Nederlanders en hun Gezagsdragers 1950-1990

Beoordeling 3.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas havo | 3321 woorden
  • 31 maart 2004
  • 4 keer beoordeeld
Cijfer 3.8
4 keer beoordeeld

Hoofdstuk 1. Verzuiling en consensus

§1.1 Een land van minderheden
NL was eind ’45 verzuild, -katholieke, liberale, sociale en protestanten. De toppen van de zuilen werkten samen.
15% sociale: gelijkheid (karl Marx)
15% liberalen: Carl Smith
Ieder 30% katholieke en protestanten: baseren alles op de bijbel
In de jaren 50 bereikt de verzuiling zijn hoogtepunt. Katholieke en Protestanten waren het dichtst verzuild. Liberalen het minst -> ook wel algemene, neutrale zuil genoemd.
Katholieke: KVP katholieke volkspartij hier stemde 90% v/d katholieke op.

Sociaal Democraten: PVDA
Gereformeerden, anti revolutionaire: ARP
Hervormde christelijke partij: CHU
Liberalen: VVD
PVDA probeerde mensen uit zuilen te halen. Katholieke boos schreven een brief trouw te blijven -> Bisschoppelijk mandement

§1.2 Een volgzaam volk
De leiders v/d politieke partijen en van allerlei maatschappelijke organisaties, de politieke en maatschappelijke gezagsdragers, waren ook de leiders van de 4 zuilen. Deze elites zaten in organisaties van meerdere verzuilde organisaties. De elites ontmoeten elkaar in het in 1950 opgerichte sociaal-economische-raad (SER)
Dit was het adviesorgaan van regering op economisch en sociaal gebied. Verdeeld in werknemers en werkgevers, elk 15. Er zaten ook 15 deskundigen in. Omdat geen enkele zuil de meerderheid had werd altijd het evenredigheidsbeginsel toegepast. Alles gebeurde in het geheim. Publiek kreeg weinig te horen. In de politieke cultuur werd grote waarde gehecht aan consensus en ordening.

§1.3 Sociale harmonie
1946: Kvp en PvdA vormden samen het kabinet. Veranderingen: staat meer bemoeienis met de economie, uitbreiding sociale zekerheid.

Doel: volledige werkgelegenheid.
Er wordt veel geld gestoken in de industrie.
Vanaf ’48 namen 2 v/d 3 andere partijen deel a/d regering.
In de stichting v/d arbeid werkten werkgevers en werknemers samen. Zij gaven advies over lonen. Sociale harmonie was de sleutel naar groei en welvaart.
De vakbonden kwamen op voor: gezondheid, vrije tijd, huisvesting, ziektekosten verzekeringen, volksontwikkeling eigenlijk alles.
Jaren ’50: bezorgdheid gevolgen industrialisatie. Het gezin moest weer versterkt worden.

§1.4 Nederland gezinsland
Het gezin stond centraal. Dit werd als zeer belangrijke factor gezien voor voorbereiding op de maatschappij. Voor het gezin wordt een hoop verheerlijkt.
Jongeren: vrijheidsbeperkingen
Ouders: sportsubsidies, jeugdwerk, hoge kinderbijslag
1952: apart ministerie voor versterking gezin.

In het gezin heeft ieder zijn eigen plek harmonieuze ongelijkheid.
Kerk was heel belangrijk: 80% was lid. ±40% katholiek, 30%hervormd en 10% gereformeerd. In het parlement hadden de confessionele partijen de meerderheid(KVP, ARP, CHU)
Wetten en regels waren gebaseerd op christelijk-etnische manier van denken.

Uitleg van de hijger zelf

Na de 2e wereldoorlog waren 2 dingen belangrijk: - wederopbouw
- industrialisering
Economische ontwikkeling Engeland __________
Economische ontwikkeling Nederland - - - - - - -

P. Klein vergeleek de Engelse en de Nederlandse economie.
De Engelse economie was gericht op -> industrie
De Nederlandse economie was gericht op -> landbouw
Minister van der Brink had ook in de gaten dat Nederland achterliep met de industrie.
Industrie nota->sleutel na de 2e wereldoorlog.
Tussen 1945 en 1955 harmoniemodel


fases na ‘45
1e-> er wordt een basis industrie opgebouwd. (nog geen consumptie goederen)
2e -> er werd een consumptie industrie opgebouwd.
Vanaf 1960 ontstond de dienstverlening.

Hoofdstuk 2. Nederland verandert

§2.1 Ongekende economische groei
jaren 50: groei industrie, werkgelegenheid->, er kwamen steeds meer en grotere bedrijven, productiviteit(productiecapaciteit) per werknemer->.
Rotterdamse haven en de transport sector groeiden. Ook de beroepsbevolking veranderde. Landarbeiders verminderde van ’47 300.000 naar ’48 80.000. Burgers verhuisde naar de stad.
Eind jaren ’60: eind banen groei en het begin van de dienstensector. Onderwijs, gezondheidszorg->. Omstreeks 1960: verhuisden veel mensen naar de stad. De groeiende afstand woon-werkverkeer werd mogelijk gemaakt door opkomst van de auto.
De vroei van het autopark en doorzonwoningen waren tekenen van de snel groeiende welvaart. Lonen gingen snel omhoog, maar werknemers namen er nog geen genoegen mee->zij zegden lidmaatschap bij de vakbonden op, en er kwamen stakingen. Werkgevers gingen zwart meer betalen.

1963 werden de lonen vrijgelaten -> deze schoten omhoog.

§2.2 Het dagelijks leven verandert
1950-1970 NL een moderne consumptie maatschappij: o.a. auto, vaste wastafel, bad, douche etc. Jaren ’50 2/3 stofzuiger, 1/3 wasmachine, jaren ’60 kwam de ijskast en televisie. Ook genotmiddelen en vakanties stegen. Met de welvaart steeg ook het opleidings niveau, dit kwam doordat het productieproces ingewikkelder werd waarvoor meer opgeleide mensen nodig waren.
Tussen ’50-’70 verdrievoudigde deelname aan het voortgezet onderwijs, deelname aan de universiteit verviervoudigde. De sociale zekerheid werd ook fors uitgebreid (AOW, bijstandswet). NL. werd een verzorgingsstaat. Staat die zorgt voor een minimuminkomen en minimumvoorzieningen. Voor jongeren was dit allemaal vanzelfsprekend. Ook het stijgende opleidingsniveau en de televisie bevorderden een andere mentaliteit. Via de tv maakten de mensen kennis met andere zuilen -> secularisatie, ontzuiling. Kerkbezoeken liepen in de jaren ’60 snel terug. Jongeren vonden dat levensbeschouwing er in hun werk weinig toe deed. Belangrijk was alleen deskundigheid.

§2.3 de politieke cultuur verandert
1954 verboden bisschoppen ‘hun’gelovigen naar de VARA te luisteren, maar veel mensen
vonden dit onzin, bij een moderne samenleving hoort een open en zakelijke opstelling. Vanaf
1955 zeiden gezagsdragers dat NL onherkenbaar aan het veranderen was. De regering wilde
de veranderingen juist stimuleren. Ze waren blij dat NL niet ouderwets was maar modern (jaren
’60).

1956 nam parlement de motie-Tendeloo aan. Daarmee verdween het verbod voor gehuwde
vrouwen om te werken als onderwijzeres of ambtenares.
Vakbonden: leden liepen snel terug. Eind jaren ‘50-> vakbonden werden zakelijker.
Ook kerken pasten zich aan. 1954 namen leiders afstand van het verleden. Bisschop Bekkers
Pleitte voor openheid, een openheid met andere christenen.
Maart ’63 gaf hij zijn mening over “de pil” op tv. Ook gereformeerden veranderden.

§2.4 Vrouwen en jongeren veranderen
Vanaf de jaren ’50 zijn jongeren erg veranderd, ze ontwikkelden een eigen leefstijl die botste
met de normen en waarden van de gezagsdragers.
1955 schreef journalist Jan Vrijman een serie artikelen over deze jongeren “nozems”. Volgens
hem hadden zij de volgende levensstijl: zich niet bekommeren om burgerlijk gedoe als vast

werk, een gezin of de toekomst, ze gingen naar het café, de snackbar, de bioscoop of de
dancing en ze reden op brommers. Seks speelde een grote rol. Het ontstaan van deze jongeren
was mogelijk door de hoge lonen.
Ook de rol van de vrouw veranderde, ze gingen langer naar school maar trouwden
Eerder daardoor ontstond er een tekort aan vrouwelijk personeel. Ook het huishouden
veranderde door alle nieuwe huishoudelijke apparaten, het aantal kinderen daalde behoorlijk,
zeker na de introductie van de pil. In 1965 keurde 80% van de bevolking seks voor het
huwelijk af vijf jaar later had een ruime meerderheid daar geen moeite meer mee, ook met
samen wonen niet. Deze verandering van normen en waarden paste in een ruimer proces van
Individualisering.


Video deel 1.

Willem Drees leidt kabinet. Burgers altijd trouw aan de kerk. Godsdienst en kerk belangrijk.
Pastoor spoort aan tot gezinsuitbreiding. Katholieke geloof verbood mensen lid te zijn van
socialistische dingen.
Eind jaren ’50 welvaart -> -> het leven naar de eigen zuil neemt af.
Bisschop Bekker -> 1e die kleine gezinnen toestond.
De pil wordt langzaam toegestaan. Door cabaret wordt spotdrijven met het geloof toegestaan.
D66 -> voor meer democratie, vernieuwing en verjonging
Dit gebeurde in de jaren 60 en 70. Werknemers willen inspraak in de bedrijven. Nederlanders
gaan vaker tegen dingen in.

Video deel 2.

NL stond bekend om zijn bloembollen en tulpen etc. Dit was een belangrijk handelsmerk. Na
2e wereldoorlog werd mechanisatie belangrijk. Bedrijven krijgen belasting verlaging voor

investeringen. Het aantal arbeiders wat in de landbouw werkt neemt sterk af. Fabriekshallen
stijgen uit de grond. Export en sociale zekerheid nemen toe. Stakingen worden door de
vakbonden afgewezen.
Rond ’60 krijgen de arbeiders in de gaten dat alles goed gaat maar dat zij er nog niet zoveel
van merken. Arbeiders krijgen zwart extra uitbetaald. Vakbonden en werkgeversorganisaties
stellen lonen vast. Er volgen ontslagen.
1973 oliecrisis -> autovrije zondag, olieprijzen -> -> Nederland raakt in een recessie, de
welvaart loopt terug. Inkomsten van de overheid ->, uitgaven ->, het financieringstekort stijgt
snel.
Tot 1981 moest 10 miljard bezuinigd worden. Het aantal werklozen steeg tot boven de
800.000. Kabinet Lubbers gaat er een einde aan maken. Werk wordt boven inkomen gesteld.
Er ontstaat een poldermodel (overleg).


Aantekening van de hijger

Landbouw – industrie – dienstverlening
tot ’45 45-60/65 v.a. 60/65
sociaal/ cultuur (belangrijk voor samenleving en gezin)
1945-1955 -> er wordt volledige werkgelegenheid gerealiseerd.
Na 1955 krapte op de arbeidsmarkt, lonen stijgen, welvaart stijgt.
Overheidsbeleid veranderd vrouwen mogen gaan werken. Maar vanaf 1965 lukt dit niet meer.
In NL dus niet genoeg arbeiders. Er worden arbeiders uit het buitenland gehaald ->
gastarbeiders.

Rationalisering industrie: - mechanisatie
- automatisering
werkgelegenheid verschuift van industrie naar dienstverlening.

Hoofdstuk 3. Het protest van jongeren en vrouwen

§3.1 Een protestgeneratie

Robert Jasper Grootveld -> anti rookmagiër. Student Roel van Duijn -> zette een actiegroep op tegen de atoombom.

Mei ’65: richtte van Duijn met Grootveld een nieuwe beweging op Provo dit was voor vrijheid, gelijkheid en creativiteit. De provo wilde vooral deze maatschappij hartgrondig provoceren.
1e actie: Witte fiets als teken van gratis collectief vervoermiddel. Zaterdag daarop veel politie aanwezig -> rel tussen politie en jongeren. De maanden daarop telkens acties ook tegen koningshuis. De trouwerij Bea en Claus regelrechte ramp. De rellen werden zeer ernstig paar maanden later hief de provo zichzelf op.
Van Duijn ontdekte de kabouter als symbool van een nieuwe mensheid die in harmonie met de natuur zou leven. In Amsterdam richtte hij kabouterbeweging op. Bij verkiezingen in 1970 kregen zij 11% v/d stemmen -> 5 zetels in de gemeenteraad.
Eind jaren ’60 kwamen er opstanden van studenten ook in btl. De studenten verzetten zich tegen de conservatieve lesprogramma en het gebrek aan democratie op de universiteit op straat werd gedemonstreerd tegen de oorlog in Vietnam, apartheid in Afrika of militaire staatsgreep in Chilli.

§3.2 van verbieden naar onderhandelen

In het begin ging de politie fel tegen de provo’s in, maar zelfs in de politiek waren mensen die tegen deze strenge optreding waren. De rellen in de zomer van 1966 leidde tot bezinning. De regering stelde een onderzoekscommissie in, die de schuld gaf aan de gezagsdragers en de politie. De provo’s daarentegen hadden serieuze problemen a/d kaak gesteld. Burgerlijke ongehoorzaamheid werd gedoogd als er geen schade werd aangericht. Aan bijna alle bezettingen kwam een eind doordat de studenten medezeggenschap werd toegezegd. De positie v/d jongeren in de jaren ’70 was veranderd. Ze werden serieus genomen en hadden inspraak gekregen via democ. instellingen. Kiesgerechtigde leeftijd verlaagd van 21 naar 18. In de wetswinkel kon d.m.v. gratis advocaten gerechtigheid gehaald worden.


§3.3 het protest van vrouwen

In het begin v/d jaren ’60 leek de vrouwenbeweging niet meer nodig -> handelsonbekwaamheid getrouwde vrouwen afgeschaft, vrouwen steeds vaker in onderwijs. In de politiek kwamen ook steeds meer vrouwen.
1956 -> nl eerste vrouwelijke minister, Marga Klompé maar er was nog zoveel ongelijkheid. Een kleine minderheid v/d vrouwen werkte nog maar, er was geen kinderopvang, als ze al een baan hadden kregen ze minder betaald.
Artikel Joke Smit ’67: vrouwenemancipatie nog lang niet voltooid. Dit artikel was de start voor de tweede feministische golf. Smit richtte in ’68 de actiegroep man vrouw maatschappij op. Deze richtte zich op wettelijke veranderingen: gelijk loon, verbod seks discriminatie, grotere onderwijskansen, legalisering abortus.
Januari 1970 2e feministische actiegroep dolle Mina opgericht. Deze bestond uit studentes en andere leven v/d protestgeneratie. Deze groep richtte zich op ludieke acties. Na 2 jaar werd deze opgeheven. 1971, vrouwen huizen geopend en in ’75 huis voor mishandelde/bedreigde vrouwen.

§3.4 moeizame emancipatie

De meningen over vrouwenemancipatie waren flink verdeeld. Maar vooral over abortusen. Rond 1970 sloeg de stemming in de maatschappij en de politiek om. Pvda stelde voor abortus te legaliseren, maar voor de confessionele ging dit te ver. 1976, kwam dit tot uitbarsting, katholieke minister Dries van Agt wilde kliniek laten sluiten. 1981 werd de abortuskwestie geregeld. Het mocht binnen 12 weken. 1971 wet om echtscheiding te vermakelijke.
1974 echtscheiding ook mogelijk wanneer 1 v/d partij niet meer wilde. Het aantal echtscheidingen steeg snel. De taak van de Emancipatiecomissie in ’74 was het bevorderen van vrouwenemancipatie.

1977 aparte staatssecretaris voor emancipatiebeleid.
1981 werd emancipatiecommissie opgevolgd door Emancipatieraad, die gevraag en ongevraagd advies aan de regering kon uitbrengen.
Hedy d’Ancona 1981 staatssecretaris van emancipatie zaken toch vorderde de emancipatie moeizaam.

Hoofdstuk 4. Televisie en politiek

§4.1 Revolutie in de media

Vnaf 1951 Tv, zendtijd was verdeeld over de verzuilde omroepen. Katholieke Kro, protestants-christelijke NCRV, sociale VARA, neutrale AVRO. Vanaf ’56 niet verzuild programma het journaal. Volgens elite moest de tv jongeren opvoeden § saaie tv met braaf amusement en onbenullig nieuws. Ook de pers was verzuild -> kath. Volkskrant, Kvp leider Romme, ARP gereformeerde Trouw, sociale Vrije Volk PVDA.

Vanaf jaren 60: bijna iedereen tv, zendtijd nam toe. VVD: voor commerciële tv met reclame. Er kwam ruzie over tv in 1965 viel het kabinet. Er kwam een nieuwe omroepregeling. Commerciële tv bleef verboden, wel mocht ,de STER, reclame zendtijd verkopen opbrengst -> verdeeld. Ook werd het verzuilde omroepbestel opengegooid omroepen toegestaan als ze genoeg leden hadden. Zo kwam in ’66 de TROS. ’70 EO, ’76 Veronica. Dit had veel gevolgen voor verzuilde omroepen deze gingen ook meer amusementsprogramma’s uitzenden.
VPRO 1968 -> jonge rebellen zette vrijzinnige dominees a/d kant en besloten enigzinnige anarchistische tv te maken. Ook bij de pers kwam een nieuwe generatie journalisten.

§4.2 De macht van de televisie

Na de uitzending “zo is het toevallig ook nog is ’n keer”volgden tv rellen elkaar in hoog tempo op. In de jaren 60 werden politici steeds vaker onvoorbereid met kritische vragen geconfronteerd. De uitzending van de ‘Nacht von Schmelzer’leidde tot negatieve reacties. In die nacht kwam het kabinet ten val. De oude gedragscodes en censuur waren voltooid verleden tijd. Door de televisie ontstond een nieuw soort politicus en een nieuw soort politiek. De lijsttrekker moest op tv sympathiek overkomen.
D’66 (democraten ’66) kwam in 67 met 7 zetels in de 2e kamer door vlotte babbel van Hans van Mierlo. Ook de boerenpartij kreeg 7 zetels. Je zag dat er dus steeds meer zwevende kiezers kwamen.

§4.3 Op weg naar polarisatie

Na de nacht van Schmelzer brak in de media een storm van kritiek los op het verzuilde politieke bestel. Er kwamen allemaal nieuwe partijen zoals D’66. Zij stonden voor meer democratie. Partijen moesten coalities vormen voor de verkiezingen, de premier en burgemeester moesten rechtstreeks door de burgers gekozen worden. D66 wilde een participatiedemocratie. In de verkiezingen van 1946 bleken de confessionele nog net zo sterk als voor de oorlog. De vernieuwers leken betere kansen te hebben.
1947->verloor de KVP 7 van de 42 zetels. Velen waren het met D66 eens. On der KATH, geref, social, leefden soortgelijke ideeën over democratie. In de KVP en ARP toen in ’67 de confessionele met de VVD gingen regeren, traden veel radicalen uit de KVP en ARP. Het jaar erna richtte zij de politieke partij Radicalen (ppr) op. De jongeren v/d PVDA richtte in ’66 progressiegroep Nieuw links op. De PVDA koos voor polarisatie. Binnen de partij vond een zuivering plaats. In 1969 werd de polarisatie tot vast beleid gemaakt. Dat gebeurde met een anti-kvp-motie (van pvda). Regeren samen met de KVP was onmogelijk. Er werd een progressief akkoord met D66 en de PPR gesloten. De progressieve 3 presenteerde voor de verkiezingen van 1971 en 1972 een schaduwkabinet: het kabinet dat zou gaan regeren als de drie partijen samen de meerderheid kregen.


§4.4Gezagsdragers onder druk

Aan passiviteit kwam in de jaren ’60 een eind. Burgers stelde het gezag ter discussie. Ze kwamen op voor hun rechten en verlangens. In 1971 had één op de vijf volwassenen meegedaan aan één of meer acties. Dit zette de gezagsdragers onder grote druk.
Economie -> spanning nam toe, polarisatie (vorming van tegenstellingen) kreeg de overhand.
Eind jaren 60 groeide de economie nog maar ’t werd duidelijk dat het tij aan het keren was. Bedrijven waren steeds meer geld kwijt aan lonen, premies, belastingen. Werknemers vonden dat ze nog steeds te weinig loon kregen. Uiteindelijk dwongen de bonden een automatische prijscompensatie af. Maar dit werkte averechts -> hogere lonen, hogere prijzen producten, hogere lonen enz. = hollende inflatie.
Er kwamen goedkope arbeiders uit buitenland/ bedrijven vertrokken naar lageloonlanden = werkloosheid. Regering machteloos.
1970 loonwet die mogelijk maakte cao’s te verbieden. Vakbonden accepteerden alleen loonmatiging als daar maatschappijhervorming tegenover stond.
Kabinet de jong (’67-’71) gaf een commissie van wijze mannen opdracht voorstellen te doen voor een nieuw kiesstelsel met meer invloed voor de kiezer. Er waren een hoop zwevende kiezers.
De progressieve 3 (PvdA, d’66, PPR) wonnen 8 zetels. Omdat zij samenwerking met de KVP uitsloten, moesten de confessionelen toch weer met de VVD gaan regeren. Maar dit kabinet –Biesheuvel kwam al na een jaar ten val.


Video deel 3.

Nieuwe muziekstijl: rock & roll.
De nozemstijl slaat aan.
Jongeren keren zich tegen ouders, moesten niks van de consumptie maatschappij hebben. De provo wordt opgericht.
’t Is voor de provo’s ’n opwindend spel. Maar op een gegeven moment liep het uit de hand -> juni ’66. De provo heeft de maatschappij genoeg geprovoceerd.

Video deel 4 (voltooide wederopbouw, groeiende welvaart)

Minister president Drees
Lage lonen -> lage prijzen -> goed voor export.
Gaat goed maar werknemers ondervinden er niets van. Langzamerhand werknemers ontevreden. Er komen acties tegen lage lonen.
De lonen stijgen explosief -> prijzen stijgen -> weer hogere lonen -> prijsspiraal-> inflatie.
Er komen steeds meer luxere producten uit Amerika.

Er is veel vrije tijd, recreatie.
Er komen steeds meer auto’s -> files.
Veel mensen kopen een caraven en gaan op vakantie naar de zon. Ook schiphol groeit snel. Spelletjes zijn v.t.
1970 3 kwart v/d bevolking heeft tv.
Onderwijs breid zich snel uit.
Rond ’68 mavo en havo, nieuwe vakken ontstaan.
1974 oliecrisis, vanaf 7 januari olie op de bon.
De onderlinge verschillen zijn groot.
Uitleg van de Hijger (democratisering jaren ’60)

Roep om: -> meer inspraak (thuis/school/werk/politiek)
-> meer vrijheid (zelf meebeslissen in regels)
->beginnende protest (onder beleid, milieu bewust)
1960-1965: nozems vooral uit arbeiders gezinnen.
1965-1970: -> provo op de fiets } studenten

-> kabouterbeweging } studenten

protest nam toe.
Kabouterbeweging: ging meedoen aan de politiek.

Uitleg van de Hijger (media en politiek)

±1970 media volgzaam ze volgden/ verdedigden het regeringsbeleid.
Dit was het gevolg van: ->verzuiling
-> Controle van de overheid.

jaren ’60 ->
Er kwamen omroepen die commercieel waren. Zij zonden uit van buiten de Nederlandse gronden. Zij waren niet geïnteresseerd in politiek.
Zoals: Veronica -> radio
’63 REM -> TV (zond uit vanaf een eiland buiten nederland)
Nl had REM uit de lucht gehaald.

- publiek bestel (van belasting geld)
- commercieel bestel (geen geld van de overheid)

Jaren ’60 en ’70 kwamen er meer omroepen.
Vanaf eind jaren 60 werden programma’s kritischer. De media ging de uitspraken controleren.

Uitleg van de Hijger (politiek)

1966 nacht van Schmeltzer (KVP)
Rooms rode coalitie: socialistisch. PVDA en KVP.
Schmeltzer wilde van coalitie af.
Hij heeft kabinet naar huis gestuurd.
-> motie van wantrouwen.
Gevolg: de Nederlanders kregen steeds minder vertrouwen in de regering, politiek werd opengebroken.
D’66
PPR -> politieke partij radicalen (deel kvp)
Ook de verzuiling op de helling.
Video deel 5 (mina’s en feministen)

De man verdient geld en is de baas over het gezin in de jaren ’50.
Meisjes -> huishoudschool.

Kleine groep ->mms (middelbare meisjes school).
Jongens ->HBS

Getrouwde vrouwen handelsonbekwaam.
Vrouw Tendeloo strijd hiertegen.
1960 wordt dit afgeschaft.
Vooral in de dienstverlening is er vraag.

J.Kool.Smit schrijft over de emancipatie
2e feministische golf in aantocht.
Dolle Mina strijd tegen de ongelijkheid.
Vrouwen willen dat de vrouwen worden voorgetrokken (positieve discriminatie).
Er komt een emancipatie secretaris/comité.

Video deel 6 (in de ban van de buis)

Tv -> cultuurverspreiding
Na 4 jaar -> 3 uur uitzendingen.
Mensen kijken ook naar andere zuilen, dit betekent ook het begin van de ontzuiling. Naakt wijf leest krant ->2e kamer vind dit niet goed, maar kan er niets tegen doen.


Hoofdstuk 5. Van polarisatie tot poldermodel

§5.1 Een progressief kabinet

Keerpunt ’72 zette zich scherp af tegen de voorgaande kabinetten. Progressieve waren aan de leiding zij zouden alles beter doen. Zij zouden naar de mensen luisteren. Tijdens verkiezingen verloren confessionele fors, maar de progressieve haalden geen meerderheid. Er moest een kabinet komen dit gebeurde door met de confessionelen te praten. Deze formatie duurde 164 dagen.

Aantekeningen van de Hijger (keerpunt in de politiek v.a.1972)

Links midden rechts
Socia. confes. Liberalen
PVDA (bijbel) VVD
KVP} CDA
CHU} CDA
ARP} CDA

1972 Kabinet den Uyl (PVDA + KVP)
- openheid in de politiek
- inkomenspreiding (nivellering van inkomen)
- spreiding van kennis en macht

Oktober ‘73”Yon kippoenoorlog ->oliecrisis.
1977 -> kabinet lubbers van CDA moest samenwerken met VVD.
Eind jaren 80. Links en rechts samenwerken sloten CDA uit. Dit waren de jaren van de paarse kabinetten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.