Hoofdstuk 8 De maakbaarheid van de wereld

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 2775 woorden
  • 11 maart 2004
  • 26 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 26 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Geschiedenis Hoofdstuk 5 De maakbaarheid van de wereld

Inleiding
De Eerste Wereldoorlog was van 1914 tot 1918. Tegen het einde van de Tweede wereldoorlog wierpen de Amerikanen atoombommen op Hirosjima en Nagasaki om de Japanners tot overgave te dwingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er gesproken over een internationale organisatie die landen de gelegenheid moest bieden om te overleggen in plaats van vechten. Dit zou de Volkenbond worden. Door de Tweede Wereldoorlog van 1939 tot 1945 werd dit plan verwoest. Daarna probeerden de regeringsleiders het opnieuw met de Verenigde Naties.

§1 Auf zu einem frisch-frölichen Krieg!
Rond de eeuwwisseling waren vooral vrouwen actief in vredesorganisaties. Zij streden voor stemrecht en wilden ook op andere gebieden de samenleving verbeteren, zoals internationale veiligheid. In 1905 ontving Bertha von Suttner de “Nobelprijs voor de Vrede” door het schrijven van een anti-oorlogsroman. Vrouwen ondersteunden de vredesconferenties die in 1899 en 1907 in Den Haag werden gehouden. Afgevaardigden uit alle landen van de wereld waren op initiatief van de Russische tsaar Nicolaas II naar Den Haag gekomen om met elkaar te praten over ontwapening en de stichting van een internationaal gerechtshof. De deelnemers wilden onder meer de toepassing van vliegtuigen voor bombardementen en het gebruik van gifgas verbieden. Tevens probeerden zij een einde te maken aan de bewapeningswedloop tussen de rivaliserende Europese machten.

