ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
KCV Samenvatting: Cap. 11, Cap. 13 en § 10.1 + 10.5

Cap. 13

§ 1 Inleiding: Cap. 13

Orpheus: één van de best bekende mythologische figuren uit de Griekse oudheid. Al vanaf 7e vC door Griekse dichters bezongen.
Romeinen hebben óók het Orpheusverhaal overgenomen en verwerkt. Via Vergilius’ en Ovidius’ (Romeinen) verhalen werd Orpheus in heel Europa bekend.

Orpheusverhaal: Ook gebruikt door: musici, filosofen, cineasten, choreografen en regisseurs. Tegenwoordig zijn er nog steeds kunstenaars die Orpheus tot onderwerp kiezen.

Wie was Orpheus? Orpheus had veel persoonlijkheden:

• Grieken zagen hem als een minnaar (hij probeerde zijn gestorven geliefde terug uit de onderwereld te halen), een musicus en een priester.
• Orpheus was een lierspeler die met muzikale klanken de natuur kon betoveren.
• Orpheus’ voorbeeld was Apollo. Als Apollinisch zanger bracht hij rust en harmonie.
• Orpheus werd verbonden met bepaalde godsdienstige mysteriën en met het geloof in reïncarnatie.
• Verbonden met de god Dionysus werd hij gezien als een priestertovenaar.
• Veel Grieken geloofden dat hij als dichter een historische (dus niet mythische) persoon is geweest, net als Homerus bijvoorbeeld.

o Orpheus was de zoon van de Thracische koning Oiagrus en zijn vrouw Calliope. Apollo wordt ook wel eens als zijn vader gezien, en hij schonk zijn lier aan Orpheus.
o De muzen, waar Calliope er een van was, leerden hem hoe hij deze moest bespelen.

Orpheus was zó inspirerend, dat hij ver na zijn tijd nog steeds veel invloed had.

§ 2 Orpheus in de Mythologie Cap. 13

De mythen: 4 momenten:

• De deelname aan de tocht van de Argonauten,
• de afdaling in de onderwereld,
• zijn gewelddadige dood en
• het waarzeggende hoofd.

De deelname aan Jason, zoon van koning van Jolkos (stad in N-Griekenland) de tocht van de keerde terug naar zijn vaderstad, waar hij was weggehaald als Argonauten: klein jongetje omdat zijn oom, de koning uit de stad
verdreven had. Jason eiste nu het koningschap van zijn oom terug. De oom beloofde het koningschap terug te geven als Jason voor zijn oom een gouden ramsvacht (het Gulden Vlies) zou halen, dat in Colchis (stad aan de zwarte zee) bewaard werd. Dit was een heel gevaarlijke tocht en Jason besloot andere helden om hulp te vragen. Zo verzamelde zich een grote groep helden van o.a. Heracles, Castor en Pollux (de 3 Dioscuren, zonen van Zeus), de scherpziende Lynceus, de Boreaden (zonen van de noordenwind) en de zanger Orpheus.
Ze bouwden een schip (de Argo) en de deelnemers aan de expeditie werden de Argonauten genoemd. Orpheus ging mee vanwege de betoverende werking van zijn muziek. Hij vermaakte met zijn muziek de andere lieden en hield tegelijkertijd de zee en de stormen tot bedaren.

De afdaling in de Orpheus werd verliefd op Eurydice (ook wel Agriope) maar hun
onderwereld: huwelijk was van korte duur omdat E. gebeten werd door een giftige slang. Orpheus kon niet tegen haar verlies en besloot in de onderwereld af te dalen via de toegang in het zuiden van Griekenland. Hij betoverde Charon (veerman) en Cerberus (driehoofdige hond die de Hades bewaakt zodat er geen doden konden ontsnappen). Orpheus kwam aan bij het paleis van Hades en Persephone, de god en de godin van de onderwereld. Hij zong een ontroerend lied obv zijn lier (waarin hij vroeg of hij Eurydice weer mee terug naar de (boven-) wereld zou mogen nemen. Eurydice zou Orpheus achterna lopen de trap op, maar beiden mochten niet omkijken. Orpheus keek toch om (uit ongerustheid) en zag hoe Eurydice weer terug de onderwereld ingleed. Voor de tweede keer had Orpheus zijn liefde verloren.

De dood van Orpheus was ontroostbaar (vanwege verlies geliefde) en trok zich
Orpheus: terug onder de Thraciërs, waar hij alle contact met vrouwen vermeed. De vroegste versie van het verhaal over Orpheus’ dood: Orpheus weigerde de god Dionysus te vereren terwijl hij juist de Zon (die hij Apollo noemde) als de grootste der goden zag. Dionysus voelde zich beledigd en stuurde bacchanten (vrouwen die onder invloed van Dionysus tot de gruwelijkste daden in staat waren). De bacchanten vielen Orpheus aan en verscheurden hem. Bedroefd begroeven later de muzen zijn lichaamsdelen in een bergachtige streek in Thracië (waardoor daar, volgens de mythe, de nachtegalen vanaf dat moment zongen als nergens anders).

Het waarzeggende De bacchianten hadden het hoofd van Orpheus in de Hebrus
hoofd: (rivier) gegooid. Het hoofd dreef, nog steeds zingend, naar de zee en werd door de golven naar het eiland Lesbus gevoerd. Daar werd het in een grot gewijd aan Apollo gelegd. Daar sprak het orakels dag en nacht. Apollo heeft zelf een eind gemaakt aan het hoofd, omdat de orakels populairder leken te worden dan die van de god in Delphi en Clarus. Sindsdien zweeg het hoofd en was van de lier een sterrenbeeld aan de hemel geplaatst.

