ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
De 19e Eeuw.
Neoclassicisme 1750-1830
• Verlangen klassieke vormen oa door opgravingen van Pompeij
-daarvoor overdreven Barok en het speelse rococo
• Rond 1800 gebouwen uit oudheid
-Griekse en Romeinse tempels en triomfbogen
-Allereerst in Engeland
• Vooral in bouwkunst
• Classicistisch: Het Pantheon (1755-1812)
-bedoeld om kerk van de abdij Ste.Genevieve te vervangen.
• Ook in Renaissance teruggegrepen in klassieke oudheid.
-Maar 19e eeuw op grotere schaal.
-Neoclassicisme omdat: ze de stijl imiteerden.
De invloed van een Revolutie
• 18e eeuw: Verlichting
• 1751 Diderot encyclopedie
• Edelen + koningshuizen werden tegengewerkt
• Franse Revolutie
-gevolg: chaos en oorlog
De tussenkomst van de Sabijnse Maagden.
• De tussenkomst van de Sabijnse maagden – David 1799
• Leefde in de periode van de Franse Revolutie
• Schilderij: reactie op geweld oa dmv guillotine, schreeuw om verzoening.
• Vorm en tijd verteld een klassiek verhaal.
• Verhaal ontstaansgeschiedenis Rome
-Stad had tekort vrouwen, inwoners bedachten list: Sabijnen uitnodigen. Romeinen overvielen hen, en stalen hun vrouwen. Sabijnse koning trok ten strijde, maar de Sabijnse maagden stelden zich tussen strijdende partijen en voorkwamen een bloedbad.
Napoleon
• Generaal maakte bliksemcarrière door veldtocht Italië
• David – De Kroning van Napoleon I 1809
-realistisch + gedetailleerd (bijna klassiek)
• 1804 tot koning gekroond
-Het Romeinse rijk bleef zijn voorbeeld.
-Kunst: Neoclassisitisch (laatste periode empirestijl dat was geïnspireerd door de klassieke oudheid.)
-Verdwijning Napoleon 1815 ook verdwijning empirestijl
• Wener Congres (1814-1815)m werd de hand naar staatkundige hervormingen in Europa steeds groter.
-democratiseringsproces ook te zien in kunst
Mode
• Verhoogde taille
De Odalisk
• Ingres Odalisque (haremvrouw)
-Litho of steendruk: fijn geschilderd, scherpe contour en zuivere naakt
-kleuren zacht, compositie weloverwogen, anatomie niet natuurgetrouw: lange rug, grote kont.
-Wel neoclassicistisch: exotisch
Romantiek 1800-1850
• Rol: gevoel en emotie
• Romantiek meer een levenshouding
• Aanzet: letterkunde (genoeg van rationele denken en verlichte ideeën.
-René Descartes: ik denk, dus ik ben.
-Rousseau en Diderot = emotie
• Duitsland: Goethe-Die Leiden des jungen Werthers (1774)
• Schrijven over: verlangen, eenzaamheid, melancholie, geordende
-verzetten tegen het burgerlijke
-liefde voor de natuur
-oude volksverhalen (avontuurlijke heldenverhalen: versvorm of proza)
-Roman: geschrift uit romaanse volkstaal (roman-tiek)
Stromingen Romantiek
• 1. Droom en fantasie
• De nachtmerrie – Füssli 1781
-onheilspellend omdat het oncontroleerbaar is
-Wie droomt nu? Schrijver, meisje en kijker?
-in de tijd dat hij leefde dachten mensen dat dromen ontstonden omdat geesten rondliepen tijdens het slapen. Een nachtmerrie kwam bijvoorbeeld door de duivel
• 2. Terug naar de natuur
• Jean Jacques Rousseau: mensen waren van nature goed, maar bedorven door maatschappelijke toestanden. Ze moesten dus terug naar innig contact met natuur.
• Schilder: Duitser Caspar David Friedricht
-landschappen
-Hij zag mensen als nietig wezen, dat tegen de natuur weinig in te brengen had.