Niet alleen vrouwen en pacifisten, maar ook de handelaren pleitten voor internationale rust. Ondanks de initiatieven van pacifisten zakenlui en communisten nam de spanning tussen de Europese staten toe. Dit werd vooral veroorzaakt door het nationalisme, het idee dat de eigen natie de beste was. Op gebied van industrie, koloniën en bewapening probeerden de Europese machten elkaar in grootheid te overtreffen. Bijna alle Europese machten wilden een indrukwekkende strijdmacht. Engeland heerde van oudsher over alle zeeën. Duitsland wilde echter ook over een machtige vloot beschikken om Engeland als grootste zeemogendheid in kracht te overtreffen. Vooral op koloniaal gebied kwamen de Europese machten regelmatig met elkaar in botsing. Het recht om over andere volkeren te regeren, baseerden de Europese machten graag op hun eigen superioriteitsgevoel. Aan het einde van de 19e eeuw nam de drang tot kolonialisatie sterk toe. Hiervoor zijn verschillende verklaringen; Europa bevond zich in de periode van de Industriële Revolutie en de opkomende industrie had behoefte aan nieuwe afzetmarkten en grondstoffen. Arbeiders kosten bovendien weinig tot niets in koloniën. Niet alleen economische maar ook nationalistische motieven speelden een rol bij dit moderne imperialisme.
De Europese machten streken vooral af op Afrikaanse kusten. In 1898 probeerde Engeland van Zuid-Afrika tot aan Egypte een keten koloniën te vestigen terwijl Frankrijk dit over de breedte van Afrika wenste. Daar, in Fashoda, ontstonden dus de problemen. De Engelse regering dreigde met oorlog. Maar al vlak daarna bestefte Frankrijk dat ze deze niet zouden kunnen winnen en verlieten de soldaten Soedan.
Niet alleen die landen raakten met elkaar in botsing. Ook andere Europese machten streden om gebieden in Afrika en Azië. De conflicten brachten het Europese machtsevenwicht aan het wankelen. Uit een gevoel van onveiligheid sloten de Europese landen bondgenootschappen met elkaar. Deze allianties moesten de internationale vrijheid waarborgen. Vanaf 1879 waren Duitsland en Oosterijk-Hongarije bondgenoten. In 1882 sloot Italië zich bij dit bondgenootschap aan, Triple Alliantie genoemd. In 1904 zochten Frankrijk en Engeland toenadering tot elkaar. Zij legden hun koloniale belangen vast en verdeelden de laatste onafhankelijke gebieden in Afrika. Frankrijk en Rusland waren sinds 1892 bondgenoten. Voordat de drie landen samen een alliantie konden vormen, moesten eerst de conflicten tussen Rusland en Engeland worden opgelost. Beide landen probeerden namelijk in het Verre oosten hun invloed te versterken. In 1907 kwamen ze tot een overeenkomst.
Aan elkaar vastgeketend door de internationale verdragen werden de Europese machten de oorlog ingetrokken. De moord op de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand bracht de Eerste Wereldoorlog in 1914 opgang. Twee jaar na de moord nam een psychiater een interview af met de dader, Gavrilo Princip die uit Bosnië kwam. Hij probeerde de motieven van de jongeman te achterhalen. Die blijken uit het volgende;
Bosnië-Hercegovina was een deel van Oostenrijk-Hongarije, ook welde Dubbelmonarchie genoemd. Oostenrijk-Hongarije bestond uit het keizerrijk Oostenrijk en het koninkrijk Hongarije. Beide gebieden hadden dezelfde vorst. Het land was een multinationale staat, er woonden behalve Duitstalige Oostenrijkers ook Hongaren, Tjechten, Slowaken en Bosniërs. De Bosniërs wilden samen met de Serviërs en Slovenen één Slavische Natie vormen. Ze begriepen zich op het zelfbeschikkingsrecht; het recht van ieder volk om een eigen staat te vormen. Daarom verzetten zij zich tegen de Oostenrijks-Hongaarse overheersing. Servië was vanaf 1882 een onafhankelijk koninkrijk en steunde de Bosnische activiteiten in hun streven naar onafhankelijkheid. De moord zou de aanzet hiertoe geven. Het idee van een Slavische samenzwering achtervolgde de Oostenrijks-Hongaarse regering al geruime tijd. De moord op de kroonprins bood de kans terug te slaan. Eindelijk kon het Slavische nationalisme voorgoed op de kop worden ingedrukt. Gesteund door Duitsland vielen Oostenrijkse troepen Servië binnen. De Serviërs kregen steun van de Russen. Rusland beschouwde zichzelf namelijk als de leider en beschermer van de Slavische volkeren. De Russische regering mobiliseerde de strijdkrachten als een waarschuwing aan Oostenrijk-Hongarije. Om technische redenen was het alleen mogelijk dit over de gehele linie te doen, dus ook waar Rusland en Duitsland elkaar grensden. De Duitse regering dacht dat de Russen Duitsland wilden aanvallen en verklaarden hierop Rusland de oorlog.Van de Fransen eiste ze dat zij neutraal zouden blijven omdat ze een tweefrontenoorlog wilden voorkomen. De Franse regering weigerde echter en trad samen met Engeland Rusland binnen. Oostenrijk-Hongarije probeerde de eigen staat van de ondergang te redden, Duitsland wilde in zijn nationale trots voor geen enkel land buigen, Rusland zocht invloed op de Balkan, Frankrijk en Engeland wilden voorkomen dat Duitsland de machtigste staat van Europa werd. De soldaten trokken vol enthousiasme naar het front met de gedachte dat het een korte oorlog zou worden. Dit was echter niet het geval. Pas in 1919 werd in Versailles de vrede getekend. De overwinnaars van de oorlog stelden nieuwe plannen om de internationale veiligheid te waarborgen. Het hart van deze plannen zou worden gevormd door de Volkenbond.

