Hoofdstuk 9

Beoordeling 4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 3776 woorden
  • 16 november 2014
  • 3 keer beoordeeld
Cijfer 4
3 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview

9.1 De Eerste Wereldoorlog

 

KA 1: Verwoesting door massavernietigingswapens

KA 2: De betrokkenheid van burgers bij de oorlog

 

Tussen juli 1914 en 11 november 2018 vond de eerste wereldoorlog plaats. Er zijn meerdere oorzaken voor het begin van de oorlog.

 

  • Er was een sterk nationalistisch tot vijandig gevoel. Frankrijk en Duitsland waren al tientallen jaren elkaars vijand. Frankrijk wilde wraak voor de verloren oorlog in 1870-1871. Duitsland vond zelf dat het recht had op meer kolonies en invloed in Europa. Daarnaast voelde Duitsland zich bedreigd door het uitbreiden van Rusland. Ook Groot-Brittannië voelde zich bedreigd door Duitsland. Duitsland had ze ingehaald als sterkste industrieland en ook groeide Duitsland met hun overmacht op zee. Ze wilden hun kolonies behouden.

 

  • Vernietigingswapens waren enorm toegenomen. Er ontstond een wapenwedloop waarin landen steeds meer wapens wilden hebben.

 

  • Mensen wilden graag oorlog hebben (militarisme). Zij zagen oorlog als een geschikt middel om de nationalistische belangen te dienen.

 

  • Er stonden twee vijandige blokken: Duitsland en Oostenrijk-Hongarije tegen Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië.

 

Moord op Frans Ferdinand

Tussen Servië en Oostenrijk-Hongarije was al grote spanning. Op 28 juni 1914 werd de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand doodgeschoten. De dader was iemand uit Servië. Duitsland gaf Oostenrijk-Hongarije steun en Rusland + Frankrijk schoot Servië te hulp.

 

28 juni 1914: Frans Ferdinand doodgeschoten door iemand uit Servië.

28 juli 1914: Oostenrijk-Hongarije verklaart Servië de oorlog.

31 juli 1914: Duitsland verklaart de oorlog aan Frankrijk en Rusland.

3 augustus 1914: Duitsland valt België binnen. Groot-Brittannië verklaart de oorlog aan Duitsland.

 

De geallieerden (Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland) vochten tegen de centralen (Oostenrijk-Hongarije en Duitsland). Op den duur vochten andere Europese landen ook mee. Troepen uit kolonies vochten mee bij Europese veldslagen. Ook werd er gevochten in het Midden-Oosten, Afrika en Oost-Azië.

 

April 2017: Verenigde Staten verklaart de oorlog aan Duitsland

 

Bij Parijs liep Duitsland vast. Beide partijen groeven zich daarna in (loopgraven). Binnen een korte tijden lagen er loopgravenstelsels van 200 kilometer in Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Dit front lag bijna vier jaar muurvast. In het Oosten vochten Oostenrijk-Hongarije en Duitsland tegen Rusland.

 

 

 

Februari 1917: Russisch volk komt in opstand. De tsaar moet aftreden.

Oktober 1917: Communist Lenin grijpt de macht in Rusland.

Maart 1918: Rusland sluit vrede met Duitsland

 

De Verenigde-Staten vechten in het Westen mee tegen Duitsland. Hiervoor gebruikten ze de nieuwe tanks. Intussen was Oostenrijk-Hongarije aan het instorten. In Duitsland kwamen arbeiders en matrozen in opstand.

 

11 november 1918: Wapenstilstand WO 1

 

Duitsland werd een democratie, maar moest het Verdrag van Versailles ondertekenen. Ze werden gestraft voor de oorlog.

 

  • Frankrijk kreeg Elzas-Lotharingen weer terug. Daarnaast verloor Duitsland gebieden aan de nieuwe staat Polen.
  • Duitsland moest hoge herstelbetalingen betalen
  • Duitse kolonies kwamen in bezit van Groot-Brittannië, Frankrijk en België.
  • Duitsland mocht maar een klein en zwak bewapend leger hebben.
  • Er werd een volkerenorganisatie voor vrede opgericht. Duitsland was geen lid.