• William Turner: aquarellist
-landschappen
-Later olieverftechniek
-soms meer dan alleen afspiegeling van de werkelijkheid
-onweer, opstekende storm, geheimzinnige nevels en mist
-Titels schilderijen: literaire thema’s.
-Hij laat werkelijkheid, herkenbaarheid van het onderwerp steeds meer los (licht en non-figuratie)
-Invloed op impressionisme en abstracte kunst.
• 3. Vluchten naar vreemde en exotische culturen
• Afrika, Azië, Australië, Noord- en Zuid Amerika werden bezocht
-verwerken van de dingen die ze zien
• 4. Vluchten uit de werkelijkheid naar het verleden
-opgebouwd uit Neo-stromingen
• Nozareners 1800-1820
-Groep Duitse schilders
-Inspiratiebron: Dürer en Rafaël
-soort commune die streng wilde leven om het ideaal van Christus te bereiken en het beeldend uit de dragen.
• Prerafaëlieten
-Protesteerden tegen het beschaafde en onwaarachtige van de academies.
-Terug naar kunst voor Rafaël (voor 1500), deze kunst nog niet zuiver.
• Neogotiek
-Gotiek uit 1150-1400 weer populair
-Rijksmuseum te Amsterdam – Cuypers
Neorenaissance en neobarok
• Halverwege 19e eeuw
• Neobarok kwam op in laatste fase van de Romantiek
-1 ding hebben neobarok en barok gemeen: het pompeuze, overdadige en rijk versierde.
-geen gebouwen, pakhuizen, fabrieken, flats want de eisen die ze stellen zijn te zwaar.
-Neobarok: Operagebouw te Parijs
-Wel veel in gebouwen en in de beeldhouwkunst
Een kooi van met aal en paardenhaar
• 1820 taille weer natuurlijk
• Vrouw moest aantrekkelijk zijn.
-Bleke, vermoeide vrouw: teerheid en gevoeligheid
-Rok kegelvormig en mouwen wijd + korset voor smalle taille.
• Later rok nog wijder
-dragen van onderrok van stug materiaal: crin (paardenhaar)
• 1850 rok constructie: hoepels: crinoline
• Amalia Bloomer was rationeel: Ze vond dat er broeken gedragen moesten worden.
• 2e Helft 19e eeuw onderrok of petticoat met hoogstens één koepel in de zoom.
-Rok gedrapeerd, zo werd de onderrok zichtbaar
-Tournure (voorkant glad en achterkant gedrapeerd .
Het Realisme 1840-1890
• Bonjour Monsieur Courbet – Courbet 1854
-realistische titel
• Realisme: eenvoud
• Courbet was reactie op vage en ongrijpbare Romantiek
• Karl Marx 1848 Das Kapital, vooral op sociaal-maatschappelijk vlak.
• Men werkte nog in atelier en niet buiten (plein-air)
-Bijna de mogelijkheid de verfsoorten in tubes te kopen.
• Courbet schilderde levensgroot (vb De steenbrekers)
• Onderwerp realisme: eigentijds
-Arbeiders waren helden, niet meer de hooggeplaatste.
-Schilders kozen actuele eenvoudige dingen, dus dingen die om je heen gebeuren (groet)
Machines pro en contra vorming
• 1e Wereldtentoonstelling 1851
-promotieshow: economische, sociale, culturele en technisch hoogtepunten van een aantal landen.
-Doel: bevordering van internationale handelsbetrekkingen en het uitwisselen van ideeën en uitvindingen.
-Invloed het grootst: bouwkunst vb Eiffeltoren en Atomium.
• Beeldende kunt vb 1889 te Parijs
-Vincent van Gogh en impressionisten maakten kennis met Japanse kunst
Een Kirstallen Paleis
• 1e wereldtentoonstelling: London in Crystal Palace
-constructie uit gietijzer en glas
-Sommige noemden het: De Kathedraal van het machinetijdperk
-Architect: Joseph Paxton (ook tuinen en CP: tuinkassen)
• Pre-fabrication (Prefab): het vooraf produceren van bouwelementen.
