgen.

Wanneer men de 2 snoeren uit elkaar haalt en de samenstelling van basen veranderd ontstaan er dus nieuwe eigenschappen. Zo’n samenstelling met nieuwe eigenschappen is recombinant-DNA.

Genoom: de ruwe versie van genetische structuur

Manipulatie = hanteren à manipulus = een hand vol à naar zijn hand zetten. (niet altijd negatief omdat mensen in de loop der jaren altijd al getracht hebben om de zaken naar hun hand te zetten, bvb, het veredelen van gewassen zodat de beste overblijven)

Door het inbrengen van een nieuw gen in bacteriën kan een bacterie nieuwe eigenschappen krijgen. Hierdoor ontstond insuline, interferon, vaccin tegen leverziekte, hepatitis B en een groeihormoon.

Bij planten wordt er manipulatie toegepast om zo planten immuun te maken tegen onkruidbestrijdingsmiddelen.

Bij dieren werd een aantal jaren geleden de embryonale cellen van een geit en schaap gemengd à scheit. Ook ontstond de kwartelkip.

Bij varkens wilden ze dat het dier minder vet en meer vlees produceerde, dit door groeihormoon in te spuiten. Maar doordat het welzijn van het dier sterk achteruit ging moesten ze hiermee stoppen.

Sperma van superstieren: In de laatste jaren worden runderenembryo’s ingebracht bij draagmoeders waardoor allemaal dezelfde kalveren ontstaan. Voordelen hiervan zijn:
- door gebruik te maken van sperma van superstieren en de kwaliteiten van vrouwelijke topdieren krijg je de beste kwaliteit melk en vlees.
- de uitkomst staat van te voren vast, zo weet men van te voren het geslacht en eigenschappen en kan hierop de productie afstemmen op de behoefte van de markt
- het wordt mogelijk om een scheiding tussen melk en vleeskoeien te hanteren.

De mens: Als het gaat over bewust ingrijpen in genetisch materiaal zijn er in de toekomst 2 mogelijkheden denkbaar:

Gentherapie: Het zodanig wijzigen van genetisch materiaal dat erfelijke ziekten voorkomen worden. (Dit kan voor het begin van het leven, maar ook tijdens het leven)

Het gaat hierbij om het voorkomen, dan wel het genezen van de ziekte en het is nu nog steeds toekomstmuziek, medici beschikken nog over te weinig informatie om dit te kunnen toepassen.
- xenontransplantatie: het transplanteren van organen, weefsels of cellen van de ene naar de andere soort.

Eugenetica: de wetenschap die de invloeden bestudeert welke de erfelijke eigenschappen van de mens kunnen verbeteren.

Het streven naar een verbeterde mens.

Francis Galton vond dat de overheid mensen moest selecteren op basis van gebleken geschiktheid. De hogere klassen zouden meer kinderen mogen krijgen dan de lage klassen.

Klonen *Severino Antinori*
- Reproductief klonen: is erop gericht complete mensen te maken met als doelen:
- Een kind krijgt een ongeluk, maar het kind kan weer opnieuw met leven beginnen.
- Iemand heeft een slecht leven gehad en wil een 2e kans.
- Je hebt ervaring opgedaan bij het opvoeden van het origineel, bij de kloon gaat het je nu beter af.
- Echtparen die geen kinderen kunnen krijgen kunnen nu toch iets voor zichzelf krijgen.
- Therapeutisch klonen à er wordt een stuk menselijk weefsel uit je eigen cellen gekweekt. Zo kunnen op den duur beschadigde organen worden vervangen.
- een repareerbare mens.

Argumenten tegen klonen
- moeilijk en onveilig
- onnatuurlijk, tegen de door God gewilde menselijke orde
- de gekloonde mens zal altijd moeite hebben met het vinden van een eigen identiteit

Er kan op den duur een situatie ontstaan waar men bij sollicitatie een genenpasje moet overleggen. Wanneer het bedrijfsleven weet dat jij over 10 jaar een ernstige ziekte krijgt gaan ze niet veel geld in jou steken.

