Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Hoofdstuk 7

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas vwo | 1877 woorden
  • 23 oktober 2007
  • 16 keer beoordeeld
Cijfer 6.8
16 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
Hoofdstuk 7 Geschiedenis

Russische Revolutie: 20e eeuw.
Begin 1917: tsaar moest aftreden. Eind 1917: communisme - Sovjet-Unie (SU).
Na 2e wereldoorlog: communisme in oost-europa - 2 machtsblokken: communistische (geleid door SU) en westerse (geleid door VS).
1989-1991: Eind communisme in Europa. SU - werden aantal zelfstandige staten.

1) ±1500: Vorst Iwan III veroverde gebieden - vorstendom Moskou werd 3x zo groot.
Beschouwde zichzelf als opvolger van keizers van Oost-Romeinse Rijk - tsaar

Dit Russische Rijk werd uitgebreid - werd een autocratie (=alleenheerschappij). Ze hoefden niemand verantwoorden af te leggen omdat ze “gezonden waren door God”.
Onderdanen hadden bijna geen vrijheid. Macht van tsaren ondersteund door Kerk: Tsaren beschermden kerk - Priesters zeiden dat volk tsaar trouw moest blijven. Kerk moest in 2e helft van 18e eeuw bijna al haar grondbezit aan staat geven, anders kreeg de kerk teveel macht. Geestelijken hierdoor geen inkomsten - staat betaalde ze - gedwongen tsaar te steunen.

2) Oorzaken van de Russische Revolutie:
-Diepe kloof tussen bovenlaag en rest van de bevolking.
Bovenlaag: -Rijke burgers (hele kleine groep want: weinig handel en pas laat kwam de industrie - weinig invloed op politiek)
-Adel (had bijna helft van Russische landbouwgrond. Armoede - boeren raakten hun vrijheid kwijt - eigendom van adellijke landeigenaren (lijfeigenen). 1861: afschaffing lijfeigenschap).
-De oprichting van politieke partijen. Zij wilden de tsaar door een revolutie afzetten.
1898: Sociaal-Democratische Arbeiderspartij door de marxisten. (revolutie door fabrieksarbeiders, maar er waren weinig fabrieksarbeiders - kleine partij - viel uiteen - mensjewieken, bolsjewieken - bolsjewieken later: grote Communistische Partij van de Sovjet-Unie.
1901: Socialisten-Revolutionairen. (revolutie door boeren - meer boeren - grotere partij) Ze pleegden aanslagen op overheidspersonen, moedigden opstanden van boeren aan (welke de politie voorlopig kon onderdrukken)

Leden van deze 2 partijen: Studenten & mensen met goede opleiding.


1905: Constitutionele Democraten (kadetten) door liberale burgers. (Hun ideaal: democratische staat met grondwet, parlement en kiesrecht. Ze waren niet perse voor een revolutie)
-De ‘revolutie van 1905’.
1904: Rusland oorlog met Japan - nederlaag Russische leger en vloot - overal in Rusland verzet tegen regering (steden: stakingen & demonstraties, platteland: boeren staken landhuizen van adel in brand) 1905: algemene staking - Nicolaas II: Oktober manifest (burgers meer vrijheid, parlement, grondwet). Dus wat de kadettem wilden. Het parlement (Doema) mocht wetten goedkeuren/afkeuren, maar de tsaar mocht het parlement afkeuren - geen echte revolutie dus.