-Geldt ook voor gotiek (hout/natuursteen) werden gemaakt in Bauhütten. (kleine werkplaatsen en ateliers die bij in aanbouw zijne kathedralen stonden.)
• Vanaf 19e eeuw vindt prefab plaats in speciale fabrieken.
• Buitenkant officiële gebouwen: theaters en stadhuizen: verschillende neostromingen
• 1851 tentoonstelling: Thonet – Stoel (1850)
Engelse of Industriële Revolutie
• 1e helft 19e eeuw opbouw imperium (koloniën: grondstoffen)
• Andere landen kansloos: politieke en economische chaos.
• 1750-1840 industriële en maatschappelijke revolutie.
-Stoommachine – James Watt 1769
• 1800-1885: elektrische stroom, loopfiets, fotografie, schrijfmachine, phonograaf, automobiel waren uitgevonden of ontdekt.
• Materialen nieuwe toepassingen (nieuwe industrie vb conservenindustrie)
• Gevolg ontdekkingen: mens kreeg gevoel voor eigenwaarde.
-Gevolg mens: nieuwigheden laten zien
Sociale onrust
• Veel mensen van platteland naar de stad.
-Gevolg: steden konden dat niet aan.
-Gevolg: Woningnood en ziekte
• Fabrikanten namen goedkope arbeiderskrachten in dienst.
-Gevolg: vrouwen/kinderen 14 uur werken tegen minimum beloning.
-Gevolg: 1850 realisme
Een nieuwe leer.
• 1848 Das Kapital – Marx
-Iedereen gelijk
-Arbeiders bezaten niets en kapitalen alles
Nieuwe producten, nieuwe vormen.
• Begin massaproductie: zelfde vormgeving als ambachtelijke handgemaakte producten.
• Industrialisatie: snel gemaakt dus producten werden betaalbaar
• Neostijlen hoogtij: ook toegepast in gebruiksvoorwerpen.
-Ook in materiaal
-Gevolg: mensen keren zich af van machinale productie.
• William Morris: verheerlijkte handwerk uit Middeleeuwse gildensysteem.
-Oprichting: Arts en Crafts
-Streven naar verantwoord materiaalgebruik
-Onderwerp: Middeleeuwen (patronen, golvende bewegingen, granaatappelmotief (1500)
Architecten en ingenieurs.
• Ingenieurs: hadden het lef nieuwe mogelijkheden te proberen/toe te passen.
• Architecten: bleven zich aanpassen aan de smaak van rijke opdrachtgevers.
• Men vond constructie minder belangrijk dan versiering.
• De bouwkunst als ‘demonstratie van rijkdom”zoals de Opéra van Parijs, was minder geschikt voor de meer functionele of commerciële gebouwen.
-Gietijzer, staal en glas : alles eenvoudig en helder.
• Leeszaal van de bibliothéque nationale – Labrouste
-gietijzeren zuiltjes nog klassieke (cointische) vorm en doet neonrenaissancistisch aan.
-Toch ook aanzet om de constructie van het gebouw te laten zien.
• Brug – Eiffel 1880
-Zuiver constructief
-Nog net als ‘echte’ architectuur beschouwd.
-Het waren schepsels van ingenieurs die dit toepasten.
• Kunstenaars begonnen in te zien dat machines niet weg te denken waren
• Eind 19eeeuw verlangen naar ‘nieuwe kunst’ : Art Nouveau of Jugendstil
-Nieuw van onderwerp en vormgeving
• 19e eeuw mechanisatie in textielindustrie.
-borduur, naai- en breimachines
• Kleermakers begonnen zelf stof te kopen, stofverkopers begonnen ateliers waar stof tot kleding verwerkt werd en er kwamen voorraden kleding in standaardmaten: de confectie
• Midden 19e eeuw: warenhuizen
-1824 La belle Jardinière
-Artikelen steeds uitgebreider: andere culturen en producten leren kennen.
