Met de loep op Lancashire

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 666 woorden
  • 20 februari 2004
  • 11 keer beoordeeld
Cijfer 6.2
11 keer beoordeeld

De opkomst van de katoennijverheid in Lancashire 1. Lancashire ± 1750 voornamelijk agrarisch Belangrijkste kenmerken van agrarisch Lancashire - In het grootste deel van Lancashire produceerden vooral kleine boeren op schrale grond landbouwgewassen voor eigen gebruik en voor de naburige markt. - In het noorden en westen waren door gunstige natuurlijke omstandigheden wat grotere landbouwbedrijven. - De landbouwgrond werd bij vererving opgedeeld. Daardoor werden de bedrijven steeds kleiner. - Door de enclosure wetten waren de gemeenschappelijke gronden herverdeeld. Belangrijke kenmerken van stedelijk Lancashire - De steden in Lancashire waren gericht op handel en nijverheid. Ze waren klein. - De nijverheidsstad Manchester kende een sterke textielhandel met Londen (vooral wol). - De havenstad Liverpool in eerste plaats gericht op Ierland en Amerika (tabak, suiker). Driehoekshandel: Afrika: slaven? Amerika: verkopen slaven ? tabak en suiker mee naar huis. 2. Textielnijverheid de belangrijkste tak van economie Als in de late middeleeuwen deden boerengezinnen aan huisnijverheid: wol en linnen werd gesponnen en er werden wollen en linnen stoffen geweven. De grondstoffen kwamen uit Engeland of Ierland. Omstreeks 1600: katoen, ingevoerd uit Levant. In Lancashire werd dit tot garen gesponnen, maar het was niet sterk genoeg voor puur katoenen stoffen. Oplossing: bombazijn, katoenen garens gecombineerd met linnen garens. In de loop van de 17e eeuw drong de verwerking van katoen op grotere schaal in Lancashire door. Omstreeks 1750 was katoen bezig aan een opmars. Katoennijverheid verspreidde zich niet over heel Lancashire, maar concentreerde zich in Manchester, Bolton, Oldham en Blackburn. De organisatie van de textielproductie

Huisnijverheid: - Spinnen en weven nevenactiviteit van boeren naast het werk op de boerderij. - In de boerenfamilie gold een vast hiërarchisch patroon. - De hele familie werd bij de huisnijverheid ingeschakeld. - Men werkte in opdracht van kooplieden en kregen stukloon uitbetaald. Textielateliers: - Hier waren mensen werkzaam in kleine werkplaatsen die eigendom waren van een meesterspinner of –wever. Het ‘putting-out-systeem’ Een systeem dat spinners, wevers, tussenhandelaren en koopliedenmet elkaar verbond. De kooplieden kochten de grondstof of garens en verkochten deze weer aan tussenhandelaren. Deze tussenhandelaren bezorgden deze grondstoffen bij zelfstandige ambachtslui en boeren. Die zorgden voor het spinnen en weven en kregen daarvoor stukloon. De eindproducten volgden de omgekeerde weg: tussenhandelaren -> kooplieden. Er waren geen reguliere banken, dus funtioneerde het systeem ook als informeel kredietsysteem. Kooplieden leverden grondstoffen vaak op krediet aan de tussenhandelaren, die op hun beurt soms voorschotten betaalden aan de ambachtslui en boeren. Het handelsnetwerk
Kooplieden en tussenhandelaren handelen vanuit verschillende steden in Lancashire. Manchester het meest belangrijk, maar wel afhankelijk van Londen: - Meer kennis van de internationale handelswereld. - Ze konden geld lenen om ruwe katoen te kopen 3. Gunstige omstandigheden voor de katoennijverheid in Lancashire - Er was een rijke textieltraditie met veel kennis en vaardigheid. - Het vochtige klimaat was gunstig voor het spinnen en weven. - Er waren voldoende arbeidskrachten aanwezig voor uitbreiding van de katoennijverheid. - Er waren maar weinig investeringen nodig om de huisnijverheid uit te breiden. - Het putting-out-systeem kon fluctuaties op de markt goed opvangen. - In Lancashire waren steenkoolmijnen waar stoommachines werden gebruikt, dit stimuleerde de mechanisering van de katoennijverheid. - Sommige eeuwenoude gildenregels of overheidregels golden niet voor Lancashire, bijvoorbeeld de Calico Arts (1721, in 1744 afgeschaft), een vorm van protectie. - De katoennijverheid profiteerde van het in Engeland gunstige klimaar voor uitvindingen. Te danken aan: • In veel delen van Engeland bezaten gilden minder macht dan op het Europese vasteland. • Het octrooirecht was in Engeland goed geregeld. • Engeland was een koloniaal wereldrijk geworden. Dus een toevoer van grote hoeveelheden katoen. De verwerking verliep langzaam, hierin lag een uitdaging om hierin verandering te brengen. 4. Gunstige omstandigheden op de katoenmarkt - Het aanbod van ruwe katoen groeide en daardoor daalde de inkoopsprijs. Katoen vooral uit Levant en West-Indië. - In Engeland was er rond 1750 veel vraag naar katoenen of bombazijnen producten: • De bevolking groeide door stijgende geboortecijfers en dalende kindersterfte • Katoenen of bombazijnen onder- en bovenkleding werden populair. - Katoen was goedkoop. Geschikt voor allerlei toepassing, imitaties en dessins. - Naast de binnenlandse werd er ook een buitenlandse markt opgelegd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.