Versies: Verschillende versies van het Orpheusverhaal:

• Bij de afdaling naar de onderwereld was er helemaal geen vrouw die hij wilde redden.
• Bij de afdaling naar de onderwereld haalde hij en Eurydice het wél.
• Orpheus werd niet gedood door bacchanten, maar door gewone Thracische vrouwen.
• Orpheus werd gedood door de bliksem van Zeus.
• En ook de redenen voor zijn dood (hierboven het ‘omkijken’ ) verschillen.

Literaire bronnen: Vroegste vermelding vd naam Orpheus kwam uit een gedicht van Ibycus uit de 7e/6e vC, maar toen was Orpheus al wel enige tijd bekend. Vanaf de 5e vC komt hij naar voren als zanger, dichter en lierspeler (die de natuur betovert, de onderwereld afdaalt en zelfs bij de goden respect afdwingt). Ook Plato (4e vC) noemt Orpheus in sommige van zijn dialogen.

Visuele bronnen: Orpheus werd ook in 1 of meerdere momenten op vazen afgebeeld en in beelden uitgehakt. Ook deze geven soms heel verschillende versies van het Orpheusverhaal weer. Ook zijn enkele reliëfs bewaard waarop Orpheus voorkomt.

§ 3 Orpheus als Toverpriester Cap. 13

6e vC: Eerste gedichten over Orpheus, autoriteit in gebeurtenissen als het ontstaan van de wereld en de mens, het leven na de dood en reïncarnatie. Orpheus wordt zo dus vergeleken met een sjamaan (toverpriester bij Siberische volksstammen), omdat het sjamanisme waarschijnlijk uit het vaderland van Orpheus en omstreken kwam.

Sjamaan: Een sjamaan had de volgende boven-menselijke eigenschappen:

• Contact met de goden
• De mogelijkheid om het rijk der doden te betreden
• Genezer
• Verjagen van gevaarlijke demonen
• Verstaat de taal van de dieren

Sjamaan worden: Om sjamaan te worden moest je o.a. doen:

• Hallucineren dat je de dood ervaart en weder geboren wordt (door kwade geesten uit elkaar gerukt worden en je vlees laten opeten, vervolgens nieuw vlees krijgen en opnieuw geboren worden).

Ondanks dat er veel Orphische teksten met onderling veel overeenkomsten geschreven zijn, kunnen we niet echt spreken van een godsdienstige beweging.
Wel waren er groepen mensen die zich de Orphici noemden. Zij voerden rituelen uit die nauw samengingen met de rituelen ter ere van de god Dionysus.

Samenvattingen van teksten waarin Orpheus wordt gezien als autoriteit in zaken als het ontstaan van de wereld etc.:

Het ontstaan van de wereld:

Ook de Grieken wilden graag weten wat hun oorsprong nou eigenlijk was. Eerst dacht men dat alles slechts met één wezen of ding begonnen is.

Orphisch verhaal:

Eerst was alles nacht, vervolgens werd de nacht door de wind bevrucht, en legde zij een groot zilveren ei. Uit dit ei ontstond de god Eros (mannelijk en vrouwelijk geslacht met vier hoofden). Eros schiep vervolgens alle andere goden. De twee helften van het ei vormden de hemel en de aarde. Later nam Zeus de heerschappij over de twee helften van het ei over.

Zagreus (Dionysus) word bedreigd:

Zeus verwekte bij Persephone een zoon (Zagreus, andere naam voor Dionysus). Uit angst voor jaloezie bij Hera liet hij het kind opgroeien in een grot op Kreta. Toen het kind een aantal jaren oud was, zette Zeus hem op de troon.

De Titanen (zonen van de aarde en vijanden van Zeus) wilden het kind vermoorden. Zij maakten zichzelf onherkenbaar en lokten Zagreus (toen zijn verzorgers sliepen) met een spiegel, appels en speelgoed naar buiten en probeerden hem te doden. Dit lukte niet meteen omdat Zagreus veranderde in een geit, leeuw, paard, slang, tijger, en een stier. De Titanen vermoordden hem uiteindelijk toch: scheurden hem in 7 stukken uiteen, kookten en roosterden hem en aten hem op, terwijl Zeus, toen hij dit zag, het trof met zijn bliksem en de Titanen verbrandden. Athene kon het hart van Zagreus redden en bracht hem later opnieuw tot leven.

Lichaam en ziel:

Volgens Orphici had de mens een dubbele natuur (goddelijke en aardse).
De aardse was het lichaam, het goddelijke was de ziel. Omdat het lichaam niet goddelijk (en onrein) is, was het wonen van de ziel in het lichaam volgens de Orphici een straf voor de ziel:

• De ziel zit tijdens het leven opgesloten in het lichaam
• De ziel is begraven in het lichaam
• Het lichaam is een graf voor de ziel

Omdat de ziel in contact stond met het onreine lichaam, moest de ziel zich reinigen. Hiermee kan men tijdens het leven al beginnen:

• Geen vlees eten
• Geen bloedige offers brengen
• Doden niet in een wollen kledingstuk begraven
Maar ook ná de dood (ziel heeft zich losgemaakt van het lichaam) moest de ziel boeten voor het contact met het onreine lichaam.

De zielsverhuizing (reïncarnatie):



Na 1000 jaar keert de ziel terug naar de aarde in een nieuw lichaam (plant, dier of mens). Het is niet mogelijk om zich iets te herinneren van het vorige leven, omdat de zielen voor zij terugkeren van de bron der vergetelheid moeten drinken.

De meeste zielen moesten deze kringloop 10 keer meemaken voordat hun ziel volledig gereinigd was en zij toegelaten werden tot de plaats waar eeuwig geluk was.

