Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Tijdvak 1 - KA 1 t/m 3

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 428 woorden
  • 3 november 2016
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 8 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Tijdvak 1: Tijd van jagers en verzamelaars (Tot 3000 v. Chr.)

De levenswijze van jagers en verzamelaars.

De kenmerken van jagers en verzamelaars.

- Zij leefden in kleine groepen.

- Zij leefden van het verzamelen van planten en vruchten, van de jacht en de visvangst.

- Zij verzamelden voedsel voor korte tijd.

- Groepen bleven zelden lang op dezelfde plek (voedseltekort).

- Zij leefden in de open lucht, grotten of eenvoudige hutten.

- Alle groepen gebruikten eenvoudige werktuigen van hout, stenen of botten.


- Er was geen ingewikkelde organisatie om de groep te besturen.

- Zij probeerden door magie de natuur te beheersen

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.

De eerste sporen van landbouw.

- In het Midden-Oosten rond 7000 voor Christus.

- In Europa tussen 7000 en 3000 voor Christus.

De ontdekking van landbouw.

- Mensen ontdekten dat je zaden van wilde planten kon zaaien en het jaar daarna kon oogsten.

- Mensen ontdekten dat je wilde dieren kon temmen tot ‘huisdier’. Dat leverde trekkracht en voedsel.

Het ontstaan van dorpen.

Mensen hoefden niet meer rond te trekken. Daardoor konden zich landbouwgemeenschappen ontwikkelen in de vorm van dorpen.

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.


Het ontstaan van steden.

Door voldoende oogstopbrengsten hoefde niet iedereen meer in de landbouw te werken. Hierdoor konden andere beroepen ontstaan (timmerman, smid, huisbediende, koopman, kunstenaar, geleerde, soldaat, bestuurder, priester). Zo groeiden grote dorpen uit tot plaatsen waar de meeste mensen niet meer van de landbouw leefden: steden.

Sociale verhoudingen.

Door het ontstaan van dorpen en steden ontstonden er gelaagde samenlevingen. Een gelaagde samenleving ontstond toen de samenleving ingewikkelder werd en er veel moest worden geregeld. Daardoor kregen sommigen meer macht en/of bezit.

Begrippen Tijdvak 1

Prehistorie: De tijd waarin niet over of door een volk wordt geschreven.

Etnische groep: Een groep mensen met lichamelijke kenmerken die anders zijn dan bij andere groepen mensen.

Cultuur: Het denken en doen van een bepaalde bevolkingsgroep. Tot cultuur behoren:

- Hoe mensen in hun levensonderhoud kunnen voorzien en hun inkomsten verdelen.

- Hoe mensen zich gedragen en met elkaar omgaan.

- Hoe mensen de macht onder elkaar verdelen.

- Anderen onderdelen van een cultuur zoals godsdienst, taal, onderwijs en wetenschap, kunst, rechtspraak en sport.

Magie: Iets doen waarvan men denkt dat het een geheimzinnige kracht heeft.

Dorp: Kleine nederzetting waar de meeste inwoners leven van akkerbouw en veeteelt.

Steden: Grote nederzetting waar de meeste mensen niet meer in de landbouw werkten.

Staat: Een land met duidelijke grenzen waarin een kleine groep mensen de rest van de bevolking bestuurt.

Hunebed: Bekendste monument uit de Prehistorie van ons land.

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.