Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Nationalisme en de Islam

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 3030 woorden
  • 15 februari 2004
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 24 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
2.1 Van Mekka tot Poitiers

Toen Mohammed stierf hadden al veel stammen zich aangesloten bij de oemma. Onder leiding van de kalief trokken de Arabieren andere landen binnen. In korte tijd veroverden de kaliefen een enorm gebied: Iran, het Midden-Oosten, het Arabisch schiereiland, Egypte, Noord-Afrika en Spanje. In 732 bereikten de moslims Poitiers in Frankrijk, waar ze werden tegengehouden door Karel Martel. De Arabieren moesten zich terugtrekken tot in Spanje, waar de herovering van de christenen op de moslims begon. De reconquista werd voltooid in 1492. In Azië kwamen de Arabieren tot in Zuidelijk Afrika.

2.1 Succesfactoren verspreiding islam

Het succes van de Arabische veroveraars is te danken aan hun motieven. Die waren:


1 De stammen van het Arabische schiereiland voelden zich samen sterk en wilden hun macht uitbreiden. Ook hadden ze door groei van de bevolking ruimte nodig buiten het schiereiland.

2 De islam gaf de Arabieren een heilig doel: het geloof brengen aan de ‘ongelovigen’. Sterven in de heilige oorlog, de jihad, maakte de gelovige een martelaar. De Arabieren werden daardoor onverschrokken en dapper. Bovendien waren zij gehard door hun leven in de woestijn en de jarenlange woestijnoorlogen.

Het succes van de Arabische veroveraars lag ook aan de geringe weerstand die zij ondervonden. Dat ze niet werden tegengehouden had verschillende oorzaken:

a Het Perzische en Byzantijnse Rijk waren verzwakt en konden zich niet goed verdedigen.

b De Arabieren lieten de plaatselijke besturen intact en bemoeiden zich alleen met het besturen van hun eigen Arabische import, ambtenaren en soldaten.

c De troepen waren gescheiden van de oorspronkelijke bevolking gelegerd.

d De Arabieren waren tolerant ten opzichte van joden en christenen.

2.1 Volkeren van het boek

De christenen en joden werden door de moslims beschouwd als volkeren van het boek, omdat zij net als de moslims in één God geloofden en beschikten over een heilige schrift. Zij moesten zich aan allerlei regels houden en hadden te maken met een aantal verboden. Zo moesten zij een speciale belasting betalen, een herkenningsteken op hun kleding dragen en mochten hun kerken en synagoges niet hoger zijn dan de moskeeën. Toch was de positie van joden en christenen binnen de islam nog niet zo slecht. Zij konden in economisch opzicht behoorlijk veel macht verwerven.

Christelijke pelgrims trokken van oudsher naar hun heilige land. Toen de Arabieren Palestina veroverden lieten zij deze pelgrims met rust.


2.2 De Osmanen

De Osmanen hadden een efficiënt militair systeem waarbij overwonnen bevolkingsgroepen als slaven werden ingezet om nieuwe gebieden te veroveren. Zij namen het islamitisch geloof over en waren onverdraagzaam tegen alle andere geloven. Na een botsing tussen de aanvoerder van de islamieten en een bisschop die een groep pelgrims begeleidde, riep de paus in Rome op tot een peregratio, een bewapende pelgrimstocht. Een periode van oorlogen van christenen tegen islamieten brak aan en duurde van ongeveer 1096 tot 1291.

De Osmanen herstelden in de vijftiende eeuw de politieke eenheid in het islamitisch gebied.
In 1453 veroverden zij Constantinopel. Onder de naam Istanbul werd dit de nieuwe hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. Het rijk bestond uit Zuidoost-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika en het bestuur was in handen van de sultan. Na een periode van neergang kwam er in 1918 definitief een einde aan het Ottomaanse Rijk

2.3 Van Mekka tot Wenen

Het lukte de Turken om ver de Balkan en Oost-Europa binnen te dringen. In 1663 werden zij aan de Donau bij de stad Wenen tot staan gebracht. Daarna raakten zij steeds verder achterop bij de Europese naties.
Vanaf 1798-1799 dateert de belangstelling van het westen voor de cultuur en de landen van de islam. In die tijd verbleven Franse troepen onder Napoleon in Egypte, onderdeel van het Osmaanse rijk. De Europese mogendheden wilden hun invloedsfeer uitbreiden en het Osmaanse rijk bood daarvoor veel mogelijkheden. In 1869 werd het Suezkanaal aangelegd, een blamage voor de sultan. Na een veldslag in 1882 tussen Britse en Egyptische troepen kwam Egypte onder Brits bestuur te staan.