De mensen die zich tijdens hun leven(s) het best gedragen hebben (aanhangers van en Orphische groep) doorlopen deze kringloop 3 keer.

De mensen die zich tijdens hun leven(s) het slechtst gedragen kunnen zich nooit geheel reinigen en zijn dus gedoemd tot een eeuwige straf in de Tartarus (het diepste deel van de onderwereld).

In graven in Gr, Z-It, en Kreta zijn veel urnen (vermoedelijk van Orphici) met tussen de as een gouden plaatje met een tekst erop gevonden. Er stond o.a. op wat gevaarlijke plekken in het dodenverblijf waren, en wat je moest zeggen tegen de bewakers van het meer van herinnering, als je daaruit wilde drinken.

§ 4 Orpheus in Rome Cap. 13

Orpheus als symbool van het aangename leven:

Rom. ~> Gr. Romeinen lieten zich toen zij in aanraking kwamen met de Grieken, zich door hen erg beïnvloeden. Ze namen dus ook o.a. het Orpheusverhaal over. In Rome: Orpheus veel op beelden, op grafreliëfs het afscheid van Eurydice, maar veel vaker op mozaïekvloeren en schilderijen terwijl hij muziek speelt tussen de dieren. Deze mozaïeken versierden fonteinen, badhuizen, woonkamers en tuinen. Orpheus was dus te vinden op plekken waar men verkoeling, comfort, rust of vermaak zocht (Orpheus was dus bij de Romeinen verbonden met het rustige harmonieuze leven).

Orpheus bij Vergilius en Ovidius: imitatio en aemulatio

De bekendste Romeinse dichters Vergilius en Ovidius hebben allebei de mythe van Orpheus verteld:

Vergilius schrijft: de Aeneïs: (geïnspireerd door Homerus’ Ilias en Odyssee) waarin hij de held Aeneas vanaf de val van Troje beschreef. Hij komt na heel veel omzwervingen in Italië aan waar hij na een zware oorlog de macht over Latium krijgt. In dit boek probeerde Vergilius een verbinding te leggen tussen zijn eigen tijd en het verre verleden (de augusteïsche periode, tijd van vrede onder keizer Augustus).

de Bucolica: tien herdersgedichten.

de Georgica: (geschreven in 37-29 vC) gedicht over boerenbedrijf. Een leergedicht over de landbouw, het kweken van bomen, vee- en bijenteelt. Door het leven van bijen brengt Vergilius, het model van een maatschappij waarin trouw aan huis en wetten, gezamenlijke arbeid en loyaliteit centraal staan, naar voren.

Aan het einde van de Georgica verteld Vergilius het verhaal van Orpheus en Eurydice.

Ovidius schrijft: Metamorphosen: (ca. 25 jaar na Vergilius) groot dichtwerk (15 boeken) met daarin ca. 250 mythologische en historische verhalen. De meeste verhalen sluiten op elkaar aan, omdat ze allen over gedaanteveranderingen gaan. Ook gaan alle verhalen over eeuwigdurende veranderingen in de natuur (alles vergaat en alles ontstaat weer uit iets anders).

Imitatio en Ovidius liet zich tijdens het schrijven van zijn boeken ook
Aemulatio: beïnvloeden door het Orpheusverhaal, en ook door wat Vergilius daarmee gedaan had. Hij nam zelfs hele stukken over uit zijn boeken. Dit was bij de Romeinse dichters helemaal niet ongebruikelijk. Het willen evenaren en zelfs nabootsen van beroemde voorgangers heet imitatio. Het vervolgens ook nog willen overtreffen van hun stukken heet aemulatio. Ovidius doet dit bij het Orpheusverhaal van Vergilius. Hij uit zelfs kritiek op de manier waarop Vergilius het verhaal geschreven heeft.

Cap. 11

§ 1 Hybris en Virtus Cap. 11

De Griekse en Romeinse verhalen:

Mythes, legendes en verhalen over het verleden hebben voor de Grieken en de Romeinen altijd al een grote rol gespeeld. De Gr. en de Rom. maakten niet echt een onderscheid tussen mythes en legendes, en geschiedschrijving zoals we dat nu kennen. Mythes gaven voor hen gewoon een fase uit de geschiedenis weer. De geschiedschrijving hoefde niet volledig op de objectieve feiten te berusten. Wat belangrijker was, was dat de verhalen boeiend waren of dat men er iets van kon leren. Hun verhalen hadden vaak een boodschap en waren van nut voor degenen die ernaar luisterden.

De verhalen gaan over: verhoudingen tussen goden en mensen, over mensen en monsters, over oorlogen, over liefdesaffaires en ruzies, over de verhouding tussen het eigen volk en de vreemde volkeren, over individuen die geen maat weten te houden, over relaties tussen ouders en kinderen en over schurken en vandalen.

Twee belangrijke begrippen:

Twee belangrijke begrippen van het menselijk handelen in deze verhalen zijn hybris (negatief) en virtus (positief):

Hybris:

Hybris is Grieks (meestal: ‘overmoed’, ‘brutaliteit’, of ‘onbeschaamdheid’ ) en wanneer iemand het pleegde tegen iemand anders, dan werd die ander geschaad in zijn eer als individu of als burger. Handelingen als:

iemand slaan,
mishandeling,
verkrachting,
de goden beledigen (volgens de dichters),
als mens het verlangen koesteren een god te zijn (volgens de dichters),
diefstal en
uitschelden

werden gezien als Hybris. Volgens Homerus en andere vroege dichters werden daden van hybris door de goden afgestraft.

Wanneer een bepaald persoon teveel geluk en/of succes had, konden volgens sommigen de goden jaloers worden. Bovendien kon het hoofd van mensen hierdoor op hol gebracht worden, waar de goden ook maatregelen voor namen.

