ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Cultuur Grieks Plato: Sokrates

SOKRATES 470 – 390 v.Chr.

De persoon Socrates

De bronnen
De kennis die wij hebben van Socrates doen en denken is via boeken overgeleverd, hij heeft zelf geen boeken geschreven en zo zijn we aangewezen op personen die iets over hem verteld hebben. Hierbij is het probleem dat deze bronnen literaire of filosofische werken zijn die niet het doel hebben Socrates zo goed mogelijk te beschrijven, de meeste boeken over Socrates zijn geschreven door Plato, Socrates’ belangrijkste leerling.

Plato maakte in zijn filosofische oeuvre gebruik van de dialoogvorm waarbij er sprake is van een gesprek tussen twee of meer mensen, Socrates treed in vrijwel alle dialogen als gesprekspartner op. Dat wil niet zeggen dat alles wat Plato Socrates laat zeggen opvattingen over Socrates zijn geweest, want Plato bouwt voort op wat hij van Socrates leerde en gehoord had. Vandaar dat veel opvattingen van Socrates in de dialogen van Plato eerder als een weergave van Plato’s eigen ideeën dan die van Socrates zijn te beschouwen. Plato baseert zijn werk op gesprekken die hij met Socrates had. Plato maakt van Socrates het prototype van de excentrieke filosoof. Plato wilde eerst politicus worden, maar door Socrates werd hij filosoof.

Ook de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) vertelt over Socrates in zijn boek over het leven en de leer van beroemde filosofen.

Ook Aristoteles, een leerling van Plato, heeft korte opmerkingen over het gedachtegoed van Socrates gemaakt. Ook al kende hij hem niet, deze zijn vaak toch erg waardevol.

Xenophon was een historicus en tijdgenoot van Socrates die ook over hem geschreven heeft.

De komedieschrijver Aristophanes maakte Socrates belachelijk in de volgende komedies: de Wolken (423), de Kikkers (414) en de Vogels (405).

Socrates’ leven
Socrates moet rond 470 geboren zijn in zuidoost Athene aan de voet van de berg Hymettus, het staat vast dat hij in 399 door een jury werd veroordeeld tot het drinken van de gifbeker en stierf. Socrates was de zoon van een beeldhouwer (Sophroniskos) en zijn moeder was vroedvrouw (Phainarete). Socrates bleef zijn hele leven in Athene, op een paar veldtochten buiten Athene als soldaat na. De veldslagen waar Socrates heeft gevochten: 432 in het Atheense leger bij Poteidaia, 424 als hopliet (=zwaarbewapende) bij Delion (Boeötia) en in 422 in de strijd van Atheners tegen de Spartanen bij Amphipolis (kustplaats in Noord-Griekenland).

Toen Socrates in 399 stierf had hij drie zonen, toen hij stierf was de oudste pas 16. Zijn vrouw stond bekend als ‘de lastigste van alle vrouwen’, ze heette Xantippe. Ze trouwden pas op latere leeftijd. Xanthippe is nog steeds een naam voor een vervelende vrouw. Xenphon vertelt in het Symposion dat Socrates haar als vrouw had genomen omdat, als het hem zou lukken haar onder de duim te krijgen, hij geen enkele moeilijkheid zou hebben in zijn omgang met andere mensen. Socrates sprak altijd met mensen op verschillende plekken: in de stoa (zuilengallerij), in sportscholen (gymnasia), in de Lykaion (Noordoost Athene), in de Akademia (later de school van Plato) en in de Kynosarges (sportschool aan de rand van de stad). Hij sprak met je alsof hij een goede vriend voor je is, het zorgen voor de ziel is volgens Socrates erg belangrijk, dit noem je ἐπιμελεια της ψυχης.

De leermeesters van Socrates waren Anaxagoras en Archelaos, ze waren beide natuurfilosofen.

Het is niet duidelijk hoe Socrates aan de kost kwam, want hij werkte niet. Er zijn een paar verklaringen, hoe hij aan de kost gekomen zou zijn: een erfenis of rijke vrienden.

Socrates werd dus gezien als een excentriekeling, hij had een lelijke kop, sjofele kleding, blote voeten, liep schommelend als een pelikaan en stond soms urenlang stil om na te denken. Hij leefde sober, maar toch erg gezond: zo overleefde hij de pestepidemie, dat niet bij veel mensen zo was. Soms feestte hij de hele nacht door.