In de eerste wereldoorlog koos de sultan de kant van de Centralen, van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. De Britten benaderden twee heersersfamilies in het huidige Saoedi-Arabië en beloofden hen dat zij na afloop van de oorlog hun onafhankelijkheid zouden krijgen als ze de kant van de Britten kozen. De Arabische troepen vochten tijdens de Eerste Wereldoorlog zij aan zij met de Britten en Fransen, maar kwamen bedrogen uit. De Britten en Fransen hadden onderling het Osmaanse rijk al verdeeld. Dit werd later bekrachtigd in Versailles en door de Volkenbond gesanctioneerd. Voor de Arabieren heet daarom 1920 het rampjaar.

3.1 Secularisatie

In Turkije vond onder invloed van Atatürk secularisatie plaats. Politiek en islam werden gescheiden. Het hernieuwde Turkse nationalisme zorgde ook voor etnische zuivering, Armeniërs en Koerden werden vervolgd en ‘Klein-Aziatische’ Grieken werden uitgeruild tegen Turken op Griekse bodem. Het vroegere Turkse of Ottomaanse rijk was een sterk verkleinde, geseculariseerde, maar toch islamitische staat geworden, gericht op het Westen.

In 1932 werd ook Irak een soevereine staat, gevolgd door Jordanië en Syrië. Het uitroepen van een onafhankelijke joodse staat door Ben Goerion in 1948 bracht nog de grootste schok teweeg onder de Arabieren.
De Britten werden pas in 1952 uit Egypte verjaagd door Nasser.

3.1 Nationalisme en socialisme

De ideeën van het Arabisch nationalisme sloegen in veel Arabische landen aan. In Syrië, Irak en Algerije kwamen na hun onafhankelijkheid ook nationalistische regeringen aan de macht. De ideeën van Arabisch nationalisme waren voornamelijk gebaseerd op seculiere en socialistische uitgangspunten. De islam was een zaak voor het privé-leven. De emancipatie van de vrouw had ook de aandacht van de nationalistische ideologie.
Het streven naar politieke eenheid van de Arabische landen bleek een illusie.

3.2 Fundamentalisme

De jaren tachtig gaven de opkomst te zien van het islamitisch fundamentalisme. In Iran werd onder leiding van ayatollah Khomeini het bewind van de shah omvergeworpen en Iran werd een islamitische republiek, een theocratie. Voor veel fundamentalistische groeperingen was dit het bewijs dat een politieke overwinning mogelijk was. Bin Laden gebruikte als fundamentalist zijn kapitaal om jonge mensen te ronselen voor het plegen van terreurdaden tegen verwesterde Arabische regimes en het Westen zelf. Amerika werd het slachtoffer van een aanslag door de volgelingen van Bin Laden, het World Trade Center en het Pentagon werden geraakt door drie vliegtuigen. Een vierde vliegtuig stortte neer in de bossen van Pennsylvanië, doordat passagiers de kapers aanvielen. Amerika sloeg terug met een klopjacht op Bin Laden en zijn volgelingen.

3.3 De islam in Nederland

De eerste moslims in Nederland waren islamitische Molukkers die deel uitmaakten van het KNIL-leger en na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland kwamen. Vanaf de jaren zestig nam het aantal moslims toe door de komst van gastarbeiders uit Marokko en Turkije. Na verloop van tijd lieten deze mensen hun vrouwen en kinderen overkomen. De Nederlandse wet bood de mogelijkheid tot gezinshereniging. De kinderen van gastarbeiders kozen hun huwelijkspartner vaak in het land van herkomst. Na de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 vestigden zich ook vele Surinamers in Nederland, waarvan een deel moslim is. De meest recente groep moslims zijn vluchtelingen uit islamitische landen als Iran, Irak, Somalië, Afghanistan en Bosnië.

In 1975 richtten de moslims uit verschillende etnische groepen de Federatie van Moslimorganisaties in Nederland (FOMON) op. In de jaren tachtig organiseerden moslims zich steeds meer op grond van hun etnische achtergrond.