Hybris werd ook in relatie gebracht met de onbeschaamde manier van leven van de Cyclopen, Giganten, de Centauren en de Amazonen. Zij waren al te belust op oorlog en geweld.

Verhalen over deze wezens, die door Griekse helden werden bestraft voor hun hybris, waren zeer populair onder het volk.

Ook werden de aanvallen van niet-Griekse volken op Griekenland als daden van hybris beschouwd. De strijd tussen de Grieken en de Perzen wordt daarom ook vaak uitgebeeld met helden die in gevecht zijn met Centauren of Amazonen, om duidelijk te maken hoe beschaafd het Griekse volk eigenlijk wel niet was.

Het verzet tegen het barbaarse hybris werd gebruikt als propaganda voor de Griekse beschaving en vrijheid.

Virtus:

Virtus is Latijns (vir = ‘man’ virtus = ‘mannelijkheid/deugd - de eigenschappen die iemand tot een echte man maken’). Het hield echter niet in dat een man in een oorlog uit roekeloosheid grootse daden verrichtte. Virtus is vastberadenheid, van geen wijken af willen weten. Na het succes in de Tweede Punische Oorlog hebben de Romeinen Virtus tot godin gemaakt en haar een plekje in de tempel van Honor gegeven. 100 jaar later is er een tweede tempel van Virtus en Honor opgericht.

Virtus kon niet alleen in oorlogstijd voorkomen: het algemeen inzetten voor de staat, je plichten als burger uitvoeren, je kwijten van je taak als pater familias (hoofd van de familie)

Ook arme of lelijke mensen konden in hun gedrag de hoogste vorm van virtus laten zien.

Er zijn 3 auteurs uitgekozen die in hun verhalen vaak het thema van hybris of virtus behandelen.

• Herodotus (Grieks)
• Livius (Romeins)
• Ovidius (Romeins)

§ 2 Herodotus Cap. 11

Geboren ca. 484 vC in Halicarnassus (Griekse stad aan ZW kust van Klein-Azië (huidige Bodrum). Ook zijn familie was Grieks. Hij heeft veel gerezen, in ieder geval: Egypte, Mesopotamië, Babylon, de Zwarte Zee en Zuid Italië, waar hij als deelnemer van een Atheense expeditie betrokken was bij de stichting van een nieuwe stad: Thurii (444/443 vC). Hier vestigde hij zich en woonde hier (enkele reisjes niet meegeteld) tot aan zijn dood. Waarschijnlijk heeft hij ook even in Athene gewoond, waar hij contact met Atheense leider Pericles had en hij bevriend raakte met tragedieschrijver Sophocles.

Hij stierf in Thurii rond 430/425. In die periode werd ook zijn werk gepubliceerd.

Herodotus’ werk:

De Historiën: Het oudste werk in Grieks proza dat bewaard gebleven is, en dus van de westerse literatuur.
Het werk is ingedeeld in 9 boeken, elk boek draagt de naam van één van de negen muzen.
Muze = zanggodin, naam van de godinnen van de kunst en wetenschap bij de oude Grieken. Muzen zijn de negen dochters van Zeus en Mnemosyne.

Onderwerp: Het onderwerp van de Historiën is de geschiedenis van de gewelddadige confrontatie tussen Oost en West, tussen barbaroi (niet Grieken) en Grieken. Herodotus beschouwde Croesus (koning van Lydië) als beginpunt van dit conflict, omdat hij volgens Herodotus begonnen was met onrechtmatige daden tegen de Grieken.

Eerste zin: Herodotus vat in de eerste zin de inhoud van zijn werk samen:

“Dit is het verslag van het onderzoek van Herodotus uit Halicarnassus met de bedoeling dat wat door toedoen van mensen gebeurd is niet op de lange duur in vergetelheid zal raken en dat grootse en bewonderenswaardige prestaties, deels door grieken, deels door niet-Grieken verricht, niet roemloos zullen blijven en in het bijzonder om aan te geven door welke oorzaak zij met elkaar in oorlog zijn geraakt.”

De Opbouw: Herodotus had heel veel gegevens verzameld, die hij vervolgens tot een samenhangend geheel moest maken. Hij heeft dit geheel geordend en chronologisch gedaan in een raamwerk dat bestaat uit de geschiedenis van Perzië, tijdens de regeringsperiode van Cyrus, Cambyses, Darius en Xerxes. Binnen dit raamwerk heeft hij alle belangrijke gebeurtenissen, ook ver buiten Perzië, beschreven (geschiedenissen van Griekse stadsstaten, van volkeren die verbonden zijn met de Griekse of Perzische geschiedenis en bijvoorbeeld geografische en etnografische bijzonderheden).

Karakter: Herodotus vertelde met een aantal zeer duidelijke kenmerken:

• De personen die in zijn verhalen voorkomen, zijn zo gekarakteriseerd dat zij voor de lezer gaan leven
• De verhalen zijn goed over zijn hele werk gedoseerd
• Er is een goede afwisseling tussen beschrijvingen en verhalen
• Er zijn veel kenmerken die aan hedendaagse roman doen denken.

Afwijking in de chronologische volgorde:

Omdat Herodotus Croesus zag als de eerste niet-Griek, die met de Grieken in conflict kwam, is hij omtrent dit onderwerp afgeweken van zijn chronologische volgorde. Hij vertelt eerst de Lydische geschiedenis, om daarna pas de geschiedenis van de Meden en de Perzen te vertellen (die zitten dus in een flashback), ipv. dat hij begint met Cyrus en daarna pas de Lydiërs bespreekt.

