Egyptenaren

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 476 woorden
  • 17 juli 2001
  • 89 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.9
  • 89 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
EGYPTE
De Egyptische cultuur bestond ongeveer van 3000 tot 500 vóór Christus. En zij is in 3 delen verdeeld,
nl.: het Oude, het Midden en het Nieuwe Rijk.
Bijna alle bewaard gebleven beelden, reliëfs en gebruiksvoorwerpen stonden in het teken
van het geloof, en dan vooral in het teken van het leven in het hiernamaals. Zij kenden een veelgodendom,
en de meeste goden verschenen als dieren op aarde, die dan ook vaak afgebeeld zijn.

Het Oude Rijk ( 2800 - 2200 v. Chr. )
Het belangrijkste kenmerk in de bouwkunst is de piramide. Daarin werd de farao, na zijn dood, in begraven

met al zijn kostbaarheden en alle benodigdheden voor het hiernamaals. De gangen met valdeuren moesten
rovers buiten houden.
Door de 3 tijden heen werd er veel gebruik gemaakt van beelden, losstaand in de piramide of als versiering
in de muren, en van reliëfs. beiden werden gedeeltelijk of geheel bewerkt met kleur en stenen. De reliëfs
beeldden verhalen uit, met behulp van beeldschrift; dus in de vorm van dieren, mensen en voorwerpen. De mens moest zo duidelijk mogelijk uitgebeeld worden, wat vreemde kenmerken met zich meenam. Zo werd de romp van voren afgebeeld, terwijl het hoofd, de benen en de armen van opzij waren, en er werd één oog in
het van-opzij-geziene hoofd frontaal afgebeeld.

Het Middenrijk ( 2200 - 1600 v. Chr. )
De tijd van het Middenrijk was een rommelige tijd, en er is weinig daaruit overgebleven.

Het belangrijkste verschil van de bouwkunst is de manier van begraven. Farao's werden nu in rotsgraven i.p.v. piramides begraven. Dit was veel minder beschermd, en er is dus veel gestolen. Alleen het graf van Toethanchamon is ongeschonden teruggevonden. Omdat de grafen veel kleiner waren werden er in het Nijldal graftempels voor
de farao's gebouwd. Deze bestonden uit binnenplaatsen met overdekte ruimtes, die werden ondersteund door zuilen. Zo waren de Egyptenaren ook de uitvinders van capitelen, die werden genoemd naar de versiering, nl:
1. papyruscapitelen, 2. palmbladencapitelen en 3. lotuscapitelen.

Het Nieuwe Rijk ( 1600 - 1000 v. Chr. )
Dit was een periode van grote welvaart, doordat er door de veroveringszucht van veel farao's veel
nieuwe grondstoffen werden aangevoerd én nieuwe kennis. Er werd verfijnder gewerkt, maar de beeldhouwkunst
veranderde niet veel door de strenge regels van de godsdienst. Nieuwe waren de dienaarbeeldjes die mee werden begraven met de farao om in het hiernamaals allerlei klusjes voor hem te doen.
Ook deed een nieuw soort reliëf zijn intrede, namelijk het en-cteux-reliëf. Dat hield in dat de voorstelling niet uit het vlak treed, maar in het vlak wordt uitgehakt.
In het Middenrijk begon zich de schilderkunst op zich te ontwikkelen. Op de muren werd een pleisterlaag aangebracht, waar schilderingen in werden aangebracht. Daarbij waren 4 bijzonderheden:
1. de zij/voor afbeelding van mensen, 2. ze konden niet met het begrip 'verkort' omgaan, 3. ze wekte geen
suggestie van schaduw en licht en 4. er werd geen rekening gehouden met perspectief.
gehouden met perspectief.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.