 

In 1915 werd voor het eerst gifgas ingezet door de Duitsers. In de Slag bij Verdun vielen 700.000 doden en gewonden.  Kort daarna hadden de geallieerden dit wapen ook. Daarnaast kregen veel soldaten een oorlogstrauma.

 

9.2 De economische wereldcrisis

 

KA 3: De crisis van het wereldkapitalisme

 

 

In 1929 begon de economische wereldcrisis. Veel mensen waren werkloos en leefden in grote armoede.

 

In 1920 was de VS het rijkste land van de wereld. In Europa kwam de welvaart in 1924 pas op gang. Mensen kochten luxe producten zoals koelkasten en auto’s.

 

De beurskrach

Mensen waren optimistisch en veel producten. Mensen kochten aandelen in verwachting dat ze nog meer waard zouden worden.

 

29 oktober 1929: Zwarte donderdag. Op Wall Street gingen de koersen omlaag. Iedereen verkocht zijn aandelen en er ontstond een wereldwijde recessie.

 

Veel mensen verloren al hun spaargeld. De productie kromp en de werkloosheid steeg. In 1932 had een kwart tot een derde van de Amerikanen zonder werk. De helft van de huizenbezitters kon zijn huis niet afbetalen. Ook in Europa heerste grote werkloosheid.

 

De Grote Depressie

Een oorzaak was dat de lonen niet stegen en de productie wel. De landbouw en de industrie waren veel meer gaan maken. Mensen konden dit niet allemaal kopen. Veel Amerikanen hadden geld geleend om dure producten te betalen. Hierdoor waren ze in de schulden gekomen. Ook leveranciers zoals Indonesië hadden te maken met de crisis.

 

 

De regeringen verwachtten dat de crisis vanzelf weer over zou gaan zoals gewoonlijk. Dit keer kwam er pas herstel toen de nieuwe Amerikaanse president Roosevelt in 1933 stopte met het bezuinigen. Hij liet de overheid ingrijpen en investeerde in enorme projecten (new deal). De resterende banken werden gered en werklozen kregen financiële hulp. De economie trok aan en de werkloosheid daalde. Toch was de crisis toch de tweede wereldoorlog niet helemaal afgelopen.

 

1933: Roosevelt wordt president van de VS. Hij zorgde voor The New Deal.

 

9.3 De totalitaire systemen.

 

KA4: De totalitaire ideologieën communisme, fascisme en nationaalsocialisme

 

Nadat er eind februari een revolutie was uitgebroken in Rusland en de tsaar was afgetreden probeerde een democratische regering. Dat deden ze samen met sovjets (raden van arbeiders en soldaten).

 

Lenin was de leider van een klein groepje enthousiaste communisten. Op 16 april 1917 riep Lenin dat er een tweede revolutie nodig was. De aanhang van Lenin groeide en op 7 november gaf Lenin het sein voor een opstand. In Sint Petersburg werden die avond nog belangrijke gebouwen ingenomen. Ze namen onder anderen de elektriciteits- en de telefooncentrale over. Rond half twee vonden de communisten de minister en voerden hem af. Lenin zei dat de sovjets alle macht hadden gekregen, maar in werkelijkheid hadden de communisten de macht gegrepen.

 

Communisme in Rusland

Na die overname kwam er een burgeroorlog in Rusland. De communisten wisten de wrede burgeroorlog te winnen en hun vijanden te vernietigen. Ook namen ze Oekraïne en Georgië weer terug bij het Russische rijk.

 

1922: Rusland heet nu Sovjet-Unie. De Sovjet-Unie werd een eenpartijstaat.

1929: Lenin is overleden, Stalin neemt de macht over.

 

Nadat Lenin was overleden en Stalin de macht had, bouwde hij met grof geweld een industriële samenleving op. In die samenleving werd precies bepaald hoeveel er moest worden geproduceerd. Dit werd gedaan met vijfjarenplannen. In werkelijkheid ging het helemaal niet zo gelijkmatig, maar werd de bevolking opgejaagd.