-Gevolg: gewoonten en wensen veranderden.
• Charles F. Worth werkzaam Haute-couture
-Op papier eerst collectieve ontwerpen, en dat vertonen door mannequin (nieuw/apart beroep)
Jugendstil/Art Nouveau (1890-1910)
• Nieuwe uiting van luxe en het goede leven.
• Natuur nieuwe inspiratiebron
• Was meer opvatting dan stijl
-vormen die sierlijk gebogen lijnen lieten zien, ontleend aan dieren en planten.
-Moet in alle kunsten toepasbaar zijn.
• Nederland: slaoliestijl België+Engeland: Modern style
• Ieder land eigen kenmerken.
-Gemeenschappelijk: plant/bloem motieven, beweeglijk groeiende vormen. Draak-, slang- en vlechtwerkmotieven (ook in Middeleeuwen)
-Gevolg: handgemaakte product weer in belangstelling.
-Stroming wou geen gemakkelijke vormgeving maar wees machines niet af.
• 17e eeuw: niet allen vorsten, edelen en kerk konden kunst kopen.
• Eind 19e eeuw: René Lalique – Edelsmid
-sieraden maken van oa goud + edelstenen
• Opdrachtgevers, rijke industriëlen en oliemagnaten wilden kostbaar/duurzaam materiaal.
Antoni Gaudi
• Fantastische en bizarre werken.
-Inspiratie: duistere middeleeuwen.
-Eigenlijk nergens onder te brengen.
• Casa Battlo 1905-1906
-bestaande woning drastisch veranderd.
-Exotisch en dak is een drakenrug.
• Hij komt uit Spanje
-In Spanje een mengelmoes van stijlen oa barok en gotiek
• Internationaal keerde de architect zich af van een nuchtere, zakelijke vormgeving. Als reactie op neoklassieke vormen hadden ze behoefte aan bouwwerken die meer menselijk waren.
• Natuurvormen : in gotiek ontdekt
-toegepast: indeling grote ramen en ornamenten
-Constructie wijzen waren ook hieraan ontleend.
• Om ruimten te overkoepelen of te overwelven was betrouwbare constructie nodig.
-Dak: kreeg drukte te verwerken van zijn eigen gewicht.
-Kracht: verticaal naar beneden en horizontaal op de zijwanden, dit moest gelijkmatig verdeeld worden.
• Gaudi in eigen land (Catalonie, streek) was al zo’n constructie.
Aan de vooravond van onze tijd.
Impressionisme (1870-1910)
• Na reformatie: minder opdrachten gegeven door kerken
-Nu: particulieren en plaatselijke overheden.
-Gevolg: kunstenaars moesten doen wat er gezegd werd en eigen artistieke opvattingen laten varen.
• 19e eeuw werd dit anders: hij koos of nam stelling tegen geldende noodzaak.
-De wereld/werkelijkheid kom op 2 manieren weergegeven worden:
-Objectieve realiteit: dit kon iedereen zien.
-Subjectieve realiteit: opzoek naar het mooie of juist de keerzijde.
• Kunstenaars kwamen tot andere visies.
-Vorm, ruimte, waarnemen en weergeven.
• 1979 Hugo Klaus: “De ergernis ergesn over, het afzetten ergens tegen is een belangrijk motief tot creativiteit”.
• Moderne kunst veel verscheidenheid en schoonheid staat niet langer centraal.
• Moderne kunst: roept op tot verwondering over en herbezinning op bestaande woorden. Zij is een uitdaging.
• Vernieuwingen door voorafgaande ontwikkelingen.
-In europa schilders die publiek met verschillende oplossingen confronteerden.
Een “Impressie van.”
• 1874 Impressionisme
• Claude Monet – Impressie: zonsopgang 1872
• Een indruk of impressie geven.