3.3 Een islamitische 'zuil'?

Er wordt wel eens gezegd dat de vorming van een islamitische 'zuil' de integratie van de moslims in Nederland ten goede zou komen. Er bestaan nogal wat bezwaren tegen de oprichting van zo'n zuil. Veel moslims willen niet bij dé moslims horen, ze willen niet in een hokje gestopt worden. Er zouden ook te weinig goed opgeleide mensen zijn om de organisaties van de islamitische zuil te bemannen. De taalachterstand van allochtone jongeren zou niet opgelost worden door de jongeren op een islamitische school te plaatsen. Mogelijk is de grote verscheidenheid binnen de moslimgemeenschap de grootste belemmering. Veel organisaties hebben een etnische grondslag, bijvoorbeeld Turks of Marokkaans. In de jaren tachtig kwamen er voor de verschillende etnische groepen ook 'eigen' moskeeën, waar de imam de taal van het land van herkomst sprak.

3.3 Normen en waarden

Het probleem van het bevorderen van de eigen identiteit van allochtonen is dat men vaak de normen en waarden van de eerste generatie als richtlijn neemt. De eigen identiteit van tweede en derde generatie jongeren ligt eerder in de westerse consumptiemaatschappij dan in de moskee. De allochtone jongeren lijken de laatste tien jaar weer meer belang te hechten aan de islam. Een voorbeeld hiervan is het dragen van een hoofddoek door meisjes en vrouwen. Mogelijk vindt er een ontwikkeling plaats in de richting van een soort 'Nederlandse islam'.

1.1 Duits nationalisme

Eind achttiende eeuw ontdekken jongen schrijvers, kunstenaars en geleerden opnieuw de eigen Duitse cultuur. Het is het begin van de ‘Duitse beweging’, die geïnspireerd wordt door het volk om de Duitse cultuur te verheffen. Johann Gotfried Herder is de spil van deze beweging. Hij wordt gezien als de grondlegger van het nationalisme. Voor Herder zijn alle volken divers en hebben ze allen evenveel recht om hun eigen nationale karakter ten volle te ontplooien. Staatsvorming is voor hem van ondergeschikt belang, waarmee hij zich onderscheidt van latere generaties nationalisten.

1.1 Cultureel nationalisme

Eind achttiende eeuw onstaat in heel Europa een nationaal besef van de eigen culturele identiteit, het cultureel nationalisme. Het ontstaan van nationalistische gevoelens valt samen met de periode van de Romantiek. Een aantal kenmerken van de Romantiek passen erg goed bij de ideeën van het nationalisme.

1.1 Politiek nationalisme

Het cultureel nationalisme van Herder krijgt geleidelijk aan een politiek tintje. Door de Napoleontische oorlogen werd een gevoel van saamhorigheid gestimuleerd bij jonge Duitsers en sloot de Duitse nationale beweging zich hechter aaneen tegen de gemeenschappelijke vijand. De Duitse nationalisten vinden dat er één Duits Rijk moet komen. Jahn, de ‘vader van de gymnastiek’, was een fanatiek voorstander van een verenigd Duits Rijk. Bij zijn turnverenigingen trainden honderden jongeren hun lichaam fit en werd hun geest gevoed met nationalistische ideeën.

1.2 Duitse eenwording

Het Wener congres leverde na veel gepuzzel uiteindelijk de Deutsche Bund op die onder leiding van Metternich kwam te staan. Nationalisten van het eerste uur konden zich totaal niet vinden in deze bond en richtten de romantisch bevlogen studentenverenigingen of Burschenschaften op. Deze verenigingen en de nationalistische turnverenigingen werden na de moord op Kotzebue, een spion van de Russische tsaar, verboden door de Deutsche Bund. Wel werd in 1818 begonnen met het afschaffen van douanerechten tussen de Pruisische gewesten, maar pas tegen het midden van de negentiende eeuw waren de meeste staten aangesloten bij de Zollverein. In het revolutiejaar 1848 kon het nationalisme weer opkomen. Nationalisten keerden zich tegen de Frankfurter Nationale Vergadering, het spottend genoemde Professorenparlement, omdat ze niet tot het stichten van een Duitse staat kwamen.

1.2 Tweede Duitse Keizerrijk

In 1862 kwam de leiding van de Pruisische regering in handen van Otto von Bismarck. Hij forceerde een oorlog tegen de Oostenrijkers in 1866 en won. In 1870 lokte hij een oorlog tegen Frankrijk uit. De overwinning werd gevierd in de Spiegelzaal in Versailles, waar het Tweede Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen.