 

Alle boeren moesten hun oogst inleveren en hun grond afstaan aan collectieve boerderijen. Miljoenen boeren werden gedeporteerd of stierven door de honger. Dwangarbeiders deden het zwaarste werk. Er werden gigantische industriecomplexen, kanalen en spoorwegen uit de grond aangelegd.

 

Miljoenen werden naar strafkampen gestuurd. Daar moesten ze vaak bij tientallen graden onder nul werken. Iedere burger kon zonder reden worden opgepakt. Tallozen gaven kennissen, collega’s en familieleden aan als verraders om zichzelf te redden. Zelfs communisten liepen gevaar. In de jaren 1936-1938 werd ruim de helft slachtoffer van de Grote Terreur, die Stalin organiseerde om de partij te zuiveren van zogenaamde verdachte elementen.

 

Fascisme in Italië

 

1918-1939: Periode tussen de oorlogen (Interbellum)

 

In het interbellum stortten bijna alle democratiën in Zuid-, Oost- en Midden-Europa bijna allemaal in. Italië kampte na de Eerste Wereldoorlog met chaos en geweld. Er waren voortdurend stakingen en rellen. Arbeiders bezetten fabrieken en landerijen. Fanatieke nationalisten waren boos omdat Italië nauwelijks was beloond voor het steunen van de geallieerden.

 

1919: Vorming van de fascistische beweging in Italië door leider Benito Mussolini

 

Fascistische knokploegen vochten met linkse arbeiders en oefenden straatterreur uit.  Ze veroverden enkele steden.

 

1922: Door de ‘mars’ op Rome benoemde de koning Mussolini tot regeringsleider. Daar was wel dreiging tot geweld voor nodig.

 

Mussolini gaf zichzelf alle macht en liet tegenstanders opsluiten en vermoorden. Daarnaast werden alle andere partijen verboden en vestigde hij een dictatuur.

 

Nationaalsocialisme in Duitsland

Ook in Duitsland waren er na de oorlog straatgevechten tussen linkse arbeiders en nationalistische oorlogsveteranen. Hitler was de leider de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP).

 

1923: Hitler wil een ‘mars’ van Rome in Duitsland, maar werd in München al gearresteerd.

 

In de tijden van economische bloei daalde Hitlers aanhang enorm, maar tijdens de crisis in de jaren 1930 groeide zijn aanhang weer.

 

1933: President Hindenburg benoemd Hitler als regeringsleider nadat de nazi’s veel stemmen kregen.

 

Hierna veroverde ook Hitler in verbijsterend tempo de alleenheerschappij.

 

1934: Alle officieren en soldaten leggen een eed van onvoorwaardelijke trouw op Hitler af.

 

De Duitse samenleving werd gelijkgeschakeld. Het volgen van de ideologie werd bewaakt met strenge censuur en door nazi’s die werden aangesteld bij vakbonden, kranten, scholen en andere organisaties. Politieke tegenstanders werden opgesloten en vermoord. Ook minderheden kregen het zwaar te voorduren.

 

Ras, natie en klasse                     

Fascisme en nationaalsocialisme leken op elkaar. Ze waren extreem nationalistisch en verheerlijkten geweld en leiderschap. De fascisten waren geïnspireerd op het Romeinse rijk en de nationaalsocialisten op het Germaanse rijk. Partijlegers marcheerden op zwarte laarzen door de straten en hielden zich bezig met straatterreur.

 

Naast het partijleger, de SA, vormde Hitler nog een eliteorganisatie waarvan alleen de ‘beste’ nazi’s lid konden worden: de SS. Een belangrijk onderdeel van de nazi ideologie was de rassenleer. Volgens de nazi’s was het Arische of Germaanse ras superieur en verwikkeld in een strijd op leven en dood met ‘minderwaardige rassen’ zoals Slaven en Joden.

 

De communistische partij was heel anders. Lenin was een marxist en wees het nationalisme af. In de Eerste Wereldoorlog brak hij af met de sociaaldemocraten omdat die overal hun eigen regering en vaderland steunden. Communistische partijen moesten in naam van de arbeidersklasse overal ter wereld de macht grijpen, het kapitalisme vernietigen en alle bedrijven in handen van de staat brengen. Dat zou leiden tot een wereld vol vrede, welvaart en gelijkheid.