• Monet soms zo ver als non-figuratief
• Monet: reeksen schilderijen met hetzelfde onderwerp op verschillende momenten van de dag.
-Doel: wisseling van licht en invloed van vorm vastleggen.
• Het station van St.-Lazare – Monet 1877
• Kenmerken impressionisme:
1. Tot uiting in vooral schilderkunst, minder beeldhouwkunst en niet in bouwkunst.
2. Reactie op het toen heersende academisme
3. Onder invloed van fotografie, probeerde men een moment (impressie) in beeld te brengen; toevallige composities en abrupte afsnijdingen.
4. Licht maakte vormen en kleuren zichtbaar.
-Monet: geen duidelijkheid van vorm. Juist loslaten van vorm, zo extreem dat vormen in elkaar overvloeien. Wilde totaalbeeld en bekommerde zich niet om het drie dimensionale van dingen.
-De effecten van licht en kleur met het accent op licht werden hoofdthema. Grote aandacht voor theorieën over kleur. Newton 1702: kleuren van de regenboog binnen het spectrum te analyseren tot 6 kleuren: 3 primaire en 3 complementaire kleuren. Daartussen waren door menging vele overgangen te verkrijgen.
-Ostwald: 24-delige kleurencirkel
-Goethe: Bevindingenboek: Zur Farbenlehre
-Impressionisten bepaalde ideeën kleur van de schaduw.
-Schilder Delacroix: schaduw heeft kleur. Complementaire kleur van de eigen kleur van het object of de vorm die in het samenspel met het licht die schaduw veroorzaakte. En waarneming: kleuren hebben invloed op elkaar, impressionisten schonken grote aandacht daaraan.
5. Plein-air: om landschappen te schilderen in buitenlucht. Voor de helderheid van de kleur waren ze afhankelijk van een land met veel zonlicht. In NL en België waren vaak minder heldere kleuren: bruin, grijs en zacht blauw. Het koele Noordelijke Hollandse licht was hiervoor verantwoordelijk. In Noordelijk Europese temperament kunstenaars waren ingehoudener en melancholischer dan Zuiderlijke streken dit heeft te maken met: karakter volk en het klimaat. Nederlandse schilders: Willem Maris, George Breitnet en Jozef en Isaäc Israëls.
6. Schilderij kreeg iets zelfstandigs door eigen interpretatie. Iets wat los stond van pure realiteit: wereld binnen de lijst : L’art pour l’art.
Auguste Rodin 1840-1917
• Roding: invloed barok, maar voegde ook veel nieuwe elementen toe dat zijn werk door eerlijke eenvoud ver uitstijgt boven de overdreven barok
• Rude: classicist, maar in zijn streven naar realisme verloor hij zich in details.
• Rodin 1891 monument van schrijver Honoré de Balzac
-Studies gevolgd: traditioneel naaktfiguur.
- vanaf 1939 werden bronzen exemplaren gegoten daarvoor was dit gips.
• Rodin – Honoré balzac
-Aandacht gericht op massa, volume, licht en plasticiteit van het beeld (hij wenste zich niet bezig te houden met de gevolgen van het licht)
• Symbolistische elementen:
-Door materiaal en vorm: karakter Balzac is daarom vastberaden, gezaghebbend, hautain en individualistisch.
-Vastgelegd symbolisch: grote jas om het lichaam met als sluitstuk het hoofd.
• Rodin: oog voor het gedrag van het materiaal.
-Er is namelijk sprake van samenspel van enerzijds de mogelijkheden, de geaardheid van het materiaal en anderzijds de wil van de maker om dit materiaal vorm en richting te geven.
Vincent van Gogh 1853-1890
• Was een tragische en eenzaam figuur die slechts contact had met zijn broer Theo
• Weg met Cypressen 1890
-emoties omgezet in vorm
-Loyaal in de verf
-Expressie gevend aan zijn gevoelens
-Beweging
• Hij schilderde dingen niet zoals het oog ze waarnam, realistisch en ook niet als een impressionist ze zag (als een vluchtige blik)Maar met een persoonlijke betrokkenheid.