Nog steeds aanslagen van de Socialisten-Revolutionairen - minister Stolypin moest van de tsaar dit verzet uitroeien - veel werden gedood, nog meer werden verbannen naar Siberië, de rest vluchtte naar het buitenland. Stolypin werd zelf bij een aanslag gedood.
-Tsaar Nicolaas II is een slecht bestuurder.
1894: Tijdens de kroning van Nicolaas II ontstond er gedrang bij het uitdelen van geschenken aan het volk. 2000/3000?? Mensen werden doodgedrukt - liet feest doorgaan!
1905 (Bloedige Zondag): Demonstranten gingen naar Sint Petersbrug om Nicolaas II een verzoekschrift aan te bieden. Nicolaas verliet de stad. Paleiswachten schoten op de demonstranten (geleid door priester Pope Gapon). HEEL VEEL DODEN EN GEWONDEN. - in hele land protest

Onduidelijk beleid: -Nicolaas wilden zelf macht en had het beste voor met de bevolking.
- Vrouw van Nicolaas, tsarina Alexandra, zei dat Nicolaas een autocratisch was. Zelf kwam Alexandra steeds meer onder invloed van een soort gebedsgenezer: Grigori Raspoetin. Hij krijg via haar een grote invloed op het bestuur van Rusland.

3) Eerste Wereldoorlog leidt tot de Februarierevolutie van 1917.
1914: Eerste wereldoorlog.
1915: Groot deel van Rusland werd veroverd. Russische leger hield stand maar leed grote verliezen. Tekorten die ontstonden:

-Veel soldaten waren eerst boeren - landbouwproductie daalde
-Industrie produceerde alleen nog voor leger - tekort voor burgers
-Vluchtelingen - onderdak & voedsel.
1916: Stakingen in steden wegens gebrek aan voedsel en stijgende prijzen.
Begin 1917: In hoofdstad (St Petersbrug) zulke grote stakingen en demonstraties dat de politie de situatie niet meer in handen kon houden. - regering opdracht: leger moet schieten op demonstranten - meeste soldaten weigerden dit (sommige vermoorden zelfs hun officieren). Tsaar en regering was machteloos - de Doema ging iets doen. Op 12 maart (27 februari volgens oude Russische tijdrekening) verklaarde de Doema de regering voor afgezet en benoemde zelf een Voorlopige Regering (tot de verkiezingen). Tsaar ging weg van troon op aanraden van generaals en de tsaar en gezin werd gevangen genomen.
Voorlopige Regering - men dacht: alles beter - nee: want ze wilden geen gebied verliezen en ook de westelijke bondgenoten niet in de steek laten - oorlog ging door - bleek dat ze niet genoeg macht hadden: De sovjet (arbeiders en soldaten) voerde alleen bevelen van de Voorlopige Regering uit als zij dat wilden.

4) De oktoberrevolutie van 1917.
Lenin was een gevluchte leider van de Bolsjewieken. Woonde in Zwitserland. Duitsers haalden hem naar Rusland omdat Lenin voor vrede was met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Meeste Bolsjewieken in Rusland: oorlog en samenwerken met mensjewieken en Socialisten-Revolutionairen. Lenin: wilde alleen macht voor bolsjewieken - daarom volgens hem: Revolutie nodig. Lenin drukte zijn mening door - bolsjewieken voerden propaganda: vrede, macht aan sovjets, land voor boeren, fabrieken voor arbeiders.
Kerenski (mensjewiek+minister-president van Voorlopige Regering): wilde ook vrede maar geen gebieden verliezen. Bolsjewieken meer invloed in sovjets: want arbeiders, boeren en soldaten waren voor hen.


1917: Lenin vond: Bolsjewieken sterk genoeg om Voorlopige regering af te zetten. Andere leiders van Bolsjewieken: nee, te riskant. Lenin drukte weer mening door.
Revolutie: 7 november 1917 (25 oktober oude Russische tijdrekening).
De sovjet van Petrogad: belangrijke rol. De sovjet stuurde: soldaten, matrozen en Rode Gardisten (groepen gewapende arbeiders) - zij moesten belangrijke gebouwen, kruispunten en bruggen bezetten. Winterpaleis (van Voorlopige Regering) werd omsingeld - Kerenski ontkwam -op zoek naar mensen voor leger -vond die nauwelijks.