1.2 Völkisch nationalisme

Het vredelievende nationalisme van de romantici maakt aan het einde van de negentiende eeuw plaats voor een egoïstisch en agressief nationalisme dat het eigen volk beter vindt dan alle andere volken. In Duitsland groeide het superioriteitsgevoel, mede gevoed door gevoelens van angst en bedreiging vanwege alle veranderingen in de samenleving en de vijanden binnen en buiten het Duitse Rijk. Al deze gevoelens lagen ten grondslag aan het völkisch nationalisme. Van het völkisch nationalisme was het een kleine stap naar het agressieve antisemitisme in de jaren 1930-’45.

1.2 Natie en staat vallen niet altijd samen

Met het begrip natie wordt een groep mensen bedoeld die op een bepaald grondgebied woont en die zich met elkaar verbonden voelt omdat ze op dat grondgebied woont en een gemeenschappelijke cultuur heeft. Met de term staat wordt de politieke organisatie van een bepaald grondgebied aangeduid. Een natie en een staat hoeven niet altijd samen te vallen. Zo vormen de Koerden een natie die verdeeld is over verschillende staten (Turkije, Iran, Irak).

2.1 Risorgimento

Eind achttiende eeuw was Italië een achtergebleven land. Het uiterste zuiden was het meest achtergebleven. Er heerste in heel Italië armoede en honger. Onder invloed van de verlichte ideeën uit Frankrijk wilden kunstenaars, intellectuelen en burgerij de grootsheid van het klassieke Italië laten herleven. Door de Franse Revolutie en Napoleon kwam aan deze beperkte hervormingsbeweging een tijdelijk einde. Onder heerschappij van Napoleon ontstaat bij de Italianen het verlangen naar een één en ongedeeld Italië: risorgimento. Zij willen een herleving van de grootsheid en luister van Italië in de Oudheid en Renaissance.

2.1 Carbonari

Het Congres van Wenen was voor de Italiaanse nationalisten een teleurstelling, net als voor de Duitse nationalisten. De absolute macht werd hersteld en de liberalen en nationalisten konden elkaar alleen in het verborgene ontmoeten. Geheime genootschappen schoten als paddestoelen uit de grond. Het bekendste genootschap was de carbonari, genoemd naar de kolenbranders uit de wouden. Hun revoluties in 1820 en 1830 mislukten, maar Giuseppe Mazzini richtte met een aantal carbonari een eigen politieke beweging op: Giovine Italia. Deze beweging kreeg vertakkingen in heel Italië.

2.2 Weer revolutie

In februari 1848 kwam er een revolutiegolf op gang die heel Europa en ook Oostenrijk trof. In vijf dagen stortte het Oostenrijkse bestuur in Noord-Italië in en alle Oostenrijkers werden uit heel Noord-Italië verjaagd. Oostenrijk sloeg terug en won, maar de revolutie was nog niet voorbij. De paus vluchtte uit Rome en de revolutionair Mazzini nam het bewind over. Hij was van februari-juli 1849 aan de macht, maar moest het veld ruimen voor de Franse troepen.
Een laatste kans om tot een verenigd Italië te komen lag in het Koninkrijk Sardinië, geregeerd door een Italiaan, los van Oostenrijk. Politieke vluchtelingen uit heel Italië konden daar terecht, met name in Piedmont. Graaf Camillo Benso di Cavour kreeg in 1852 de politiek leiding van het koninkrijk en hij zorgde voor een nieuwe Italiaanse vrijheidsoorlog in 1859. Het Oostenrijkse leger leed geen definitieve nederlaag, omdat Napoleon III zich plotseling bedacht en de Italianen niet meer hielp in de strijd tegen de Oostenrijkers. Wapenstilstand volgde in juli en chaos overheerste overal in Italië.

2.3 De roodhemden van Garibaldi

Guiseppe Garibaldi was zo succesvol in zijn eenheidsstrijd dat Cavour zich genoodzaakt zag in te grijpen. Hij sneed Garibaldi de pas af en schreef meteen volksstemmingen uit in de zuidelijke staten. Het volk koos, zoals verwacht, voor aansluiting bij Sardinië-Piedmont en een verenigd Italië. Koning Victor-Emmanuel II van Sardinië-Piedmont wordt de leider van het verenigde Italië. Garibaldi keert terug naar zijn eiland Caprera.

In 1871, na de Frans-Duitse oorlog, is Italië staatsrechtelijk één land.

2.3 Italiaans en Duits nationalisme

Er zijn verschillende overeenkomsten tussen de Duitse en Italiaanse eenwording. Beide staten zijn met geweld tot stand gebracht en in beide landen werd het streven naar eenheid gekoppeld aan idealen. Zowel de Duitse nationalistische beweging als de eenheidsbeweging onder Garibaldi streefden naar vrijheid en naar een grondwet. In beide landen werden de revolutionaire nationalisten bij de eenwording buiten spel gezet door conservatieve politici. Een verschil tussen de Duitse en Italiaanse staatsvorming is dat in Italië de aansluiting van de gebieden (achteraf) door de bevolking werd goedgekeurd.