Dit is ook het geval bij verzekeringsmaatschappijen en ziekenfondsen.

Ethische vragen hierbij:
- wie mag over deze geneninformatie beschikken?
- Moeten mensen die kinderen krijgen verplicht zijn, het onderzoek naar erfelijke afwijkingen als deze in de familie zitten, ondergaan?
- Zijn er gevallen denkbaar waarbij een arts iemand zou moeten vertellen wat het DNA onderzoek heeft opgeleverd?

Paragraaf 3 Is genetische manipulatie bij mensen ethisch acceptabel?

* F.M Esfandiary*
Transhumanisten willen onze aangeboren eigenschappen verbeteren en vergroten.
- verbetering van intelligentie
- verlening van levensduur
- elimineren van ongewenst geachte emoties

Het zijn aanhangers van de evolutieleer die dit zien als een volgende stap in de evolutie.
- vrijheid en rationaliteit
- liberaal, verzet tegen overheidsbemoeienis, individuele vrijheid is belangrijk.

Hfst. 8 Bedrijfsethiek

Paragraaf 2 Waarden en nomen in beroep, bedrijf en branche.

Beroepsmoraal: waarden en normen die beroepsbeoefenaars aanhangen en in de praktijk brengen.

Waarden: standpunten over wat uiteindelijk belangrijk en nastrevenswaardig is in het leven.

Normen: bepaalde verwachtingen over het morele gedrag van mensen.

Normen komen voort uit waarden. Het kritisch nadenken over (ethische) waarden en normen in een bepaald beroep noemen we beroepsethiek.

Schriftelijk vastgelegd waarden- en normenstelselàberoepscodeà een samenhangend geheel van waarden, normen en uitgangspunten met betrekking tot een bepaald beroep en de houding die daarbij hoort(gedragscode, gedragsregels, ereregels, beroepsstandaard)

Voorbeeld beroepscode: eed van Hippocrates die medici afleggen wanneer ze hun beroep gaan uitoefenen.

Bedrijfscultuur: wordt gevormd door de waarden en normen van de medewerkers van een bedrijf. Wanneer we van een bedrijfscultuur spreken, gaat het om vragen als:
- Welke waarden zijn overheersend in een bedrijf?
- Is winst maken het allesoverheersende principe?
- Wordt er rekening gehouden met de veiligheid en de gezondheid van medewerkers?
- Is samenwerking en collegialiteit belangrijk of is er sterke onderlinge competitie?
- Wordt zelf ‘scoren’ hoog gewaardeerd?
- Moeten de medewerkers voorzichtig zijn of juist slagvaardig?

De waarden en normen in een bedrijf zijn meestal niet schriftelijk vastgelegd maar ze zijn wel aanwezig. Wanneer waarden en grondbeginselen wel schriftelijk zijn vastgesteld, spreken we van een mission/bedrijfscode.

Uitingsvormen van de bedrijfscultuur:
a. Via uiterlijk en gedrag van de medewerkers kan een bedrijf bepaalde waarden en normen uitstralen. (Rabobank verhaal)
b. Symbool: een middel om snel een ingewikkeld idee duidelijk te maken(zichtbare tekens van onzichtbare dingen zoals waarden)verwijst naar iets. Bvb. een kus: symbool voor liefde en genegenheid, een trouwringàsymbool voor trouw en verbondenheid. Bedrijven kunnen met symbolen laten zien waar ze voor staan. Dit doet het via een symbolische vormgeving van de gebouwen, de werkkleding, het logo van het bedrijf, ect.
c. Ritueel: bepaald gebruik(een handeling of activiteit die steeds terugkeert op een vast tijdstip of bij een bepaalde gelegenheid. Rituelen zijn belangrijk voor groepsvorming(ze zorgen voor gevoelens voor saamhorigheid, voorspelbaarheid en zekerheid), ze bezweren angst en onzekerheid bij mensen. Bvb. hoe je elkaar begroet in een bedrijf, de manier waarop je vergaderd.
d. Helden: mensen met een voorbeeldfunctie binnen een bedrijf(oprichters ed.) Mensen in een bedrijf laten zich inspireren door de waarden en normen van die helden.