 

Volledige controle

Alle drie de ideologieën zijn totalitair. Ze wilden het leven, denken en voelen van hun bevolking volledig beheersen. Onderwijs, media, economie: alles moest in de totalitaire staten in dienst staan van de ideologie. De symbolen van de ideologieën hingen overal. Kritiek werd gezien als misdadig. Tegenstanders werden ontslagen, afgetuigd, naar strafkampen gestuurd en vermoord.

 

Daarnaast waren de totalitaire partijen allemaal georganiseerd als een leger. Orders moesten blind worden uitgevoerd.

 

9.4 Propaganda en communicatie

 

KA5: Propaganda en communicatiemiddelen en massaorganisatie

 

Tijdens het interbellum was in Europa heel veel massapropaganda en massaorganisaties. In de totalitaire staten was de propaganda alomtegenwoordig en moest iedereen lid worden van massaorganisaties.

 

Een ander voorbeeld is de ‘Britten, Lord Kitchener heeft jullie nodig’ poster van Groot-Brittannië. Er werden op grote schaal ansichtkaarten en posters van gemaakt. De posters hingen op plakborden, schuttingen, ramen, muren, bussen, trams enzovoort. Dit heet propaganda.

Propaganda was nodig om de bevolking tot de offers te bewegen waar de oorlog om vroeg. Meer soldaten.

 

Massaorganisaties

Via propaganda is het makkelijk om op grote schaal delen van de bevolking te bereiken. Rond 1900 ontwikkelden politieke partijen zich tot massaorganisaties. Tegelijkertijd ontstonden massaorganisaties als vakbonden en jeugdverenigingen van diverse politieke en godsdienstige kleur. Om leden binnen te krijgen werden allerlei scholings- en ontspanningsactiviteiten gehouden en werd er gemarcheerd met uniformen, vlaggen en andere symbolen.

 

Voor propaganda werden moderne communicatiemiddelen ingezet zoals de film en de radio.

 

1927: Opkomst van de geluidsfilm.

 

In de totalitaire staten werden tegenstanders door deze propaganda met de grond gelijk gemaakt. De eigen maatschappij en beweging werden verheerlijkt. Op posters stonden gelukkige en lachende mensen.

 

Ook massaorganisaties waren voor de totalitaire regimes belangrijk. In nazi-Duitsland waren alle arbeiders verplicht lid van het Arbeidersfront. Daar werden ze opgevoed als goede nazi’s. Het arbeidersfront organiseerde filmvoorstellingen, dansavonden en groepsreizen om de arbeiders ook buiten werktijd te controleren. Alle jongens moesten lid zijn van de Hitlerjugend. Daar ging het grootste deel van hun tijd naar toe. Ze kregen een bruin hemd en een dolk met als opschrift ‘bloed en eer’ en leerden vechten en marcheren.

 

9.5 Verzet tegen het imperialisme      

 

KA 6: Verzet tegen het West-Europese imperialisme

 

In het interbellum ontstond in de kolonies in Azië verzet tegen het imperialisme. Naar het voorbeeld van Gandhi in India groeide in Indonesië een nationalistische beweging.

 

In Nederlands-Indië leefden vele volkeren, die zich niet met elkaar verbonden voelden. Toch ontstond het idee dat ondanks alle verschillen de inwoners van Indonesië toch één natie vormden.

 

In Brits-Indië woonden veel volkeren die onafhankelijkheid voor de hele bewolking wilden.

 

Het Aziatische nationalisme werd opgewekt door het moderne imperialisme. De Europeanen maakten hun kolonies tot eenheid. Ze brachten hun bestuur tot in de verste uithoeken. Daardoor was het belangrijk dat Inheemse jongeren ook Europees onderwijs kregen. Sommigen gingen zelfs in Europa studeren.

 

Hierdoor leerden ze westerse normen en waarden als vrijheid en gelijkheid. Ze waren er van bewust dat deze normen en waarden niet in hun thuisland waren. Dat maakte opstandig.