Dat Croesus de oorzaak () was van het conflict, was volgens Herodotus niet alleen maar vanwege het handelen van Croesus, maar ook door een diepere oorzaak.

Blijkbaar vond Herodotus dit zó belangrijk, dat hij de chronologische ordening hier even voor ophief.

Beknopt overzicht van de inhoud van de Historiën:

Boek I: voorwoord: Herodotus vat doel en inhoud van zijn boek samen: na de mythologische achtergronden van het conflict beschrijft hij de geschiedenis van het Lydische rijk en van Croesus. Dan volgt de Perzische machtsovername, het Perzische rijk en de geschiedenis van Cyrus met gegevens en verhalen over de landen en volkeren die Cyrus inlijft.

Boek II: beschrijving van Egypte (land zelf, volk en geschiedenis) naar aanleiding van de veldtocht die Cambyses, zoon en opvolger van Cyrus, naar Egypte onderneemt.

Boek III: expedities, krankzinnigheid en dood van Cambyses, met uitwendingen over geschiedenis van bep. Griekse steden en eilanden. Daarna de regering van Darius (opvolger Cambyses), en de eerste bedreiging voor de Griekse wereld.

Boek IV: expedities van Darius tegen Scythië, met uitwendingen over land en volk van de Scythen. Expedities tegen Barca en Cyrene.

Boek V-VI: Darius bij Hellespont en in Thracië. Opstand van de Griekse steden aan de westkust van Klein-Azië.

Boek VI: Darius’ expeditie tegen Griekenland, slag bij Marathon.

Boek VII, VIII, IX: expeditie van Xerxes (zoon van Darius) tegen Griekenland, slagen bij Thermopylae en Artemisium. Evacuatie en verwoesting van Athene. Slagen bij Salamis en Plataeae.

De strekking van de Historiën:

Naast een beschrijving van het conflict, wilde Herodotus ook een verklaring geven voor het conflict. Deze is volgens Herodotus: je verliezen in geluk en succes.

De manier waarop Croesus (Lydische koning) en Cyrus (Perzische koning) handelden, is hiervoor een goed voorbeeld.

Herodotus maakte zich weinig illusies over het vermogen van de mens om maat te houden. Zodra de mens de maat probeert te overschrijden (hybris) ontstaat er een conflict.

Wanneer mensen teveel geluk, succes of macht hebben, verstoort dit het evenwicht tussen de mensen, en worden andere mensen en ook goden jaloers. De goden laten dan ook de ‘grensoverschrijding’ van het menselijk geluk/succes niet zomaar toe.

In de tempel van Apollo in Delphi stonden spreuken: “ken u zelve”, en “in niets teveel”.

De eerste betekend: besef dat je een mens bent en niets meer, dus weet wat als mens je grenzen zijn.

Herodotus denkt dus: “mensen zijn niet instaan hun grenzen te kennen”.
Dit probeert hij in zijn boek duidelijk te maken, door de lezer inzicht te verschaffen in condition humaine: “de instabiliteit van het menselijk geluk en succes en de neiging van de mens om zichzelf te overschatten, steeds meer te willen en hierdoor het evenwicht te verstoren”.

Herodotus legt dit niet uit aan de hand van theoretische of filosofische termen, maar geleidelijk aan de hand van het verhaal. Hij gebruik dus juist literaire middelen om dit inzicht te geven, waardoor hij ook nog eens zijn verhaal dramatiseert. Door dramatisering zorgt Herodotus ervoor dat hij algemeen menselijke zaken aan de orde kan stellen en tegelijk zijn verhaal een strekking kan geven.

Met het geven van een verklaring voor het conflict waarschuwt hij de lezer voor de fout die Croesus, Cyrus en later ook Xerxes en vele anderen gemaakt hebben.

Wat Croesus in die tijd overkomen is, zou volgens Herodotus iedereen kunnen overkomen die in soortgelijke situatie verkeert.

Herodotus brengt in zijn Historiën een vast patroon/wetsmatigheid in het menselijk gedrag naar voren.

§ 3 Livius, Lessen in Moraal Cap. 11

Belangrijkste taken van de literatuur:

• Het bewaren van herinneringen aan grote daden van belangrijke figuren,
• Het nageslacht door middel van exempla een les geven.

Exempla: goede en slechte daden van belangrijke historische personages.

Het ging dus niet zo om het nauwkeurig weergeven van historische feiten,
maar om het verleden te presenteren, zó, dat de lezer er een les uit kon leren.

Bovendien was het belangrijk een goed verhaal te vertellen, dat door de schrijver op zijn/haar eigen manier gedramatiseerd kon worden.

Livius’ werk:

Bovenstaande (eigenschappen van literatuur) golden ook voor Livius (59 vC tot 17 nC). Hij schreef “Boeken vanaf de stichting van de Stad”. Hierin beschrijft hij de geschiedenis van de stad Rome vanaf haar stichting in 753 vC. De gebeurtenissen zijn per jaar geordend, volgens de Romeinse traditie, waarin de Opperpriester jaarlijks de belangrijkste gebeurtenissen van dat jaar noteerde. Van het hele werk (142 boeken) is minder dan ¼ bewaard gebleven (35 boeken).

Idealisering van de voorouders:

Livius haalde zijn gegevens uit boeken van andere schrijvers vóór zijn tijd. Hij deed zelf niet/nauwelijks onderzoek. Hij bezoekt de gebieden die hij beschrijft niet, verdiept zicht niet in de militaire zaken, en de geschiedenis van de economie laat hij zelfs onbesproken.

Kortom: het verhaal en zijn vertelling zijn het belangrijkst, waarbij Livius graag de Romeinse voorouders idealiseert.

