Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Profeet in de ballingschap
Jeruzalem werd door de Babyloniërs ingenomen en verwoest. Ballingen waren mensen uit het bestuur van het land en van Jeruzalem. Hierdoor maakte koning Nebudkadnessar zijn tegenstanders onschadelijk. De ballingschap van de joden duurde meer dan 40 jaar. Veel mensen voelde zich in die tijd vreemdelingen. De joden hadden geen tempel en hielden daarom godsdienstige samenkomsten in een huis. In het Grieks heet zo'n samenkomst: synagoge. Hiernaar werden later ook de gebouwen vernoemd. Daar vertelden ze verhalen over Abraham, Mozes en David. Ook werd er gebeden en bemoedigd. Psalm 137 is een lied over de Babylonische ballingschap. De naam Sion komt er in voor, dat betekent Jeruzalem.

Veel joden hoopten op een betere toekomst; ze wilden terugkeren naar hun eigen land. Een van die hoopvolle joden was de profeet Jesaja. Hij dacht dat God hen uit de ballingschap zou bevrijden, en niet in de steek zou laten.

Jesaja vertelde dat het goede het kwade ooit zou overwinnen, en dat er een rechtvaardige samenleving zou komen, waarin mensen in het vrede met elkaar leven.

Een verhaal uit de ballingschap.
Na 40 jaar werd het rijk van de Babyloniërs verslagen door een ander volk, de Perzen. Vanaf dat moment werden de joodse ballingen opgenomen in het Perzische Rijk (het huidige Iran) van koning Cyrus. Cyrus gaf de joden toestemming naar hun vaderland terug te keren, maar veel joodse ballingen wilden graag in Perzië blijven; ze hadden daar werk, contacten en een woning. Over diegenen die in Perzië zijn gebleven staat in Ester een verhaal. Het verhaal van Ester staat in het derde deel van de Tenach.

Een feest uit de ballingschap.
Poerim word elk jaar door alle joden gevierd. Als voorbereiding vastten ze, dit herinnert hen aan de drie dagen dat de joden in Perzië hebben gevast voordat Ester ongevraagd naar de koning ging om zijn hulp te vragen. Dit was in die tijd erg onbeschoft en je kon er een flinke straf voor krijgen. Op die feestdag leest de voorzanger, de chazan, in de synagoge voor uit de Esterrol. Telkens wanneer de naam Haman genoemd word bij het voorlezen, maakt iedereen lawaai. Met het lawaai maken ze duidelijk hoe ze deze vreselijke man verafschuwen. Zijn naam mag niet meer genoemd worden. Poerim betekent letterlijk 'loten' het woord is een herinnering aan Haman, die door te loten een dag vaststelde waarop de joden vermoord moesten worden. In onze tijd denken de joden met poerim aan alle vervolgingen die er sinds Haman zijn geweest. Vroeger zijn er telkens weer nieuwe Hamans opgestaan. Door hen werd het volk steeds bedreigd, ze moesten zich in allerlei landen inspannen om te overleven. Tegenwoordig word het poerimfeest in Israël uitbundig gevierd, er zijn op die dag activiteiten, voorstellingen, optochten en dansvoorstellingen. Kinderen krijgen dan veel snoepgoed en de ouderen drinken meer alcoholische dranken dan normaal. De arme mensen worden ook niet vergeten op dit feest. Mensen die het kunnen betalen, zorgen dat de armen ook genoeg eten en drinken krijgen. Pas als je met zijn allen feest viert, is de vreugde compleet.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.