Dag laten vormden Bolsjewieken nieuwe regering: Raad van Volkscommissarissen. Lenin: voorzitter, Trotski: minister van buitenlandse zaken, Stalin: minister voor de nationaliteiten. Mensjewieken en Socialisten-Revolutionairen vonden het een niet democratisch gekozen regering.
25 november 1917: Verkiezingen. Bolsjewieken hoopten op overwinning zodat ze achteraf goedkeuring kregen van volk voor revolutie. Maar nee: Socialisten-Revolutionairen kregen meer stemmen.
Volksvertegenwoordigers vonden het niet goed dat de regering alleen uit bolsjewieken bestonden - Rode Gardisten stuurden de volksvertegenwoordigers weg - voortaan geen verkiezingen meer.

5) Oorzaken van succes van Bolsjewieken.
- Voorlopige regering wilde verder met oorlog - zo konden ze de problemen van Rusland niet oplossen
- propaganda (4 dingen) sloeg aan.
- beter georganiseerd en bekwamere leiders
- waren sterk in hoofdstad en Petrogad, andere partijen in kleine steden
- Andere partijen dachten: regering van bolsjewieken houden het niet lang vol
- Meeste mensen hadden niet in de gaten wat de plannen waren en wachten gewoon af.
- Ze begonnen hun tegenstanders te arresteren. Gebeurde door Rode Gardisten en later door politieke politie van bolsjewieken (Tsjeka).


6) De Burgeroorlog.
Maart 1819: Bolsjewieken sloten in Brest-Litovsk vrede met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Nadelig voor bolsjewieken - Rusland moet Polen, Baltische landen afstaan en Finland en Oekraïne werden onafhankelijk + verloor 1/3 deel van bevolking en landbouwgrond en ½ van industrie.
Engeland en Frankrijk voelen zich verraden - stuurden troepen om tegenstanders van bolsjewieken te steunen. November 1918: Einde 1e WO - troepen werden teruggehaald.

Zomer 1918: Nu pas onder Russische bevolking verzet tegen bolsjewieken: De Witten: Adel, generaals, officieren van leger, kadetten, Socialisten-Revolutionairen, mensjewieken en partijloze burgers. Redenen voor verzet:
- Bolsjewieken hadden vrede gesloten
- Bolsjewieken waren op een ondemocratische manier aan de macht gekomen
- Burgers verloren door Bolsjewieken hun bezit
- Tsjeka arresteerde iedereen die ervan verdacht werd het niet eens te zijn met Bolsjewieken.

Rode Leger (van Bolsjewieken) versloeg echter het Witte leger één voor één.

Tijden Burgeroorlog lijdde de burgerbevolking erg (plunderen, moord, verwoesting). Men vluchtte naar buitenland, hierdoor verloor Rusland ondernemers, wetenschappers en kunstenaars.

1920: Burgeroorlog voorbij. Bolsjewieken hadden nu het hele Russische Rijk behalve Polen, Baltische landen en Finland (- werden zelfstandige staten).

7) De su onder Stalin 1929-1953.

In 1918 hadden de bolsjewieken hun partij een nieuwe naam gegeven: Communistische Parij. 1923:Rusland nieuwe naam: Unie van Socialistische Sovjet-Republieken (USSR) (of korter: Sovjet-Unie (SU)).
Bolsjewieken wilden een communistische samenleving opbouwen volgens ideeën van Marx en Lenin (marxisme-leninisme). Lenin zag daarbij een leidende rol voor de Communistische Partij weggelegd. Ook moesten communistische partijen in andere landen gesteund worden om uiteindelijk een ‘wereldrevolutie’ mogelijk te maken.

Maatregelen van de communisten:
- Andere partijen werden verboden
- tegenstanders werden gearresteerd
- Mensen uit bovenlaag werden uit hun functies ontslagen
- Vrouwen kregen zelfde rechten als mannen
- kerk verloor haar macht
- staat nam de meeste kerkgebouwen, kloosters, fabrieken, banken en winkels in
- boeren moesten bijna hun hele opbrengst geven aan de staat.