Socrates’ optreden
Socrates was niet te vinden bij het openbare en politieke leven van de stad, hij had andere, belangrijkere dingen te doen. In de Apologica van Plato, de redevoering die Socrates volgens Plato ten overstaan van de jury heft gehouden om zich te verdedigen, vertelt Socrates welke dingen van beslissende invloed waren op zijn leven. Een aanhanger van Socrates vroeg eens aan het orakel van Delphi of er een wijzere persoon bestaat dan Socrates, het antwoord van de Pythia luidde: ‘Niemand is wijzer dan Socrates’. Socrates wist geen raad met deze uitspraak, want hij vond niet dat het orakel gelijk had, hij zei namelijk altijd dat hij niets wist. Hij wilde het ongelijk van het orakel aantonen en ging naar mensen in Athene, maar steeds bleek dat als zij meenden iets te weten, dat ze niets wisten. Zij kwamen er nog het beste af, want ze beschikten over een zekere vakbekwaamheid, maar leden aan hetzelfde euvel dat zij dachten iets te weten.

Na dit onderzoek kon Socrates concluderen dat het orakel gelijk had. Zijn wijsheid bestaat er in, dat hij weet dat hij niets weet, terwijl anderen overtuigd zijn iets te weten, ook al weten ze niets. Daarbij blijft het niet, hij wil dit inzicht, dat het weten van de mens zo goed als niets betekent, onder de mensen uitdragen, zowel onder burgers als onder vreemdelingen.

De positie van Socrates in Athene
Gesprekken zoals in het voorgaande beschreven, werden Socrates in Athene niet in dank afgenomen. Het schijnweten werd aan de kaak gesteld. Gegoede families namen het gedrag van Socrates over en dit leidde tot ergernis. Socrates werd door volwassenen steeds meer als een gevaar beschouwd, omdat hij bij de jeugd in hun ogen tot gezagsondermijning aanzette en bovendien werd hem kwalijk genomen dat hij politiek weinig actief was. Het democratisch bestel in Athene verwachtte in principe dat iedere burger tijd aan het bestuur van de stad besteedde, maar Socrates vond dat de gesprekken die hij voerde met zijn medeburgers hem weinig tijd overlieten voor de burgerplicht. Zijn innerlijke stem, die hij de daimonion noemde, waarop hij zich vaak beriep, ontraadde hem om politiek inactief te zijn. Ook werd hij vaak gezien met door de democraten gehate personen, zoals Alkibiades en Kritias, zij werden als zijn leerlingen gezien. Over deze zogenaamde leerlingen merkte Socrates op: ‘Ik weet dat ik niets weet, hoe kan ik dan ooit iemands leermeester geweest zijn?’. Socrates werd gevreesd door zijn onafhankelijkheid en kritische stellingname, ook omdat de stadsstaat zich na de nederlaag tegen Sparta tijdens de Peloponnesische oorlog niet erg machtig voelde. Socrates was een eigenzinnige burger, die tegen de heersende opvatting inging.

Socrates’ proces, vonnis en dood
In 399 werd Socrates ervan beschuldigd een vrijdenker op godsdienstig gebied te zijn en een slechte invloed te hebben op de jeugd, er waren drie aanklagers: een was Anytos, een leider van de democratische partij in Athene, die de belangrijkste was. Er zaten 501 leden in het gerechtshof. Tijdens het proces week Socrates af van een gewoonte: hij weigerde zijn vrouw en kinderen en andere bloedverwanten ten tonele te voeren om via medelijden de rechters tot vrijspraak te bewegen. De gangbare opvatting was namelijk, dat het enige doel van de aangeklaagde vrijspraak was, en dat dit doel alle middelen heiligde. Socrates wilde enkel met hulp van argumenten aantonen dat hij onschuldig was. De strafmaat lag in het proces niet vast. De procedure was als volgt: als de beklaagde door de jury schuldig werd bevonden, stelden de aanklagers een straf voor, de beklaagde kon, als hij het niet met de straf eens was, een tegeneis indienen. De jury moet dan kiezen. In het geval van Socrates stelden ze de doodstraf voor, ze wilden hem niet doden, maar hoopten dat hij verbanning zou indienen. Socrates wilde niet aan het spel meedoen en stelde als tegeneis: vrije kost en inwoning op kosten van de staat, want hij was straatarm geworden door zijn activiteiten ten gunste van zijn medeburgers. De jury nam de straf van de aanklagers over en veroordeelde Socrates tot de doodstraf, deze bestond uit het drinken van de gifbeker. Tussen de veroordeling en de executie zat een maand, Socrates had kunnen ontsnappen uit de gevangenis, maar ook al hadden zijn vrienden plannen gemaakt, hij weigerde. Hij was niet bang voor de dood en verwachtte in de Hades terecht te komen, waar hij interessante mensen zou ontmoeten. Socrates heeft geen school gesticht of geschriften nagelaten, maar hij is in de filosofie nog steeds belangrijk. De meeste filosofische richtingen na hem beriepen zich op zijn opvattingen.