 

Ze kregen het idee dat er alleen vrijheid en gelijkheid zou kunnen zijn als de Europeanen vertrokken.  Het nationalisme werd versterkt door de  Eerste Wereldoorlog. Velen uit de Franse en Britse kolonies vochten op de Europese slagvelden. In ruil werd meer zelfbestuur beloofd. Europa raakte door de oorlog verzwakt. Ook waren er nieuwe mogendheden zoals de VS en Japan.

 

In 1905 won Japan al een oorlog van Rusland. Dat liet zien dat de Europeanen niet onverslaanbaar waren. De Amerikaanse president Wilson zei dat de volkeren recht hebben op zelfbeschikking. Dat wekte hoop op onafhankelijkheid.

 

1919: Britse regering geeft Indiërs meer rechten, maar nationalisten wilden meer.

 

Er braken gewelddadige opstanden uit. Tegelijk organiseerde de nationalist Gandhi geweldloos verzet.  Hij zette de Britten onder druk met non-coöperatie: geen geweld gebruiken, maar weigeren mee te werken. Hij kreeg veel steun. De Britse regering voelde zich gedwongen om met hem te onderhandelen en India meer autonomie te geven.

 

Gandhi was een voorbeeld voor de Indonesische nationalist. Nederland werd op dezelfde manier onder druk gezet. Soekarno was de leider van dit verzet.

 

1930: Soekarno is opgepakt en krijgt vier jaar celstraf. Omdat hij geen geweld had gebruikt waren zelfs Nederlanders het niet eens met de uitspraak. Na een jaar werd hij

vrijgelaten.

1933: Soekarno is zonder proces verbannen naar afgelegen eiland Flores. Honderden andere nationalisten werden ook verbannen.

 

Daarna kwam de rust terug. Gouverneur-generaal De Jonge zag daarom geen reden om met nationalisten te praten. Nederland was al 300 jaar de baas en zou dat nog 300 jaar blijven volgens hem.

 

Afrika

Er was in Afrika nog nauwelijks sprake van nationalisme. Hier zijn een aantal redenen voor.

 

  • Afrika was minder ontwikkeld dan Azië.
  • De grenzen van de kolonies waren willekeurig getrokken, dwars door gebieden van oude stammen en volkeren heen.
  • Europeanen hadden nog nauwelijks onderwijs gebracht. Ze waren nog niet in aanraking gekomen met Europese ideeën.

 

 

 

 

 

9.6 De Tweede Wereldoorlog   

KA7: Het voeren van twee wereldoorlogen

KA8: Verwoestingen door massavernietigingswapen en betrokkenheid van burgers bij de oorlog

 

22 augustus 1939: Hitler roept op Polen aan te vallen.

1 september 1939: Duitse troepen vallen Polen binnen.

3 september 1939: Frankrijk en Groot-Brittannië verklaren de oorlog aan Duitsland.

 

Hitler had daarvoor gezegd dat een oorlog met Groot-Brittannië geen probleem zijn. Maar na het verklaren van de oorlog viel hij stil.

 

Revanche

De Duitsers voelden zich vernederd door de Vrede van Versailles. Ze waren boos dat ze als enige de schuld kregen. Nationalisten waren boos dat de vrede was getekend. De democratie politici hadden volgens hun om een wapenstilstand gevraagd en socialisten waren in opstand gekomen. De nazi’s gebruikten deze dolkstootlegende.

 

Hitler wilde revanche en een nieuwe oorlog winnen. Hij negeerde het verdrag van Versailles en begon Duitsland te bewapenen.

 

1938: Oostenrijk aangesloten bij Duitse rijk. (Anschluss)

 

De andere mogendheden deden niets. De Britse premier voerde een politieke van appeasement: Hij wilde Hitler tevreden houden.

 

September 1938: Hitler mag Sudetenland overnemen. Dat gebeurde in de vredesconferentie van München.

 

De Sovjet-Unie en de VS bemoeiden zich niet meer met Europa. Duitsland, Italië en Japan een bondgenootschap de ‘as’.

 

1939: Duitsland valt Praag binnen. Hitlers beloften waren niets waard.

23 augustus 1939: Hitler sluit niet-aanvalsverdrag met Stalin.

 

In het geheim spraken Rusland en Duitsland af om Polen te verdelen. Hitler kan nu een oorlog met Groot-Brittannië en Frankrijk voeren. Dit keer zou er geen tweefronten oorlog komen.

 

Duitse opmars

 

  • Polen werd in vijf weken onder de voet gelopen.
  • Maart 1940: Denemarken en Noorwegen in 1 dag overgenomen.
  • 10 Mei 1940: Nederland, België en Frankrijk aangevallen. Frankrijk was na vijf weken verslagen.

 

Churchill wordt premier van Groot-Brittannië en vecht een jaar lang alleen tegen Duitsland. Churchill doet niet aan appeasementpolitiek.

 

Hitler probeerde Britse luchtmacht te verslaan (Battle of Britain), maar dat is niet gelukt.

 

 

December 1940: Hitler beveelt een aanval op de Sovjet-Unie voor te bereiden: Operatie Barbossa

22 juni 1941: Duitsland valt de Sovjet-Unie aan. Het rode leger lijdt immense verliezen.

 

De Duitsers vochten op drie fronten, maar door de vroeg invallende winter ging het minder goed.

 

5 december 1941: Russen slaan Duitsland weg uit Moskou.

7 december 1941: Japan valt Pearl Harbor aan.

 

Hitler was zo opgetogen door de Japanse aanval dat hij de VS de oorlog verklaarde.

 

De Geallieerden

Asmogendheden

De Verenigde Staten

Duitsland

Groot-Brittannië

Italië

De Sovjet-Unie

Japan

 

In 1942 hervatten de Duitsers hun aanval in Zuid-Rusland. De Duitsers bereiken Stalingrad.               

 

31 januari 1943: Duitsland verliest de grootste slag uit de wereldgeschiedenis. Bijna een miljoen doden.

Juli 1943: Sovjet-Unie wint bij Koers een gigantische slag waar meer dan 6000 tanks meededen.

 

Vanaf toen was de Duitse nederlaag onvermijdelijk. Toch wilde Hitler dat Duitsland tot het bittere eind doorvocht. In het zuiden veroverden de westerse geallieerden Noord-Afrika en daarna Zuid-Italië.

 

6 juni 1944: D-Day. De geallieerden landden in Normandië, waarna ze de Duitsers ook in het westen terugdrongen.

2 mei 1945: Val van Berlijn. Hitler heeft zelfmoord gepleegd.

8 mei 1945: Duitsland geeft zich over.

 

In Azië en de Stille Oceaan had Japan na de aanval op Pearl Harbor enorme gebieden veroverd, waaronder Nederlands-Indië. Vanaf 1943 drongen de Amerikanen de Japanners langzaam maar zeker terug.

 

15 augustus 1945: Japan geeft zich over.

 

In de oorlog vielen meer dan vijf keer zoveel doden: zo’n 54 miljoen. Deze oorlog was de helft van de doden burger. Grote delen van Europa lagen in 1945 in puin. De productie werd in Duitsland op gang gehouden uit de bezette landen. De Duitsers waren begonnen met terreurbombardementen op steden als Warchau, Rotterdam, Coventry en Londen.

 

Vanaf 1942 voerden de Britten en de Amerikanen terreurbombardementen uit op alle grote Duitse steden.

 

6 augustus 1945: Amerika gebruikt atoombom voor Hiroshima (Japan).

9 augustus 1945: Amerika gebruikt atoombom voor Nagasaki (Japan).

 

 

 

De nazi’s maakten zich zoveel in het Oosten schuldig aan wreedheden. Achter de oprukkende troepen schoten speciale eenheden van de SS miljoenen joden, communisten en andere ‘subversieve elementen’ dood. Leningrad werd omsingeld met het doel de stad kapot te schieten en de bevolking uit de hongeren. In 900 dagen kwamen een miljoen inwoners om.