Bedrijfscode: schriftelijke vastlegging over hoe het bedrijf zich wil gedragen tegenover belanghebbenden(werknemers, aandeelhouders, concurrenten) bij het bedrijf.

Algemene bedrijfscode: geeft de waarde en doelstellingen aan waardoor de onderneming zich wil laten leidenàmedewerkers stemmen hierop hun gedrag af.

Plichtencode(=deontologische code): hierin wordt aangegeven wat de plichten van de plichten zijn van werknemers tegen over het bedrijf en de belanghebbenden van het bedrijf(bvb. klanten) directe gedragsaanwijzingen

Bedoelingen van bedrijfscodes:

  1. duidelijkheid voor de werknemers
  2. versterken van gemeenschappelijkheid(versterkt bedrijfscultuur)
  3. versterking van corporate image(imago van het bedrijf)
  4. inspelen op externe ontwikkelingen

Branchecodes: gedragscodes binnen  brancheorganisaties branches (bepaalde takken van handel, industrie of dienstverlening), alle bedrijven die bij een brancheorganisatie horen moeten de branche codes naleven.

Paragraaf 3 Bedrijfsethiek

Bedrijfsethiekànadenken over (ethische) normen en waarden in een bedrijf. Ontstaat als werknemers handelen in naam van het bedrijf, stelt de vraag: zijn dat goede waarden en normen (handelt het bedrijf menswaardig)?

Bij bedrijfsethiek kunnen we aan de volgende vragen denken:
- mag een bedrijf kwetsende reclame maken?
- Behoort het bedrijf eerlijk te zijn tegenover haar klanten?
- Behoort het bedrijf een vrouwvriendelijk personeelsbeleid te hebben?
- Behoren medewerkers inspraak te hebben in het personeelsbeleid?
- Mag het bedrijf producten verkopen die gemaakt zijn door kinderarbeid?
- Wie is er moreel verantwoordelijk wanneer het product schade berokkent aan de gezondheid van de consument?
- Hoe behoort het bedrijf om te gaan met ongewenste intimiteiten?

Stakeholders: alle groepen die op de een of andere manier belang hebben bij het handelen en het functioneren van het bedrijf (leveranciers, medewerkers, concurrenten, omwonenden, etc.) Bvb. in de relatie van het bedrijf tot de afnemers spelen de ethische kanten van reclame een rol.

De relatie tussen beroeps- en bedrijfsethiekàbedrijfsethiek is iets anders van beroepsethiek, maar ontstaat wel door het handelen van mensen die hun beroep uitoefenenàbedrijfsethiek ontstaat uit beroepsethiek.

Bedrijfsethiek bestaat uit twee delen:
- Primair moreel handelenàdoor morele keuzes te maken en daardoor aanspreekbaar te worden op je gedrag wordt je een ‘moreel subject’.
- Secundair moreel handelenàdoor te handelen voor iemand anders(bijvoorbeeld door een bedrijf waar je voor werkt) ontstaat er een tweede verantwoordelijke.

Beroepsverantwoordelijkheid en bedrijfsverantwoordelijkheid komen samen tot stand.

Bedrijfethiek kun je onderverdelen in drie visies:
- Minimale visie: een bedrijf wil winst maken, ethiek speelt nauwelijks een rol
- Tussenvisie: een bedrijf wil winst maken maar doet dit ethisch verantwoord
- Maximale visie: Ethiek komt vóór winst

Paragraaf 4 Bedrijfsethiek is belangrijk

Bedrijfsethiek is niet alleen vanuit de ethische optiek maar ook vanuit de economische optiek van belang (een bedrijf kan kapot gaan aan onethisch handelen).