De communisten (bolsjewieken) hadden geen ervaring met fabrieken en boeren gingen niet meer hard werken. Daarom voerde Lenin in 1923 de Nieuwe Economische Politiek (NEP) in:
-Kleine bedrijven en winkels waren weer van eigenaren. Banken, elektriciteitscentrales en zeer grote industrieën hield de staat echter.
-Boeren hoefden minder oogst als belasting te geven.


1924: Lenin overlijdt - strijd om macht in de Communistische Partij - gewonnen door secretaris-generaal van de partij: Jozef Stalin. (zijn voornaamste tegenstander was Trotski geweest - Trotski werd verbannen en later in Mexico door de Russische geheime dienst vermoord.)
1929-1953: Stalin regeert als alleenheerser. Zijn bewind wordt stalinisme genoemd. Kenmerken van stalinisme:
- Vijfjarenplannen regelen de economie i.p.v. NEP
Hierin bepaalde de regering wat de landbouw en industrie moesten produceren (planeconomie). Stalin wilde industrie ipv landbouw.
- De landbouw wordt gecollectiviseerd
collectivisatie= dat boerenbedrijven van een dorp samengevoegd tot een bedrijf (een kolchoz). Dit wilde Stalin omdat er geld, arbeiders en goedkoop voedsel nodig was voor de industrialisatie.
Geld: Een deel van de landbouwproductie werd verkocht aan buitenland.
Goedkoop voedsel: kolchozen moesten producten tegen lage prijzen aan de staat verkopen.
Arbeiders: Door mechanisering konden de overige boeren naar industrie.
Boeren verzetten zich wel. De productie van kolchozen viel tegen omdat de boeren tegen hun zin in moesten werken. Ook hongersnood onder boeren omdat ze bijna al het eten aan de staat moesten geven.
- De SU wordt een industriële staat.
Ondanks verzet van boeren - industrialisatie. Zware industrie belangrijker dan lichte.
Arbeiders moesten hard en lang werken en hadden lage lonen. Later ging de staat ook nieuwe landbouwbedrijven opzetten: sovchozen.

- Terreur neemt een grote omvang aan.
Stalin onderdrukte verzet erg: Hij was bang voor verraders. Partijleden en legerofficieren werden gearresteerd, nog meer naar werkkampen gestuurd. (ook gewone burgers).

In II WO traden Duitsers in SU harder op dan in West-Europa - relatief heel veel slachtoffers in SU + verwoestingen (daklozen, industrie in puin).
Voordeel van oorlog: SU werd 1 van de 3 machtigste landen in wereld met VS en Engeland en zij gingen bepalen wat er ging gebeuren in de wereld.
Stalin kreeg veel macht in Oost-Europese landen die waren veroverd door Russische leger. Hij stelde hier een communistische regering aan en werden onafhankelijk.

8) De SU, 1953-1985.
1953: Stalin overlijdt - miljoenen mensen vrijgelaten uit straf- en werkkampen.
Februari 1956: Voor het eerst sinds dood Stalin kwam het congres van Communistische Partij bijeen - tijdens congres bleek Nikita Chroesjtsjov bleek sterkste van partij.
Hij beschuldigde Stalin van ernstige fouten. Hij wilde een einde aan stalinisme.
Misschien dacht hij echt zo over Stalin, maar westerse onderzoeken menen dat Chroesjtsjov vooral de partij wilde vrijpleiten door alle schuld op Stalin te schuiven: niet het communisme, maar Stalin was de oorzaak van de ellende. Chroestsjov wilde zo ook misschien proberen de bevolking van een grote angst te bevrijden. Want door het stalinisme wantrouwden de mensen elkaar en niemand durfde zijn mening t uiten.

Op voorstel van Chroestsjov werd de productie van verbruiksgoederen belangrijker. Maar ook deze aanpak bleek niet goed.


Landbouw moest verbeteren: Kolchozen werden samengevoegd en in nieuwe gebieden kwamen alleen maar sovchozen. SU is er nooit in geslaagd voldoende voedsel te produceren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.