§2 De Volkenbond tijdens het Interbellum
In november 1918 ondertekende Duitsland de wapenstilstand. Dit betekende het einde van een gruwelijke oorlog. De overwinnaars hadden veel te regelen, waaronder het opstellen van een vredesverdrag. Als onderdeel van het verdrag wilden de Geallieerden een Volkenbond oprichten die een nieuwe oorlog moest voorkomen. Heel Europa verlangde naar vrede, nooit weer mochten de Europese staten elkaar zo afslachten. Al tijdens de oorlog waren er plannen gemaakt voor een vredesorganisatie, waarin alle volkeren vertegenwoordigd moesten zijn. Het idee van de organisatiewas ook opgenomen in de beroemde “Veertien Punten”, het programma dat de Amerikaanse President Wilson had opgesteld als basis voor de vrede. Uiteindelijk bereikten de Geallieerden overeenstemming over het vredesverdrag en de Volkenbond. Wilsons idealen botsten met de sceptische houding van Clemanceau en Loyd George, de Franse en Engelse premiers. Beiden waren verbitterd door de oorlog en twijfelden aan het welslagen van de Volkenbond. Toch kon Wilson zijn collega’s overtuigen van het nutvan de Volkenbond. Op 10 januari 1920 trad het Volkenbondsverdrag in werking. De hoofdzetel was in Genève. Maar er waren ook landen die niet werden toegelaten tot de Volkenbond, zoals Duitsland en Rusland. Amerika daarentegen wilde er geen lid van zijn. De meerderheid van de senaat wilde dat de Verenigde Staten zich afzijdig hielden van conflicten elders in de wereld.

Alle landen die het Volkenbondsverdrag ondertekenden, zwoeren oorlog af als middel om conflicten op te lossen. Wanneer toch een oorlog dreigde, kon een beroep worden gedaan op de Raad, het uitvoerende orgaan van de bond, of het Permanente Hof van Internationale Justitie in Den Haag. Beide instanties zouden bemiddelen tussen twee partijen die betrokken raakten in een conflict.Dit gelde ook voor landen die niet lid waren van de Volkenbond die een conflict hadden met een land die wel lid was. De Volkenbond beschikte niet over een leger dat tegen oorlogszuchtige landen op kon treden. Behalve door te bemiddelen probeerde de Volkenbond ook op andere manieren oorlog te voorkomen. De leden hadden de plicht om elk verdrag dat zij sloten openbaar te maken. De opstellers van het Volkenbondsverdrag beschouwden “geheime diplomatie” als één van de belangrijkste factoren die konden leiden tot een oorlog. Ten slotte probeerde de Volkenbond de bewapening terug te dringen tot een niveau dat voor de nationale verdediging voldoende was. Om dit doel te bereiken organiseerde de Volkenbond ontwapeningsconferenties. Velen vroegen zich af of dit Vredesverdrag wel stand zou houden.
In 1925 ontstonden er complicaties tussen Griekenland en Bulgarije doordat beide landen hetzelfde Turkse gebied (de havenstad Saloniki) wilden veroveren. Het gebied werd toen maar in tweeën verdeeld, alleen daar was eigenlijk niemand het mee eens. De moord op de Griekse officier was voor generaal Pangalos de aanleiding om Bulgarije binnen te vallen. De generaal had eerder dat jaar in Griekenland de macht gegrepen. De dictator wilde de zaak zelf afhandelen in plaats van de hulp van de Volkenbond in te schakelen. Toch handelde de raad snel, ze lieten berichten versturen om de militaire actie te stoppen en de legers tot de eigen grens terug te trekken. De reden voor het doeltreffende optreden van de Raad was dat geen van de Europese grootmachten belangen had in het omstreden gebied. Het was een succes voor de Volkenbond. Het omgekeerde bleek echter ook mogelijk; de organisatie faalde toen de belangen van de grote staten in het geding kwamen. Dit was het geval toen Italië in 1935 Ethiopië binnenviel.
Negen jaar na de Grieks-Bulgaarse crisis zorgde een grensincident opnieuw voor internationale problemen. In 1934 kwamen de Italiaanse en de Ethiopische legers op de grens tussen Ethiopië en Somalië, een kolonie van Italië, met elkaar in conflict. De aanleiding was niet duidelijk. Maar zeker was dat Italië de gelegenheid met beide handen aangreep om haar koloniale macht uit te breiden en een verpletterende nederlaag tegen Ethiopië in 1896 te wreken. De Italiaanse leider Mussolini, sinds 1922, wilde de oude roem van Rome weer tot leven brengen. Het Romeinse Rijk had ooit het gehele gebied rond de Middellandse Zee omvat. Vandaar dat Mussolini sterk in Ethiopië was geïnteresseerd. De Ethiopische keizer bracht de zaak voor de Volkenbond. Overal ter wereld werd er gedemonstreerd op de inval van Ethiopië door Italië. De Fransen stonden echter aan de kant van Italië. De Amerikanen dachten erover na om alsnog toe te treden in de Volkenbond omdat Italië dan meer beïnvloed zou kunnen worden om een inval te staken. Maar dat gebeurde uiteindelijk niet. Italië viel toch aan. De Volkenbond besloot dat de lidstaten geen Italiaanse goederen meer mochten importeren of krediet mochten verlenen aan de Italiaanse regering of Italiaanse bedrijven. Ook werd er een embargo op goederen die Italië voor de oorlogsvoering zou kunnen gebruiken gezet. In mei 1936 had Italië heel Ethiopië in handen. De sancties werden gestopt. De concessies aan Mussolini bereikten hun doen niet. Italië stapte uit de Volkenbond en zocht toenadering tot Hitler. Na 1935 ging het verder bergafwaarts. De wereld stond aan de vooravond van een nieuwe oorlog en het leek erop dat de Volkenbond weinig zou kunnen doen om deze oorlog te stoppen.