Juridische en ethische optieken overlappen elkaar vaak. Meestal vinden wij iets onjuist wat wettelijk ook verboden is. Ethische zaken kunnen juridisch worden opgelost. Maar veel zaken zijn niet wettelijk geregeld. Hier moet de ondernemer terug vallen op zijn eigen geweten. Iets is niet zomaar ethisch toelaatbaar is als het wettelijk is toegestaan (een hongerloontje uitbetalen in een derde wereldland is misschien wel wettelijk toegestaan maar ethisch niet).

Door snelle maatschappelijke ontwikkelingen kunnen nieuwe ethische vraagstukken ontstaan.

Bedrijfsethiek kan ook economisch aantrekkelijk zijn. Het bedrijf dat ethisch verantwoord handelt verbeterd het corporate image, het beeld van een bedrijf zoals dat leeft bij verschillende stakeholders (werknemers, klanten leveranciers etc.) het image geeft dus aan hoe deze doelgroepen tegen een aantal aspecten ven het bedrijf kijken; klantenservice, prijs kwaliteit, winstgevendheid, arbeidsverhoudingen etc.

Positief corporate image heeft een gunstige invloed op het functioneren van de eigen medewerkers. Ze zijn tevredener en vinden zich hierdoor gemakkelijker in bedrijfsdoelen. Ze zijn ook productiever. Ook met relaties in het buitenland krijgen ze hierdoor meet afzet. Consumenten stellen de laatste paar jaren aanvullende eisen aan het product en bedrijf. Door corporate image kunnen er grotere economische voordelen zijn voor het bedrijf. Je moet de verwachtingen die gewekt zijn dan wel waar maken, anders kan het voordeel omslaan in een nadeel.                           
Ondernemingsbeslissingen:

Gebied 1:

Ethisch en legaal

Gebied 2:

Ethisch en illegaal

Gebied 3:

Onethisch en legaal

Gebied 4:

Onethisch en illegaal.

Paragraaf 5 Gewetensbezwaren: wat te doen?

Een bedrijf voert een beleid, een medewerker kan het daarmee oneens zijn. Dat kan komen omdat de medewerker het beleid onethisch vindt. Voor een medewerker ontstaat een moeilijke situatie, er worden dingen verwacht waar hij of zij niet achter kan staan. Dan spreek je van gewetensbezwaren: je kunt het niet voor je geweten verantwoorden dat je medewerking verleent aan in jou ogen onethisch bedrijfsbeleid. Wat moet je dan doen?

  1. Overleg. Je kunt via overleg proberen iets te veranderen aan het bedrijfsbeleid. Je kunt beginnen bij je collega’s. je kunt er een bedrijfsethisch probleem van maken.
  2. Werkweigering. Als je alle mogelijkheden tot overleg hebt gebruikt maar het bedrijf blijft bij haar standpunt staan kun je een gedeelte van het werk weigeren. Ontslag is vaak moeilijk vooral als je ouder bent. Iedere werknemer heeft recht op gewetensvrijheid, dat staat in de wet. Een ander argument voor werkweigering kan zijn dat een bedrijf er voordeel bij kan hebben. Bepaalde vormen van werkweigering worden toegestaan door de wet, de werknemer kan dan niet ontslagen worden (werken op een dag die voor jou een religieuze feestdag is, werk doen wat onwettig is, je moet iets doen wat slecht is voor de volksgezondheid.)
  3. Ontslag. Belangen van alle betrokkenen bij het bedrijf worden achtergesteld om de doelstelling winst te behalen.
  4. Klokkenluiders. Mensen die onjuiste bedrijfspraktijken aan de grote klok hangen.

In Engelstalige landen hanteert men whistle bowling, aan de bel trekken, kenmerken:
- Kan plaatsvinden binnen maar ook buiten het bedrijf.
- Men brengt iets in openbaarheid, daar waar geheimhouding van de werknemer wordt verwacht.
- Ruchtbaarheid geven aan dubieuze bedrijfspraktijken is een weloverwogen actie om de gemeenschap te waarschuwen voor ernstige schendingen van belangen bv. de volksgezondheid.
- Degene die de vuile was buiten hangt weet dat hij het moeilijk kan krijgen.