• Expressionisme geboren:
-Via kunst uitdrukking geven aan persoonlijke gevoelens.
• Vaak verpakte hij zijn werk met indirecte bedoelingen.
-dmv het afbeelden van herkenbare dingen die echter door de manier waarop hij schilderde een symbolische betekenis kregen.

Paul Cézanne
• Sainte Victorie
-Bergbeklimmer overwint letterlijk de weerstand van een berg door hem te beklimmen.
-Hij wilde dat de kijker het gevoel kreeg ook achter de berg te kunnen komen.
-Gevolg: plasticiteit en tweedimensionaal (dit werd voor onmogelijk gehouden)
• Lichte (plein-air) kleurgebruik van impressionisten overgenomen.
-Net echte niet interessant, wel het ruimtelijk effect dat kleur kon veroorzaken.
-Vond vormloze en vrijblijvende bij impressionisten niets.
-Hij ontdekte basisvormen, en hij zocht de vormen om die terug te brengen tot eenvoudige vormen.
• Zijn werd overschreed soms de grens naar de non-figuratie ten gunste van de vormen waaruit de natuur is opgebouwd: bol, kegel, prisma en kubus.
-Latere werken van hem toch een beetje waterig en onvast van vorm maar dat kon niet anders: omdat de organisatie van dingen in het schilderij die constructief een gelijkwaardige eenheid moest voren (voorgrond/achtergrond/onderwerp moesten één zijn)
• Verstandelijke benadrukking tot het ontdekken van vorm.
Paul Gaudain
• Verstoppen symbolische boodschap
• Werk: Vincent van Gogh tijden het schilderen 1888
• Hij verbleef 12 jaar op Tahiti, geïsoleerd en in gezelschap autochtone bewoners.
• Exotische sagen 1902
-Samen: oude verhalen met een kern van waarheid. Vaak heldhaftige en romantische verhalen die steeds worden doorverteld.
-Inhoud: kleur ogen figuurlinks is wat onwerkelijk.
-Hij gebruikt kleur symbolisch
-Hij veranderde kleur opzettelijk, dus niet altijd de werkelijkheid.
-Doel: Sfeer Tahiti en het exotische van verhalen versterken.
Postimpressionisten
• Moderne schilders: Van Gogh, Cézanne en Gaudain.
-Postimpressionisten
• Roger Fry kwam met deze term
-Wat deze kunstenaars gemeen hebben: koppig, weigeren aan te passen en dus individualist
Expressionisme, begin 20e eeuw.
• Reactie op impressionisme
-Wilde niet zozeer de werkelijkheid weergeven. Maar juist zijn innerlijke gevoelens, ideeën en spanningen ten aanzien van die werkelijk wilde uit-drukken.
Die Brüke en Der Blauwe Reiter
• Waren 2 groepen binnen Expressionisme.
-Toch geen georganiseerde beweging.
-Vroeger bestond ook uiting gevoel en reactie (dus al achterhaald)
• Expressionisme geen l’art pour l’art.
-Veel pessimisme en angst boventoon: subjectiviteit.
• 1912 expositie term expressionisme (vooral in Duitsland aanwezig)
• Wortels: non-figuratie en abstract

Beeldhouwkunst:
• Ernst Barlach – Man in de kaak 1918
-Expressionisme
-Onzekerheid crisis en dus getuige van opkomst nationaalsocialisten.
-Geeft uiting aan wat mensen elkaar kunnen aandoen: gevangenschap en vernedering.
-Ook enige waardigheid door gesloten vorm: standvastig.
-Grove vormgeving: weinig details.
• De Kus – Brancusi 1908
-Expressionisme
-Belangrijkste punt: samengaan van inhoud, vorm en het middel daartoe.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

Dankjewel voor dit.
Dit is een supermooi verslag.

groetjes sverre! (:

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

ok

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast