Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

Nederland en zijn gezagsdragers

Beoordeling 3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 2752 woorden
  • 5 maart 2004
  • 3 keer beoordeeld
Cijfer 3
3 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Nieuw seizoen Studententijd de podcast!

Studenten Joes, Tess en Annemoon zijn terug en bespreken alles wat jij wilt weten over het studentenleven. Ze hebben het onder andere over lentekriebels, studeren, backpacken, porno kijken, datediners, overthinken, break-ups en nog veel meer. Vanaf nu te luisteren via Spotify en andere podcast-apps! 

Luister nu
NEDERLAND EN ZIJN GEZAGSDRAGERS Historisch kader Politiek was in NL lang in handen geweest van koningen, stadhouders, enz. Halverwege de 18e eeuw zien we de opkomst van de liberalen(burgers). Zij eisten een democratie. In 1848 gaf koning Willem II eindelijk de macht uit handen omdat hij bang was voor een revolutie. In die tijd mochten alleen mannen met een bepaald inkomen stemmen. In het begin bestonden er geen Politieke partijen. Er werd een liberale politiek gevoerd: veel vrijheid voor de ondernemers en weinig ingrijpen van de staat. Hiertegen kwam verzet uit de confessionele hoek. Abraham Kuijpers richtte in 1879 de eerste politieke partij van NL op, de ARP. Een ander probleem wat speelde was de sociale kwestie. In het begin van de 20ste eeuw onderscheiden we vier belangrijke politieke stromingen: - De liberalen( VVD) - De protestanten(ARP en CHU) - De katholieken(KVP) - De socialisten(SDAP later PvdA) Ook was er sprake van verzuiling. Er was sprake van duidelijke gezagsverhoudingen. Na de schoolstrijd en het algemeen kiesrecht zien we een groei van de confessionele partijen. Politiek in de jaren ‘50 In 1955 felle verkiezingsstrijd tussen de KVP(Romme) en de PvdA(Drees). Na de verkiezingen vormden beide partijen echter gewoon een regering en keerde de consensus terug. Na WO II was er even een Nederlandse volksbeweging geweest(NVB). Deze had de zgn. doorbraakgedachte: afschaffen van de zuilen, één NL politieke partij, dit mislukte. De gewone mensen van de verschillende zuilen hadden bijna geen contact met elkaar. Ze hadden elk hun eigen organisaties. Achter de schermen onderhandelden de leiders van de zuilen echter wel met elkaar. Iedereen stemde jaar na jaar op de pol. Partij van zijn zuil. Dit zorgde voor politieke stabiliteit. Ook de media hoorden bij een bepaalde zuil en stelden geen kritische vragen. Men was bang voor geestelijke verwildering maar in de praktijk viel het mee. Premier Drees zorgde voor stabiliteit. Hij was oerdegelijk, oersaai en oerbetrouwbaar en was bereid compromissen te sluiten. Dit was nodig om het land er weer bovenop te helpen na WO II. Ook was hij tegen polarisatie. Van 1948 tot 1958 werkten de KVP en de PvdA broederlijk samen in de zogenaamde rooms-rode coalitie.
Economische politiek Geleide loonpolitiek: de lonen werden door de regering en de vakbonden kunstmatig laag gehouden, Dit zorgde ervoor dat NL producten in het buitenland goedkoop waren en de NL’ers zelf geen buitenlandse producten konden kopen. In 1950 wordt de SER opgericht: zij geven de regering adviezen over sociaal-economische kwesties. Ook deed de regering veel om stabiele gezinnen te promoten(minister Klompé). Het gezag van de ouders was ijzersterk, over seks mocht niet worden gepraat en de kerk had een ijzeren grip op de confessionele scholen en het leven van de gelovigen(zondagsrust). Ook de vakcentrales waren verzuild: KAB, CNV en NVV. Werkten samen met de regering voor lage lonen. Een samenleving begint te veranderen In het midden van de jaren ’50 zien we langzaam maar zeker een jeugdcultuur ontstaan. De Nozems(Nederlands onderdaan zonder enige Moraal) hielden van rock and roll(bet. = Seks en rondrijden). Ze hadden een slechte naam. Ze hingen wat rond bij patatkramen e.d. De nieuwe muziek maakte op de ouders een wilde en gevaarlijke indruk(Elvis Presley). Ook de dansfilm Rock around the clock zorgde voor toenemende populariteit van R & R. In de saaie jaren ’50 groeide een nieuwe generatie op die zich weinig meer aantrok van allerlei taboe’s: - ze keerden zich af van de verzuiling - ze werden mondiger(beter opgeleid) - er werd openlijk over de plezierige kanten van seks gesproken
Op economisch gebied volgde NL de Amerikaanse aanpak. NL werd door de goede concurrentiepositie(lage lonen = goedkope NL produkten) steeds rijker en rijker. Bedrijven deden aan schaalvergroting en de dienstensector groeide snel. De steden werden steeds groter en het autogebruik nam enorm toe: dit zorgde voor een gevoel van vrijheid. De economische groei duurde van 1950-1970!!! Per jaar een gemiddelde groei van 5%!! Door de moderne economie moest de bevolking steeds beter worden opgeleid. Steeds meer kinderen volgden een hoge opleiding. Een goede opleiding werd belangrijker voor een goede toekomst dn het lidmaatschap van een bepaalde zuil. In NL ontstond de moderne consumptiemaatschappij: door de verhoging van de lonen in de tweede helft van de jaren ’50 kan men zich luxe goederen aanschaffen. Ook komt er een nieuw soort winkel: de supermarkt. Hier kun je in één keer alle producten kopen die je nodig hebt. Ook de verzorgingsstaat kwam tot stand: een sociaal vangnet voor iedereen die financiële ondersteuning nodig had. Niemand in Nederland hoefde meer armoede te leiden. Langzaam maar zeker komt er ook secularisatie: ontkerkelijking. Eerst bij de katholieken(jaren ’60), later ook bij de protestanten. Langzaam maar zeker worden ook de lonen onder druk van werknemers steeds verder losgelaten. Langzaam maar zeker begon het verzuilde huis in te storten. De samenleving veranderde(zie hierboven). In de tweede helft van de jaren ’60 zou het gezag zwaar onder druk komen te staan. JAREN ’60: GEZAG ONDER DRUK: EMANCIPATIE VAN JONGEREN Grootveld: protesteerde in A’dam bij het lieverdje tegen de tabaksindustrie. Een van zijn volgelingen, van Duijn, richtte in 1965 provo op.Ze wilden de autoriteiten door tal van ludieke acties ontmaskeren als tegenstanders van de democratie(huwelijk Claus-Bea, vietnam, studentenprotest). Provo kwam met witte plannen om problemen op te lossen(witte fietsenplan). Er ontstond een militante jeugdcultuur die zich afzette tegen de cultuur van hun ouders(generatieconflict). Er werd openlijk gepraat over seks, de Beatles zorgden voor rellen,jongeren studeerden langer en gingen minder snel aan de slag en de jeugd had genoeg geld en werd mobiel door de komst van de bromfiets. Na provo kwam de kabouterbeweging(van Duijn): zij wilden een alternatieve samenleving opbouwen binnen de bestaande(milieu). De kraakbeweging was het radicaler. Zij kozen voor gewelddadig verzet tegen de overheid. Het gezag wit totaal niet hoe ze op de acties van de jongeren moesten reageren. Amsterdam(burgemeester van Hall) was de grip op de situatie compleet kwijt. De overheid besloot niet meer zo hardhandig in te grijpen bij elke vorm van protest. Burgerlijke ongehoorzaamheid werd toegelaten. Wel werd als voorwaarde gesteld dat de jongeren geen geweld gebruikten. Ook in de politiek(jongerenafdelingen) en universiteit(medezeggenschap bestuur) kregen jongeren iets te zeggen. JAREN ’60: GEZAG ONDER DRUK: EMANCIPATIE VAN DE VROUW Eind 1969 eiste een groepje jonge vrouwen bij het standbeeld van Wilhelmina Drücker(feministe) meer rechten voor de vrouw(= eerste feministische golf). Ze werden door hun tegenstanders uitgescholden voor “dolle mina’s”. De vrouwen namen deze naam over. Ze wilden een einde maken aan de slavernij en onderdrukking van de vrouw. De verhoudingen tussen man en vrouw moesten drastisch gewijzigd worden. De dolle mina’s voelden er niks voor om huisvrouw te worden. Er moest een evenwichtige taakverdeling komen op dit gebied tussen mannen en vrouwen. Door de economische groei ontstond er vanaf 1955 een gebrek aan arbeidskrachten. Er moesten vaker vrouwen ingeschakeld worden. Arbeid voor getrouwde vrouwen raakte op deze manier geaccepteerd. Ook de komst van elektrische apparaten zorgde ervoor dat de vrouw meer tijd overhield voor ander dingen. Ook het aantal kinder per gezin daalde fors door het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Ook in het onderwijs zien we dat meisjes langer doorleren. Ondanks dit zien we vrouwen vooral terug in typische vrouwenberoepen, in de politiek hebben ze niks te zeggen.. De hoogopgeleide vrouwen zijn niet tevreden over hun emancipatie. Enkele jonge vrouwen rond Joke Kool-Smit(=tweede feministische golf) publiceren het artikel “het onbehagen van de vrouw”. Hierin schreef ze dat vrouwen moeillijk aan de bak kwamen. Ook moest de rolverdeling tussen man en vrouw drastisch veranderd worden Ze kreeg veel bijval van vrouwen uit het hele land. Hierna richtte Joke kool smit Man/Vrouw/Maatschappij(NVM) op. Deze organisatie sloot niet langer mannen uit als lid. Door politieke en maatschappelijke gezagsdragers onder druk te zetten probeerden ze voor gelijke kansen te zoregn voor man en vrouw. De MVM was dus relatief gematigd in haar actievoeren. De dolle mina’s niet. Zij haalden ludieke acties uit en trokken de aandacht. Tijdens de tweede feministische golf streden de dolle mina’s voor het recht op abortus. In 1981 was abortus biet langer strafbaar. De politiek stelde in 1974 een emancipatiecommissie in en werd de emancipatiekwestie officieel regeringsbeleid. Ook kwamen er meer vrouwen in de politiek zelf. JAREN ’60: GEZAG ONDER DRUK: EMANCIPATIE VAN DE MEDIA Begin jaren ’60 begon de vara met het programma: “zo is het toevallig ook nog eens een keer”. Ze stelden op een uitdagende manier gevoelige onderwerpen aan de orde. Het programma en de maakster Mies bouwman kwam onder vuur te liggen nadat er met de kerk was gespot. In de jaren ’50 was men bang dat de tv zou zorgen voor gezinsontwrichting. De omroepen waren verzuild. Begin jaren ’60 kwam het verzuilde omroepbestel onder druk te staan. Dat gebeurde het eerst met de radio. In 1960 begon de piratenzender Veronica uit te zenden vanaf de Noordzee buiten de NL-wateren. Veronica verdiende zijn geld door het uitzenden van reclameboodschappen(commercieel). Door de populariteit wilde de regering haar niet uit de lucht halen. De verzuilde omroepen kwamen met een nieuw radiostation speciaal gericht op jongeren: 3 FM. In 1964 was er de eerste poging tot commerciële televisie vanaf het REM eiland. Deze tv-zender, TV Noordzee, werd echter door de regering uit de lucht gehaald. Wel kwam er ruimte voor nieuwe omroepen binnen het bestaande omroepbestel. Voor het eerst kwamen er omroepen die niks te maken hadden met een zuil. De eerste omroep die zo tot stand kwam was de Tros. De Tros bracht voor het eerst “licht amusement”: detectives en spelletjes. De oude omroepen spraken minachtend van Vertrossing: oppervlakkig amusement. Langzaam maar zeker gingen echter ook zij dit amusement brengen om hun kijkers te behouden. Eind jaren ’80 kwam dan eindelijk de commerciële televisie(sbs 6, rtl 4). Het verzuilde omroepbestel verdween hierdoor: alle omroepen(oud en nieuw) streden om de gunst van alle kijkers. Ook de kranten waren verzuild.De volkskrant(KVP) Trouw(ARP), Het vrije Volk(PvdA), Algemeen handelsblad of NRC(liberalen). Ook waren er toen al neutrale kranten: Het Parool, De telegraaf en het Algemeen Dagblad. In de jaren ’60 werden de banden tussen de politiek en de geschreven pers doorgesneden. De telegraaf en het Algemeen Dagblad werden de populairste kranten, gevolgd door De Volkskrant. Er kwamen meer botsingen tussen de media en het gezag. De VPRO bracht in Hoepla voor het eerst een blote vrouw in beeld. Het actualiteitenprogramma Brandpunt liet beelden zien van politiegeweld tegen de provo’s. In Den Haag Vandaag onderbrak een journalist voor het eerst een politicus die geen antwoord gaf op zijn vraag. Dit werd de normale manier van de journalistiek. De gezagsdragers pasten zich aan om deze nieuwe manier van vragenstellen het hoofd te bieden. Ze namen woordvoerders in dienst en volgden communicatietrainingen om beter om te kunnen gaan met de journalisten. Ook hielden ze persconferenties waar de journalisten vragen konden stellen aan de premier. Door de tv werden lastige onderwerpen op de politieke agenda gezet. De uitstraling van politici werd door de komst van de tv belangrijker. Ook verschenen ze in amusementsprogramma’s om kiezers te trekken. Toch was een goede relatie tussen de pers en de politiek erg belangrijk: de pers wilde de primeurs van de politici, de politici wilden vooral in verkiezingstijd in het nieuws komen.
GEZAG ONDER DRUK: HET POLITIEK BESTEL 13/14 oktober 1967: de nacht van Schmelzer: het kabinet van KVP en PvdA olv Cals(KVP) viel onder de kritische vragen van zijn partijgenoot Schmelzer. Dit debat was live te zien op TV. Veel mensen vonden de politiek vanaf toen een symbool van onbetrouwbaarheid: politici deugden niet, ze staken elkaar het mes in de rug als het moest. Er kwam hierdoor een nieuwe politieke partij: D66 olv van Mierlo. Zij wilden meer inspraak van de burgers(= participatiedemocratie) en het verzuilde politieke bestel laten “ploffen”: volgens hen moesten er twee blokken komen: een conservatief blok en een progressief blok. Ook wilden ze een districtenstelsel. Veel jongeren stemden op D’66. Ook de pvda kreeg een jongerenbeweging: Nieuw Links. Zij maakten een brochure “Tien over Rood”. Hierin stond dat zij vonden dat de pvda een slag naar links moest maken(meer ontwikkelingshulp, minder inkomensverschillen, enz.). Ze vonden de pvda te conservatief en te ondemocratisch. De leider van de pvda, Den Uyl, luisterde naar de jongeren. Nieuw linkser van der louw werd partijvoorzitter. Besloten werd de voorzichtige politieke koers los te laten. Geen samenwerking meer met de verraders van de KVP. De pvda gebruikte de polarisatietechniek: benadrukken van de verschillen tussen links en rechts. In 1969 kwam er een progressief akkoord(samenwerking linkse partijen pvda, D’66, PPR). Men kwam met één programma en één kandidaat. Ook kwam men reeds voor de verkiezingen met een schaduwkabinet(de kandidaat premier en ministers werden reeds bekend gemaakt).Ook kreeg de politiek te maken met het fenomeen van de zwevende kiezer: veel mensen beslisten pas ophet laatste moment op wie ze zouden gaan stemmen en hadden geen vaste politieke partij. Met de economie ging het steeds slechter: de politiek en de vakbonden stonden recht tegenover elkaar. Er waren veel stakingen. In 1970 werden de lonen bevroren. De vakbonden wilden dat de werknemers meer invloed kregen(medezeggenschap), kleinere inkomensverschillen(nivellering), betere uitkeringen(sociale zekerheid). Ze kwamen hierdoor lijnrecht tegenover de werkgevers te staan(polarisatie) In 1972 kwam het tot het kabinet Den Uyl: de linkse partijen werkten samen met de kvp!!! De linkse achterban verwachte vergaande veranderingen. Men wilde komen tot herverdeling van kennis, macht en inkomen. De gewone man moest het beter krijgen. Ook de achterkamertjespolitiek wilde men afschaffen. Den Uyl kreeg echter in 1973 te maken met de olie-crises: de economie ging nog slechter, geld voor de radicale veranderingen was er niet. De achterban en de vakbonden waren zeer ontevreden. Ondernemers(werkgevers) en het kabinet Den Uyl stonden lijnrecht tegenover elkaar. In 1977 viel het kabinet den Uyl. VAN POLARISATIE NAAR CONSENSUS Laatste keer polarisatie: in 1985 bij de kruisrakettenkwestie discussie tussen voor-(rechts) en tegenstanders(links). Premier Lubbers ging met de tegenstanders praten. Zij keerden hem echter de rug toe. De verhoudingen tussen de VS en de SU werden echter beter. De raketten werden nooit geplaatst. In de jaren ’80 kwam de behoefte naar consensus: problemen oplossen in onderling overleg op een rustige en zakelijke manier. De confessionele partijen vormen één partij om sterker te staan: het CDA(christen democratisch appel). De eerste leider, van Agt, wilde een middenpartij met als uitgangspunten solidariteit, gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Het CDA was een succes. Het stemmenverlies van de confessionelen stopte. Er werd zelfs winst geboekt. Veel kiezers waren de polarisatie van links beu. Het CDA nam het initiatief in de politiek over. Het CDA ging in 1977 regeren met de VVD. De PvdA stond aan de zijlijn hun polaristaiepolitiek had gefaald. De VVD onder Wiegel boekte grote winst Volgens Wiegel bemoeide de overheid onder den Uyl zich met alles en nam ze de vrijheid en de zelfstandigheid van de burgers af. De VVD wilde een voorzictig financieel beleid en was tegen verkleining van inkomensverschillen. Wiegel wist met zijn populistische(volkse) taalgebruik veel stemmen te winnen. Van 1977 tot 1989 zat de VVD in het kabinet. Ook de opvolger van wiegel, Ed Nijpels boekte veel succes. Maar daarna kwam de VVD door ruzies in een vrije val terecht. De economie was nog steeds problematisch. In 1983 zat 12% van de beroepsbevolking zonder baan. De vakbonden fuseerden tot één vakvereniging, het FNV, maar verloren honderdduizenden leden door ontslagen. Hoe moest het verder met Nederland? Het CPB had het antwoord: de lonen mochten niet meer stijgen. In 198 ontstond het poldermodel(samenwerking vakbonden, werkgevers en de overheid) door het sluiten van Het akkoord van Wassenaar: de vakbonden spraken met de werkgeversorganisaties af dat de vakbonden geen hoge looneisen zouden stellen. In ruil daarvoor kregen ze een kortere werkweek(38 uur). Het akkoord werd een succes en betekende het einde van de polarisatie. Er werd minder gestaakt en de loononderhandelingen liepen soepeler. Consensus kwam centraal te staan. De consensus keerde ook terug in de politiek. De politieke stijl werd zakelijk en nuchter. Conflicten werden niet langer op de spits gedreven, men sloot compromissen. Symbool van deze politiek werd Ruud Lubbers(leider kabinet 1982-1989, 1989-1994). De verzorgingsstaat werd vanwege te hoge kosten uit de tijd van den Uyl afgeslankt. Staatsbedrijven werden geprivatiseerd. Ook de PvdA werd minder idealistisch. Ook zij zagen dat er drastische maatregelen nodig waren om de verzorgingsstaat overeind te houden. De nieuwe leider van de PvdA, Kok, maakte van de partij weer een middenpartij. De kiezers waren niet langer lid van een zuil en politici moesten rekening houden met belangenverenigingen(anwb, wereldnatuurfonds, enz) Jongeren en vrouwen voelden niet langer de behoefte zich apart te organiseren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.