 

Sovjetkrijgsgevangenen wachtte een bitter lot. De Duitsers beschouwden ze als untermenschen die ze gewoon dood konden laten gaan. Van de 3,2 miljoen Sovjetmilitairen die ze in 1941-1942 gevangennamen, haalden er 2,8 miljoen de zomer niet.

 

Ook de Sovjets kenden grote wreedheid. De meeste Duitse krijgsgevangenen kwamen om in werkkampen. In 1940 schoten de Sovjets in een bos in Katyn in West-Rusland 22.000 leden van de Poolse elite dood. Honderd duizenden andere Polen werden naar het oosten gedeporteerd en kwamen om in werkkampen.

 

Vanaf januari 1945 trok het rode leger plunderend, moordend en verkrachtend door Duitsland. Miljoen Duitsers vluchten naar het westen. Velen kwamen om.

 

Het leven van de eigen militairen was niet belangrijk voor de Sovjets. Soldaten werden slecht bewapend naar mijnenvelden en vijandelijke troepen gestuurd. Volgens Stalin waren krijgsgevangenen verraders ‘die met alle mogelijke middelen vernietigd moesten worden’. De familie moest vermoord worden.

 

Japanse wreedheid

Ook Japan was erg wreed. In de oorlog sinds 1931 met China vermoorden ze mogelijk 6 miljoen Chinezen. Ook in Korea en op de Filipijnen pleegden ze oorlogsmisdaden.

 

Toen ze in 1945 in de Filipijnse hoofdstad Manila verloren, vermoorden de Japanse troepen zeker 100.000 inwoners. In Indonesië deden de Japanners zich voor als bevrijders, maar in drie jaar tijd kwamen er 2,5 miljoen Indonesiërs om door dwangarbeid, uitputting en ondervoeding.

 

9.7 De Holocaust

 

KA9: Racisme, discriminatie en genocide, in het bijzonder op joden.

 

Tijdens de Holocaust werden 6 miljoen Europese joden vermoord door de nazi’s. Toen de Amerikanen op 3 april 1945 in Duitsland een kamp vonden waar op het laatste moment nog honderden Joden in een gat vermoord waren drong pas door dat de nazi’s genocide hadden gepleegd op de joden.

 

Juni 1942: Britse staatsomroep BBC geeft aan dat joden vermoord worden in kampen.

25 augustus 1944: Westerse journalisten zien voor het eerst een vernietigingskamp.

 

Het drong nog niet door wat er gebeurde toen de journalisten bericht deden over de vernietigingskampen. Van alle historische gebeurtenissen is de Holocaust misschien wel de gruwelijkste. De holocaust herinnert ons eraan waartoe racisme en discriminatie kan leiden.

Antisemitisme

In Europa was er al een lange tijd antisemitisme. Nadat de Romeinen de joden uit Palestina hadden verdreven, raakten ze verspreid over Europa. De kerk zag hen als moordenaars van Christus. In de middeleeuwen moesten joden in getto’s leven en mochten van ambachten niet uitoefenen. In de 14e eeuw werden joden vermoord omdat ze drinkwater zouden hebben vergiftigd en zo de pest zouden hebben veroorzaakt (pogroms).

 

In de 19e eeuw kregen joden in veel landen gelijke burgerrechten. Joden waren succesvol in kunsten, wetenschappen en in het zakenleven. Veel mensen waren jaloers. Joden werden gezien als kapitalisten en uitbuiters. Tegelijk vluchtten Russische joden voor pogroms naar het westen. De afkeer van deze armoedzaaiers versterkte het antisemitisme. Antisemieten gingen joden zien als een ‘ras’, dat een gevaar was voor hun eigen ‘ras’.

 

Na de Eerste Wereldoorlog waren veel communisten Joods. Zo kwam er nog een vijandbeeld bij: dat van de jood als gevaarlijke revolutionair. Volgens de nazi’s waren het kapitalisme en communisme onderdeel van een wereldwijd joods complot om ‘het Germaanse ras’ uit te roeien.

 

Discriminatie

Na de machtsovername van de nazi’s werden joden systematisch getreiterd en gediscrimineerd. Seks tussen joden en niet-joden werd strafbaar en 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.