De Romeinen beschouwden de daden van hun voorouders als de werkelijkheid.
Iedere Romein kende deze ook omdat ze die ook school al lazen.

De deugden van hun voorouders werden spreekwoordelijk gebruikt:

• De moed en vaderlandsliefde van Marcus Scaevola
• De soberheid van Cincinnatus
• De strengheid van Brutus en Manlius
• De kuisheid van Lucretia

De ‘morele lessen’ van de Romeinen:

Toen men weer belangstelling kreeg voor de Oudheid (renaissance) had men speciaal bewondering voor deze deugdzame Romeinen. Kunstenaars gebruikten Romeinse helden als onderwerp.

Toen Frankrijk van een koninkrijk in een republiek veranderde (Napoleon), waren verhalen over vaderlandsliefde en zelfopoffering ineens weer zeer populair.

§ 4 Ovidius Cap. 11

Publius Ovidius Naso (43 vC – 17/18 nC) verkeerde in de hoogste kringen van Rome en leefde prettig tot 50 jarige leeftijd. Toen moest hij op bevel van keizer Augustus in Tomi gaan wonen (westkust van Zwarte Zee – huidige Constanza in Roemenië) vanwege een bepaald carmen (gedicht) en een error (vergissing). Hij keerde niet meer terug naar Rome.

Ovidius’ werk:

Metamorphosen: het bekendste werk van Ovidius. Verzameling van ruim 250 verhalen in dichtvorm (regelmatige afwisseling van korte en lange lettergrepen). Omvangrijk gedicht van 12 000 verzen.
Hoofdthema is gedaantewisselingen. In bijna alle verhalen is wel een metamorfose (meestal mens -> dier, plant, steen). Eenheid van alle verhalen: het continue veranderen van de natuur. Andere thema’s: verhouding goden mensen.
Volgens Ovidius: goden verschillen weinig van mensen (goden zijn wel hoogste instantie met bovennatuurlijke krachten, maar gedragen zich het zelfde als mensen en lijken er qua uiterlijk op). Goden doen ook graag aan metamorfoses.

Veel verhalen bevatten:

mensen met respect voor medemens en eerbied voor goden door -> goden geholpen/beloond,

mensen overmoedig en arrogant (hybris) -> door goden wreed bestraft.

De verhalen zijn chronologisch geordend vanaf het ontstaan van de wereld tot aan Ovidius’ eigen tijd, namelijk de apotheose (vergoddelijking) van Julius Ceasar.

Ook past Ovidius een cyclustechniek/ordening toe: verhalen met hetzelfde thema/onderwerp worden soms tot een groep samengevoegd.

Ovidius handhaaft en laat niet los zich naar voren te laten komen als een poeta doctus (geleerd dichter). Hij houdt vast dat hij een dichter is die vakmanschap bezit en kennis van zaken heeft. Hij weet veel van mythologie, natuurverschijnselen en geografie, en dat maakt hij graag aan de lezer duidelijk.

Ovidius verteld vaak Griekse verhalen met de kleinste details.

Zijn kennis uit zich vaak in lange, overdreven opsommingen waarmee Ovidius tegelijk zijn kennis wil ironiseren.

Een andere vaardigheid van Ovidius’ poeta doctus is het combineren, variëren en verfraaien van de verhalen, door humoristische details, onverwachte wendingen en dubbelzinnigheid.

Het voortleven van de Griekse mythen (receptie in Europa):

Methamorphosen zijn van groot belang geweest voor doorwerking van mythen in Europa. Grieks was een vergeten taal. Wilde je leren over Griekse kunstgeschiedenis, dan nam je iets van een Rom. auteur.

Maar Ovidius was (in tegenstelling tot Vergilius en Horatius) niet populair t/m 11e nC omdat zijn Metamorphosen niet samenliepen met de christelijke moraal (want ze gingen over liefde, erotiek en andere vrolijke onderwerpen).

Vanaf 12e eeuw verplaatst onderwijs zich van kloosterscholen naar kathedraalscholen en de middenstand wil onderwijs. Nu wordt Ovidius’ werk een van de meest gelezen. Grote humanisten zoals Petrarca en Boccaccio hebben veel aan Ovidius ontleend (receptie) (misschien wel omdat zij juist helemaal geen behoefte hadden aan een christelijk moraal)

Bij het commentaar op Ovidius’ werk nam men toevlucht tot een uitleg die leek op het “wat-mag-wel-in-een-boek-en-wat-niet uitleg”. Ovidius zou volgens het commentaar hebben geschreven over veranderingen die niet alleen lichamelijke dingen handhaven, maar juist ook de ziel (geschapen door de ware Schepper, de ene ware God). Ovidius zou volgens het commentaar de bedoeling hebben gehad om de mens tot het inzicht te brengen dat alles terugslaat op de ene ware God.
Kortom: Vanaf de 12e vC zagen alle critici Ovidius’ werk juist weer wél als een christelijk moraliserend werk. Ovidius is dus toch bestaand gebleven, doordat het als een christelijk moraliserend werk gezien kon worden. Anders was het waarschijnlijk gauw vergeten.

Ovidé Moralisé:

Ovidé Moralisé is het bekendste en (misschien ook wel) invloedrijkste commentaar op de verhalen. Een voorbeeld voor deze uitleg is de dubbele geboorte van Bacchus (uit Semele en uit het dijbeen van Zeus) en de straf die Pentheus moet ondergaan.

Dubbele geboorte van Bacchus:

De mythe: Semele is het losbandige lichaam van de mens, vol dronkenschap en vraatzucht. Zij was zwanger van Dionysus (dus vervuld van binnen met wijn). Zeus was juist de hitte van de zomer en daarmee de dorst. De van wijn vervulde Semele sterft door het in contact komen met Zeus die de dorst veroorzaakt waardoor Semele nog meer wijn drinkt (wat de dood dus tot gevolg had).