§3 De aanloop tot de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de oorlog tussen Italië en Ethiopië in 1935 was de hele wereld getuige geweest van het machteloze optreden van de Volkenbond. In 1933 kwam Hitler in Duitsland aan de macht. Allereerste wilde hij afrekenen met het Verdrag van Versailles. Hij wilde meer “Lebensraum” voor de Duitsers creëren. Onmiddellijk na zijn machtsovername begon Hitler maatregelen te treffen om zijn politiek uit te voeren. Allereerst stapte hij uit de Volkenbond. In 1935 startte Hitler de herbewapening van Duitsland, terwijl hij ook de dienstplicht opnieuw invoerde. Een jaar later gaf Berlijn het bevel tot bezetting in het Rijnland. De bescherming van Frankrijk tegen Duitsland was verdwenen. In 1938 lijfde Hitler zijn geboorteland Oostenrijk bij Duitsland in. Daarna was Tsjechoslowakije aan de beurt. Aan de Tsjechoslowaakse westgrens woonden namelijk meer dan 3 miljoen Duitssprekenden, die tot 1919 onderdanen waren geweest van de Dubbelmonarchie. Dat gedeelte heette Sudentenland. Op initiatief van Mussolini kwamen de Engelse en Franse premiers, Chamberlain en Dadelier, Hitler en de Italiaan zelf in september 1938 in München bijeen om over het lot van Sudentenland te beslissen.
De afwachtende houding van de Engelse en Franse regering had haar wortels in de vredesbespreking van 1919. Chamberlain, de Engelse premier, meende dat de Vrede van Versailles wel erg hard was geweest voor Duitsland en hij vond de eisen van Hitler daarom niet geheel onredelijk. Hij meende dat hij, door zich verzoenend ten opzichte van Hitler op te stellen, oorlog kon verkomen. Chamberlain kon de steun van Hitler goed gebruiken. In het oosten lag het enorme Rusland, dat sinds 1917 in handen was van de communisten Lenin en Stalin. Het communisme beangstigde de Engelse regering.
De Franse regering schaarde zich achter Chamberlain, zij het niet van harte. Voor Frankrijk was de herbewapening van Duitsland en de bezetting van het Rijnland weinig minder dan een openlijke bedreiging. Frankrijk pleitte voor een hard optreden tegen Duitsland, maar beschikte niet over de middelen dat zelf te doen. De economische wereldcrisis van 1929 bracht de Franse regering aan het wankelen. In februari 1934 bezocht de Engelse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Parijs voor een gesprek met de Franse minister van Buitenlandse Zaken. Het ging over het uitblijven van maatregelen tegen Duitsland. Daaruit werd het beleid van de Franse en Engelse regeringsleiders ten opzichte van Hitler bepaald. Deze appeasement- of verzoeningspolitiek vormde de basis voor de bespreking over Tsjechoslowakije in 1938 in München. Hitler dreigde met oorlog. Chamberlain en Dadelier waren niet bereid een oorlog te riskeren en bepaalden dat Tsjechoslowakije het Sudentenland moest afstaan. Engeland en Frankrijk hadden dit aan Duitsland geschonken. Chamberlain was ervan overtuigd dat het gevaar van een nieuwe oorlog was afgewend. In datzelfde jaar viel Duitsland heel Tsjechoslowakije aan. De confrontatie van München stond voortaan gelijk aan verraad, niet aan vrede.
Stalin was zich goed bewust van wat zich in de jaren dertig in Europa afspeelde. Het agressieve optreden van Hitler-Duitsland was in de ogen van Stalin een direct gevaar. Daarom zocht de Russische dictator in de jaren dertig toenadering tot het westen, met name tot Engeland en Frankrijk. In 1934 werd de Sovjet-Unie lid van de Volkenbond. Stalin noemde zijn politieke doel graag “collectieve veiligheid”, hoewel hij vooral bezorgd was om de veiligheid van Rusland. Door de sterke wantrouwen van Chemberlain en Dadelier in Stalin weigerden zij hem uit te nodigen voor het Verdrag in München. Dat was dus het teken van Stalin dat zijn collectieve veiligheid gefaald had.
Intussen zocht Hitler toenadering tot de Sovjet-Unie. Als er oorlog kwam, wilde hij eerste West-Europa uitschakelen om een tweefrontenoorlog te voorkomen. Stalin ging op het voorstel in. In augustus 1939 sloten Stalin, zijn minister van Buitenlandse Zaken en de Duitse minister van Buitenlandse Zaken een niet-aanvalsverdrag. Duitse troepen bezetten in hoog tempo geheel West-Europa. In het oosten vielen de legers van Stalin, zoals afgesproken met Hitler, Polen, Finland en de Baltische Staten binnen. Ondanks het niet-aanvalsverdrag begon Hitler toch in 1941 met de aanval op de Sovjet-Unie. In hetzelfde jaar mengden Japan en Amerika zich in de oorlog. Over de hele wereld vielen de komende jaren miljoenen doden. Pas in 1945 kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog.