 

Socrates’ filosofie

De methode
Socrates wijdde zijn hele leven aan de filosofie: het streven naar de ware wijsheid, naar het juiste inzicht. Hij was geen filosofie die zich terugtrok en boeken schreef, maar hij ging de straat op en verleidde mensen op een gesprek met hem te beginnen. Hij was altijd omringd met de Atheense jeugd uit de hogere standen, hij voelde ze in een gesprek (dialoog) aan de tand: kennis die zijn gesprekspartner onbewust in zich droeg wilde hij door middel van vraag- en antwoordspel bij hen bewust maken. Hij stelde allerlei vragen en probeerde zo antwoord te krijgen op moeilijke filosofische vragen. Hij gebruikte vaak de ‘wat-is-het-vraag’, ook wel de ti estin vraag. Hiermee probeerde hij tot een beschrijving van begrippen te komen. Hij vergeleek deze methode met het beroep van zijn moeder, een vroedvrouw, hij probeerde verborgen kennis bij anderen naar boven te brengen: geestelijke verloskunde. Deze vroedvrouwmethode noem je ook wel de μαιευτικὴ τέχνη.

Algemene kennis
Socrates was geen natuurfilosofie, maar een ethiek: een praktische wijsbegeerte gericht op hoe je moet leven. Socrates is er van overtuigd dat veel mensen die zeggen dat ze kennis hebben, geen echte kennis hebben, dit probeerde hij hen wijs te maken. Door de onwetende te spelen (Socratische ironie) laat hij de ander zichzelf in tegenspraak brengen, deze voelt zich dan als een kat in het nauw en wordt bewust van zijn onwetendheid (ἀπορία). Dit aan de tand voelen noemt hij ελεγχος. Hij probeert de tegenstander te laten zien dat hun kennis schijnkennis is. In discussies met de Sofisten past hij deze techniek graag toe, waarmee hij de oppervlakkigheid van hun kennis probeert aan te tonen. Zij zijn van mening, dat de kennis die mensen bezitten, subjectief is: we kennen dingen niet zoals ze in werkelijkheid zijn, maar dingen zijn zoals ieder ze opvat. We kunnen van dingen algemene kennis verwerven, hiermee bedoelt hij: met onze zintuigen nemen we de uiterlijke vorm van bijvoorbeeld een mens waar en we zien, dat de ene mens van de ander verschilt, maar als we goed kijken hebben mensen ook gemeenschappelijke kenmerken, die hun juist tot ‘mens’ maken waardoor zij zich van andere wezens onderscheiden: de bijzonderheden van elk individu worden weggelaten, dat heet abstractie, er wordt alleen gekeken naar de eigenschappen die een mens tot mens maken. Deze eigenschappen noemen we een algemeen begrip, omdat het op alle individuen van toepassing is.  Hij dwingt zijn gesprekspartners door de ti estin vraag tot de betekenis van een begrip te komen. Hij vraagt naar de Εἶδος/ἰδέα: een karakteristieke vorm of eigenschap die alle dingen die deze eigenschap bezitten, bezitten. Hij vraagt dus naar het wezen van iets: het antwoord op de vraag wat rechtvaardigheid is, moet die karakteristieken bevatten die het wezen van het begrip rechtvaardigheid uitmaken.

Het geluk van de mens
Socrates was geïnteresseerd in handelingen van mensen en in het bijzonder handelingen die naar geluk leidden, dat was volgens Socrates waar de mens naar moet streven. Geluk = Εὐδαιμονία. Als je weet wat rechtvaardigheid is zal je ook rechtvaardig handelen, aldus Socrates. Als je weet wat begrippen inhouden zal je er ook naar handelen.