Hieruit kan worden ontleend dat wijn een dubbele voedingsbodem heeft: in de winter zit de wijnstok veilig in de grond (hier dus Dionysus), maar als hij in de zomer boven de aarde uitkomt, komt hij de onvriendelijke, nevelige en koude benedenlucht/grondlucht tegen (hier dus Hera), die de wijnstok bijna doodt. Daardoorheen komt hij weer in de warme bovenlucht (Zeus).

De straf van Pentheus:

De mythe: Pentheus dronk juist niet, en sprak slechte woorden over drankzuchtige mensen. Dit strafte Dionysus echter met de dood af.

De auteur van Ovidé Moralisé stelt Pentheus voor als een religieus mens, die een vermanend woord spreekt tot drankzuchtige mensen, maar dat met de dood moet bekopen.

Hierin komt Pentheus overeen met Christus, die het brengen van de goede boodschap, ook met de dood moest bekopen.

Ovidius in de 16e en 17e eeuw:

Vanaf de 16e en 17e eeuw is de populariteit van Ovidius niet meer te stoppen. De Metamorphosen vormen de belangrijkste inspiratie voor alle kunstenaars in heel Europa (met name schilders).

In Antwerpen verschijnt in 1552 de eerste Nederlandse vertaling in dichtvorm (door Joost van den Vondel). Schilder Karel van Mander noemde (door het grote gebruik van Ovidius’ werk in de kunst) de Metamorphosen: ’t schilders Bijbel. Ook de schilders gingen ervan uit dat de verhalen niet alleen voor vermaak waren, maar dat men er ook een les uit kon leren. Schilders kozen met name de verhalen over kuisheid (word beloond) en onkuisheid (word bestraft) om hun vaardigheid met naaktbeelden te laten zien.

Cap. 10

§ 1 De God Eros Cap. 10

Een oude en een jonge god:

Eros: God van de hartstocht, erotiek en seksuele verlangens. Net als Aphrodite oorspronkelijk vruchtbaarheidsgod.

Er waren 2 “tradities” over Eros:

• Eros is net zo oud als de wereld (Eros geboren uit zilveren ei, ontstaan uit bevruchting tussen de nacht en de wind), en dus veel ouder dan Aphrodite, die hij pas ná de hemel en de aarde schiep. (= oudste traditie)
• Eros is de zoon van Aphrodite en Zeus of Ares (Mars).
(= nieuwere/latere traditie)

Hesodius (8e/7e vC) schreef een versie die het best bij de oudste aansluit:

Uit Chaos (het allereerste wezen) kwamen Gaea (aarde) en Eros, de mooiste van alle goden, voort. Uit Gaea komen de hemel (Uranus) en de zee (Pontus) voort. Eros is in dit stadium nog niet de god die twee goden door liefde bij elkaar brengt (Gaea heeft immers geen partner), maar de kracht die Gaea doet voortbrengen wat ze in zichzelf draagt (Uranus en Pontus).

Later wordt Eros de kracht die uit twee wezens een derde doet voortkomen.

Een andere (Orphische) versie van de oudste traditie verteld:

Eros werd geboren uit een groot kosmisch ei. Hij was zowel mannelijk als vrouwelijk, met vier hoofden en twee paar ogen, zodat hij naar alle kanten kon kijken. Uit hem kwamen vervolgens de andere goden voort, waaronder Zeus.

De Eros uit de latere/nieuwere traditie heeft bij de Grieken de voorkeur en wordt dus vaak afgebeeld als zoon van Aphrodite.

Eros wordt verbonden met Himeros (verlangen) en Pothos (begeerte). Zijn kracht is echter te groot, omdat hij mensen en goden is zijn ban kan krijgen. Hij toonde geen respect voor leeftijd en schoot zomaar zijn liefdespijlen af.

Eros begeleidde ook ongehuwd gestorven meisjes (bruiden van Hades) naar de onderwereld -> Eros werd dus ook afgebeeld op de vaasjes die deze meisjes meekregen in het graf.

De mannelijke Eros:

Eros in de Sport: In sportscholen: vaak altaren van Eros, omdat sportscholen ook vaak ontmoetingsplaatsen voor homoseksuelen waren. Er zijn veel vazen waarop mannen andere mannen het hof maken in sportkledij/sportuitrusting. Eros beschermde dus de liefde tussen mannen/jongens onderling.

Vaak vliegt Eros in beelden/schilderingen met geschenken achter een jongen aan.

Eros vervult zo de rol van erastes, degene die bevangen is door liefdesverlangen en achter een jongen (de eromenos) aanzit.

Spartanen brachten Eros offers, om te laten blijken dat ze in tijden van gevaar op elkaars trouw en vriendschap konden rekenen.

Eros in de Kunst:

Vroegste afb.: Eros is krachtige jongeman (zonder vleugels) die Aphrodite assisteert bij haar bezigheden.

5e eeuw: Eros is de schrik van vooral jongens, die Eros met een zweep of sandaal achtervolgt.

• In de loop van de tijd ondergaat Eros een verjonging, leert omgaan met pijl en boog en zijn omgeving wordt vrediger en huiselijker.

• Eros verschijnt als hulp bij Atheense bruiden die zich mooi maken.

• Eros wordt steeds kinderlijker totdat hij zelfs verandert in de mollige peuter zoals je die nu vaak ziet als je naar een afbeelding van Cupido kijkt.