§4 De Verenigde Naties: ideaal of werkelijkheid?
In 1945 besloten Stalin, de Engelse premier Churchill en de Amerikaanse president Roosevelt in Jalta, Rusland, een nieuwe vredesorganisatie op te rechten, de Verenigde Naties. Door de enorme verbetering van de wapentechnologie werd het belang van gezamelijke veiligheid steeds meer benadrukt. De Verenigde Naties, moesten net als de Volkenbond, een internationale organisatie worden, die boven de landen zou moeten staan en waarvan de richtlijnen internationale politiek zouden gaan bepalen. In april 1945 kwamen afgevaardigden uit 49 landen in San Fransisco bijeen om het “Handvest van de Verenigde Naties” te ondertekenen. In dit Handvest wordt als hoefddoel van de Verenigde Naties het handhaven van internationale vrede en veiligheid genoemd.
In geval van een dreigende oorlog kan de Veiligheidsraad gebruik maken van economische of diplomatieke sancties, om een agressor te dwingen de wapens neer te leggen. De Verenigde Naties zijn daarnaast in staat een eigen legermacht bijeen te roepen en in te zetten. De Verenigde Naties zet zich ook in voor hulpprogramma’s voor ontwikkelingslanden.
Op 30 juni 1960 verklaarde België de kolonie Kongo onafhankelijk. Kongo was slecht voorbereid op de onafhankelijkheid. Het algemene onderwijsniveau was laag en weinigen bezaten politieke ervaring. De lonen waren nog steeds laag en bepaalde levensomstandigheden soms nog slechter. Al gauw braken er overal in het land rellen uit, de nieuwe regering kon de orde niet handhaven. De Kongolezen vielen Belgen in Kongo lastig waardoor de Belgische regering onmiddellijk troepen naar Kongo stuurde. Dit zonder toestemming van Kongo en zonder dat de Veiligheidsraad er ook maar iets van afwist. De Verenigde Naties wist deze opkomende oorlog te voorkomen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Ik vind het allemaal heel interessant alleen het heeft niet te maken met wat ik zoek.

10 jaar geleden