3.1 De ‘zieke man van Europa’

In de negentiende eeuw werd Turkijke de ‘ziek man van Europa’ genoemd. Het rijk was zo groot geworden dat het moeilijk bestuurbaar werd en verval dreigde. Bovendien had de Russische tsaar grote belangstelling in de Balkangebieden die aan Rusland grensden en de Habsburgers in Oostenrijk hadden ook interesse in de Balkan.

3.1 Donaumonarchie

Het Habsburgse keizerrijk lag voor een groot deel rond de rivier de Donau en werd daarom ook wel de Donau-monarchie genoemd. De vele volkeren die in dit rijk woonden streefden in de negentiende eeuw naar zelfbeschikking. De keizer wakkerde het nationalisme aan door het Duits tot officiële taal van het rijk te maken. In 1867 kwam keizer Franz Joseph tot een overeenkomst met de Hongaren, de Ausgleich, waardoor Hongarije en Oostenrijk twee zelfstandige staten wwerden met een gezamenlijke vorst. Vervolgens begonnen allerlei andere bevolkingsgroepen zich heftig te roeren om eveneens hun zelfstandige staat te bereiken.

3.1 Volkeren op de Balkan

Ruim vier eeuwen woonden de verschillende bevolkingsgroepen op de Balkan in harmonie samen, tot in de negentiende eeuw het verlangen naar onafhankelijkheid groeit. Bij de Balkanvolkeren ontstaat grote aandacht voor de eigen taal en cultuur.
Griekenland wist zich met hulp van West-Europese strijders los te maken van het Osmaanse rijk. In 1829-1830 ontstond het soevereine koninkrijk Griekenland. Andere landen volgden, Servië, Bulgarije, Roemenië en Albanië. Na het verdwijnen van de Turkse overheersing raken de Balkanvolkeren slaags met elkaar.

3.2 Etnisch nationalisme

De overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog wilden de Balkan opdelen in nationale democratische staten. Uit deze wens ontstond het koninkrijk Joegoslavië, Roemenië kreeg Transsylvania erbij, Tsjechië werd samengevoegd met Slowakije, en Albanië, Griekenland en Bulgarije bleven voortbestaan. Deze indeling zorgde voor nieuwe minderheden en nieuwe problemen. Er ontstond een etnische zuivering, een etnische schoonmaak. Alles wat niet van het eigen volk was moest worden weggewerkt. Veel mensen moesten gedwongen verhuizen, tallozen overleefden de extreemrechtse nationalistische terreur niet. Na 1929 waren alle nieuwe staten van na de Eerste Wereldoorlog omgevormd tot dictaturen met aan het hoofd een koning, met uitzondering van Tsjechoslowakije.

3.2 De Balkan eind twintigste eeuw

Met de ineenstorting van de Sovjetunie in 1989 valt Joegoslavië in zes nieuwe republieken uiteen. De nieuwe Balkanstaten proberen democratieën te worden met een vrije markteconomie, maar etnische problemen verhinderen dit. Van 1991 tot 1995 is er een burgeroorlog in Joegoslavië, omdat Slobodan Milosevic een Groot-Servië wenst. In 1998 strijden de Serviërs opnieuw met de Kosovaren en in maart 1999 grijpt de NAVO in. Inmiddels wordt Milosevic berecht voor zijn oorlogsmisdaden, maar het conflict op de Balkan duurt voort.

3.3 Nationalisme, een springlevend negentiende-eeuws begrip

Tot aan de negentiende eeuw speelde etnische afkomst geen rol van betekenis bij het onderscheiden van groepen mensen. Pas bij het ontstaan van het nationalisme werd dat belangrijk. De betekenis en functie van het begrip nationalisme kan steeds veranderen. Eind achttiende eeuw speelt het culturele nationalisme een grote rol. Daarna volgde de stap naar het politieke nationalisme. Het begrip werd pas ronduit negatief en agressief toen het gevoelens inspireerde die het eigen volk verheft boven andere volken. Het Duitse völkisch nationalisme ging bijvoorbeeld naadloos over in het agressieve antisemitisme. Het nationalisme op de Balkan zal niet het laatste zijn dat we van nationalisme in de wereld gaan zien.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.