De ethiek
het bezigzijn met de vraag of en wanneer handelingen goed of slecht zijn, rechtvaardig of onrechtvaardig zijn, noemen we ethiek. Centraal in de Griekse filosofie staat het begrip ἀρετή = optimaal functioneren. Bij elk menselijk handelen is hier sprake van om wat het ook gaat. Het is de eigenschap die een beeldhouwer bijvoorbeeld optimaal doet functioneren. De Griek spreekt zelfs van de aretè van zintuigen of een paard. De specifieke arete van een mens geven we weer met de term deugd. Het is Socrates voornamelijk te doen om het geluk van de mens, dat tot stand komt door deugdzame handelingen: dat zijn handelingen waarin mensen hun specifiek menselijke aretè tot uiting brengen. In het streven naar geluk zijn vijf deugden de belangrijkste: dapperheid, gematigdheid, rechtvaardigheid, godsdienstigheid en wijsheid. Deze deugden leveren een werkelijke bijdrage aan geluk en het handvat zijn om uit te maken of iemand goed leeft.

De ethiek
het bezigzijn met de vraag of en wanneer handelingen goed of slecht zijn, rechtvaardig of onrechtvaardig zijn, noemen we ethiek. Centraal in de Griekse filosofie staat het begrip ἀρετή = optimaal functioneren. Bij elk menselijk handelen is hier sprake van om wat het ook gaat. Het is de eigenschap die een beeldhouwer bijvoorbeeld optimaal doet functioneren. De Griek spreekt zelfs van de aretè van zintuigen of een paard. De specifieke arete van een mens geven we weer met de term deugd. Het is Socrates voornamelijk te doen om het geluk van de mens, dat tot stand komt door deugdzame handelingen: dat zijn handelingen waarin mensen hun specifiek menselijke aretè tot uiting brengen. In het streven naar geluk zijn vijf deugden de belangrijkste: dapperheid, gematigdheid, rechtvaardigheid, godsdienstigheid en wijsheid. Deze deugden leveren een werkelijke bijdrage aan geluk en het handvat zijn om uit te maken of iemand goed leeft.

Aretè en kennis
Sokrates rekt de parallellie van de menselijke aretè met die van de verschillende ambachten verder door, zoals de aretè van de pottenbakker te leren is, zijn er verschillende technieken die een pottenbakker gebruikt om vazen goed en mooi te maken. Zo is Socrates van mening, dat ook de algemeen menselijke aretè leerbaar zijn. Dit betekent in principe dat iedereen in staat is een voortreffelijk mens te worden, als je er maar voor openstaat dat iemand je duidelijk kan maken wat een specifieke aretè inhoudt: als je weet wat een deugd inhoudt, zal je ook zo handelen. οὐδεὶς ἑκὼν ἁμαρτάνει: niemand doet willens en wetens verkeerd, als je het goede kent zal je het doen. We noemen deze ethiek een intellectualistische ethiek, want kennis heeft een centrale rol en is de sleutel tot geluk. Uit het bovenstaande is duidelijk geworden, waarom Socrates begripsvorming belangrijk vindt en zijn leven hieraan wijdde.

Zorg voor de ziel
in de Apologica en de Faidon van Plato spoort Socrates mensen aan om aandacht te besteden aan hun ziel (Ψυχή). Onder ziel verstaat Socrates de persoon zelf, met zorg voor de ziel bedoelt hij dus zorg voor de eigen persoon. Socrates meent dat zorg voor de ziel niet gelijk is aan het zorgen voor je eigen zaken, zoals rijkdom of je reputatie. Het zijn dingen die bij ons horen, maar ze horen niet bij onze persoon. Het lichaam is ook geen onderdeel van de persoon, het is een instrument voor de ziel. Zij beheerst het lichaam. γνῶθι σαυτόν= ken jezelf/ je ziel.

Als de mens zorg wil besteden aan de ziel, moet je eerst weten wat het is. Zelfkennis is volgens Socrates Sophia. Het betekent weten wat de functie van de ziel is, maar de functie van de menselijke ziel is volgens Socrates, onlosmakelijk verbonden met deugdzaam handelen en dus met de deugd. Zelfkennis is het kennen van de deugden, weten welke handelingen rechtvaardig, moedig enzovoorts zijn. Het betekent dus ook kennis hebben van die deugden die karakteristiek zijn voor een mens en die hem tot een goed mens maken, die zelfkennis leidt tot verbetering van de persoon: want als we weten wat goed voor ons is, dan doen we het ook. Zelfkennis is bij uitstek datgene waardoor we zorg besteden aan onze eigen ziel.


 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.