Vaak wordt whistle bowling als verraad gezien, daarom meestal anoniem. Kan grote gevolgen hebben, werknemer kan baan verliezen bedrijf verliest omzet en vele banen. Het beste is vooraf contact op te nemen met een juridisch adviseur.

Sinds 2002 NL een wetgeving voor klokkenluiders, deze beschermt de klokkenluiders. De top dient binnen 8 weken werk te maken van de melding. Naar de pers gaan in plaats van de vertrouwenscommissie geeft geen rechtsbescherming.

Stappenmodel:
Fase 1, formuleren van de case.
Fase 2, welke optieken spelen een rol?
Fase 3, welke waarden spelen een rol?
Fase 4, wat is het ethisch probleem?
Fase 5, welke stakeholders spelen een rol?
Fase 6, wie is moreel aanspreekbaar?
Fase 7, welke aanknopingspunten geeft de ethische code?
Fase 8, formuleren van een oplossing: standpunt, argumenten, waarom niet andere standpunten?

Hfst. 8 Euthanasie

Euthanasie: Een opzettelijke levensverkortend handelen door een ander dan de betrokkene op diens verzoek.
- Wanneer de betrokkene de handeling zelf uitvoert is het zelfdoding
- euthanasie is geheel vrijwillig
- De betrokkene moet een verzoek hebben ingediend en aangewezen zijn op anderen.

Onder op verzoek verstaan we:
- vrijwilligheid
- een volwassen iemand
- volle verstand = alle normale geestelijke vermogens
- zonder dwang
- vrije wilsuiting

2 soorten euthanasie: actief en passief.
Actief = d.m.v. medicatie de patiënt om het leven brengen
Passief = stoppen met behandelen (b.v. stoppen toedienen medicijnen, voedsel, vocht, zuurstof)

Palliatieve sedatie = verdoving.

Hoort volgens de wet niet bij euthanasie, maar bijvoorbeeld morpine toedienen, het stervensproces begint, mar brengt niet direct patiënt om het leven.

Hospice = soort sterfhuis (palliatieve zorg)

Palliatief = Heeft met verzachting levenseinde te maken

Ethische argumenten bij euthanasie: ethische standpunten en juridische regelingen kúnnen uiteenlopen.

‘Voorstanders’

  • Barmhartigheidsprincipe = mensen in nood helpen
  • zelfbeschikkingsprincipe = baas over eigen leven en hebt dus recht daarover te beschikken (dus ook over het einde van je leven)

‘Tegenstanders’

  • Barmhartigheidsprincipe = mensen in nood helpen, dus niet dood maken
  • Zelfbeschikkingsillusie = je hebt jezelf niet gemaakt, niet zelf voor bestaan gekozen à je bent geen baas over je leven: Er is geen zelfbeschikking (godsdienstig/atheïstisch)
  • Er zijn altijd alternatieven voor euthanasie: hospici, palliatieve zorg
  • Respect voor menselijk leven (intrinsieke waardigheid)

Zorgvuldigheidseisen

De zorgvuldigheidseisen zoals die zijn vastgelegd in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, hoofdstuk II, artikel 2, punt 1, houden in dat de arts:

  1. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt,
  2. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt,
  3. de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten,
  4. met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was,
  5. ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, en
  6. de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd.

Islam: volgens de hoofdstroom van de Islam beschikt God (Allah) over leven en dood. Sommige gaan zover dat zij menen dat God een vast tijdstip van sterven al heeft vastgelegd, anderen verwerpen dit idee. Euthanasie wordt gezien als een menselijke ingreep in zaken die alleen aan God toekomen.

Jodendom: binnen de orthodoxe Joden geldt euthanasie als moord. Het is dan de arts die het gebod "Gij zult niet doden" overtreedt. Andere Joodse stromingen zien hierin zelfmoord. Het is dan de patiënt die het gebod overtreedt. Binnen liberale Joden komt de tweede opvatting meer voor hoewel er in vrijere Joodse kringen euthanasie wel wordt toegelaten bij uitzichtloos lijden.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.