§ 5 De Homoseksuele Praktijk in Athene Cap. 10

De Griekse beginselen:

De uitdrukking ‘van de Griekse beginselen zijn’ betekend homoseksueel zijn. Hoe men met homoseksuelen omging kon per stad verschillen. In Sparta waren bijv. de normen veel strikter dan in Athene. Over homoseksualiteit is veel geschreven, maar over lesbische liefdes uit de oudheid is eigenlijk nauwelijks wat bekend. Alleen wat uit de rede van Aristophanes.
De meest voorkomende homoseksuele relatie in Athene, was:

man (eraste) jongen (meestal 12-18 jr.) (eromenos / )

Wij noemen dit pederastie of pedofilie.

Wanneer de jongen baardgroei kreeg (dus uiterlijk na 18 jr.) werd deze volgens de Griekse man minder aantrekkelijk.

De gebruikelijke ontmoetingsplaatsen waren de symposia (feesten) en de gymnasia en palaestrae (sportscholen). Alleen de mannen/jongens hadden toegang tot de sportscholen, waar naakt getraind werd. Er werden hoge eisen gesteld aan het lichaam, en sporten verbeterde het lichaam.

De erastes probeerde de eromenos te versieren met geschenken (bijv. een haan, waarmee de jongen zijn favoriete spel, het hanengevecht, kon spelen, maar ook andere dieren waren in trek)

Een eromenos liet zich ook snel verleiden door een stuk vlees, speelgoed of geld.
Het voor-wat-hoort-wat principe gold hier.

Eerst werden dit soort relaties vaak met geschenken afgebeeld, later meer met het geldbuideltje.

Als de jongen ouder werd, nam hij de rol van minnaar over.

Homoseksualiteit versus heteroseksualiteit:

Atheners zagen geen groot verschil tussen mannelijke liefde voor een vrouw en liefde voor een jongen. Het waren beiden vormen van Eros, waarvan de ene beter bij een bepaald moment/persoon paste dan de ander.

Bovendien was het heel gewoon dat een man in het huwelijk ook een relatie met een jongen had. Iedere Athener trouwde, ook al was hij verliefd op een jongen.

Homoseksuele identiteit:

De geleerden van tegenwoordig zeggen, omdat bij de Grieken niet echt een onderscheid werd gemaakt tussen mensen met een verschillende seksuele voorkeur, dat je bij de Grieken niet echt kan spreken van homoseksualiteit.

De komediedichter Aristophanes lijkt hier anders over te denken. Hij erkent wél verschillende vormen van seksualiteit, waarvoor hij in zijn mythe een genetische verklaring geeft. Of iemand homo of hetero is, hangt volgens hem af van zijn oorsprong. Je seksuele ‘identiteit’ ligt dus al voor je geboorte vast.

Ook valt bij de woorden van Aristophanes op, dat hij hetero- en homoseksualiteit wél gelijkwaardig vindt, maar er is een absolute scheiding: je bent óf hetero-, óf homoseksueel. Deze scherpe grens wordt door de maatschappij wel gecorrigeerd, doordat homoseksuelen gedwongen worden te trouwen.

Wat nog heel af en toe voorkwam, was dat twee volwassen mannen een relatie hadden, maar daar is ook weinig over bekend.

De pedagogische Eros:

Vaak komt het voor in de Atheense praktijk dat de relatie tussen een man en een jongen een goede basis vormde voor de opvoeding van de jongen. Hij zou in ruil voor zijn seksuele diensten door zijn oudere vriend ingewijd worden in het leven van de volwassen man en van hem de waarden en normen van een burger leren.

Dit pedagogisch aspect wordt eigenlijk pas voor het eerst gezien in de dialogen van Plato en bij andere auteurs die over de homoseksualiteit van Socrates spraken.

De grenzen van Seksueel gedrag:

Seksueel gedrag: Het was niet zo dat de Atheners automatisch alles met seksualiteit goedkeurden. Er waren 3 zaken die werden geproblematiseerd:

1) De mate waarin iemand toegaf aan zijn seksuele driften. Iemand moest net als bij eten en drinken maat weten te houden. Het was echter niet zo dat seksualiteit werd gezien als iets ongepasts.

2) De rol die iemand had tijdens een seksuele daad. Een man (erastes) moest zich als een man gedragen en dominant zijn, zich niet laten domineren. Van de jongen (eromenos) werd een passieve rol verwacht. De jongen mocht de man terwille zijn, maar moest ervoor waken dat hij deze rol niet te lang vervulde.

Toch is dit slechts een enkel beeld van regels aan homoseksualiteit. Zeer vaak tonen vaasafbeeldingen jongens van gelijke leeftijd die elkaar versieren. Dan gaat zo’n rollenverdeling natuurlijk niet op.

In komedies werden vaak spottende opmerkingen gebruikt over de pathikos, de volwassen man die in een seksuele verhouding de passieve rol vervulde.

3) De prostitutie. De prostitutie kwam in Athene zeer veel voor, en niet alleen door vrouwen, maar ook door jongens. Er waren bordelen en de prostituees moesten belasting betalen.

Er waren ook prostituees die een langere relatie aangingen met klanten en zelfs bij het introkken.

De Atheners keurden deze vorm van seksualiteit niet af, alleen was het voor een jonge burger met Atheense ouders, niet zonder meer toegestaan aan dit soort activiteit te doen.
Zolang de jongen zich buiten de politiek hield, was er niets aan de hand, maar de wet achtte iemand die eerst geprostitueerd had, en vervolgens politiek actief was, strafbaar. Ze dachten immers: Als een jongen voor geld zijn lichaam bereidt is te verkopen, is hij vast ook politiek omkoopbaar.

Er bestonden dan ook strenge straffen voor deze misdaad.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.